Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

'Mijn grootste nachtmerrie is uitgekomen, mijn kind is kwijt'

Als Monique (31) aan het werk is, wordt ze gebeld: haar zoon Jack (3) is al een uur onvindbaar. Hij is verdwenen toen haar schoonmoeder zich even omdraaide. De uren erna wordt er met man en macht naar hem gezocht. Ook op het strand waar ze vlakbij wonen. ‘Ik hoor een helikopter boven me en hap naar adem. Dit is een heel slechte film.’

15.34 uur

Een warme zomerdag. De zon schijnt fel op mijn computerscherm. Ik verlang naar de zee en het strand. Vakantie vieren met onze jongens, Toby en Jack. We wonen dicht bij het strand. Twee straten en je bent er… Een collega belt. ‘Je man aan de telefoon, kun je hem aannemen?’ Wilco verspilt geen tijd: ‘Je moet nú naar huis komen, Jack is weg.’ Ik word misselijk. Met een dikke stem vertelt hij dat mijn schoonmoeder onze zoon na het boodschappen doen is kwijtgeraakt. ‘Ze draaide zich om en Jack was weg. Ze heeft overal gezocht, ze dacht dat ze hem zelf snel kon vinden.’ Mijn hart klopt in mijn keel. ‘Hoelang is hij al weg?’ vraag ik. ‘Een uur. We hebben net de politie gebeld.’ Ik doe mijn ogen dicht. Een uur! Dan kan hij dus overal zijn. Ik word licht in mijn hoofd. Ik moet nú naar huis.

Advertentie

15.42 uur

Onderweg naar de auto denk ik aan ons blonde jochie. Nog maar drie jaar oud. Ik weet precies hoe het gaat. Een seconde je aandacht er niet bij en hij is verdwenen. Vanaf het moment dat hij zijn eerste stapjes zette was hij al een wegloper. Til ik mijn boodschappen uit de auto, dan moet ik hem met mijn benen tegen de auto klemmen om te voorkomen dat hij wegrent. Altijd maar weg, op avontuur. Alleen.

16.25 uur

De autorit duurt lang. Te lang. Het is broeierig weer, ik zie een rij auto’s voor me. Waar kan Jack nou zijn? Was het maar avond en was dit alles maar achter de rug. Ik zou zo graag willen dat hij gewoon veilig in zijn bed lag. Wat als iemand hem heeft meegenomen, schiet het door mijn hoofd. Wat als het vanavond helemaal niet over is en hij nu in een vreemde auto zit op weg naar Duitsland? Zo snel als hij opkomt, probeer ik de gedachte weer te verdringen. Ik spreek mezelf toe: maak jezelf niet gek, hij is vast ergens aan het spelen. Zich niet bewust van alle paniek.

Lees ook: Wat te doen als je je kind kwijtraakt? Zó bereid je je kind voor

16.45 uur

Terwijl ik onze straat in rij, bel ik mijn man. ‘Is er al nieuws?’ Hij antwoordt ontkennend. ‘Nee, ik ben nu in het dorp, mijn moeder wacht bij ons thuis. Wil jij bij het strand kijken?’ Mijn maag krimpt ineen. Het strand. Daar kan hij natuurlijk ook zijn. Ik parkeer de auto en ren de boulevard op. Richting de plek waar we altijd met onze familie zitten. Ik veeg de haren uit mijn gezicht, knijp met mijn ogen om iets verder te kunnen kijken. Het strand is een grote mierenhoop van mensen. Waar begin ik? Ik roep zo hard als ik kan zijn naam, maar mijn keel lijkt dicht te zitten en er komt een raar, samengeknepen geluid uit.

16.50 uur

Een tante komt aangerend. Ze vertelt dat de reddingsbrigade aan het zoeken is. Op hetzelfde moment hoor ik een helikopter boven me. Ik hap naar adem. Dit is een heel slechte film. Ik wil Jack nú bij me hebben, heel dicht bij me. Strandtenten. Speeltuintjes. Ik ren naar de speeltuin vlak bij de plek waar we altijd zitten. In het huisje naast de glijbaan zie ik een plukje blond haar. Maar als ik door het raampje kijk, kijken twee vreemde ogen terug. Volgende. Er spelen een heleboel kinderen, maar waar ik ook kijk: geen Jack.

17.10 uur

‘Heeft u misschien een klein, blond jongetje gezien? Hij draagt een blauw shirt en heet Jack.’ Het zweet gutst van me af. In paniek klamp ik iedereen aan. Maar wie ik ook aanspreek, ze schudden allemaal hun hoofd. Bij de strandtenten laat ik mijn 06-nummer achter. Mijn telefoon klem ik in mijn rechterhand, hopend dat hij elk moment overgaat. Straks zoek ik bij de ene strandtent en speelt hij net bij een andere. Ben ik daar, is hij weer weggelopen. Misschien loop ik hem elke keer net mis en moet ik op één plek blijven?

