Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

'Ik spreek nooit over een miskraam. Maar over een niet-doorgaande zwangerschap'

In Amerika hebben ze de ‘renaming revolution’. Een beweging om de soms vrouwonvriendelijke en onbedoeld kwetsende taal in de geboortezorg aan te pakken. Tijd om onze eigen woorden eens onder de loep te nemen. Waarom heet een miskraam eigenlijk zo? En is het niet beter om te horen: uw zwangerschap is gestopt?

Een abortus

Toen de baby van Nathalie Notteberg-Willems met negen weken bleek te zijn overleden in haar buik en zij voor een curettage naar het ziekenhuis moest, gebruikte het medisch personeel wel een keer of zes de term ‘abortus’.

Advertentie

‘Dat vond ik zo erg. Alsof we zelf hadden gekozen om ons kind te laten weghalen. Ze gaven telkens aan dat dit de medische benaming is, maar wat mij betreft mag dat echt veranderen.’

De missed abortion

Ook Mascha Frenaij-Den Hartog onderging een curettage van een gewenst en gepland kind. De gebruikte term voor de miskraam waarbij het vruchtje niet vanzelf wordt afgestoten is ‘missed abortion’. Mascha: ‘Alsof ik het kind eigenlijk niet had gewild, zo voelde dat.’

Het onderkantje

Bij de bevalling van ondergetekendes eerste kind vroeg de verpleegkundige of ze even haar ‘onderkantje’ wilde wassen. Hij reikte haar een washandje aan. ‘Onderkantje? Wat bedoel je precies?’ vroeg ze lachend, want deze term had haar oren nog niet eerder bereikt. ‘Vóór, je achterkantje hoeft niet,’ zei hij en hij maakte een gebaar tussen zijn benen.

Tijd voor nieuwe termen?

In Amerika is er een beweging gaande, de ‘renaming revolution’. Het doel? Het hervormen van de subtiel seksistische woorden die vrouwen tijdens een (eventuele) zwangerschap en het moederschap te horen krijgen. Moeders, een gynaecoloog, taalexpert en psycholoog kijken of ze kunnen komen met een alternatieve lijst van woorden die meer van deze tijd en niet (onbedoeld) kwetsend zijn.

Verouderde woorden

Hoe is dat eigenlijk bij ons in Nederland? Is zo’n revolutie hier ook nodig? Goed om erbij te zeggen: we hebben het in dit artikel niet over de zorg zelf of over de inzet, kwaliteit en de juiste bedoelingen van alle zorgmedewerkers. Vooropstaat: we wonen in een land met fantastische zorg, waarin we veilig zwanger kunnen zijn en kinderen kunnen krijgen. De vraag is: passen sommige veelgebruikte woorden nog in de tijd waarin we nu leven? Want veel termen in de geboortezorg stammen nog van lang geleden. De studieboeken van gynaecoloog Mieke Kerkhof (al meer dan dertig jaar arts), die van haar opleider en die van tegenwoordig verschillen qua termen in elk geval niet veel van elkaar.

Mag ’t wat vrouwvriendelijker?

Kerkhof maakt zich al jaren hard voor de taal die gebruikt wordt bij patiënten, en dan met name op het gebied van vrouwvriendelijkheid en respect. ‘Vroeger werden vrouwen klein gehouden. Ik heb ooit een bordje gekregen van mijn opleider, dat destijds in de wachtkamer stond. Er staat op: “Dames doe uw broek uit en let op de bel.” Dat tekent hoe vroeger met vrouwen werd omgegaan. Dat is nu niet meer zo, maar we komen daar wel vandaan. En er is nog veel ruimte voor verbetering.’

Taal kan je maken of breken

Marijn van der Zwaard is zwangerschaps­coach bij Hey Baby en begeleidt vrouwen tijdens de zwangerschap en ­bevalling. Ze hoort regelmatig moeders aan over wat er zoal wordt gezegd in de verlos­kamer. ‘Wat ik merk, is dat mensen zich vaak niet bewust zijn van wat taal doet, vooral in gevoelige situaties. Bevallen kan bij uitstek zo’n kwetsbare situatie zijn. Het is spannend, je voelt je onzeker. Taal kan je dan maken of breken.’

Een kind of een vrucht?

