Voor Jeanine, moeder van twee (3,5 en 1 jaar) en haar man staat het vrijwel meteen vast: hun kinderen gaan naar een vrije school. ‘Dat er wordt gekeken naar het kind als geheel, zowel fysiek, mentaal als sociaal emotioneel en zelfs spiritueel, dat spreekt me aan’, legt ze uit. En ook dat er minder een waardesysteem heerst met een focus op cijfers halen, en er meer aandacht is voor de natuur, de seizoenen en mens-zijn.
Ze schrijft de oudste kort na haar geboorte in bij twee locaties in de stad waar ze op dat moment wonen en is bij allebei verzekerd van een plek. Maar dan verhuizen ze na de geboorte van de tweede naar een grotere woning, in een andere woonplaats. Op de dichtstbijzijnde vrije school is er na negen maanden op de wachtlijst een vrije plek.
Lees ook: Wat is vrijeschoolonderwijs?
Steeds meer vrije scholen
Jeanine en haar man zijn lang niet de enige die warmlopen voor dit type onderwijs. Het aantal vrije scholen, en daarmee het aantal kinderen dat vrijeschoolonderwijs volgt, groeit. Afgelopen schooljaar (2024/2025) waren er 102 vrije basisscholen in Nederland. Dat zijn er 14 meer dan vijf jaar geleden – toen waren het er 88.
Het aantal middelbare vrije scholen is trouwens veel kleiner. Toch stijgen ook die aantallen: het zijn er nu 31, vijf jaar geleden waren het er 26.
Minder stress
Onderwijswetenschapper Martijn Meeter (Vrije Universiteit Amsterdam) schrijft de stijgende populariteit van vrije scholen toe aan het idee van ouders – voornamelijk theoretisch opgeleide mensen – dat reguliere basisscholen stress veroorzaken bij hun kinderen.
‘Ze hebben een beeld van te veel toetsing, te strenge discipline, te veel digitaal onderwijs. Ze hopen dat hun kinderen op een vrije school stressvrijer en creatiever opgroeien, en leren om zich beter te uiten.’
Lees ook: Prestatiedruk onder kleuters: ‘Onbewust nemen kinderen het gedrag van ouders heel snel over’
Alleen in groep 8
Alleen, dat kinderen die regulier basisonderwijs volgen meer stress ervaren en dat leraren strenger zijn, is volgens Meeter een misvatting. ‘De meeste kinderen in de basisschoolleeftijd voelen zich überhaupt niet gestresst.
Dat verandert in groep 8, als gesprekken over vervolgonderwijs en de rol die eind- en Cito-toetsen daarin spelen.’ Volgens de expert zijn leerlingen (vooral meisjes) in het regulier onderwijs alleen in het laatste schooljaar ongelukkiger dan op vrijescholen.
Spelenderwijs
Sander, vader van een zoon (2,5 jaar), kiest ook voor de vrije school. Dat doet hij trouwens niet om de redenen niet Meeter opsomt. Toetsing vindt hij bijvoorbeeld wel belangrijk. Zijn vriendin en hij oriënteren zich breed bij het zoeken naar een basisschool en bezoeken scholen met verschillende onderwijsvormen. Na de informatieochtend bij de vrije school, die ook dicht bij huis is, weet hij zeker: dit is het.
‘Het creatieve en het speelse spreken me aan’, zegt hij erover. Zo van: ga maar ontdekken, volg je nieuwsgierigheid. Op de vrije school kan zijn zoon lang kind zijn. ‘We vinden dat een kind spelenderwijs en in zijn eigen tempo moet leren, plezier moet maken en zich thuis moet voelen op school.’ Daarnaast voelt het ‘gewoon goed’ bij deze specifieke school.
Lees ook: Wat leert mijn kind in groep 1?
Gelukkiger
Uit onderzoek blijkt dat vrijeschoolleerlingen over het algemeen gelukkiger zijn dan kinderen die regulier onderwijs volgen, ook al gaat dat volgens onderwijswetenschapper Meeter eigenlijk alleen het laatste jaar op. Hij vraagt zich af of die hogere score op gelukkig zijn ook echt door het onderwijstype komt, of dat de populatie ouders (hogeropgeleiden) daarin een rol speelt.
Ook andere typen vernieuwend onderwijs, zoals montessori en jenaplan, groeien in Nederland. Meeter ziet een verklaring in de vrijheid in onderwijs die wij kennen. In tegenstelling tot in het buitenland krijgen deze scholen ook overheidsgeld, waardoor ze voor iedereen toegankelijk zijn. Toch groeit de vrije school het hardst. De reden? ‘De prettige naam en het feit dat ouders die zo’n school in de buurt willen vaak gedreven zijn om dat zelf te regelen’, vermoedt Meeter.
Niche
Dat de onderwijskwaliteit nagenoeg gelijk is aan het regulier onderwijs – iets wat 25 jaar geleden niet het geval was – speelt volgens de onderwijsexpert ook een belangrijke rol in de stijgende populariteit van dit type onderwijs. Toch blijft het een niche: van de ruim 6000 basisscholen in Nederland zijn 102 een vrije school.
Ouders die ervoor (willen) kiezen moeten dus ook maar net geluk hebben dat er een vrije school op acceptabele afstand te vinden is. Jeanine reist er iets langer voor, al valt de reistijd (10 minuten met de auto, 25 minuten met de fiets) erg mee. Sander heeft geluk dat er zo’n school in de buurt zit. Als dat niet zo was, zou hij een andere onderwijsvorm kiezen.
Lees ook: Checklist basisschool kiezen: waar let je op?
Verschillen worden kleiner
Ondertussen ziet Meeter dat de onderlinge verschillen tussen vernieuwende en reguliere onderwijsvormen kleiner worden. ‘Digitale technieken worden volwassen en we beginnen er beter mee om te gaan. Neem het mobieltjesverbod op reguliere scholen. Ja, dat kwam een jaar of tien te laat, maar we snappen het nu.
Digitale middelen worden daar inmiddels alleen gebruikt als ze nuttig zijn.’ Hij sluit niet uit dat dat uiteindelijk ook zal gebeuren op vrije scholen, die nu vaak nog zonder digitale middelen werken.
Als een jas
Het valt Jeanine al op tijdens een bezoek aan de christelijke basisschool dicht bij hun nieuwe huis, waar zij ook zijn gaan kennismaken. ‘Daar wordt ook verder gekeken dan de reken- en taalkennis van een kind.’
Alleen die godsdienstelijke inslag, die zit haar in de weg. De school komt niet in de buurt van haar ultieme keuze, die haar past als een jas: de vrije school.