Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

De high maintenance-baby: veel huilen, weinig slapen

Tuurlijk, elke baby heeft aandacht, zorg en liefde nodig, maar sommige exemplaren zijn nóg even een tandje pittiger. Deze baby’s vragen zo veel dat het hun ouders bijna opslokt. In Amerika hebben ze er een woord voor: de high maintenance-baby.

Mijn beste vriendin wiegt haar kind – al anderhalf jaar – elke avond een uur of twee in slaap. Soms wordt het kind weer wakker en begint het ritueel opnieuw.

Advertentie

Steeds vermoeider

Dit is al zo vanaf het begin. Het meisje – haar derde kind – wilde nooit in een wieg, en nooit alleen zijn. Ik zag mijn vriendin steeds vermoeider worden tot ze zelfs met een uit de hand gelopen ontsteking in het ziekenhuis belandde – simpelweg omdat ze met zo’n veeleisende baby geen tijd had gehad om voor zichzelf te zorgen.

Lees ook: Dit zijn de beste slaaptrainers voor kinderen van dit jaar

Hooggevoelige baby’s

In de Verenigde Staten verzonnen ze hiervoor een term: de high maintenance-baby. Of ook wel, een high needs-baby: een baby die veel nodig heeft. Ze slapen chaotisch of kort, kunnen niet alleen zijn, huilen veel of zijn erg gevoelig voor prikkels. De officiële term in Nederland hiervoor is: een baby met regulatieproblemen. Hooggevoelige baby’s, wordt ook wel gebruikt.

Veel aandacht

Hoewel je er weinig over leest, komen ze veel voor. Op een oproep op de Facebookpagina van Ouders van Nu kregen we binnen een mum van tijd 77 verhalen van ouders met baby’s die bovengemiddeld veel zorg, liefde en aandacht nodig hebben.

Geduld

Bij Tanja Vroon bijvoorbeeld, moeder van een twee- en een vijfjarige, domineert dit al vijf jaar haar leven. Allebei haar baby’s hadden een moeilijke start. ‘De eerste at bijna niet, had veel huilbuien en kwam nooit in een diepe slaap terecht. Op een goede nacht sliep ik drie uur. En dat was dan een goede nacht.’

Altijd dicht bij huis

Na een jaar is Tanja gestopt met werken, het ging niet meer. Het gezin ging langs verschillende therapeuten en artsen. De diagnose luidde: regulatiestoornissen. Eten, slapen en omgaan met emoties vond het jongetje buitengewoon lastig. ‘Mijn dagen werden steeds beperkter. Hij kon niet goed met prikkels omgaan, dus bleven we dicht bij huis.’

Frustrerend

Sinds een jaar gaat het beter met hem. Maar met Tanja’s tweede, een meisje, gebeurde hetzelfde. ‘Ik heb tien jaar op een babygroep gewerkt, ik kon eigenlijk alle baby’s stil krijgen. Behalve mijn eigen,’ zegt ze. En dat was behoorlijk frustrerend.

Eindeloos veel geduld

Nu, na vijf jaar, kan ze zeggen dat ze geleerd heeft om eindeloos veel geduld te hebben. En dat ze blij is dat ze het samen kon doen met haar man. ‘Je hebt elkaar wel echt nodig.’ Zodra het kan, wil ze graag weer beginnen met werken, of iets van een sociaal leven opbouwen. ‘Dat heb ik wel echt vijf jaar lang gemist.’

Wat is normaal?

Eline Möller is orthopedagoog en praktijkonderzoeker bij De Opvoedpoli. Hoewel Tanja’s verhaal geen doorsnee verhaal is, wil Möller de term high maintenance-baby graag meteen ontkrachten. ‘Baby’s kosten sowieso veel tijd! Het komt weleens voor ja, een baby die je gewoon in een bedje kan leggen en die meteen slaapt. Maar die ouder heeft geluk, dat is niet de norm,’ zegt ze.

Fijne prikkels

‘In slaap wiegen is eigenlijk normaler. Ouders voelen snel dat ze falen, als ze rondjes moeten lopen of wiegen, maar dat is onnodig. Veel baby’s hebben fijne prikkels zoals huid-op-huidcontact of beweging nodig om te gaan slapen, omdat ze dat herkennen vanuit de baarmoeder.’

Wel te doen

Een andere nuance brengt ze ook graag aan: de ene ouder is de andere niet. ‘De ene ouder vindt drie uur huilen wel te doen, de andere ouder vindt anderhalf uur huilen ondraaglijk lang, terwijl dat normaal is voor een jonge baby. Haar advies is om, als je het te zwaar vindt, altijd hulp of advies te vragen. Bijvoorbeeld bij het consultatiebureau of de huisarts.

Of is het gewoon zwaar?

