wereldreis corona
door

Als je wereldreis in duigen valt: ‘We móésten Afrika uit, het werd te gevaarlijk’

Rinkje (36) en haar man Wouter (43) besloten vlak na de geboorte van hun zoon Laurens (3) een wereldreis te plannen. Drie jaar later zou de reis beginnen. In de tussentijd kregen ze dochter Sophie (1). Door het coronavirus moesten ze hun wereldreis kort na vertrek halsoverkop afbreken.

‘Is dit nou echt het einde? Valt onze droom om de wereld rond te reizen al na twee maanden in duigen door een virus? De tranen rolden over mijn wangen terwijl de gedachten door mijn hoofd raasden. Dit kon toch niet waar zijn? We hadden hier jaren naartoe gewerkt. We hadden alles verkocht. Waren door onze vrienden en familie uitgezwaaid.

Advertentie

Wouter en ik keken elkaar wanhopig aan. Verdriet en teleurstelling voerden de boventoon in de discussie die volgde. Wouter wilde koste wat het kost niet terug naar Nederland. “We geven onze droom niet op. We huren wel iets op een onbewoond eiland. Daar kan corona niet komen.” Maar ik wilde niet meer. Het enige wat ik wilde, was veiligheid. En het idee dat we bij een totale lockdown Nederland niet meer in zouden komen, beangstigde me enorm. Wat als onze ouders ziek werden?

De zon achterna

1 januari 2020 was onze stip op de horizon. Vanaf dan zouden we financieel onafhankelijk zijn en anderhalf jaar lang de zon achterna reizen. Het idee voor een wereldreis ontstond vlak na de geboorte van Laurens. We realiseerden ons dat er niks belangrijkers was dan samen tijd doorbrengen. Wat nou als er een manier was om uit de ratrace van ons drukke leven te stappen? Na het lezen van Rich dad, poor dad viel het kwartje: we konden geld ook voor ons laten werken, in plaats van al onze energie te steken in werken voor geld. We maakten een plan en gaven onszelf drie jaar de tijd om ons doel te behalen. Wouter had een aanbod gekregen om zijn bedrijf in glasvezelonderdelen te verkopen. Hij moest dan alleen wel drie jaar aanblijven als manager om alles in goede banen te leiden. Drie jaar, dat moet een teken zijn, dacht ik.

wereldreis corona

Schuldgevoel

Het geld dat vrijkwam door de verkoop, belegden we samen met ons spaargeld in onder andere vastgoed. De huurinkomsten zouden ons nieuwe maandinkomen worden. We werkten keihard om ons doel te bereiken. Het beleggen in vastgoed bleek een fulltimebaan en dus stopte ik na twee jaar met mijn werk als marketingdirecteur. Ik had nul ervaring in de beleggingswereld. Ik volgde een driedaagse cursus en ging het maar gewoon proberen. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat liep ik bezichtigingen af, overlegde met makelaars en onderhandelde over prijzen. Laurens moest de volle week naar de opvang. Hij wist niet beter, maar ik vond het zwaar. Het was zo tegenstrijdig. Elke dag bracht ik hem weg, terwijl ik juist meer bij hem wilde zijn. Tegelijkertijd wist ik dat het harde werken het allemaal waard zou zijn. Straks waren we altijd samen. Onderdeel van ons plan was om voordat we op reis gingen zwanger te worden van de tweede. Superblij waren we toen dat lukte en onze dochter Sophie werd geboren.

Werken voor vrijheid

Het onbegrip over onze plannen was groot. Vriendinnen verklaarden me voor gek. We woonden in een klein appartement in Amsterdam. Laurens moest zijn kamertje delen met Sophie. Elke nacht huilde ze hem – en ons – wakker. Het was intens vermoeiend. “Dit is toch geen doen, Rinkje? Waarom kopen jullie niet gewoon een groter huis?” vroegen vriendinnen. Maar in tegenstelling tot onze vrienden werkten wij ons niet uit de naad voor een groter huis of luxere auto, wij werkten voor vrijheid. Toch bewonderden onze vrienden ook onze moed.

