bevallingsverhaal

Bevallingsverhaal: ‘In twintig minuten zijn we twee prachtige kinderen rijker’

Als Wendy (34) met ruim 36 weken harde buiken krijgt en de tweeling ook nog in een stuit ligt, wordt besloten de baby’s te halen. ‘“Wat zullen we doen: vandaag een keizersnee, of afwachten?” vraagt de gynaecoloog.’

Moeilijk kijken

‘“Hoe kun je zien dat ze weeën heeft?” vraagt Theo aan de verpleegster, terwijl ik aan de CTG in de verloskamer lig. “Oh, de gezichtsuitdrukking van de moeder zegt genoeg,” antwoordt ze. Mooi, die onthoud ik. Hoe moeilijker ik kijk, hoe sneller de tweeling wordt gehaald.

Advertentie

Pittige tijd

“Ik zie echt maar één hartje,” zei de verloskundige bij mijn eerste controle. Maar ik wist het zeker. Een week erna mocht ik terugkomen. En ja hoor, mijn gevoel klopte. Geweldig nieuws, een tweeling, maar de zwangerschap vond ik pittig. Problemen met mijn lever. Vreselijke jeuk. Nog een kind thuis, een dikke buik: ik ben er klaar mee. Wil mijn lijf terug! We weten dat ze in een stuit liggen en vanochtend had ik een enorm harde buik. We mochten gelukkig meteen naar het ziekenhuis komen.

Wachten?

Met 36 weken en 3 dagen zijn de baby’s prematuur. Dat zorgt voor een horde artsen en verpleegkundigen bij de bevalling. “Wat zullen we doen: vandaag een keizersnee, of afwachten?” vraagt de gynaecoloog. Een snelle blik naar Theo. We gaan ervoor, hoor.

Sneltreinvaart

Na het besluit om me klaar te maken voor de keizersnee, gaat het in sneltreinvaart. OK-pakje aan. In het bed naar een andere kamer. Er komt een verpleegkundige naast me staan: “Dan zijn de kinderen op 1 april jarig, wat een grappige dag.” Ze zegt het nonchalant, maar bij mij hakt het erin. Straks worden ze uitgelachen! Daar maakte ik me al zorgen over. Ik kan mijn tranen niet tegenhouden.

Even huilen

Ze verontschuldigt zich, maar alles komt er uit. De zware laatste weken, de onduidelijkheid: keizersnee of niet? Theo komt bij me staan en knijpt even in mijn hand. Oké. Grappige datum of niet, we gaan dit doen. Als ze maar gezond zijn.

Van buik tot baby

Tegen de muur

In de OK zitten elf mensen tegen de muur. Iedereen met de handen op de schoot. Ze knikken alleen. Komen niet dichterbij omdat alles steriel moet blijven. Theo fluistert: “Zouden ze doorhebben dat ze niet in de bioscoop zitten?” Ik moet keihard lachen. Het ziet er zó gek uit.

Pittige tante

De ruggenprik stelt niks voor, dat wist ik gelukkig nog van mijn eerste bevalling. Maar dat operatiebed, dat is zo smal! Stil blijven liggen, dadelijk val ik er nog vanaf. O, daar komt de gynaecoloog binnen. Een andere, ik ken haar niet. Maar ze ziet er kordaat uit. Pittige tante volgens mij. Die gaat het wel even fiksen.

Ijsklontjes-check

“Welke operatie ga ik uitvoeren?” vraagt ze hardop. Serieus? Weet ze niet wat ze komt doen? Maar het blijkt een dubbelcheck te zijn. Zodat er geen verkeerde procedure wordt gestart. Intussen houdt de verpleegster een ijsklontje tegen mijn been. “Voel je dit?” Nee, ik voel niks. “Mooi, dan kunnen we beginnen,” zegt de gynaecoloog, terwijl ze de OK rondkijkt. Theo’s hoofd dicht bij het mijne. Iedereen is de rust zelve. Daar gaan we.

Nummer één

Er wordt wat gerommeld. Wat getrokken. Zacht geroezemoes. En dan ineens: “Baby nummer één, een jongen!” De gynaecoloog houdt hem omhoog. Jeetje, hij is er al. Onze Nathan! Wat kan hij hard huilen! En hup, meteen met de kinderarts mee. Standaardcontrole.

Daar gaat ze

“En nummer twee is een… meisje!” Wauw. We zijn volgens mij nog geen minuut verder. Daar is Anna! “Gefeliciteerd papa en mama,” hoor ik de gynaecoloog nog zeggen. Maar ik heb alleen maar oog voor onze tweede dochter. Wat lijkt ze op haar grote zus, ongelofelijk! Anna moet even op gang komen. En ja hoor, ook zij begint nu te huilen. Wat gaat dit fantastisch!

Snelle Jelle

Anna en Nathan gaan met de kinderarts mee voor de controles. We krijgen ze maar heel even te zien, maar ze zijn in goede handen. Theo blijft bij mij terwijl ik word gehecht. Wat is dit bijzonder. Zo snel en fijn. In twintig minuten zijn we twee prachtige kinderen rijker.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Janou Zoet, Fotografie: Mirjam Cremer