Van der Zwaard ziet al effect bij het gebruik van sommige woorden, zoals ‘miskraam’. ‘Het woord ‘miskraam’ geeft het idee dat je iets verkeerd hebt gedaan, dat je lichaam het niet kan. ‘Vruchtje’, dat woord wordt dan regelmatig ook gebruikt. Bij een heel prille miskraam voelen vrouwen óók al een band met het kind. ‘Vrucht’ klinkt dan afstandelijk en zakelijk. Het woord suggereert dat het nog geen kind was. Maar wanneer wordt het dan een kind? Dat is aan de vrouw zelf om te beslissen.’

Negatieve effecten

Op de medische werkvloer is het woord ‘embryo’ of ‘vrucht’ gangbaar om de eerste aanleg van het kind te benoemen. Wanneer die vrucht een foetus wordt, is niet duidelijk. Van der Zwaard: ‘Ik zie regelmatig het negatieve effect van dat woord. Ik heb eens een moeder in tranen gehad omdat de baby die ze had verloren telkens ‘de vrucht’ werd genoemd. Ze was vijftien weken zwanger, het was haar kind. Dat kan vervolgens ook weer effect hebben op de verwerking. Want hoe verwerk je de dood van een vrucht?’

Het is mis(kraam)

Mieke Kerkhof let er altijd scherp op dat ze de medische term uitlegt en laat zien wat ze gaat doen: ‘Het woord ‘miskraam’ vind ik zelf een vreselijke aanduiding. In ‘mis’ zit iets heel negatiefs. Je zou het eigenlijk een ‘niet-doorgaande zwangerschap’ moeten noemen. Een niet-doorgaande zwangerschap is ook een verlies van een verwachting.’

Uit het Latijn

Het Latijnse synoniem van ‘miskraam’ is ‘abortus’. Daarom gebruiken artsen in hun verslag of in een gesprek het woord abortus in geval van een zwangerschap die niet vitaal is. Ook wel de ‘spontane abortus’ genoemd. Nu kan het helemaal vervelend worden, want spontaan heeft vaak een positieve bijklank en een abortus doet denken aan die andere term: de ‘abortus provocatus’ die je laat uitvoeren in een kliniek als je zelf besluit om de zwangerschap af te breken.

Empathie tonen

Kerkhof: ‘De term ‘miskraam’ of ‘abortus’ dekt dus niet de emotionele lading. Of heeft een negatief effect daarop. Dan draait het dus om empathie, als dokter moet je weten wat je woordkeus teweegbrengt. Ik zeg dan altijd: “Ze noemen het een miskraam, ik vind het een afschuwelijk woord.” Dan heb je die mensen al heel erg bemoedigd.’

Medisch vocabulaire

De taalevolutie, namelijk taal die met de samenleving mee verandert, is vertraagd als je kijkt naar medisch vocabulaire. Kerkhof: ‘Het is niet zo dat alles wat vroeger gebruikt werd slecht is. Maar vroeger werd er gewoon echt anders naar vrouwen en hun rol gekeken.

Een schede. Daar moet iets in

Een zwangere vrouw was meer een persoon die het orgaan had waar het allemaal om te doen was. Die oude taal geeft meer kans op denigrerende woorden. Neem het woord ‘schede’. Ik voer een persoonlijke kruistocht tegen het gebruik van dat woord. Een schede is een omhulsel waarin je een zwaard of dolk draagt. Alsof er dus altijd iets in moet, in die schede. Liever zeg ik vagina,
klemtoon op de í. Va-gí-na. Dokters zijn technisch, wij houden ons bezig met goede zorg, en veel minder met goed op onze woorden letten. Het zou mooi zijn als we die medische taal een beetje kunnen veranderen en zo meer respect opbrengen voor de patiënt.’

Schaamlippen

Want zo zijn er nog wel meer woorden waarvan je je, als je er lang­er over nadenkt, inderdaad begint af te ­vragen waarom we ze (nu nog) zo gebruiken. ­Kerkhof hekelt bijvoorbeeld ook het woord ‘schaam­lippen’: ‘Het maandblad Opzij heeft ze ooit benoemd als bescherm­lippen. Vind ik veel mooier.’