Onze ouders daarentegen vonden het vreselijk. Het idee dat ze hun kleinkinderen zo lang moesten missen, maakte hen verdrietig. Wouters moeder was zelfs zo op onze plannen tegen dat ze niet op ons afscheidsfeest kwam. Ze vond ons vertrek geen reden voor een feestje. Het deed pijn om onze ouders zo te zien. De hartproblemen van mijn moeder en Wouters vader die aan kanker lijdt, maakten ons vertrek extra beladen. Hun gezondheid was de enige reden voor twijfel over onze reis. We spraken met ze af: als het slechter gaat, komen we direct terug. Waar we ook zijn op de wereld, binnen twee dagen zijn we weer thuis. Het gaf iedereen rust.

wereldreis corona

Tranen & euforie

Januari 2020, het was zover. Onze droom stond op het punt om werkelijkheid te worden. We hadden ons huis voor onbepaalde tijd verhuurd en op wat dozen in een opslagbox na hadden we alles weggedaan. Toch was huilen het enige wat ik kon doen. Heel hard huilen. Omringd door familieleden namen we afscheid van ons oude leven. Ik realiseerde me hoe erg ik iedereen zou gaan missen. Mijn moeders woorden spookten door mijn hoofd. “Kom alsjeblieft wel terug.” Mijn broer is vijftien jaar geleden gaan backpacken in Australië, daar gaan wonen en nooit teruggekeerd. Maar in het vliegtuig maakten de tranen plaats voor pure euforie. We bestelden champagne en keken elkaar trots aan. We doen het. We leven onze droom.

Luxeleventje

We trapten onze reis af in Kaapstad. Dankzij ons riante maandinkomen uit de beleggingen konden we we in luxe villa’s met privézwembad verblijven. De vrijheid die we voelden was onbetaalbaar. In Nederland hadden we globaal een reisplan gemaakt. We wilden 21 landen bezoeken. De enige voorwaarden: de zon moet er schijnen en ik wilde dat het enigszins comfortabel en luxe was.

In Afrika stonden, naast Zuid-Afrika, Botswana en Namibië op ons lijstje. Alleen kon ik er mijn wens voor luxe en comfort niet afvinken. Als je deze landen écht wilt ontdekken, moet je erdoorheen reizen met een bushcamper met een tent op het dak. En als ik ergens een hekel aan heb, is het kamperen. Wouter moedigde me aan: “Probeer het nou gewoon.” Na een week was ik om. Weg van de bewoonde wereld. Geen internet, geen zorgen. Ik vond het geweldig. We reden door onvoorstelbaar prachtige jungles en woestijnen. Zagen vanuit onze auto leeuwen rennen en gazelles grazen. Ik heb me nog nooit zo één met de natuur gevoeld. De rust, en tegelijkertijd het gevoel van adrenaline door de aanwezigheid van wilde dieren, het was fantastisch.

Met de kinderen ging alles vanzelf. Poepluiers verschoonden we op de achterbank, kleding wasten we op campings en een paar takjes en stenen bleken prachtig speelgoed. Ik zag Laurens en Sophie met de dag vrolijker worden. Ze hadden het grootste cadeau ooit gekregen: onze onverdeelde aandacht. Ik vergeet nooit dat Laurens tevreden aan zijn tafeltje aan het spelen was, toen er op de achtergrond een kudde olifanten voorbijliep. Kippenvel over mijn hele lijf. Dit is waarvoor we het doen, dacht ik.

Dag, droom

En toen prikte corona als een scherpe naald door onze bubbel. In Nederland hadden we al gehoord over het virus in China, maar we maakten ons geen zorgen. Daar gingen we toch niet naartoe. We hielden ons tijdens onze reis bewust afzijdig van het nieuws, maar door berichten in groeps-apps kregen we zijdelings wel wat mee over corona. Verjaardagen die niet doorgingen, familiebezoeken die werden gecanceld. Maar niks over corona in Afrika.

