sprongetjes

Sprongetjes: de mentale sprongen van je baby in het eerste jaar

Soms is je baby opeens lastiger dan anders, zonder duidelijke oorzaak. Hij huilt veel, is humeurig en hangerig, wil opeens niet meer eten of slaapt moeilijk. Grote kans dat je kind in een sprongetje zit. Maar wat zijn dat precies, die sprongen? En wanneer kun je ze verwachten?

Wat zijn sprongetjes?

Met een sprongetje wordt eigenlijk een mentale groeispurt bedoeld. Want precies zoals je kind opeens een lichamelijk groeispurt kan maken, kan hij ook in een korte periode een flinke mentale ontwikkeling doormaken. Dat is aan de ene kant fijn, want je baby kan na zo’n mentale sprong opeens veel nieuwe dingen en ontdekt de wereld op een nieuwe manier. Aan de andere kant gaan die sprongen vaak gepaard met een hoop gejammer en gedram. Niet altijd even makkelijk.

Advertentie

Tijdelijk

Allereerst: wees gerust. Jouw baby is niet de enige die opeens een periode flink ‘lastig’ is. Tijdens een sprong maakt de mentale ontwikkeling van baby’s een grote stap. Door al die nieuwe dingen die je baby plotseling leert, wordt hij wat sneller moe en huilerig. Dat kan soms heftig zijn voor jou, maar onthoud: het is een signaal van vooruitgang.

Nog een geruststelling: het is maar tijdelijk. Als het sprongetje voorbij is, lijkt het soms ook opeens alsof je een heel ander kind hebt: heerlijk vrolijk en klaar om zijn nieuwe vaardigheden in de praktijk te brengen.

Lees meer over de ontwikkeling van je baby in het eerste jaar.

Sprongetjes herkennen

Een sprongetje bestaat uit twee verschillende fases. Het begint met een lastige periode, die je herkent aan de drie H’s: hangerig, huilerig en humeurig. Als je kind wat ouder is, kan hij tijdens een sprong ook juist aanhankelijker zijn of spontaan driftbuien krijgen. Daar moeten jullie je samen even doorheen slaan, het is voor een goed doel. Tips: zo ga je het beste om met een driftbui. 

In het begin van de sprong lijkt de ontwikkeling van je baby soms even stil te staan. Hij kan zelfs dingen vergeten die hij eerst wel kon, omdat hij zo druk is met het leren van nieuwe vaardigheden. Daarna breekt de tweede periode aan, waarin je kind allerlei nieuwe dingen gaat ontdekken en doen. Vaak verbaas je je er dan over hoe zelfstandig je kind opeens bepaalde dingen kan uitvoeren.

Welke sprongetjes maakt je baby?

Je baby maakt in zijn eerste jaar acht sprongen mee. Het gaat het om de volgende periodes, gerekend vanaf de uitgerekende datum:

Nieuwe vaardigheden

Per sprong krijgt je baby een nieuw ‘waarnemingsniveau’. Bij zo’n nieuw waarnemingsniveau horen een aantal nieuwe vaardigheden. Hieronder wordt per sprong aangegeven wat je kind allemaal kán leren. Met de nadruk op ‘kan’.

Het betekent niet dat elke baby precies op hetzelfde moment dezelfde nieuwe vaardigheden begint uit te voeren. Elk kind is daarin verschillend. Het hangt onder andere af van hun eigen voorkeuren en de lichamelijke ontwikkeling.

8 mentale sprongen die elke baby doormaakt

Sprongen kondigen een vooruitgang aan. De in totaal tien sprongen komen bij alle gezonde kinderen op ongeveer dezelfde leeftijd voor.

5 weken sprong: sensaties

Tijdens de eerste sprong draait het om de ontwikkeling van de zintuigen. Je baby kan nu verder zien dan de twintig tot dertig centimeter waaruit zijn gezichtsveld eerder bestond. Daardoor is hij opeens veel meer geïnteresseerd in alles om hem heen. En hoera, ook in jou! Je kind zal meer op jou en andere mensen gaan reageren. Na deze sprong zul je waarschijnlijk ook voor het eerst echte tranen zien als je baby huilt, want je kind maakt nu genoeg traanvocht aan om echte druppels uit zijn ogen te laten vallen.

Ook de stofwisseling verandert. Je baby kan meer voedingsstoffen verdragen en zal daardoor minder buikkrampjes hebben dan voorheen. Babypoep: wat is normaal?

