Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

11x wat je kunt leren van een peuter

Instant gaan tukken als je moe bent (en niet eerst nog even dit en dat), eerst aan jezelf denken en uren de tijd nemen om je overal over te verwonderen. Wij volwassenen kunnen heel wat leren van onze egoïstische peutertjes.

Advertentie
  1. O, wat ben ik mooi

    Zo gek: werp je een blik in de spiegel, zie je vooral die extra zwemband om je middel, je haar dat voor geen meter zit vandaag, die kleding waar je niet al te gelukkig mee bent en o ja, die wállen… Werpt je peuter een blik in de spiegel, dan ziet ie zijn geweldige zelf, zijn haar dat – hoe gaaf! – op magische wijze alle kanten op is gaan staan en natuurlijk die gekke bek die hij zelf hilarisch vindt.

    Niet voor niets is het zelfs voor baby’s al goed om in een spiegel te kijken. Zo kunnen ze zichzelf ontdekken en dat draagt bij aan het zelfvertrouwen. Dikke kans dat je peuter nog wat langer voor die spiegel blijft staan om z’n geweldige zelf extra lang te bewonderen, want o, wat is ie prachtig. En is dat eigenlijk niet gewoon dé instelling als je zelf in de spiegel kijkt?

  2. Slaap is overschat

    Waarom zou je uitslapen als je ook gewoon om 5.45 uur aan de dag kunt beginnen? Denk eens aan de schier eindeloze uren die je tot je beschikking hebt! Zeker wanneer je bij het krieken van de dag een grijns op je gezicht tovert en je elke, en dan ook echt élke dag, weer vrolijk afvraagt welk avontuur er op je pad zal komen. Zonder in mineur te schieten bij de dingen die nu eenmaal gedaan moeten worden, de gedachte aan mogelijke files of gewoon het feit dat het maandag is.

    O, en wakker liggen om zorgen als het klimaatprobleem of wereldvrede, daar doet de gemiddelde peuter ook niet aan. Het is of doortukken in alle onschuld, of eisen dat er om 3.15 uur in de nacht door iemand anders dan jijzelf water wordt geserveerd omdat je toevallig enorme dorst hebt en absoluut geen zin hebt om je warme bedje te verlaten. Op zich ook best een leerpuntje. Lees ook: Mijn baby wil niet slapen, wat nu?

  3. Slaap is onderschat

    Over slaap gesproken: stel, je bent moe, wat doe je dan? Dan ga je dus niet nog tien mailtjes beantwoorden, de badkamer schoonmaken, de buurtborrel organiseren of een cadeau voor je moeder regelen. Neen, dan wordt er geslapen. Onmiddellijk. En als dat betekent dat je met je neus in een bord spaghetti landt, tja, dan is dat maar zo.

    Advertentie
  4. Flippen en weer doorgaan

    Eigenlijk best een idee: bij de minste vorm van irritatie – bijvoorbeeld over het feit dat iemand je verbiedt uit te testen hoe ver een legoblokje in je neus kan – laat je luid en duidelijk merken wat jouw mening over deze gang van zaken is. Maar dan ook echt luid. En duidelijk. Bij peuters een bekend fenomeen, aangezien hun emotionele onderbrein beter ontwikkeld is dan de frontale cortex, waar de ratio schuilt. Eerst schreeuwen, dan (misschien een beetje) denken, dat is het idee.

    Vervang het legoblokje door een werksituatie die enige irritatie bij je opwekt en je hebt eigenlijk best een bevrijdend geheel in handen. Want waarom je inhouden tegen die ene collega die jou het leven zuur maakt en in het kader van de lieve vrede alles maar slikken? Terwijl uitspreken wat je dwarszit ook gewoon kan. O, en vergeet die andere leerzame peutereigenschap niet: vijf minuten later de hele uitbarsting compleet vergeten zijn en het slachtoffer van je irritatie bedekken met natte kusjes (in het geval van die collega niet helemaal aan te bevelen, maar het gaat om het idee). Lees ook: Hoe ga je om met driftbuien van je peuter?

  5. Hier ligt mijn grens

    Ja, oké, het kan wel zo zijn dat je moeder eist dat je je bordje leegeet, maar stel, je bent een peuter en je hebt daar gewoon helemaal geen zin in. Dan houd je je kleine peuterkaakjes stevig op elkaar en weigert elke hap de doorgang. Omdat je gewoonweg vol zit. Of het eten niet lekker vindt.

    Frustrerend voor je ouders misschien, maar aan de andere kant: je luistert wel naar je lichaam. En dat is nou precies een eigenschap die veel volwassenen hebben afgeleerd. Je bord leegeten terwijl je eigen vol zit, is dat wel zo goed voor je? En sowieso: waarom zou je signalen van je lichaam negeren? Niet dat je bij elk pijntje op de bank moet gaan liggen, maar niet alleen een peuterlichaam geeft grenzen aan, een volwassen lichaam doet dat net zo goed (en misschien nog wel beter). En er is niets mis mee daarop te letten en ernaar te luisteren.

  6. Kan het even over mij gaan?

    Ik dacht dat jij dacht dat ik dacht dat jij voelde… Dat is typisch zo’n zin die je niet zal tegenkomen in het hoofd van een peuter. Maar die je zelf hoogstwaarschijnlijk met enige regelmaat denkt of zegt. Natuurlijk is het goed om je tot op zekere hoogte in een ander te verplaatsen en rekening te houden met zijn of haar gevoelens, maar je kunt het ook overdrijven. En dat overdrijven, dat gaat al snel richting wegcijferen en kijk, daar doet een peuter dus gewoon niet aan.

