Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

de dinges van je dochter

De dinges van je dochter (deel 2)

Jongens hebben een piemel, meisjes een … eh … Ouders van dochters: hoe noem je haar dinges? Onze columnist Peter Nilsson had geen idee en vroeg om input. Nou, blijkbaar is het ding een dingetje, want jullie reageerden massaal. De knoop is dan ook doorgehakt. En hoe!

Oké, de keuze is gemaakt. Deels door ons, maar vooral ook gebaseerd op een goede suggestie van onze dochter zelf. Net op tijd, want ze praat, doet en ontdekt. Daarbij beschrijft ze elke handeling, dus de behoefte aan een goede term voor haar dinges was ineens hard nodig, zodat ze daar ook moeiteloos over kan vertellen. De winnaar: pipi. Want, zo zei ze zelf, papa en Driek hebben een pino. Nu we haar dinges duidelijk benoemen met een leuke term is er ook meteen een gedragsverschil merkbaar, want de pipi is hartstikke leuk!

Advertentie

Hoe noemen we haar dinges?

Mijn eerste column voor Ouders van Nu ging over het ontbrekende woord voor het geslachtsdeel van meisjes. Je hebt penis en vagina, de medische termen, maar daarnaast hebben jongens nog het leuke woord piemel. Voor meisjes ontbreekt dat leuke woord en ik vind dat een zeer kwalijke zaak. Een leuke naam zorgt namelijk voor een positieve connotatie met het ding zelf en zou dus in dit geval bijdragen aan een beter zelfbeeld en een prettige (seksuele) ontwikkeling.

Honderden reacties

De reacties op mijn column bevestigden mijn claim en ze waren hilarisch om te lezen. Wat een opties! We gebruiken met z’n allen honderden verschillende termen en dan ook nog in verschillende vormen, zoals verkleinwoorden of andere schrijfwijzen. Denk aan punani en de afgeleiden daarvan (poentje, puna, poenie, puni). Veel mensen zeiden ook ‘doe toch normaal en noem het beestje gewoon bij de naam’, oftewel vagina. Ja, maar nee. Mijn punt is dat als je daarnaast dan ook het woord piemel gebruikt, er alsnog een merkbare discrepantie is in de emotionele lading.

Plasser spant de kroon

Meestvoorkomend was plasser. ‘Want dat is toch gewoon wat het is.’ Nee, dat is niet wat het is. Plasser is een algemene term die bij zowel jongens als meisjes te gebruiken is. Plasser is dus totaal ongeschikt. Als jongens een piemel hebben en meisjes een plasser, dan geef je aan dat jongens iets hebben waar je mee kunt plassen maar ook geestige andere dingen mee kunt doen (waar ze snel genoeg achterkomen), maar dat meisjes alleen iets hebben om mee te plassen. Je deseksualiseert dus het geslachtsdeel van meisjes en geeft aan dat het puur een functioneel ding is, bedoeld om urine mee te lozen.

Spelen met jezelf

Misschien vind je het gek om bij kleine kinderen al te denken aan seksuele ontwikkeling, maar zoals ik in mijn vorige column ook al zei: bij jongens doen we dat wel. Iedereen, van arts en verloskundige tot kraamhulp zegt: ‘Nog niet aan zijn voorhuidje zitten om te controleren of alles wel goed zit hoor, dat doet hij zelf wel. Laat hem lekker spelen en ontdekken en veel aan zijn piemeltje zitten, dat is alleen maar goed.’ Ja, dat is alleen maar goed. Meisjes zouden dat ook moeten doen en dat zouden we net zo vanzelfsprekend moeten vinden.

Hallo, Pino

Onze dochter is nu in de fase dat ze continu zelf naar de wc wil en zich ook redelijk aan en (vooral) uit kan kleden. Ze loopt dus te pas en te onpas met haar broek op haar enkels. Ook houdt ze de wereld om haar heen nauwlettend in de gaten, wat zich bijvoorbeeld uitte in nieuwsgierigheid toen ze met mij in bad zat en dat rare ding zag dobberen. ‘Ja, merkwaardig hè,’ zei ik, ‘maar dat hoort zo. Dat is een piemel.’ Sinds dat moment vertelt Jana graag dat papa een pino heeft. Net als broer Driek. En mama? ‘Mama niet pino. Jana ook niet pino.’ Maar wat hebben mama en Jana dan?

Koffieboon? Pretpark?

Nog maar eens door alle reacties, kijken of er wat tussen zit. Voor mij vallen veel opties automatisch af. Ik vind bijvoorbeeld dat het niet een woord moet zijn dat ook al iets anders betekent. Doos, muts, poes, spleet, tut, muis… Dat zijn allemaal termen voor iets specifieks en dat werkt alleen maar verwarrend. Een piemel is tenslotte een piemel en niets anders. De opvallende opties keukentje, koffieboon, pretpark, toverdoos, snavel, diamantje, spaarpotje, pilootje, vogelnestje en mollenhol vallen dus ook af, maar enorm bedankt voor het inzenden! Yoni werd genoemd, maar een ex-collega van me heet zo en vandaar ook de regel: geen eigennamen (daar gaan dus ook: mimi, truus, fanny, roos en mieke). Als iemand zich aan je voorstelt met ‘Hoi, ik ben Piemel,’ zou je dat tenslotte ook raar vinden.

Pipi, tummy en foefoe

Piep/piepie/pipi, tum/tummy en foef/foefoe kwamen ook voorbij en wij zijn voor pipi gegaan. Pipi en pino is een goede set, klinkt volledig gelijk, maar wel met een duidelijk andere toon dus heel helder en herkenbaar. Belangrijkst: het zijn allebei leuke termen die positief klinken en, zo zagen wij, dat heeft meteen effect. Als we haar luier verschonen, gaan haar handjes op zoek daar beneden. Onbekend, meestal beluierd terrein dat dus niet altijd te verkennen is. Ik zeg dan: ‘Wil je even aan je pipi zitten?’ ‘Ja!’ En vervolgens: ‘Mama! Kom eens zien!’ Ze is trots. Goed zo, meisje.

Niet perfect, maar goed

Ik ben nog steeds niet helemaal tevreden, simpelweg omdat Het Woord nog steeds ontbreekt, maar ik heb het gevoel dat we dat enigszins hebben ondervangen door niet (dankzij Jana’s aanpassing) het woord piemel te gebruiken. Zo is het toch nog gelijkgetrokken voor onze jongen en ons meisje: allebei een ‘nieuwe’ term. En als ze ooit Sesamstraat gaat kijken… Ach, dat zien we dan wel weer.

Peter Nilsson

Peter Nilsson is freelance vormgever en journalist, getrouwd met Anna en vader van Jana (3) en Driek (1). Gamen met zijn dochter op schoot vindt hij het grootste goed. Ook koopt hij graag kleren voor zijn kinderen en is hij verbaasd als mensen dat bijzonder vinden.