Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Oefenen voor de grote wereld: alles over peuterfantasie

Heb je een 2-jarige in huis, dan kun je zomaar worden uitgenodigd voor een deftige high tea met poppenservies. ‘Poepkoekje erbij, mevrouw?’ Hoe werkt de fantasiewereld van een peuter?

Advertentie

Lees ook: Bananananana: 37x flauwe moppen voor je kinderen

De wereld wordt groter

Groot is de verbazing bij opa en oma als de 2-jarige Rijck tijdens een oppasdag in een leeg badje gaat zitten om te verkondigen: ‘Ik vaar naar oom Thomas in Engeland, doei.’ Ook zijn moeder Eva (35) staat perplex als ze het verhaal na haar werkdag hoort. ‘Mijn broer woont inderdaad in Engeland, maar het verrast me enorm dat Rijck opeens deed alsof hij daarheen ging varen. Zo’n verzinsel heb ik nog nooit eerder van hem gehoord. Sowieso lijkt Rijcks wereld sinds kort veel groter: met zijn blokken maakt hij nu torens die helemaal tot in de wolken komen en zijn trein rijdt hij naar de papegaaien-adelaars in Artis. Zijn knuffel Muisie is opeens z’n álles, zijn beste maatje. Hij voert hele gesprekken met hem en Muisie moet overal mee naartoe.’

Lees meer: Hoe kies je geschikt speelgoed voor je peuter?

Magisch denken

Fantaseren hoort bij de ontwikkeling. Bijna alle peuters spelen op een gegeven moment vadertje en moedertje in de poppenhoek of koken maaltijden in hun kinderkeukentje. Dat je peuter rollenspellen kan doen – kan bellen met bananen, afstandsbedieningen en pollepels – komt doordat hij zich vanaf een jaar of 2 voor het eerst iets kan voorstellen in zijn hoofd. Als baby en dreumes is de wereld van je kind beperkt tot wat hij echt meemaakt, voelt, ziet en hoort. Peuters komen erachter dat ze ook zelf iets kunnen bedenken.

Cognitieve ontwikkeling

Psycholoog Sonja Borgsteede: ‘Deze cognitieve ontwikkeling is erg belangrijk, want het betekent dat je peuter niet meer iets hoeft te doen om te leren. Hij kan het zich ook voorstellen. Hij denkt niet meer dat alle auto’s rood zijn zoals die van papa en mama, maar doet opeens alsof hij in een blauwe auto rijdt. Hij kan zich indenken dat er ook auto’s in andere kleuren zijn, zijn wereld wordt daardoor veel groter.’

Advertentie

Orthopedagoog Mariëlle Beckers: ‘Tussen 2 en 3 jaar oud gaan kinderen beter lopen en praten, daardoor kunnen ze taal en motoriek gebruiken bij het spelen. Ook krijgen ze vaak helden: fantasiefiguren geïnspireerd op boekjes of films. En ze kunnen zelf held worden. Als je je peuter een superheldenpak aantrekt, voelt hij zich megasterk. Binnen de ontwikkelingspsychologie noemen we het de fase van het ‘magisch denken’.’

Lees ook: Waarom verkleedkleding leuk is voor je kind (+ de beste verkleedpakken)

Bellen met Sinterklaas

Die nieuwe fantasiewereld heeft veel voordelen. Zo kunnen peuters zich beter vermaken doordat ze in rollenspellen opgaan. Cindy (32), moeder van Elin (5) en Isabel (3): ‘Isabel speelt doktertje, waarbij haar vriendjes op de bank moeten liggen en een thermometer in hun mond krijgen. En ze weet slim haar grote zus met haar aan het spelen te krijgen. Dan zegt ze: “Wil je vadertje en moedertje doen? Ik ben wel de baby.” Als ik meeluister, hoor ik mezelf vaak terug, haha. “En nu is het klaar, ik heb het al zes keer gezegd!” Of dan zet ze haar knuffel op de gang.’

Marieke (35) is moeder van Isa (5), Kiki (3) en Sare (3 maanden). ‘“Boehoe, ik ben een spook,” zegt Kiki vaak, met een deken over zich heen. Of ze doet de deksel van een pot op haar hoofd en een flessendop op haar neus en dan is ze een clown. Verder belt ze veel, zogenaamd dan. Ze gebruikt een oude telefoon van mij of de randomreader van de Rabobank om uitgebreid bij te praten met haar oma’s en Sinterklaas. “U bent nu in Spanje toch?” zegt ze dan, “volgens mama duurt het nog heel lang voordat u weer komt.”’

Oefenen voor de echte wereld

Een ander voordeel van fantaseren is dat je peuter leert omgaan met dagelijkse situaties. Beckers: ‘Heb je een wat angstig kind, dan kan het superheldenpak hem laten geloven dat hij alles aankan. Verder maakt fantasiespel je kind klaar voor sociale contacten; ze spelen een rol en leren daardoor ze zich in te leven in een ander. Dat is belangrijk voor de sociaalemotionele ontwikkeling.’

Advertentie

Eigenlijk is het spelen van schooltje, vadertje en moedertje of winkeltje gewoon oefenen voor de echte wereld. Het helpt kinderen ook op te slaan wat ze zoals meemaken, zegt psycholoog Borgsteede: ‘Wij volwassenen slaan ervaringen op in taal, maar peuters hebben nog een kleine woordenschat. Zij verwerken dus door gebeurtenissen na te spelen.’

Ook interessant: Een fantasievriendje, niets om je zorgen over te maken

Bang voor de wolf

Minder leuk gevolg van die toegenomen verbeelding is dat het soms tot angsten leidt, het welbekende monster onder het bed of spook in de kast. Cindy: ‘Laatst durfde Isabel opeens niet meer te poepen, we begrepen er niets van. Pas na een paar dagen kwam de aap uit de mouw: ze was bang dat er wormpjes uit zouden komen die haar billen zouden opeten. Even daarvoor had ze gehoord dat een buurmeisje wormpjes had. En vanmorgen wilde ze haar tijger-shirt niet meer aan, want dan zou die tijger haar opeten.’

Marieke: ‘We lezen momenteel veel sprookjes, omdat Kiki’s grote zus Isa dat zo leuk vindt. Ik merk dat dat impact heeft. Zo zei Kiki opeens: “Zit er geen wolf onder mijn bed, mama?” Ik leg dan uit dat in Nederland geen wolven leven, maar dan wil ze natuurlijk meteen weten waar dan wel. Soms vraag ik me af hoeveel je moet uitleggen aan een 3-jarige.’

Lees ook: Angst voor magisch denken

Neemt de angst serieus

Wat is de juiste reactie op een kind met een irrationele angst? Meespelen en de krokodil wegjagen? Of nuchter constateren dat er écht geen krokodil kan overleven onder het bed? De beste aanpak hangt af van je peuter. Het is belangrijk om hun angst serieus te nemen, zegt Beckers, maar ga er tegelijkertijd niet in mee. ‘Als je te veel meedoet, wordt je peuter niet gerustgesteld. Laat hem zien dat er geen spook in de kast zit, zo leert hij werkelijkheid van fantasie te onderscheiden. Maar wuif het spook niet weg als onzin, want voor je kind is het echt. Bekend is bijvoorbeeld de fase dat ze niet in bad willen omdat ze denken dat ze weg kunnen spoelen door het putje.

Jij kent je peuter het beste. De ene ouder doet tovermiddel in het bad zodat het superveilig is. De ander heeft een heel rationeel kind en legt uit dat het putje een diameter van 5 centimeter heeft, waar hij nooit doorheen past. Beide is goed. En dwing je kind nooit ergens toe: zet hem niet tegenstribbelend in bad of op die hoge glijbaan waar hij niet op durft. Ouders denken vaak dat hun kind er doorheen moet, maar je kunt er beter in kleine stapjes naartoe werken. Volg het tempo van je kind. De angst gaat niet weg omdat jij het zegt, je kind moet zelf ervaren dat het niet bang hoeft te zijn. En last but not least: geef het goede voorbeeld door zelf niet te veel angst te laten zien.’

Lees ook: Samen spelen, hoe leert je kind dat?

Bijzondere fase, dus geniet ervan

Rond 6 jaar oud is de piek qua magisch denken voorbij. Dat betekent zeker niet dat kinderen dan niet meer fantaseren, maar wel dat ze dan weten wat echt is en wat niet. Borgsteede: ‘Kleuters en oudere kinderen zijn zich ervan bewust dat ze iets verzinnen, terwijl peuters er echt in geloven. 2- en 3-jarigen kijken naar een handpop alsof het een levend wezen is. Dat is normaal, gezond en leerzaam. Ouders moeten er vooral heel erg van genieten.’ Magisch denken is een bijzondere fase, die nooit meer terugkomt. Dus schuif aan voor die high tea en eet dat poepkoekje lekker op (tover je het daarna gewoon weer uit je maag).

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Interview: Eva Munnik, Beeld: Getty Images

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.