De kunstverlossing

Het woord ‘spontaan’ wordt in medische setting ­gebruikt als iets wat vanzelf, natuurlijk gaat. Een spontane zwanger­schap suggereert dus dat er – oeps! – ineens een baby in je buik zat. Marijn van der Zwaard benoemt ook de ‘kunst­verlossing’ als een woord dat zonder uitleg bij vrouwen vaak wordt opvat als een vorm van falen. Dat je iets kunstmatigs nodig had, zwak dus, om je baby op de wereld te zetten. Dat herkent ook Mieke Kerkhof: ‘Wat een dokter altijd moet zeggen: “U hebt echt niet gefaald, als u dit kind en de zwangerschap niet zover had gebracht, hadden we hier nooit gestaan.” En dan kun je uitleggen dat je haar kunt helpen, met bijvoorbeeld een zuignap. Ook met pijnstilling faal je niet.’

Keizersnede

Nog een voorbeeld: een keizersnee noemt Kerkhof een ‘keizergeboorte’. ‘Er wordt namelijk een kind geboren. Niet alleen een snee gezet.’ En die moedergeassisteerde keizersnee of een moederbegeleide keizersnee, waarbij de moeder de baby zelf uit de buik haalt: wie heeft die term bedacht? Want die ingreep werd pas voor het eerst in 2017 uitgevoerd.

Zelf bedacht

Dat gebeurde door Koen Deurloo, gynaecoloog in het Diakonessenhuis in Utrecht. De man die het verzoek van een moeder kreeg of ze zelf haar baby uit de buik mocht pakken tijdens de keizersnee en die dat, heel cool ­eigenlijk, voor haar mogelijk maakte. Als eerste in Nederland.

Ingeburgerd

Deurloo: ‘Als ik achteraf had geweten dat het zo’n succes zou worden, had ik veel langer nagedacht over hoe ik deze ingreep zou noemen. De term ‘moedergeassisteerde keizersnee’ was puur voor ons op de werkvloer bedoeld, die moest uitleggen wat het was en geen mond vol. Bij ons noemen we het nu een MAK. Nu de term door iedereen wordt gebruikt, had ik liever iets anders bedacht, iets wat meer recht doet aan de ­zwangere vrouw en haar rol. Want een moeder assisteert altijd bij een keizersnee. Of je het kind nu wel of niet zelf aanpakt. Maar helaas is de term al helemaal ingeburgerd.’

De zwangerschap is gestopt

Zo zie je maar hoe lastig taal en het effect van taal is, want Deurloo let altijd op wat hij zegt en kiest zijn woorden zorgvuldig. Deurloo: ‘Soms is het lastig om in te schatten of iets kwetsend overkomt of niet. Het woord ‘abortus’ gebruik ik sowieso nooit in het bijzijn van mijn patiënten, vanwege de associatie. Maar ‘miskraam’ ook niet. Ik zeg liever: de zwangerschap is gestopt, het hartje klopt niet meer.

Maria, die werd pas spontaan zwanger

‘Kunstverlossing’ gebruik ik alleen in voorlichting, omdat veel mensen het niet begrijpen. Je hebt natuurlijk bevallen, vaginaal bevallen en een gedeelte waarbij we je kunnen helpen. Een spontane zwangerschap noem ik ‘natuurlijke zwangerschappen’. Er is er maar één die spontaan zwanger kan worden en dat is Maria. Nog zoiets is ‘failed induction’: als je een vrouw probeert in te leiden, maar dat lukt niet en ze moet alsnog een keizersnee. Dat failed heeft alles in zich van een mislukking. Dat gebruik ik ook bewust niet.’

Duidelijke taal

Verloskundige Simone Valk voegt toe: ‘De term ‘Failed induction’ slaat wat mij betreft op de zorgverlener, niet op de vrouw.’ Valk werkt al sinds 1982 verloskundige en vooral in wijken waar ­Nederlands niet de eerste taal is. Ze is dus bewust op zoek naar duidelijke taal, maar vindt ook dat veel medische termen nu eenmaal zijn wat ze zijn: ­duidelijk.

Een verzakking

En duidelijkheid is óók belangrijk. ‘Een verzakking is een verzakking, en ja, ­misschien roept dat de associatie met huizen in Groningen op, maar het is wel wat het is.’ Valk gebruikt veel medische termen niet, omwille van de begrijpelijkheid voor de doelgroep. Valk: ‘Je wilt een heldere uitleg geven. Ik zeg tegen iemand: “Krijg je al drukgevoel?” Of: “Heb je het idee dat het persweeën zijn?” Nee, dan noem ik niet het woord uitdrijving (waar is die duivel dan?), dat is te moeilijk.’ Valk vindt het belangrijk om het zo te formuleren dat de vrouw haar begrijpt, maar: ‘Alles valt of staat met de taal en context eromheen. “Ik wil je helpen,” klinkt heel anders dan: “Ik ga het even overnemen, ik ga ingrijpen.”’