Niet té veel prikkels

Om je baby bij deze sprong te ondersteunen is het belangrijk dat je kind niet té veel prikkels opvangt. Hou je baby veel vast als alle nieuwe indrukken hem te veel worden. En vooral: geniet van het moment door veel oogcontact te zoeken.

tip

8 weken sprong: patronen

Als je nog maar net bent bekomen van het eerste lastige sprongetje, dient de tweede zich al aan. In deze sprong leert je kind dat de wereld om hem heen niet één grote brij is, maar bestaat uit patronen die je kunt onderscheiden. Het woord ‘patronen’ kun je ruim zien: zichtbare patronen zoals strepen of stippen, maar ook patronen die je met je zintuigen kunt waarnemen, of patronen die je in je lichaam voelt.

Zo raakt je kind veel van zijn primitieve reflexen kwijt en wordt hij zich bewuster van wat hij met zijn eigen lichaam kan doen. Misschien zie je hem opeens verbaasd naar zijn eigen handen kijken: dan heeft hij ontdekt dat hij die handen zelf bewust kan bewegen. Zijn bewegingen zullen nog wel erg houterig zijn.

Ook ontdekt je kind dat hij zelf zijn gezicht kan bewegen en dat hij bewust geluid kan maken met zijn stem. Het eerste echte brabbelen begint!

Zo stimuleer je je baby:

  • Je baby kan verveeld raken als hij steeds hetzelfde uitzicht heeft. Leg hem dus niet altijd op dezelfde, vertrouwde plekken neer.
  • Bied je baby speeltjes aan om vast te houden met zijn handen.
  • Reageer op geluiden die je baby maakt, zo help je hem om het ritme van praten en luisteren te ontdekken.

12 weken sprong: vloeiende overgangen

Bewoog je baby na de tweede sprong nog erg houterig, nu begint hij meer vloeiende bewegingen te maken. In de derde sprong leert je kind dat er vloeiende overgangen zijn, in geluid, in beweging, maar ook in geuren en gevoel. Deze ontwikkeling kun je ook merken aan zijn stemgeluid, waar hij steeds meer mee zal oefenen.

Ook zal hij met zijn hoofdje steeds vaker bewegingen en geluiden gaan volgen. Je kunt je baby tijdens deze sprong stimuleren door bijvoorbeeld speeltjes voor zijn gezicht te houden en deze heen en weer te bewegen. Lees hier meer over het gehoor van je baby.

Zo stimuleer je je baby:

  • Speel vliegtuigje; til je baby al ‘vliegend’ door de kamer, omhoog en omlaag, zodat hij de verschillende vloeiende bewegingen kan ervaren.
  • Leer je baby hoe hij zich kan omrollen.
  • ‘Praat’ veel en vaak met je baby om het maken van verschillende geluiden te stimuleren.
  • Zet (baby)muziek op.

19 weken sprong: gebeurtenissen

Tijdens de derde sprong leerde je baby een vloeiende overgang waarnemen, tijdens de vierde sprong zullen dat (korte) series van overgangen worden. Daardoor kan hij gebeurtenissen waarnemen, zoals een stuiterende bal of klappende handen. En hij kan zo’n serie van overgangen niet alleen waarnemen, maar ook zelf maken: denk aan een speeltje pakken met zijn hand of zwaaien met zijn armpjes. Hij vindt het leuk om muziek en liedjes te horen. Ook zal hij zijn naam gaan herkennen en daar misschien al op reageren.

Zo stimuleer je je baby:

  • Zing kinderliedjes waar bewegingen bij horen, zoals In de maneschijn of Klap eens in je handjes.
  • Geef speeltjes aan, vraag ze terug en geef ze opnieuw aan.
  • Noem de naam van je kind als je iets van hem wilt.
  • Dit is een goed moment om te beginnen met het aanleren van babygebaren.

26 weken sprong: relaties

De term ‘relaties’ slaat in dit geval niet op relaties tussen mensen, maar op hoe dingen met elkaar in verband staan. Je baby zal daar steeds meer van begrijpen. Het gaat in het begin nog om heel simpele dingen: als je op dit knopje drukt, klinkt er een geluidje. De rammelaar ligt op de speelgoedkist, of ernaast, of erin.

Je baby zal ook afstanden gaan ervaren en dat kan tot gevolg hebben dat hij gaat huilen als jij opeens van hem wegloopt. Om je baby door dit sprongetje heen te helpen, kun je beginnen met rituelen die zal hij gaan herkennen. Denk aan een vaste routine rondom bedtijd en etenstijd. Tips hoe je met verlatingsangst van baby’s omgaat. 