We dachten dat het allemaal wel zou loslopen. Niet dus. We waren net aangekomen op een camping in Botswana toen een man in paniek op ons afstormde. “De grens met Zuid-Afrika is per direct gesloten als voorzorgsmaatregel tegen corona,” riep hij. “Binnen twee weken is alles hier op. We zijn afhankelijk van Zuid-Afrika voor de toevoer van voedsel.” Ik keek naar mijn kinderen en voelde mijn hart als een bezetene kloppen.

Mijn telefoon ontplofte ondertussen van de bezorgde berichtjes van familie en vrienden. “Rutte roept iedereen op terug te komen.” Ik raakte in paniek. Wat moesten we doen? We staken de koppen bij elkaar met een andere Nederlandse familie op de camping. We moesten snel handelen, voordat andere landen ook hun grenzen zouden sluiten. We besloten direct in onze campers te stappen en naar Namibië te rijden. Daar wilden we sowieso heen en er is daar een internationale luchthaven, handig voor als de situatie zou verergeren. Dit komt helemaal goed, dacht ik. En anders vliegen we vanaf Namibië naar mijn broer in Australië.

wereldreis corona

Op de vlucht

In negen uur tijd raceten we, met gillende kinderen op de achterbank, naar de grens met Namibië. We móésten Botswana uit. Ik wist dat het echt gevaarlijk zou worden als we het land niet uit kwamen. Dat er gevechten zouden uitbreken. Dat onze huidskleur gelinkt zou worden aan geld. Dat we een doelwit zouden zijn. Ik probeerde de sfeer goed te houden voor de kinderen, maar de spanning was niet te verbergen voor Laurens. “Lieverd, we moeten snel naar een ander land, want er is een enge, rare ziekte.” Probeer het maar eens uit te leggen aan een peuter. Ik snapte het zelf nauwelijks. We waren op de vlucht voor een ziekte die er nog niet eens was.

De opluchting die we voelden toen we Namibië binnenreden, was van korte duur. We hoorden dat de luchthaven al gesloten was. Ik voelde de paniek weer opkomen, maar Wouter bleef, zoals altijd, positief en nuchter. “Als het land op slot gaat, reizen we hier toch gewoon een paar weken rond?” Ik moest er niet aan denken om met twee kleine kinderen in zo’n land vast te zitten. Ja, het was prachtig, maar de gezondheidszorg is niet berekend op iets als corona. Ik wilde weg, weg uit Afrika. We hoorden dat de grens met Zuid-Afrika voor auto’s nog wel open was, maar alleen voor mensen die niet uit ‘high-risk-landen’ kwamen. Nederland stond nog niet op die lijst, maar we wisten dat dat elk moment kon veranderen.

Race tegen de klok

We stapten direct in onze camper en reden naar Johannesburg. Onderweg boekten we tickets naar Australië. Weer was het een race tegen de klok. In veertien uur knalden we met onze camper dwars door de Kalahari-woestijn. De kinderen speelden op de achterbank rustig door, terwijl Wouter en ik voor het eerst openlijk onze angst uitten. Zou corona het einde van onze reis kunnen betekenen?
Wouter wilde het niet horen. “Rinkje, kijk eens naar buiten,” zei hij. “Zie je wel hoe onvoorstelbaar mooi dit is?” Ik staarde chagrijnig uit het raam. We reden inderdaad door een prachtig landschap, maar ik kon er niet van genieten. Ik voelde dat de vrijheid ons was afgenomen. “Ik heb het gevoel dat onze droom voorbij is,” zei ik. “Nee joh schat, het komt goed. We gaan naar Australië en zetten daar onze reis voort.”

