Een tweede kind: wanneer?

Een tweede kind: wanneer?

Nog een kind erbij: misschien hebben jullie het er wel eens over. Maar wanneer is het juiste moment, en wat betekent een tweede kind in de praktijk?

Sommige mensen zijn meteen na de bevalling van een eerste kind alweer klaar voor een volgende zwangerschap. Andere jonge ouders nog helemaal niet. Het moment om voor een tweede kind te gaan, is dus heel persoonlijk en heeft vooral met gevoel te maken.

Test: wel of geen tweede kind?

‘En, wanneer komt de tweede?’ Je eerste kind kan zich amper optrekken en de vraag wordt links en rechts al gesteld. Weet je het antwoord eigenlijk wel? Doe de test! Beantwoord tien vragen en krijg meteen de uitslag. (Voor de duidelijkheid: deze test is gemaakt met een dikke knipoog!)

Wanneer een tweede kind?

Misschien vraag je je af wat het ideale leeftijdsverschil tussen je kinderen is. Maar dat is er niet. Veel tijd tussen twee kinderen of juist weinig: het heeft allebei voor- en nadelen. Wil je snel weer een kind en is het ook weer snel raak, dan zal dat zwaarder zijn voor je lichaam en heb je straks twee kleine kinderen in de luiers.

Aan de andere kant zullen je kinderen vast graag met elkaar spelen als ze wat groter zijn, omdat hun belevingswerelden dicht bij elkaar liggen, en heb je het – zoals sommige moeders het omschrijven – meteen maar gehad.

Een groter leeftijdsverschil tussen je kinderen heeft als nadeel dat je weer opnieuw begint aan de slapeloze nachten en de grote hoeveelheid luiers die bij een baby horen. Het voordeel is dat je alle tijd hebt gehad om je eerste kind veel aandacht te geven, en als deze wat zelfstandiger is, je alle aandacht aan je volgende kind kunt geven.

Broertje of zusje

Als de knoop is doorgehakt en je voor een tweede zwangerschap gaat, kan het goed zijn dat jij of je partner deze keer een sterkere voorkeur hebben voor een bepaald geslacht. Misschien willen jullie graag nóg een meisje of jongen, zodat ze leuk samen kunnen spelen, of juist een baby van het andere geslacht: een zogenaamd koningsgezin. Wat je ook wenst, je hebt 50% kans dat het ook zo is, en meer dan hopen kun je niet.

Veel ouders die opnieuw een kind verwachten, willen bij de 20-wekenecho het geslacht weten. Vaker dan bij een eerste zwangerschap. Uit nieuwsgierigheid, maar vaak ook uit praktische overwegingen. Kunnen die jurkjes weer de kast in, of kunnen er nu stoere pakken gekocht worden? Ook maakt het de naamkeuze een stuk makkelijker.

Bekend terrein

Tijdens de zwangerschap van een tweede kind, maar ook na de bevalling, concluderen veel ouders dat een tweede kind krijgen toch wel anders is dan een eerste. Omdat jullie het allemaal al eens hebben meegemaakt, zullen jullie er waarschijnlijk op een andere manier van genieten. Deze keer is er ook een kind dat meeleeft met de komst van een broertje of zusje.

Ook zul je misschien wat minder bezig zijn met de zwangerschap omdat je oudste kind ook aandacht vraagt, en gewoon omdat je niet de hele dag bezig kunt zijn met je zwangerschap – wat bij de eerste misschien wel het geval was. Maar natuurlijk blijft het krijgen van een kind altijd bijzonder.

Hoe leuk is een tweede kind voor je oudste?

Een tweede kind erbij, dat is wennen voor je oudste. In één klap wordt hij van zijn troon gestoten. Hoe zorg je ervoor dat hij daar goed mee omgaat? Volgens de theorie van de Amerikaanse onderzoeker Frank Sulloway vechten kinderen continu om de goedkeuring van hun ouders. Dat zou voortkomen uit een overlevingsdrang: wie de meeste aandacht krijgt, heeft de grootste kans het te redden. Komt er een tweede kind bij, dan betekent dat een serieuze concurrent.

Vanuit die overlevingsdrang vertonen kinderen in het begin vaak, als de nieuwe baby net vers in de wieg ligt, ook sociaal wenselijk gedrag. Zo van: Iedereen vindt de baby leuk, dus als ik de baby lief vind, vinden mensen mij ook leuk. Maar vaak laten die kinderen op een andere manier zien dat ze de verandering lastig vinden. Ze plassen weer in bed, hebben ineens weer moeite met praten of reageren geïrriteerd. Allemaal manieren om aan te geven dat ze ook nog klein zijn en aandacht van hun ouders willen hebben.

Tips bij een tweede kind

Hoe kun je ervoor zorgen dat de oudste niet meteen het idee heeft dat hij aan de kant wordt geschoven voor het nieuwe broertje of zusje?

  1. Sommige deskundigen zeggen dat je de baby bij de kennismaking met de oudste beter in een wieg kunt leggen in plaats van bij jou. Zo voelt de oudste niet meteen dat de kleine zijn plaats in jouw armen heeft ingenomen.
  2. Je kind kleine klusjes geven om te helpen met de baby, zoals een luier aangeven en zeep op de washand doen, kan ook helpen hem sneller aan de nieuwe situatie te laten wennen, maar dwing het niet af. Als je kind er geen zin in heeft, ook goed.
  3. Probeer verder niet je kind in de rol van grote broer of zus te pushen die het altijd beter moet weten en altijd zorgzaam moet zijn. Groot zijn is vaak leuk, maar soms wil je kind ook gewoon klein zijn en lekker bij je op schoot zitten en een beetje als de kleinste behandeld worden.
  4. Hoe lief je oudste ook is voor de baby, laat ze nooit samen alleen. Blijf zelf opletten. Kinderen bedoelen het vaak goed, maar soms zijn ze een beetje hardhandig met knuffelen of vergeten ze als ze aan het spelen zijn dat de baby heel kwetsbaar is.
  5. Geef je eerstgeboren kind veel complimentjes en positieve aandacht als hij lief is voor de baby of niet om aandacht zeurt. Bedenk dat hij niet expres dwars doet omdat hij de baby niet leuk vindt, maar omdat hij onzeker is over zijn positie in het gezin.
Ook heel belangrijk:

blijf je oudste kind exclusieve aandacht geven, al is het een kwartiertje per dag. Hoe lastig het ook is met een overvolle wasmand, ontplofte woonkamer, regeldagen en gebroken nachten, probeer toch iets met je kind te ondernemen als de baby op bed ligt. Doe dan iets wat je daarvoor ook samen deed, zodat je kind het gevoel heeft dat niet álles is veranderd. Dan geeft hem een geborgen en veilig gevoel.

tip