‘Er zijn altijd professionals die kunnen helpen bij baby’s met regulatieproblemen. En goede voorlichting is belangrijk. Mensen vertellen elkaar doorgaans alleen de mooie verhalen, niet dat een baby verzorgen zwaar kan zijn. Terwijl, het eerste half jaar zijn dit soort problemen vrij normaal. Een wedstrijdje: ‘welke baby slaapt het snelst door?’ – daar heb je echt niets aan. Een netwerk om je heen met moeders die ook moeilijkheden ondervinden, helpt wel.’

Plakbaby

Mijn ‘plakbaby’, noemt Ayla Bouma haar baby – al zes maanden wil het mannetje nergens anders zijn dan op zijn moeder. Ook zij had het zich anders voorgesteld. ‘Ik heb hulp gevraagd, bij het consultatiebureau, bij een slaapcoach, maar niets helpt. Als ik hem héél even neerleg, gaat hij piepen. En verder is hij de hele dag wakker.’

Verzetten heeft geen zin

Ze heeft zich er inmiddels bij neergelegd. ‘Misschien, ergens, hoort het zo: een baby bij zijn moeder. Ik kom zelf nergens aan toe, dat is irritant. Maar ik probeer het over me heen te laten komen. Verzetten heeft toch geen zin, dan wordt hij alleen maar nóg plakkeriger en krijg ik nog minder gedaan.’

Overal bij willen zijn

Ook Claudia Rietvoorn, moeder van drie kinderen en nu zwanger van de vierde, had een koosnaampje voor haar high maintenance-baby: ‘We noemden haar onze fomo-baby (‘fear of missing out’). Ze wilde gewoon overal bij zijn.’

Wiegen en lopen

Haar eerste kind sliep nooit langer dan 45 minuten achter elkaar, en alleen op haar ouders. De nachten waren loodzwaar, want ook dan was het nooit langer dan drie kwartier. ‘De hele nacht door was één van ons tweeën haar aan het wiegen of met haar aan het lopen. We hadden een soort diensten: we wisselden elkaar af. Na tien maanden was er nog steeds niets veranderd. We hebben inbakeren geprobeerd, een lactatiekundige, uiteindelijk een slaapcoach. Deze mevrouw keek hoe we met haar omgingen, en kon eigenlijk weinig verbetertips geven.

Nooit een oppas

Toen zei ze: “Misschien heeft deze baby gewoon tijd nodig. Geef haar tijd.” Ze vertelde dat sommige baby’s erg belemmerd worden door hun babylijfje, ze willen veel, maar kunnen niet veel en dat frustreert ze.’ Het advies – geef haar tijd – voelde als een geruststelling. Maar bijvoorbeeld een oppas zal het gezin niet snel in huis nemen.

‘Onze andere kinderen waren iets makkelijker, maar ook zij zijn moeilijke slapers. We willen iemand anders niet ‘opzadelen’ met een hele avond hobbelen en lopen.’

Een tweeling

Sanne van Essen beviel vorig jaar van een gezonde tweeling, een jongen en een meisje. Vrij snel bleek dat het jongetje heel onrustig was vergeleken met zijn zusje. ‘Nina was een makkelijke eter en slaper. Tobias huilde echt heel veel. En hij sliep nauwelijks. We hebben letterlijk nachtenlang met hem huilend rondgesjouwd.’

Spanning in zijn lijfje

Ook de familie Van Essen zocht hulp: een fysiotherapeut gaf oefeningen. De huisarts kon niets ontdekken. Een osteopaat zei dat zijn nekwervels vastzaten, maar na behandeling veranderde er niets in zijn gedrag. ‘Nu, achteraf, denk ik dat hij gewoon veel spanning zijn lijfje had.

Aan de zuurstof

Zodra hij zelf meer kon, na acht maanden, ging het ietsje beter. Maar hij slaapt nog steeds moeilijk, in tegenstelling tot zijn zusje. Sanne is er zelf fysiek en mentaal nog niet helemaal van bijgekomen. In januari kreeg het hele gezin corona en Sanne belandde in het ziekenhuis aan de zuurstof: ‘Waarschijnlijk omdat mijn weerstand na dit zware jaar heel laag was,’ zegt ze erover.

Hulp in huis

Ze is net begonnen met gesprekken met een therapeut. ‘Het is fijn dat er iemand naar me luistert die totaal buiten ons gezin staat. Het huilen gaat in je lijf zitten. In deze coronatijd was het helemaal lastig, ik wilde mijn ouders ook niet in gevaar brengen. Mijn tip is wel: als je hulp kan krijgen van iemand, neem het aan. Een baby die zo veel van je vraagt, is eigenlijk niet te doen zonder hulp.’

