Bevallingsverhaal

Bevallingsverhaal: 'De baby heeft het niet zo fijn en móet vandaag geboren worden'

Daphne (30) is ruim 39 weken zwanger als ze ’s avonds buikkrampen voelt. Kan haar man die ochtend nog naar zijn werk of komt hun baby er echt aan?

Kom maar op met die bevalling

‘Het is donker in de slaapkamer. En onrustig in mijn buik. Dit soort krampen herken ik. Zachtjes tik ik Arno aan: “Ik denk dat het begint.” De krampen komen om de vijf minuten. Toch maar even de verloskundige bellen. Ze luistert mee. “Je kunt nog prima praten tijdens de krampen,” zegt ze na een tijdje. “Als het zo blijft, kom ik morgenochtend bij je langs.”

Advertentie

Ik maak Arno weer wakker: “Het duurt nog wel even.” Hij draait zich weer om. We hebben kortgeleden gehoord dat Arno de ziekte van Parkinson heeft. Een enorme klap. De ene patiënt kan prima leven met de klachten, een ander eindigt in een rolstoel. Arno is gelukkig positief, maar het geeft ineens veel onzekerheid. Het lukt me niet meer om te slapen. Ik wil zó graag dat het begint. Door extreme bekkenpijn kan ik al maanden amper bewegen. Spelen met mijn dochter Rona, wandelen of een beetje schoonmaken: het lukt niet meer. Dus kom maar op met die bevalling.

Werken of niet?

Ik woel en draai. Krampen om de vijf minuten, dan weer om de drie. Ineens galmt Arno’s wekker door de slaapkamer. Nu al? Hij moet er altijd vroeg uit. “Kan ik gaan werken?” vraagt hij slaperig. Geen idee. Het is een uur rijden naar z’n werk. Wat nou als het straks echt begint?

We snoozen nog een kwartier. “Ik moet het nu wel weten,” zegt Arno terwijl hij naar de wekker kijkt. Wacht even… Ik nies. Heb ik in mijn broek geplast? Een hoos water stroomt het bed in. Nee, snel een handdoek, dit zijn natuurlijk m’n vliezen. Het vocht lijkt gekleurd. Dan moeten we volgens mij naar het ziekenhuis. We bellen meteen de verloskundige en mijn schoonouders. Zij staan al snel voor de deur. Door het gestommel op de gang wordt Rona wakker. Zij gaat met opa en oma mee. Ik geef haar een knuffel. “Je broertje of zusje komt eraan!”

Licht in mijn hoofd

In het ziekenhuis worden we door de verpleging naar een kamer gebracht. Ik krijg plakkers op mijn buik en de baby op het hoofdje. Via de monitor kunnen we alles volgen. Ik voel me een beetje gek. Licht in mijn hoofd. “Arno?” Ik grijp nog snel de bedrand. Dan ben ik een paar seconden weg.

De verloskundige staat naast mijn bed en zegt met dringende stem: “Nu pakken we meteen door.” Wat betekent dat? Moet ik naar de OK? Maar het is de baby waar ze op doelt. Die heeft het ‘niet zo fijn,’ kunnen ze op de monitor zien. Oftewel: hij moet vandaag geboren worden.

Dikke weeën

Ik krijg weeënopwekkers, want met vier centimeter ontsluiting kom ik er niet. Ze werken meteen. Geen gewone krampen meer, maar dikke weeën. Dit is heftig zeg. De knop gaat om. Het is écht begonnen. Nog meer opwekkers. Nog meer weeën. De ene is nog niet weg of de volgende komt alweer. “Je lichaam neemt het nu over,” zegt de verloskundige. Ze helpen me naar de douche. Even wat afleiding. Heerlijk, die warme stralen. Ik voel ineens druk. Alsof ik moet persen. Dit is sterk!

Er wordt een stoel neergezet in de douche. Die zit voor geen meter. Ik heb persdrang. “Probeer het weg te puffen,” zeggen ze. Ja, lekker makkelijk. Dit hou ik echt niet vol. Kan ik nog pijnstilling krijgen?

Nu al

Onder de douche vandaan. Nieuwe controle op het bed. Volledige ontsluiting. Hoe kan dat nou? In een half uur tijd. In de kamer staat alles al klaar. Arno zit naast me. Ik knijp in zijn hand. “Je mag meteen persen,” zegt de verloskundige. Twee keer persen en ze roepen: “We zien het hoofdje!” Wat, nu al?

“Arno, kom er maar bij,” zegt de gynaecoloog. Daar komt de baby! Voor ik het weet, legt Arno de baby op mijn borst. De pijn, de snelheid: wat een rollercoaster is dit. Maar ik kan alleen maar kijken naar ons kind. Wat is het eigenlijk? Arno en ik gluren tussen de beentjes. Een jongen! Lieve Daaf, met jou is ons gezin compleet.’

Ook lezen: Bevallingsverhaal: ‘Ik hou Remco’s hand stevig vast en voel ook zijn verdriet’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Janou Zoet, Fotografie: Mirjam Cremer