Zwangerschap
door

‘Ik wil nog niet bevallen. Ik moet naar de crematie van mijn vader’

Toen Moniek (32) na een tijdje eindelijk zwanger was, viel er een schaduw over haar zwangerschap. Haar vader bleek zo ernstig ziek dat hij zijn kleinzoon waarschijnlijk nooit zou ontmoeten.

‘Ik huilde en riep: “Ik wil nog niet bevallen. Ik moet naar de crematie van mijn vader!” De weeën werden steeds heftiger. Elke samentrekking in mijn buik zorgde ervoor dat ik moest overgeven. Toch duurde het lang voordat ik me bij de situatie kon neerleggen. Zelfs bij de laatste keer persen, riep ik: “Ik wil naar heit!”

Advertentie

Niet goed

Mijn heit – Fries voor papa – was een lieve, geïnteresseerde man. Hij had nooit zomaar een oordeel klaar en kwam altijd zijn beloftes na. Als meisje was ik, net als hij, gek op schaatsen. Ik deed mee aan wedstrijden en mijn vader ging iedere keer mee. Dan stond hij vlak voor een bocht aanmoedigend te schreeuwen, zodat ik weer verder kon. Ik weet nog hoe hij voor elke wedstrijd zorgvuldig mijn schaatsen sleep. Als vader van drie dochters was hij trots. Met ons pronken, vond hij heerlijk.

Drie jaar geleden werd mijn vader ziek. Mijn moeder bakte altijd oliebollen met oud en nieuw en die vond hij heerlijk, maar dat jaar smaakten ze hem niet. Hij kwakkelde al een tijdje met zijn gezondheid en had last van zijn maag. Ik werd door mijn vader en moeder gebeld op mijn werk. “Het is niet goed,” zeiden ze. “Heit heeft maagkanker.” Het drong meteen tot me door wat ze zeiden. Ik huilde hysterisch en was zo verschrikkelijk bang. Die avond bleek mijn vader optimistisch. Misschien vooral omdat mijn moeder er helemaal doorheen zat. “Ik ga niet opgeven,” zei hij. “De weg is nog lang.” Maar na meerdere inwendige onderzoeken kwam de uitslag van de kijkoperatie: hij had nog drie tot zes maanden te leven.

Naar Duitsland

Mijn wereld stortte in. Ik kon helemaal niet zonder mijn vader, nog geen jaar eerder hadden we afscheid moeten nemen van mijn schoonvader. Na mijn vaders diagnose kwam mijn vader vaak langs bij mij en mijn man Jan op de melkveehouderij. Hij had behoefte aan positieve energie en op een boerderij gebeurt van alles. Hij stapte graag op de grasmaaier. Via via hoorde mijn vader dat een behandeling in Duitsland levensverlengend kon zijn. In Nederland hadden artsen hem al opgegeven, maar daar waren ze bereid om toch een stapje verder te gaan met behandelen. Zo vertrok hij naar Duitsland. Al snel bleek het een goede keuze. De chemokuren sloegen aan en hij at weer. Maar het was ook heftig, omdat we hem alleen nog maar in het weekend zagen.

Graag een kleinkind

Jan en ik probeerden al een tijdje zwanger te raken, maar zonder succes. Mijn vader had er, na zijn diagnose, weleens uitgeflapt dat hij zo graag nog een kleinkind wilde. Met kerst zaten we met de hele familie aan tafel. Mijn moeder had uitgebreid gekookt en mijn vader bedankte ons voor alle zorg en steun die we hem gaven. “Sorry Moniek en Jan,” besloot hij zijn speech, “dat ik zo’n druk op jullie schouders heb gelegd door te zeggen dat ik graag een kleinkind van jullie wil verwelkomen in de familie. Ik ben namelijk supertrots op de familie zoals hij nu is.”’ “Nou,” zei ik. “Wij willen ook nog iets zeggen. Je wordt pake!” (opa in het Fries, red.) Tranen van geluk. Zo blij was hij.

Intens verdriet

In het begin van mijn zwangerschap was ik moe, maar optimistisch. Mijn vader was stabiel, dus ik geloofde dat hij de geboorte nog kon meemaken. Maar na de twintigwekenecho ging hij plotseling achteruit. Ik maakte me veel zorgen en probeerde afleiding te zoeken in mijn werk. ‘s Nachts in bed kwamen de tranen. Dan werd ik overvallen door verdriet en kon ik niet stoppen met huilen.

