'Moeten we opa en oma wel als opvang gebruiken?'

Eva ziet in de IKEA een opa flink tekeergaan tegen zijn driejarige kleinkind. Inclusief rake klappen. Zielig voor de peuter, maar ergens voelt Eva ook mee met de opa. 'Ik vind het best logisch dat je als zeventiger geen energie meer hebt om te dealen met onredelijke peuterdriftbuien.'

We gaan binnenkort verhuizen en dan kom je – ook al heb je genoeg meubels en wil je je eigenlijk onderscheiden met je hippe retro-stijl – opeens elke week in de IKEA. Het was onder schooltijd dus ik had de luxe om zonder kind de winkel door te slenteren. Met kind is eigenlijk niet te doen, vind ik. Tenzij ze in de ballenbak wil, maar dat mag maar maximaal een uur en dan ben ik pas net voorbij de bankstellen. 

Advertentie

‘Opa sloeg hem keihard op z’n billen’

Nadat ik in zonder-kind-tempo de bovenverdieping had gedaan (denk: tien minuten mijmerend naar een bedsprei staren) maakte ik een stop bij het restaurant en nam ik de lasagne van 3,50 euro. Genietend keek ik om me heen naar de hangouderen die in grote groepen koffie zaten te drinken (gezellig!) en stelletjes die hier kwamen lunchen (ideaal als je een kleine beurs hebt of gewoon verslaafd bent aan de Zweedse gehaktballetjes).

Toen viel mijn oog (en oor) op een jochie van ongeveer drie jaar dat krijsend op de grond lag. Zijn opa sloeg hem keihard op z’n billen. ‘En nu ga je je gedragen’, bulderde de – naar ik inschat – zeventiger met rood aangelopen hoofd. De peuter ging natuurlijk alleen maar nog harder huilen, waardoor zijn opa nog meer flipte. Een regen van klappen volgde. Ik wilde net ingrijpen toen oma sussend tussenbeide kwam. ‘We kunnen ook nergens heen met dat joch’, hoorde ik opa wanhopig schreeuwen tegen zijn vrouw. Zij probeerde de hysterisch om zich heen schoppende peuter te kalmeren, wat niet echt lukte. Ze hield opa uit de buurt die maaiend met zijn armen het jochie weer probeerde te raken. ‘Nu ga je eens luisteren!’ Het duurde minstens een kwartier voordat het kind stopte met gillen. Toen oma de eindelijk rustige driejarige optilde om naar huis te gaan, beet opa hen gefrustreerd toe: ‘Hij kan ook zelf lopen, hoor’.

Paniek in de ogen

Nu ik zo vaak in de IKEA kom, valt het me op dat veel opa’s en oma’s daar met baby’s en peuters wandelen. Ik denk om een beetje de tijd te doden tijdens een oppasdag. En het ziet er vaak niet zo gezellig uit, al gaat het zelden zo ver als dit keer. Ook in de zandbak, de supermarkt en op het schoolplein observeer ik soms grootouders die niet zo goed weten wat ze met een driftbui aanmoeten of met andere ingewikkelde kind-dilemma’s. Dan zie ik de paniek in de ogen van oma als het kleinkind wil spelen (‘Maar waar woont u dan? Ik weet niet of ik dat kan vinden.’) of als er speelafspraakjes-maak-patstellingen ontstaan (‘ik wil met Ella!’ ‘Maar je had eerst met mij afgesproken!’).

Niet meer gewend

Ouders zitten natuurlijk ook soms met de handen in het haar als het aankomt op driftbuien of speelafspraakjes-patstellingen. Maar voor oma’s en opa’s is het een nóg grotere opgave. Ze zijn het niet meer gewend. Het is immers decennia geleden dat zij een kind opvoedden. Ik bedoel: ik raak al in paniek als ik een uurtje op de baby van een vriendin pas. Mijn kind is net zeven geworden, ik heb geen idee meer hoe een baby werkt. Je vergeet dat zo snel!

 

Geen energie

Ik vraag me soms af: moeten we opa’s en oma’s wel als opvang gebruiken? Ik doe het zelf ook: mijn ouders en mijn schoonouders komen regelmatig een middagje oppassen. En dat is voor iedereen leuk en fijn. Maar van de IKEA-opa heb ik sterk het gevoel dat hij zo’n hele dag met peuter eigenlijk niet trekt.

Bij sommige opa’s en oma’s in de zandbak, de supermarkt of op het schoolplein denk ik ook wel eens: hier wordt niemand blij van. Zou die peuter het niet veel leuker vinden tussen de leeftijdsgenootjes op de opvang? En zouden opa en oma niet veel gelukkiger worden van af en toe een middagje of avondje oppassen, in plaats van hele dagen of twee keer per week uit school halen? Ik vind het best logisch dat je als zeventiger geen energie meer hebt om te dealen met onredelijke peuterdriftbuien en geen zin meer hebt om eindeloos infantiele spelletjes te spelen. Ik had er als dertiger al amper geduld voor.

‘Schieten we niet een beetje door?’

Vroeger pasten opa’s en oma’s helemaal niet op. Mijn oma en opa zag ik als we op bezoek gingen en dan stopte oma mij een groen briefje van vijf gulden toe (dat ze zorgvuldig gestreken had zoals ze met al haar geldbriefjes deed) en vroeg mijn opa hoe het met mijn ‘juf Ooievaar’ ging, waarop ik hem schaterend corrigeerde: ‘Ze heet juf Olga, opa!’ Maar oppassen? Logeren? Nee joh. Daar begonnen ze niet aan.

Tegenwoordig zijn opa’s en oma’s anders, vitaler, en zien ze hun kleinkinderen vaker dan alleen als ze op visite komen. Dat is heel gaaf (niemand bakt zulke lekkere pannenkoeken als mijn schoonmoeder), maar schieten wij niet een beetje door in het bombarderen van grootouders tot alternatief voor de oppas of het kinderdagverblijf?

Pret-rol

De ene opa en oma zijn de andere niet, dat snap ik. En de billenkoek-gevende opa in de IKEA is vast een uitzondering. Veel grootouders hebben juist engelengeduld met hun kleinkinderen. Maar toch denk ik dat we onze ouders wat meer de ‘pret-rol’ moeten gunnen. En ze niet hele dagen met ons onredelijke kroost moeten opzadelen.

Eva Munnik

Eva Munnik (1976) woont samen met Harry en hun dochter van zeven jaar. Ze werkt voor televisie en bladen en schreef het boek De melkfabriek over borstvoeding, De schoolfabriek over de basisschool en Kids & the City over stedentrips met kinderen.