Zakgeld: hoeveel geef je je kind?

Zakgeld: hoeveel geef je je kind?

Zakgeld geven is belangrijk, want zo leert je kind met geld om te gaan. Maar wanneer begin je er mee, hoeveel zakgeld geef je op welke leeftijd en wat moet je kind van z’n zakgeld betalen en wat niet? Handige tips voor als je kind toe is aan het krijgen van zakgeld.

Zakgeld: niet voor peuters en kleuters

Peuters en kleuters kunnen nog niet plannen en rekenen en daar gaat het juist om bij zakgeld. Ook kunnen ze nog geen goede inschatting maken van de waarde van geld. Een nieuwe fiets is wat hen betreft even duur als een pakje kauwgum. Peuters en kleuters kun je dan ook beter nog geen zakgeld geven. Je kunt ze wel alvast wat leren over geld, bijvoorbeeld als je kind mee boodschappen gaat doen. Leg uit dat jij geld geeft aan de caissière, zodat jullie de koekjes mee naar huis mogen nemen. Zo leert je kind vast de eerste beginselen van (zak)geld.

Zakgeld: 6 – 10 jaar

Ook is je kind misschien nog helemaal niet mee bezig met geld; zes jaar is een mooie leeftijd om te beginnen met het geven van zakgeld. Op die leeftijd gaan de meeste kinderen naar groep drie en leren ze rekenen en eenvoudige sommetjes maken. Ook kunnen kinderen vanaf die leeftijd munten herkennen. Omgaan met geld leert je kind al spelenderwijs. Het gaat er dan ook niet zozeer om hoeveel zakgeld je kind krijgt, maar meer dát hij iets krijgen. Een euro per week is een prima begin.

Naarmate je kind ouder wordt, kun je steeds wat meer gaan geven. Maar overdrijf het niet: een of twee euro per week is meer dan genoeg tot je kind een jaar of tien is. Tot die tijd is geld een middel om te oefenen in betalen, plannen en sparen.

Zakgeld tieners

Pas als je kind groter en zelfstandiger wordt, is het bedrag dat je aan zakgeld geeft belangrijk. Je kunt je kind vanaf z’n tiende jaar daarom wat meer gaan geven en eventueel afspreken dat hij er ook dingen van moet betalen, zoals bijvoorbeeld cadeautjes als er een vriendje of iemand thuis jarig is. De meeste tieners krijgen tussen de twee en vijf euro zakgeld. Hoeveel je geeft, is afhankelijk van wat je kind van het geld moet betalen, en natuurlijk van je eigen budget.

Deze tabel houdt Nibud aan voor kinderen op de basisschool:

Leeftijd Zakgeldbedrag (per week) in €
5 jaar 0,50
6 jaar 1 – 2
7 jaar 1 -2
8 jaar 1 – 2
9 jaar 1,20 – 2
10 jaar 1,70 – 2
11 jaar 2 – 2,30
12 jaar 3 – 4,60

Bron: Nibud Kinderonderzoek 2013

Kleedgeld

Het Nibud adviseert ouders om hun kind vanaf twaalf jaar kleedgeld te geven. Dit is de volgende stap in het leren omgaan met geld. Bovendien hebben pubers vaak een eigen smaak ontwikkeld en willen ze zelf bepalen wat ze dragen.

De meeste kinderen krijgen rond de vijftig euro per maand. Uit Nibud-gegevens blijkt dat alle kleding (dus van sokken, ondergoed tot een winterjas) voor tieners van twaalf jaar en ouder gemiddeld minimaal 55 euro per maand kost. In de praktijk betalen kinderen daarom meestal niet alle kleding van het kleedgeld. Zo betalen veel ouders de sport- of badkleding en schoenen.