Zo stimuleer je je baby:

  • Doe samen activiteiten volgens een vast ritme.
  • Begin met een vast ritueel voor het naar bed gaan.
  • Speel kiekeboe met je kind; zo leer je hem dat ook als hij je niet ziet, je er toch nog bent.

37 weken sprong: categorieën

Tijdens de zesde sprong leert je baby de wereld te zien in ‘categorieën’. Denk aan categorieën als speelgoed, dieren, meubels en etenswaren. Een hond, een kat en een varken zijn allemaal dieren, een blokkendoos en een pop niet. Samen kunnen jullie deze categorieën gaan uitpluizen en vergelijken. Leer je baby dat een bruin paard een ander dier is dan een bruine koe, en dat zijn speelgoedvliegtuigje geen auto is. Zo leert je baby praten.

Zo stimuleer je je baby:

  • Benoem voorwerpen die je kind vaak ziet: tafel, stoel, hond, poes.
  • Ga samen met je kind op pad om de wereld buiten te ontdekken, zodat de categorieën waarin je kind de wereld ziet uitgebreid worden.
  • Leer je kind de betekenis van geven en nemen.
  • Geef complimentjes als je kind iets goed doet. Zo motiveer je hem om het opnieuw te doen.

Rond 46 weken: opeenvolgingen

In deze sprong komen de geleerde vaardigheden van ‘gebeurtenissen’ en ‘relaties’ samen. Je baby leert opeenvolgingen van verschillende gebeurtenissen en de relaties daartussen herkennen en gaat deze zelf ook beheersen. Zo zal je kind begrijpen dat het eten van een bordje wortelpuree bestaat uit verschillende stappen: pak de lepel, schep met de lepel wat puree uit het bord, breng de lepel naar je mond, doe het eten in je mond.

Hij snapt de opeenvolgingen, maar zal het hele ‘programma’ nog niet vlekkeloos kunnen uitvoeren, waardoor de meeste worteltjes op de grond of op zijn wangen terechtkomen. Geef hem toch de ruimte om zelf te oefenen.

Tijdens deze sprong ontdekt je baby namelijk dat hij steeds meer zelf kan en daarom zal hij ook veel zelf willen doen. Ja, dat kan wel eens een bende opleveren. Of een gefrustreerde baby, omdat het toch nog niet zo goed gaat. Help hem wanneer het nodig is en leg de handelingen stap voor stap aan hem uit.

Zo stimuleer je je baby:

  • Geef je kind de ruimte om dingen zelf te doen, maar neem de leiding weer over als dat nodig is.
  • Breek moeilijke handelingen op in kleine delen, zodat je kind overziet waar hij mee bezig is (‘pak je lepel, schep het eten, doe het in je mond’ en niet: ‘eet het op’).

55 weken sprong: programma’s

Als je merkt dat je baby in de achtste sprong terecht is gekomen, is hij waarschijnlijk al één jaar oud. Maar het begin van deze sprong ligt gemiddeld ergens tussen de 50 en 54 weken, daarom zetten we hem toch in de lijst van het eerste levensjaar.

Kon je baby na de vorige sprong nog geen compleet ‘programma’ van handelingen afwerken, nu leert hij dat wel. Hij begrijpt dat een keten van handelingen één ding kan zijn. Zo ziet hij bijvoorbeeld dat de handelingen luier aandoen, romper aandoen, broek aandoen en shirt aandoen één programma zijn, namelijk ‘aankleden’. En aan tafel gaan zitten, een boterham smeren, een boterham eten en een beker melk drinken zijn het programma ‘ontbijten’.

Een baby kun je je kind nu eigenlijk niet meer noemen: je kleine praatjesmaker is al een echte dreumes geworden, die alles wil nadoen wat jij doet. De wortelpuree kan hij steeds beter zelf in zijn mond stoppen, hij ‘helpt mee’ bij het aankleden, en als jij bezig bent met schoonmaken wil hij ook een bezem in zijn handen hebben. Je zult merken dat je dreumes gewone voorwerpen interessanter gaat vinden dan zijn eigen speelgoed. Hij wil veel liever de afstandsbediening vasthouden dan zijn speelgoedautootje en probeert dan ook echt de tv aan te doen.

Geef hem eens een pollepel en plastic servies om mee te spelen, zo leer je hem om te gaan met gebruiksvoorwerpen.

Meer weten over babyspeelgoed? Hier moet je op letten bij het uitzoeken en bewaren van babyspeelgoed.

Meer over je dreumes: