Normen en waarden bijbrengen

Normen en waarden bijbrengen

Opstaan voor ouderen in de tram, niet schelden of pesten… Hoe geef je je kind de waarden en normen mee die belangrijk voor jou en voor anderen zijn? Kinderpsycholoog Tischa Neve legt uit.

Wat zijn normen en waarden

Waarden zijn opvattingen die voor een grote groep mensen belangrijk zijn en de omgang met elkaar bevorderen. Hierbij kun je denken aan: eerlijkheid, vertrouwen en respect voor elkaar en elkaars eigendommen. Hier komen normen (regels) uit voort: je liegt niet tegen mensen en je discrimineert en steelt niet.

Opstaan in de bus

Als je in de bus zit en er stapt een ouder iemand in die geen zitplaats heeft, dan bied je diegene jouw stoel aan. Waarom? Misschien omdat je hebt geleerd dat het zo hoort. Of omdat je hebt ervaren en geleerd dat het respectvol en fijn is om behulpzaam te zijn naar anderen toe. Voor elkaar opzij gaan bij een drukke ingang, iemand die maar één boodschap heeft voor laten gaan bij de kassa, het zijn dingen die velen van ons doen, uit beleefdheid, omdat je een ander er blij mee maakt. Maar wat voor jou vanzelfsprekend is, hoeft niet voor een ander te gelden. Aan ons als ouder de taak om onze kinderen van jongs af aan in aanraking te laten komen met deze normen en waarden die het leven met elkaar leuker en makkelijker maken.

Overleg met je partner

Een heleboel normen en waarden zijn vanzelfsprekend voor ons. Je hebt ze van jongs af aan meegekregen en denkt er niet bij na. Als vanzelf draag je ze waarschijnlijk ook over op je kinderen omdat je het voorleeft of benoemt als er zich iets voordoet.

Maar welke normen en waarden zijn nou echt belangrijk voor jou als ouder? Als je hier zelf en met je partner eens echt bij stilstaat kun je ook zorgen dat je je kinderen dat meegeeft wat je echt graag wilt, van jongs af aan.

Afstemmen

Je kind komt steeds meer in aanraking met deze ongeschreven regels. Niet alleen thuis, maar ook op de peuterspeelzaal of het opvangadres. En daar kunnen weer andere afspraken en regels gelden dan thuis. Kinderen kunnen doorgaans heel goed omgaan met deze verschillen, zolang ze op elke plek duidelijk zijn en niet al te groots afwijken. Daarom is het helpend dat je een opvangplek kiest die goed past bij jouw waarden en normen, jouw visie op opvoeden, met elkaar omgaan en in het leven staan. Net als dat van oma soms iets wel mag en thuis niet, leren kinderen dat ook snel met andere plekken.

Check van te voren heel goed het pedagogisch beleid van de opvang, verdiep je in hoe zij over dingen denken en hoe ze met bepaalde dingen omgaan. Bespreek bij een intake de zaken die jij belangrijk vindt: hoe gaan ze om met straffen en belonen, wat zijn waarden en normen die ze er benadrukken? Komt dit niet overeen met wat jij belangrijk vindt of voelt het niet goed en passend? Kijk dan verder naar een plek die wel goed voelt.

Loop je in de loop dan de tijd tegen dingen aan waar je zelf echt anders over denkt? Maak het dan bespreekbaar op de opvangplek. Wellicht is er een middenweg te vinden of kunnen de leidsters opletten dat ze ook benadrukken wat jij belangrijk vind.

Tips

Wat kun jij nog meer doen?

  1. Sta eens stil bij wat jij belangrijk vindt in de omgang met andere mensen. Welke normen en waarden zijn voor jou heel belangrijk? Dat helpt je om het ook bewust over te brengen op je kind en ook om bijvoorbeeld opvangplekken te vinden die hier goed bij aansluiten.
  2. Bespreek met belangrijke mensen om je kind heen (opa’s en oma’s die veel oppassen, gastouder) als jij bepaalde dingen echt belangrijk vindt. Bijvoorbeeld: niet straffen en belonen, onvoorwaardelijke acceptatie van kind en emoties, respect voor elkaar bijbrengen.
  3. Kies de opvang die past bij jouw normen en waarden en visie op opvoeden. Kleine verschillen zijn helemaal niet erg, daar leren kinderen alleen maar van.
  4. Doe belangrijke normen en waarden voor: kinderen leren het meest van wat ze jou zien doen, niet van wat je zegt. Doen en regelmatig bewust benoemen naar je kind toe dus, van jongs af aan.
  5. Het is het mooist als kinderen dingen niet gaan doen ‘omdat het zo hoort’, maar echt omdat ze van binnenuit voelen dat het fijn of prettig is als je ze doet. Benoem wat jij doet en wat je je kind ziet doen en het positieve effect. ‘Kijk, je zei dank je wel tegen de slager en hij lacht, dat vindt hij fijn’. ‘Als je me helpt met klusjes in huis dan ben ik sneller klaar en ik vind het veel gezelliger’ .
  6. Leg uit waarom iets fijn, aardig, respectvol of behulpzaam is. Waarom je iets belangrijk vindt of waarom je iets doet. Je kunt zeggen ‘je moet opstaan voor een oudere mevrouw in de trein omdat dat hoort’ of: ‘ouderen mensen zijn slechter ter been en kunnen niet altijd stabiel of lang staan, daarom is het fijn om voor ze op te staan als je jonger bent’.
  7. Leer je kind dat er ook andere culturen zijn en dat de gewoonten van iemand met een andere achtergrond kunnen verschillen van jullie regels. Dat jullie normen en waarden niet per se beter zijn dan die van een ander. Zo stimuleer je hem zich in te leven in een ander en zich open te stellen voor andere ideeën. Je kind in aanmerking laten komen met deze andere culturen is een hele mooie manier. Door boeken, reizen, andere plekken bezoeken, enzovoort.
  8. Help je kind van jongs af aan om zich te verplaatsen in de ander. Dat is nog heel lastig voor hele jonge kinderen maar je kunt er zeker al een begin mee maken door vanaf dat ze het begrijpen steeds weer te verwoorden hoe iets voor een ander is. En als ze wat ouder zijn ze mee te nemen in: ‘Is het fijn als iemand iets afpakt? Kijk, het kindje huilt ervan…’

Vind je eigen weg

Kinderen leren van ons en op plekken waar ze veel komen welke normen en waarden belangrijk zijn om op een prettige manier met elkaar samen te leven. We kunnen daar van alles aan bijdragen, maar het meest effectieve is toch wel dat we zelf goed weten wat we belangrijk vinden in het leven en de omgang met anderen en dit gewoon de hele dag door laten zien, voorleven en benadrukken. Daar leren kinderen het allermeest van!

Voorbeelden normen en waarden

Denk er nog eens goed over na. Welke dingen wil jij je kind graag meegeven? Een aantal voorbeelden:

  • elkaar geen pijn doen
  • als een van de kinderen een ander kind (per ongeluk) pijn doet, wordt het betrokken bij het troosten van het andere kind
  • eerst vragen, niet zomaar afpakken
  • geen vieze of lelijke woorden gebruiken
  • geen kinderen buitensluiten
  • geen dingen stuk maken
  • we pesten geen andere kinderen
  • iedereen is goed zoals hij is en mag zijn zoals hij is
  • vriendelijk tegen elkaar zijn
  • respect voor elkaar
  • ……..

Tischa Neve

Kinderpsycholoog

Tischa Neve is kinderpsycholoog, en opvoedkundige, moeder van Dim en pleegmoeder. Sinds het opvoedtv-programma Schatjes (2006) waarin zij ouders coachte, richt zij zich met Groot&klein en Opvoedcursussen op het inspireren en ondersteunen van ouders en professionals bij de opvoeding en het grootbrengen van kinderen.