speeltype kind

Welk speeltype is jouw kind?

Als je speelgoed voor je kind koopt, is het wel zo fijn als je kind er vaak en met plezier mee speelt. Handig dus om te weten wat voor speeltype je kind is. Er zijn vier speeltypes met elk z’n eigen favoriete speelgoed en bezigheden. Welk type is jouw kind?

Spelen is niet alleen leuk, het is voor je kind dé manier om de wereld om zich heen te ontdekken. En om te leren. Door alles te ervaren, uit te proberen en te ontdekken ontwikkelt hij allerlei nieuwe vaardigheden. Er zijn vier soorten speeltypes te onderscheiden: rauwers, douwers, schouwers en bouwers.

1. De rauwer

Een rauwer heeft de ruimte nodig. Het zijn over het algemeen levendige kinderen met niet zo heel veel geduld hebben. Ze zijn dol op actie en beweging en kunnen moeilijk stilzitten. Ondernemende types dus. Een rauwer blijft bovendien niet lang onopgemerkt; het zijn bezige baasjes die graag laten merken dat ze er zijn.

Het speelgoed van een rauwer moet bij voorkeur een actie-element bevatten. Met actie-reactie spelletjes, muziekinstrumenten of grote blokken maak je een rauwer blij. Spelletjes vind hij leuk, maar ze moeten niet te lang duren en niet te ingewikkeld zijn. Hij houdt van speelgoed dat hij zelf kan bewegen. Het liefst met geluid en knipperende lampjes. Dit speelgoed is geschikt voor het type rauwer:

  • Schoolbord
  • Vingerverf
  • Racebaan
  • Grote blokken
  • Constructiesystemen met grote onderdelen
  • Verkleedkleren
  • Buitenspeelgoed (fiets, bal, skaes, schommel, klimrek)
  • (Bestuurbare) Auto’s?

2. De douwer

Een douwer gaat graag op ontdekkingstocht en zoekt het liefst zelf uit hoe iets in elkaar zit. Hij is eigenwijs en in veel verschillende dingen geïnteresseerd. Het zijn doorzetters en ze gaan net zo lang door totdat een spelletje geen geheimen meer voor ze kent. Daarna gaan douwers op zoek naar een nieuw spel, om weer wat anders te ontdekken.

Douwers zijn denkers en houden daarom van creatief speelgoed, waarbij ze hun eigen verhaal kunnen verzinnen of steeds iets anders kunnen maken.

  • Poppen
  • Verkleedkleren
  • Auto’s
  • Tekenmateriaal
  • Constructiesystemen
  • Muziekinstrumenten
  • Geheugenspellen
  • Microscoop (ouder kind)

3. De schouwer

Schouwers spelen graag met vriendjes, maar vermaken zich alleen ook heel goed. Een schouwer luistert goed, fantaseert graag en is over het algemeen ook erg gevoelig. Een dromer. Is je kind een schouwer, dan is hij vast erg gehecht aan zijn speelgoed. Hij is er zuinig op, verzamelt graag en houdt van mooi en bijzonder speelgoed.

Hier maak je een schouwer blij mee:

  • Puzzels
  • Blokken
  • Poppen met mooie kleertjes
  • Knuffels
  • Kleine speelgoedauto’s
  • Teken- en knutselspullen
  • Boekjes
  • Muziek

4. De bouwer

Een bouwer kan zich met van alles vermaken. Alles en iedereen mag meedoen, maar de bouwer is de grote regelaar die zorgt dat iedereen zijn plekje en functie heeft. Is je kind een typische bouwer? Dan is hij expressief. Hij laat graag zien wat hij kan en hij houdt van spellen waarbij een duidelijk eindresultaat zichtbaar is. Als jij even geen tijd hebt, dan laat hij maar aan zijn knuffels zien wat hij kan. Bouwers houden van creatief speelgoed en poppenhuizen met alles erop en eraan.

Ook speelt een bouwer graag met:

  • Creatief speelgoed (kleurplaten, stempeldozen, bouwplaten)
  • Kastelen en poppenhuizen en alles wat daarbij hoort
  • Spullen voor een ‘optreden’ (microfoon, verkleedkleren)
  • Schmink

Het belang van goed speelgoed

Naast speelgoed dat bij je kind past, is het ook goed om op de volgende punten te letten bij de aanschaf: Goed speelgoed…

  • Leert je kind iets zonder dat hij dit bewust merkt
  • Sluit aan op de ontwikkeling van je kind
  • Biedt steeds nieuwe en andere mogelijkheden
  • Is veilig en gaat niet stuk
  • Heeft een leeftijdsindicatie
  • Heeft een gebruiksaanwijzing
  • Kwalitatief goed

Spelontwikkeling

Welke spellen je met je kind kunt doen of welk speelgoed hij leuk vindt, hangt naast van zijn karakter uiteraard ook af van zijn leeftijd. Er zijn zes fasen te onderscheiden als het gaat om de spelontwikkeling van je kind:

  • Vanaf drie/vier maanden: je kind kan nu (enigszins) gericht ergens naar grijpen. Hij kan rammelen met een rammelaar en ziet dat hij met zijn handen iets in beweging kan zetten.
  • Vanaf een jaar: je kind kan nu verschillende bewegingen combineren. Hij slaat bijvoorbeeld met een rammelaar tegen de box. Ook leert hij nu de verschillende fysieke eigenschappen van zijn speelgoed: een blok is hard, een knuffel zacht.
  • Anderhalf/twee jaar: het wordt je kind nu duidelijk welke dingen bij elkaar horen; de pop legt hij in zijn bed, en de auto’s in de garage. Hij speelt doen-alsof-spelletjes zoals theedrinken uit zijn servies of autorijden op een stoel.
  • Drie-vijf jaar: voor kinderen van deze leeftijd gaan fantasiespelletjes een grote rol spelen. Ze spelen vadertje en moedertje, prinses of politieagent en gaan helemaal op in hun rol. Ze tekenen nu meer dan ze krassen, en bouwen een toren van blokken.
  • Vanaf zes jaar: op deze leeftijd gaat je kind naar groep drie en snapt hij spelletjes met regels. Je kind kan nu (beter) op zijn beurt wachten en beter tegen zijn verlies.
  • Vanaf zeven jaar: de fantasiespelletjes nemen af en er ontstaat interesse in de computer en/of bordspelletjes. Kinderen van deze leeftijd ontwikkelen nu echt een voorkeur voor bepaalde spellen en er ontstaan hobby’s.