Verkleinwoordjes

Die medische termen daargelaten, de manier waarop er met patiënten wordt gesproken en dat dat soms best wat aandacht behoeft, is niet nieuw. Al eerder kwam uit onderzoeken naar voren dat de manier waarop er met vrouwen werd gecommuniceerd tijdens een bevalling, aanleiding kan zijn voor een bevallingstrauma. Ook Deurloo en Kerkhof zien daarin een verandering: er is steeds meer aandacht voor de vrouw, en zij wordt meer gezien. Maar beiden zien ook nog genoeg mogelijk­heid tot verbetering op dat vlak: empathischer zijn. En iemand serieus nemen.

Even een knipje zetten

Dat laatste herkent ook Marijn van der Zwaard: ‘Je wilt niet weten bij hoeveel bevallingen verkleinwoordjes worden gebruikt. Vooral bij interventies: “Ik ga even een knipje zetten”, “Even een draadje plaatsen”. Of het “plakkertje” op het hoofd van de baby, terwijl er gewoon een schroefdraadje in de hoofdhuid gaat. Het was maar een knipje, maar er wordt wel een paar centimeter geknipt in je meest intieme deel.’

Overleg

Die verkleinwoordjes hebben als talig effect dat ze betuttelend en kleinerend overkomen. Ook opdrachten geven hoort niet in de verloskamer thuis, vindt ook verloskundige Valk. Zij begint nooit een zin met ‘je moet en je mag niet’. Bij inwendig onderzoek zegt Deurloo: ‘Als je zover bent, wil je dan je benen in de steun leggen?’ Hij vraagt daarna ook altijd toestemming als hij lichamelijk onder­zoek moet doen: ‘Mag ik je buik aanraken?’ Mieke Kerkhof zegt nooit: ‘Ik ga nu….’ Omdat elke vorm van samen overleggen dan al voorbij is.

Kun je taal veranderen?

Nu is de vraag: kun je, zoals ze in Amerika doen, een lijstje maken met nieuwe termen en dat er dan even zo doordrukken? Kún je taal zomaar veranderen? Vivien Waszink is taalkundige bij het Instituut voor de Nederlandse Taal: ‘Taalverandering gaat heel langzaam. En vaak werkt het niet zo goed als je met lijstjes komt met: we zeggen voortaan niet meer dit, maar wel dit.

Gevoeligheid

Mensen zijn gewend om bepaalde woorden te gebruiken, alles wat nieuw is, wordt vreemd gevonden. Wat wel kan werken is als je niet voor nieuwe woorden kiest, maar alternatieven die al bestaan en gebruikt worden.’ Waszink adviseert in het geval van medische termen om werkjargon, dus taal die medici onderling spreken, niet met patiënten te delen. Waszink: ‘Dus hoe kunnen we dat anders zeggen en nog steeds duidelijk zijn? Medische taal ligt snel gevoelig bij patiënten. Je moet zeker niet onderschatten welk effect taal heeft op hoe iets bij een patiënt binnenkomt en zijn gemoed en associaties daarbij.’

Verbloemend praten

Nog even terug naar het onderkantje, wat natuurlijk geen medische benaming is, maar wel vaak wordt gehoord in de geboortezorg. Waar komt zo’n woord ineens vandaan? Waszink: ‘In het algemeen vindt men het gênant om over geslachtsdelen te praten. De normaalste woorden, zoals vagina en penis, vindt men snel overdreven. Het is een bekend verschijnsel dat we dan verbloemend gaan praten over geslachtsdelen. Er zijn veel verschillende woorden voor onze intieme delen. Je ziet dan langzaam dat men dit soort verbloemingen van elkaar overneemt.’

Op de schop

Dus het kan wél, nieuwe woorden die langzaam inburgeren. Misschien gaat een lijstje wat ver, maar bewustwording van taal kan zo maar het belangrijkste antwoord zijn op de beweging in Amerika. Voor nu. Keizergeboorte, bescherm-lippen, een hartje dat niet meer klopt: er is meer taal die we er ‘spontaan’ en ‘natuurlijk’ wat vaker in kunnen gooien. Wie weet wat het oplevert.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Tekst: Femke Zijlema. Beeld: Getty Images 

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.