Besteding van zakgeld

De manier waarop je kind omgaat met zijn geld kan botsen met jouw ideeën over het besteden van geld. Toch is het belangrijk om je kind hierin niet te strak te houden en waar nodig alleen een beetje bij te sturen of te helpen. Je kind moet tenslotte leren om geld uit te geven én te sparen. Gaat het mis en is z’n geld ‘opeens’ op, dan is dit een goede les voor je kind om het volgende keer anders aan te pakken. Om je kind te leren niet direct al zijn geld uit te geven, kun je samen een doel kiezen om voor te sparen. Laat je kind (een deel) van zijn zakgeld in een spaarpot doen. Zo ziet hij direct zijn ‘vermogen’ groeien.

Cash versus bankrekening

Kies als je kind nog jong is voor het geven van contant geld. Met behulp van contant geld kun je goed uitleggen hoeveel muntjes van twintig cent er in een euro gaan, en hoeveel wisselgeld hij terugkrijgt. Je kunt je kind wel alvast uitleggen hoe het werkt met een bankrekening. Pin waar hij bij is en laat op een afschrift zien dat het bedrag van je rekening afgeschreven is. Veel kinderen zien een pinautomaat namelijk als een soort onuitputtelijke geldmachine.

Wordt je kind ouder dan kan het handig zijn om een bankrekening te openen. Bijna 7 op de 10 basisscholieren (68 procent) krijgt dan ook zakgeld via online bankieren, 32 procent krijgt het zakgeld contant. De voordelen van een bankrekening zijn dat je kind het geld niet ergens kan laten slingeren, de uitgaven overzichtelijk zijn (ook voor jou!) en je kind geen contant geld hoeft mee te nemen als hij iets gaat kopen.

Bepaal een vaste dag

Pas dan kan je kind echt leren plannen: hij weet waar hij op kan rekenen en hoe lang hij ermee moet doen. Daarom zijn extraatjes tussendoor eigenlijk taboe. Dat betekent natuurlijk niet dat je kind nooit eens wat geld mag krijgen van opa en oma na het afzwemmen of een goed rapport. Stop dat geld bijvoorbeeld in een apart potje, waarvan je kind aparte dingen kan kopen. Pak nooit geld af als straf. Jouw werkgever vordert je salaris ook niet terug als je een foutje maakt.

Zakgeld voor broers en zussen

Moet je broers/zussen dezelfde hoeveelheid zakgeld geven? Het ligt eraan welke verantwoordelijkheid je kind aankan. Kan je jongste net zo goed (of misschien zelfs beter) plannen en sparen voor een cadeautje, dan kan je je kinderen evenveel geven.

Ook speelt leeftijd een rol. Een kind van zeven is minder zelfstandig en hoeft waarschijnlijk minder zelf te betalen, dan een grote broer of zus die al tien jaar is. Kortom, het verschilt per gezin en per situatie. Hoe dan ook is het belangrijk dat ieder kind zakgeld krijgt vanaf een jaar of zes en dat er met elk kind passende afspraken over de besteding ervan worden gemaakt.

Tips voor het geven van zakgeld

  • Beslis wat je aan zakgeld geeft per week en geef dit vaste bedrag op een vast tijdstip in de week.
  • Bedenk wat de kinderen van het zakgeld moeten doen. Is het alleen om zelf dingetjes van te kopen of moeten ze er ook cadeautjes van kopen of iets anders? De hoogte van het zakgeld moet hier natuurlijk op worden afgestemd.
  • Geef een vast bedrag, waarmee kinderen mogen doen wat ze zelf willen. Daar leren ze van. Op is op!
  • Maak ook afspraken over extra geld dat je kind bijvoorbeeld krijgt van opa of oma. Moet je kind daarvan sparen of mag hij ermee doen wat hij wilt?
  • Fouten maken mag. Word niet boos als het misgaat; hier leert je kind van.
  • Leg niet te snel wat bij. Natuurlijk kun je als een kind echt een tijd heeft gespaard een manier bedenken om je kind te helpen om iets te kopen. Een klusje doen of oud speelgoed verkopen bijvoorbeeld. Maar het is juist goed dat je kind leert dat sparen tijd kost en er verschil is tussen kleine (goedkope) en grote (dure) dingen kopen.