'Ik sta ook graag op het schoolplein met ouders die op mij lijken'

Basisscholen dreigen ‘bubbels’ voor gelijkgestemden te worden, aldus de onderwijsinspectie. Goed vindt Eva dat zeker niet, maar ze snapt de keuze van veel ouders wel. We willen tenslotte allemaal het beste voor onze kinderen. Toch mag er wat haar betreft worden ingegrepen door de overheid, zodat er een goede mix ontstaat. En zij minder hoeft te fietsen.

De schoolkeuze voor onze dochter hebben we vooral gebaseerd op afstand. Het is de dichtstbijzijnde school en hij kwam gezellig over. We wonen in het centrum van Amersfoort en keken uit naar het leren kennen van andere ouders uit de buurt en speelafspraakjes in de straat. Het pakte iets anders uit.

Van allochtone afkomst

Sinds mijn dochter in groep één begon, heb ik meer van Amersfoort gezien dan ooit. Navigerend met Google Maps fiets ik me suf om haar op te halen van speeldates in omringende wijken. Bij aankomst werp ik telkens een verbaasde blik op de scholen pal tegenover die huizen. In de wijk Kruiskamp bijvoorbeeld staat een spiksplinternieuw schoolgebouw met een prachtig plein. Waarom zitten die kinderen niet daar op school, in plaats van een kwartier lopen verderop? Het antwoord: omdat een meerderheid van de kinderen op die school van allochtone afkomst is. Dus schrijven alle (autochtone) bewoners van de mooie nieuwbouwhuizen hun kinderen in op een school kilometers verderop.

Kakbuurt

Ik kan wel lullig doen over die keuze, maar ik snap het wel. Ik snap dat je bang bent dat je kind minder goed onderwijs of minder aandacht krijgt op een school met veel leerlingen van allochtone afkomst of kinderen met niet zo hoogopgeleide ouders. Ik snap dat je graag op het schoolplein staat met vaders en moeders die (een beetje) op jou lijken. Ik snap dat je niet wilt dat jouw kind, het enige witte kind in de klas is.

Niet alleen mensen van Nederlandse afkomst denken zo. Voor mijn boek De schoolfabriek liep ik een ochtend mee in een kleuterklas in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, waar bijna alle leerlingen van Marokkaanse en Turkse komaf zijn. De leraren waren fantastisch en de school werd heel goed gerund. Maar, vertelde de directeur, zelfs Syrische vluchtelingen die een woning in deze wijk toegewezen krijgen, fietsen elke ochtend naar de ‘kakbuurt’ verderop om hun kinderen naar school te brengen. Ze willen namelijk dat hun kinderen integreren. En ze denken dat dat toch wat lastiger is op een school met allemaal kinderen van allochtone afkomst.

‘Ons soort mensen’

Het opzoeken van ‘ons soort mensen’ heeft niet alleen met allochtoon/autochtoon te maken. Ik heb meerdere vriendinnen die hun oude volksbuurt uit fietsen, om hun kind naar een school te brengen met meer leerlingen van hoogopgeleide ouders. Het Nederlandse basisonderwijs is enorm gesegregeerd, erger nog dan in de Verenigde Staten, bleek onlangs uit de Staat van het Onderwijs, het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie. Leerlingen met een vergelijkbare sociaaleconomische achtergrond zitten vaak op dezelfde scholen. Is dat erg? Ja, vind ik. Omdat kinderen van allochtone komaf minder integreren en witte kinderen niet in aanraking komen met andere culturen. Omdat kinderen uit lagere milieus minder kansen krijgen. Omdat het goed is als kinderen van hoogopgeleide ouders in de klas zitten met kinderen van laagopgeleide vaders en moeders. Het lijkt mij beter om samen te leren, samen te spelen, samen te leven. Samenleven dus.

Klitten

Maar tegelijkertijd zou ik ook niet kiezen voor een school waar de meeste kinderen allochtoon zijn of uit een totaal ander milieu komen. Ik sta ook graag op het schoolplein met (in elk geval een aantal) ouders die op mij lijken en ik wil niet dat de juf al haar energie nodig heeft voor kinderen met een achterstand. Ik zou het wél prima vinden als mijn dochters school gemixt was, een afspiegeling van de samenleving. Als ik Google is ongeveer een derde van de Nederlanders hoogopgeleid en een derde laag opgeleid. Zo’n vijftien procent heeft een ‘niet-Westerse migratieachtergrond’. Ik denk dat de meeste ouders een klas met vijf allochtone kinderen, tien kinderen van hoogopgeleide ouders, tien van laagopgeleide  en vijf daartussenin helemaal prima zou vinden. Maar zo gemixt zijn scholen meestal niet, het is vaak het één of het ander. Doordat ouders – zo zegt de onderwijsinspectie – ‘samenklitten’. En zo krijg je een vicieuze cirkel: ouders kiezen voor de bijna volledig witte/hoogopgeleide school, omdat het alternatief een bijna volledig zwarte/laagopgeleide school is. Zo houden ze dus in stand dat scholen óf overwegend wit/hoogopgeleid óf overwegend zwart/laagopgeleid zijn. En dat kan allemaal vanwege het recht op vrije schoolkeuze in Nederland.

Goede mix

De oplossing lijkt mij dat de overheid ingrijpt. Laat ouders drie scholen in de buurt kiezen en verdeel als overheid de kinderen vervolgens zo, dat elke school een goede mix is. Dan wordt die school in Kruiskamp tegenover de huizen van mijn dochters vriendinnetjes opeens een prima optie. Dan gaan ze daarheen en hoeven ze nog maar een halve minuut te lopen. De klas van mijn dochter wordt zo ook gemengd. En ik fiets me niet meer suf voor speelafspraakjes. Win win!

Eva Munnik

Eva Munnik (1976) woont samen met Harry en hun dochter van zeven jaar. Ze werkt voor televisie en bladen en schreef het boek De melkfabriek over borstvoeding, De schoolfabriek over de basisschool en Kids & the City over stedentrips met kinderen.