Speciale poli

Bij het Ommelander Ziekenhuis in Groningen is een speciale poli voor high maintenance-baby’s, ook al noemen ze het ook daar niet zo. Lisanne Wesselink – de Boer is daar sinds 2011 verpleegkundig babyconsulent.

Hapklare oplossing

‘Er bestaan eigenlijk geen hapklare oplossingen: ieder mens is uniek, ieder gezin is uniek en iedere baby. Iedereen heeft ook een ander doel en een andere visie. Onrustige baby’s zijn een ontzettend lastig onderwerp. Ik noem mijn werk altijd een grote puzzel – de baby’s zijn een puzzel, je moet ze echt leren lezen.’

Onrustige baby’s

Twintig jaar geleden richtten ze in het ziekenhuis een spreekuur op voor prikkelbare, onrustige baby’s. ‘Dit gedrag zie je vaak bij prematuren: omdat een deel van de hersenontwikkeling buiten de baarmoeder plaatsvindt. Daarom begonnen we met een spreekuur voor premature baby’s, ook met babymassage en begeleiding voor ouders.

En met deze dan?

Maar de kinderartsen in het ziekenhuis kwamen met steeds meer baby’s naar ons toe: kun je iets met dit kind, of met dit kind? Nu hebben we een spreekuur voor alle onrustige baby’s tot één jaar oud.

Wel 25 oorzaken

Huilen is de manier voor een baby om te communiceren, ouders moeten leren het te begrijpen, stelt Wesselink – de Boer. ‘Ik kan wel 25 oorzaken noemen van onrust. Een temperamentvolle baby kan zichzelf helemaal van slag maken. Soms krijgen baby’s te veel informatie binnen, hun koppie zit bommetje vol. Zuigbehoefte wordt vaak geïnterpreteerd als honger, maar het kan ook op overprikkeling duiden, pijn of op disbalans.

Hoge spierspanning

Sommige baby’s kunnen niet goed met emoties omgaan. Soms hebben ze een hoge spierspanning. In onze cultuur mogen baby’s bijna niet huilen. Maar soms hebben ze die behoefte wel. Huilen is ook verwerken.’

Huil het er maar uit

Ze snapt dat dit een precair onderwerp is. ‘Je hoeft ze niet in hun eentje laten huilen in een kamertje achteraf, maar je kunt ze wel de mogelijkheid gunnen om het ‘eruit’ te huilen. Wij mensen kunnen praten, zeuren, schrijven, iemand bellen, gaan wandelen – als we emotioneel zijn. Een baby kan niets, alleen maar huilen.’

Baby’s lezen

Soms praat ze anderhalf uur met ouders, bijna altijd lukt het haar wel om de baby’s te lezen en de ouders te begrijpen. ‘Ik zeg altijd: laat los waar mogelijk en houd vast waar nodig. En luister vooral naar je hart.’

Ongevraagd advies

Vaak wordt een onrustige baby iets makkelijker na vier maanden. Bij sommige baby’s lijkt het, zegt ze, alsof ze gewoon nog iets langer – een paar maanden langer – in de buik hadden willen zitten. Een gevaar ziet ze in ongevraagde adviezen van (schoon)ouders of vriendinnen.

Eigen manier

‘Ik zie dat die ongevraagde tips die overal vandaan komen ouders soms zo onzeker maken. Doe het op je eigen manier of samen met je arts, maar laat je niet van de wijs brengen door anderen.’

Moeilijke én mooie tijd

Eén troost: de onrust gaat bijna altijd over. Na een paar maanden of desnoods na een paar jaar. ‘Alleen,’ voegt Eline Möller toe, ‘weten we uit onderzoek: bij kinderen die als kleuter nog steeds regulatieproblemen hebben, zoals veel huilen of moeite met eten of slapen, is er wel een grotere kans dat er ook andere dingen spelen, zoals ADHD.

Een stoornis?

Maar wat is de kip en het ei? Misschien was het onrustige gedrag van de baby wel een vroege uiting van deze latere stoornis.’

Probeer te genieten

Moeder Claudia heeft nog een laatste tip: probeer toch, ondanks alles, van je baby met hoge noden te genieten. ‘Onze fomo-baby is nu vijf jaar; dagelijks verrast ze ons met al haar wijsheid en wat ze kan. Ze is gevoelig, maar ook superslim en superlief voor haar zusjes. Wij hebben eigenlijk heel veel van haar geleerd.

Veilige haven

We cijferden onszelf compleet weg voor haar, ons lijf was haar veilige haven en daar kon ze – letterlijk – op groeien. Dat ze nu al zo groot is, is bitterzoet: we zijn blij dat de moeilijke tijd voorbij is, maar we hadden die tegelijkertijd ook niet willen missen.’

Tekst: Pauline Bijster. Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.