Dilemma: agenda vol met speelafspraakjes of niet?

Klasgenootjes van Eva’s dochter (en hun moeders) plannen nogal ver vooruit. Maar Eva’s 7-jarige wil geen afspraakjes ‘in de agenda’. Wat nu?

‘Wij organiseren weer een knutselmiddag. Volgende week zondag om 14.00 uur. Ik hoor graag of iedereen kan!’ In de appgroep ‘knutselclub groep 4’ zitten moeders (waarom zitten er nooit vaders in die appgroepen?) van meisjes uit Reza’s klas die hebben bedacht dat ze soms in het weekend met z’n allen willen knutselen (de meisjes dan, niet de moeders). Superleuk, natuurlijk. Maar bij dit appje weet ik al wat Reza’s reactie gaat zijn, namelijk: ‘Weet ik nu nog niet.’

Niet plannen

Zelf vind ik het heel leuk dat ze is uitgenodigd. Hoe gezellig is het om met allemaal meiden armbandjes te maken. En ik denk ook: heerlijk, dan kunnen mijn man en ik samen een zondagmiddagborrel gaan doen. Dat is het grote voordeel van één kind: je hebt meteen tijd voor een date als ze onder de pannen is. Maar er is een probleem: het is over anderhalve week en mijn kind wil niet plannen.

Ik geef haar groot gelijk. Zelf hou ik er ook niet van. Qua werk ben ik een mega-planner maar sociale afspraken moeten leuk zijn, vind ik. Vriendinnen die voor een etentje met een datum over zes weken aankomen, lach ik hartelijk uit. ‘App maar spontaan als je zin hebt.’ Ik geef toe dat het daardoor soms lastig is om bepaalde vrienden te zien. Maar ik hik tegen zo’n afspraak – die toch leuk zou moeten zijn – op als het al bijna twee maanden in mijn agenda staat. Hoe weet ik of ik tegen die tijd wel zin, fut en tijd heb?

Ik weet het nog niet KLAAR

‘Leuk, S kan en wil!’

‘Gezellig, C komt ook!’

‘N kijkt ernaar uit!’

Hmmm, die andere kinderen weten blijkbaar wel allemaal al waar ze over anderhalve week zin in hebben. ‘Zal ik zeggen dat jij ook komt? Is toch leuk. Iedereen komt,’ probeer ik Reza te overtuigen. Boos kijkt mijn dochter me aan. ‘Ik zei dat ik het nog niet weet. KLAAR.’ Haar irritatie is mijn signaal dat ik er over moet ophouden, anders gaat ze puur uit protest om mijn gezeur niet naar de knutselclub.

Plan-antipathie

Mijn dochter lijkt mijn plan-antipathie te hebben overgenomen. Good for her, maar best lastig. Want ik merk dat haar vriendinnetjes wel graag vooruit plannen. Of zijn de ouders verantwoordelijk voor de ruim-op-tijd-playdate-aanvragen? Regelmatig krijg ik een appje: ‘Kan A. volgende week bij Reza spelen?’ Vind ik lastig. Ik help graag een ouder uit de brand hoor, ik weet hoe vervelend het is als je een onverwachte werkafspraak hebt en de oppas niet kan. Maar Reza wil geen knoop doorhakken over een speelafspraakje over een week. ‘Ik weet niet of ik er dan zin in heb,’ zegt ze doodleuk. 

Agenda lekker leeg

Het gevolg is wel dat mijn dochter soms niemand meer kan vinden om mee te spelen na school. Veel kinderen hebben dan al een date gepland. Net zoals ik bepaalde vriendinnen amper zie, omdat ik geen datum over twee maanden wil prikken. Want als ik vraag of ze dit weekend zin hebben, hebben ze wel zin maar nooit tijd. Dat is jammer. Maar zolang Reza zelf vasthoudt aan ‘Ik weet nog niet waar ik overmorgen zin in heb’, houd ik de agenda lekker leeg. Ik vind het juist sterk dat ze zo goed kan aangeven wat ze wil. En ik vind het heerlijk dat wij na school spontaan kunnen zwemmen als we daar zin in hebben. Of dat ze ‘ja’ kan zeggen als ze een buurmeisje tegenkomt dat graag wil spelen. 

‘Leuk als Reza ook kan, Eva?’

Shit, de knutselclub-moeder wil het echt nu al weten. Snap ik ook wel weer, als je zoiets organiseert. Er moeten immers knutselspullen ingekocht worden en haar dochter wil weten of alle vriendinnetjes komen. Ik vind het zo lullig om te zeggen dat Reza niet weet of ze zin heeft… Waarom zit mijn man niet in de appgroep in plaats van ik?! Hij ontduikt dat hele sociale-leven-geregel voor ons kind maar mooi. ‘Ik check het straks even’, app ik terug. 

Intekenlijst

De volgende dag verschijnt er een foto in de appgroep. Twee meiden hebben een prachtige ‘Knutselclub-intekenlijst’ gemaakt die ze meenemen naar school. Zo kunnen klasgenootjes een kruisje zetten bij ‘ik kom’ of ‘ik kom niet’. Het zijn dus niet alleen de moeders die van plannen houden…

‘Hoe was je dag?’ ’Leuk’ ‘Die intekenlijst voor het knutselen nog gezien,’ vraag ik zo nonchalant mogelijk. ‘Ja.’ Stilte. ‘Ik heb aangekruist dat ik kom.’ ‘Oké, prima, wat jij wil’, zeg ik zo niet-enthousiast mogelijk (yes: date-middag zondag!).

Beeld: Shutterstock

Eva Munnik

Eva Munnik (1976) woont samen met Harry en hun dochter van zeven jaar. Ze werkt voor televisie en bladen en schreef het boek De melkfabriek over borstvoeding, De schoolfabriek over de basisschool en Kids & the City over stedentrips met kinderen.