Ik veeg het zweet van mijn gezicht. Heeft er nu niemand een jongetje alleen zien spelen? Een peuter zonder ouders op het strand, dat valt toch op? Jack is nu bijna twee uur weg. Overal zie ik blonde jongetjes. Vaders, moeders en kinderen eten samen een ijsje. Zij maken plezier en ik ben mijn kind kwijt. Ik loop de zee in en tuur in het ondiepe water. Op zoek naar… Ja, naar wat? Ik denk terug aan die keer dat ik een ketting van mensen door het water zag waden, zoekend naar een vermist kind. Het immense strand, het eindeloze uitzicht over zee: het benauwt me. Dit heeft geen nut. Ik moet terug. Het dorp in, winkels in, misschien zit hij gewoon in zo’n autootje voor de supermarkt.

17.20 uur

Wilco belt. ‘Heb jij hem gezien? Nee, oké, ga ik weer verder.’ Wilco gaat nu alle speeltuinen af. Mijn schoonmoeder is nog steeds thuis, voor het geval Jack thuiskomt.

Lees ook: Wat is zelfredzaamheid precies en waarom is het zo belangrijk?

17.23 uur

‘Eh, even vragen hoor.’ De winkelier loopt naar achteren. Ik hoor geroezemoes. Het antwoord op mijn vraag of er een blond jongetje is gezien lijkt uren op zich te laten wachten. Je weet toch wel of je een kind alleen hebt gezien? Ik kijk uit het raam. De man komt op z’n dooie akkertje aangewandeld. Ik haast me de winkel uit, volgende zaak. ‘Nee, we hebben niets gezien,’ roept hij me achterna. Ja, bedankt. Dat was me al duidelijk.

De lingeriezaak, de kaasboer, de bakker. Ik kijk wild om me heen, zie ik wel wat? In de speelgoedwinkel ren ik naar de Lego-muur, de Barbie-hoek. Elke keer dezelfde leegte, ook hier geen Jack. Elk hoekje en gaatje telt. En steeds stel ik dezelfde vraag: ‘Heeft u misschien een blond jongetje gezien? Hij draagt een lichtblauw shirt.’

17.35 uur

Zou hij niet naar me gaan vragen? Zou hij ons niet missen? Jack, waar ben je toch? Ik heb het gevoel dat ik gek word. Bij elk blond jongetje denk ik: ja, gevonden! Maar ze hebben niet zijn ogen, niet zijn mond. Terwijl ik overal mijn nummer achterlaat, kijk ik voor, naast en achter me. Ik zou mezelf in honderdduizend stukjes willen splitsen, tegelijkertijd op elke plek willen zijn. Dat ik dat niet kan, maakt me radeloos. Jack is veel te lang weg.

18.03 uur

We hadden nu gewoon thuis moeten zijn. Met z’n vieren aan tafel. Ik zit op een bankje bij de kerk, aan het einde van onze straat. Mijn grootste nachtmerrie is uitgekomen. Ik ben mijn zoon kwijt. Maar Jack moet thuiskomen. Hij moet eten en naar bed. Ik wil hem ruiken, hem knuffelen, hem bij me hebben. Ik kan niet zonder hem. Ik kan niet rusten voordat ik mijn kind heb gevonden, maar ik weet niet meer waar ik kan zoeken. Ik verberg mijn gezicht in mijn handen. Die zijn nat van het zweet en de tranen. Ik kan het niet laten om nog even in de vijver achter me te kijken. Dit was het dus. Ik weet het niet meer. Mijn telefoon trilt. Wilco. ‘Jack is op het strand! De politie brengt hem nu terug!’ Oh, godzijdank. Ze hebben hem. Hij leeft! En hij komt naar huis.

18.07 uur

Binnen een paar minuten sta ik in onze woonkamer. Mijn man en ik houden elkaar vast. Voor de deur stoppen een politieauto en een auto van de reddingsbrigade, een glunderend mannetje stapt uit. Boos worden komt niet in me op, ik ben alleen maar zo opgelucht dat hij er weer is. Ik trek hem in mijn armen en ruik zijn zoute haar. Zijn shirt wordt nat van mijn tranen. Jack is zich van geen kwaad bewust, blijft maar trots over de politieauto vertellen.

Hij was in het zand aan het spelen. Niet ver van waar ik heb gezocht, blijkt nu… Ook mijn schoonmoeder kan niet stoppen met huilen. Ik verzeker haar dat ze hier echt niets aan kon doen. Jack loopt bij mij ook constant weg, hij zal waarschijnlijk altijd het avontuur tegemoet gaan. Maar voorlopig gaat hij even helemaal nergens heen. Ik druk hem tegen me aan. Hij is thuis.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Maria van Beelen, beeld: Shutterstock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.