Jan probeerde me te troosten, maar niets hielp. Ik genoot niet van mijn zwangerschap. Dit is zo’n bijzondere fase, dacht ik vaak, maar ik krijg er niets van mee. Echt schuldig voel ik me daar niet over, want ik kon op dat moment niet anders. Mijn moeder stond ooit hoogzwanger én intens verdrietig aan de kist van haar schoonvader en met mijn oudste zus is het ook goedgekomen, dus daar hield ik me maar aan vast.

Blok beton

Toen ik met verlof ging, kwamen de muren op me af. Zwangere vriendinnen gingen in de laatste weken voor hun uitgerekende datum nog lekker naar de kapper en zaten met een boek in de zon. Ik voelde me gefrustreerd en bang. Ik besefte dat ons kind zou opgroeien zonder opa’s. Er waren foto’s van de kinderen van mijn zus: slapend op de buik van opa. Hij vond het heerlijk om met ze te stoeien. Lekker donderjagen, schaatsen, auto’s en vrachtwagens kijken. Die ervaringen zou onze zoon nooit beleven met een opa.

Ik probeerde vaak op bezoek te gaan bij mijn vader, maar Duitsland was meer dan drie uur rijden en mijn familie en verloskundige vonden dat niet meer verantwoord. Ik kon geen kant op en moest het van de weekenden hebben. Zo zag ik mijn vader op een middag kronkelend van de pijn op zijn bed liggen. Toen wist ik: hij gaat het niet halen. Ik raak hem kwijt. Ik merkte dat mijn familie informatie achterhield om mij te sparen. Ze waren bang dat mijn bloeddruk omhoog zou schieten. Ik had al vaak last van harde buiken. Waarschijnlijk van alle stress en ik werd met de dag wanhopiger. Mijn buik voelde als een blok beton en zat alleen maar in de weg. Ik was niet bezig met de baby en keek ook nergens naar uit.

Weg was-ie

Aan de verloskundige vroeg ik of de bevalling mocht worden ingeleid, zodat mijn vader de baby nog kon zien. Dat mocht in eerste instantie niet, omdat er geen medische reden voor was. Maar uiteindelijk kreeg ik toch toestemming en zou ik met negenendertig weken worden ingeleid. Maar de ochtend waarop dat zou gebeuren, werden we gebeld door mijn moeder. “Jullie moeten nú komen!” zei ze. In het ziekenhuis bleek mijn vader al ver weg. Hij lag te slapen en in de kamer naast die van hem, werd voor mij een bed opgemaakt. Ik was helemaal leeg: kon niet meer op mijn benen staan. Daar lag ik dan, naar het plafond te staren met mijn enorme buik, terwijl mijn vader in de kamer naast me lag dood te gaan. Het was onwerkelijk en afschuwelijk tegelijk.

Standje overleven

“Wanneer ben je uitgerekend?” vroegen mensen tijdens de condoleance. “Vandaag,” zei ik dan afwezig. Ik zat op een kruk en had misschien wel driehonderd handen geschud. Alles ging langs me heen en mijn lijf deed pijn. Die avond begonnen de weeën. “Over een paar uur móét ik naar de crematie!” schreeuwde ik. Toen ik bleef tegenstribbelen, zei Jan: “Moniek, jij gaat nú ons kind op de wereld zetten.”

Zo werd Jilke geboren. Van een roze wolk was geen sprake. Ik was alleen maar opgelucht dat ik niet langer zwanger was. “Jullie kunnen nu de familie bellen,” zei de verloskundige vriendelijk. “Wie dan?!” huilde ik. “Ze zijn allemaal bij de crematie.” In de weken na de bevalling stond ik in standje overleven. Bezoek hield ik af en als Jilke sliep, lag ik te piekeren. Ik miste mijn vader en vond het verschrikkelijk dat ik niet bij de crematie, het laatste afscheid, was geweest. Uiteindelijk zocht ik hulp bij een coach en kreeg ik slaapmedicatie, waardoor ik me langzaam beter ging voelen.

Net als pake

Jilke is nu een jaar, en hij is heel open en toegankelijk. Hij heeft een sterke band met mijn moeder, omdat mijn moeder die eerste tijd graag bij ons over de vloer kwam in plaats van dat ze in het lege huis was. Ik genoot daar ook van. Na een paar maanden kon ik met Jilke op pad en genieten. Ik wandelde met hem langs de weilanden en genoot van de nazomer.

Laatst voelde ik me voor het eerst weer echt gelukkig. Jilke speelde in zijn pyjama op de grond, terwijl ik op de bank zat en de zon door de ramen scheen. Jan en ik zijn gek op ons ventje. Hij heeft een kleine overall en het ziet er prachtig uit als hij in zijn maxicosi naast Jan op de tractor zit. Hij heeft ergens ook wel iets weg van mijn vader. Vrolijk, klein en gedrongen: net als pake.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Albertine Otten.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.