Ik zag de kinderen op de achterbank en kon alleen maar denken: we moeten veilig zijn, we moeten veilig zijn, we moeten veilig zijn. Onderweg werden we vies aangekeken. Blanke Europeanen werden gezien als coronadragers. Bij tankstations deden mensen hun hand voor hun mond als ze ons zagen. Een toiletjuffrouw sprong letterlijk op uit haar stoel, ging met haar rug tegen de muur staan en gebaarde dat ik snel moest zijn. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me gediscrimineerd.

Rampenfilm

Ondanks alles probeerden Wouter en ik de moed erin te houden. We mochten Zuid-Afrika nog in en zouden over een paar dagen in Australië zitten. Over een tijdje zou dit gewoon een spannend reisverhaal zijn. Leuk voor verjaardagen. “We gaan naar oom Anton in Kangoeroeland,” riep Laurens vanaf de achter-bank. Het laatste sprankje hoop dat ik had, verdween toen ik een appje van mijn broer kreeg. “Sorry zussie, jullie vliegen te laat.”

Australië ging in lockdown en de chaos was compleet. We waren in Johannesburg, geen veilige stad. Wat gebeurt er als corona hier uitbreekt, als mensen in de townships honger krijgen? In wat voor verknipte rampenfilm zijn we beland? Waar ik de laatste dagen bang was dat we terug naar huis moesten, was het nu mijn grootste wens. “Ik wil terug, Wouter,” de tranen rolden over mijn wangen. Na een korte discussie knikte Wouter. Het was de enige verantwoordelijke optie, voor ons en de kinderen. We spraken meteen af: het is een pauze, we geven onze droom niet op.

De knop om

We wisten tickets te bemachtigen voor de allerlaatste vlucht naar Nederland. Het toestel zat bomvol. Met betraande ogen keek ik uit mijn raam toen we opstegen. Ik was opgelucht, maar ergens voelde het alsof al ons werk van de afgelopen jaren voor niks was geweest. Aangezien we geen huis meer hadden, besloten we iets te huren in het bos in Schoorl. Dicht bij het strand, zodat we het vakantiegevoel in Nederland voort konden zetten.

In het vliegtuig scrolde ik langs alle lieve berichtjes van vrienden en familie, die ons onderdak en warme kleding aanboden. Ergens in de lucht tussen Zuid-Afrika en Nederland, ging de knop om. Ik voelde me zo dankbaar voor alle mooie mensen in onze omgeving, dat we überhaupt een veilig land hebben om naar terug te keren en dat we de financiële middelen hebben om onze droom later voort te zetten. Misschien was een pauze helemaal niet zo erg.

wereldreis corona

Voorproefje van het volgende avontuur

De aankomst op Schiphol was onwerkelijk. Het was er compleet uitgestorven. We zijn direct in quarantaine gegaan. We houden het advies van veertien dagen aan. Geen straf in ons prachtige huurhuis midden in de natuur. Vrienden en familie hebben we nog niet gezien, maar we kunnen niet wachten om ze te knuffelen. En onze droom? Die is nog even levend als altijd. We keren zeker niet terug naar ons oude leven in Amsterdam.

Het eerste vliegtuig dat naar een zonnige en veilige bestemming gaat, is het onze. Sterker nog: Wouter en ik verdiepen ons zelfs in thuisonderwijs zodat we misschien nog veel langer kunnen reizen met de kinderen. Natuurlijk balen we dat het zo is gelopen, maar we zijn vooral blij dat we veilig zijn, en samen. We proberen van elke dag een feestje te maken. Gelukkig hebben we een paar prachtige weken gehad, waarin we enorm naar elkaar zijn toegegroeid als gezin. De afgelopen twee maanden waren een voorproefje op het grote avontuur dat nog gaat komen.’

Volg alle avonturen op Instagram via @thetraveliciousfamily

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Jadrike Boels, fotografie: privébeeld.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.