    Advertentie

    Aan zich in een ander verplaatsen en iemands gedachten proberen te raden dan wel voorspellen trouwens ook niet. Dat kunnen ze namelijk niet, een kind van twee heeft pas net ontdekt dat hij of zij zélf bestaat en losstaat van zijn of haar ouders. Die nieuwe kennis leidt tot gedrag waarbij je kind zichzelf in het middelpunt zet en pas vanaf een jaar of drie is er zoiets als een ander, met wie je misschien een klein beetje rekening kunt houden (maar pas vanaf een jaar of vijf is er sprake van een stabiele vorm van empathie).

    Hoewel je het peutermotto ‘How can I make this about me?’ natuurlijk niet helemaal hoeft over te nemen – er is ook zoiets als een beetje rekening houden met elkander – is jezelf niet altijd wegcijferen natuurlijk best een puik idee. Lees ook: De 11 ontwikkelingsfases van je kind

  7. De wauw-factor

    Er valt uiteraard best wat af te dingen op de gewoonte om elke drie passen stil te gaan staan en, desnoods met enig verbaal geweld, af te dwingen dat er voorlopig niet verder gehobbeld wordt. Maar het is natuurlijk wél erg mindful om elk madeliefje langs het fietspad te zien en je eindeloos te verwonderen over de schoonheid en kleur van het prachtigs dat de natuur te bieden heeft. En dat er dan iemand 10 meter verderop staat te stressen dat er doorgelopen moet worden, nou ja, dat negeer je dan maar even. Want haast of stress, daar doe je als peuter sowieso niet aan. En dat is best iets om als volwassene soms jaloers op te zijn.

  8. Alles is voor Bassie

    Ik kan dat vast niet, laat een ander maar eerst gaan. Nemen jullie maar, ik kijk wel wat er overblijft… Klinken ze als bekende uitspraken of gedachten? Vervang dat rijtje eens door: natuurlijk kan ik dit, ik ga uiteraard als eerste en ja, alles is voor mij. Welkom in het hoofd van een peuter. Dat kan uitdagend zijn als je, we noemen maar wat, de opvoedende volwassene van dienst bent, maar het is net zo goed extreem leerzaam. Want waarom zou je inderdaad jezelf niet op één zetten? Waarom een ander meer gunnen dan jezelf? Waarom altijd een stap terug doen in plaats van vooruit?

  9. Wil. Ik. Niet.

    Waar je eerst nog zo trots was dat je kind verstaanbaar kon praten, begin je in de beruchte peuterpuberteit toch een tikje spijt te krijgen dat je hem ooit het woord ‘nee’ hebt aangeleerd. Als je het tweehonderd keer per dag hoort, bijvoorbeeld. Bij voorkeur hard. En op de grond van de supermarkt. En oké, het is wat mal om als volwassene voor het snoepvak te gaan liggen krijsen dat je favoriete lolly’s helaas niet mee naar huis gaan, maar ergens valt er iets voor te zeggen dat je je wensen gewoon duidelijk maakt.

    Voordringer bij de kassa? Wordt niet gewaardeerd. Verjaardag van tante Ans? Geen zin in. Lelijk schilderij aan de muur hangen puur omdat je schoonmoeder een schildercursus volgt? Mwah, liever niet. Nee zeggen hoeft niet altijd schreeuwend en krijsend, maar is het zo gek om gewoon te laten weten wat je niet wilt? Of andersom: om de tijd en ruimte te claimen voor wat je wel wilt?

  10. Ik heb hulp nodig

    Een rechtgeaarde peuter zal te allen tijde het adagium ‘zelluf doen’ prediken. Prachtig dat ie op die manier z’n eigen vaardigheden leert, ook al betekent dat voor een ouder vijf, tien of zestig frustrerende minuten wachten tot die $@(%@%-rits van het jasje eindelijk dicht zit.

    Maar stel, je hebt dat zelluf doen-standpunt net te vuur en te zwaard verdedigd en het pakt toch niet helemaal uit zoals je had gepland, dan rest maar één oplossing: onmiddellijk en met de nodige decibellen om hulp vragen. Zonder schaamte uiteraard. Want hulp vragen is geen teken van zwakte. Het is een teken van: ik heb het geprobeerd, het lukte niet en ik kan het niet alleen. En wat is daar mis mee? Lees ook: Je kind kan meer dan je denkt, zo maak je hem zelfstandig

  11. Risicootjes neem je gewoon

    Kijk, er schuilt natuurlijk een zeker risico in het totaal negeren van consequenties. Dat is de reden dat hordes peuterouders op dagelijkse basis druk bezig zijn hun kind in leven te houden, terwijl het kind zelf wensen heeft die het leven danig in gevaar kunnen brengen (gierend van de lach zomaar de straat overrennen, bijvoorbeeld, net buiten het bereik van de graaiende handen van je ouders, of head first van de bank duiken zonder daarbij de punt van de salontafel als een obstakel te zien).

    Maar een sprong in het diepe durven nemen zonder de consequenties eerst tot op millimeterniveau uit te denken, heeft natuurlijk ook z’n goede kanten. Niet voor niets zijn er deskundigen die pleiten voor ‘risicovol spelen’, waarbij kinderen zelf moeten inschatten hoe hoog en ver ze kunnen gaan (wat uiteraard iets anders is dan gevaarlijk spelen). Want alleen door risico’s te nemen, kom je verder en leer je waar je grens ligt, en beleef je misschien wel een geweldig leuk avontuur. En dat geldt uiteraard niet alleen voor peuters.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Mariëtte Middelbeek, Beeld: GettyImages

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Ouders van Nu product – Leren luiertas cognac

Burkely

Leren luiertas Burkely

€99,95
Bestel nu