Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Maartje werd zwanger van een donor: ‘Ik had geen tijd om te wachten op de ware’

Maartje (37) wist heel zeker dat ze ooit kinderen wilde. Mét haar grote liefde, welteverstaan. Alleen bleek dat laatste een ingewikkeld verhaal.

Advertentie

Plaatje

‘Huisje, boompje, beestje: zo zag ik mijn toekomst vroeger voor me. Ik paste altijd op kinderen in de buurt. Baby’s en kinderen, ze hebben altijd al bij me gehoord.

Toen ik 22 was, kreeg ik een relatie met Gijs. Hij was twintig jaar ouder en had al kinderen uit eerdere relaties. Meteen zei hij dat het wat hem betreft daarbij bleef. “Er komen niet nog meer kinderen,” zei hij.

Natuurlijk wist ik dat dat op een dag voor problemen zou zorgen, maar ik was zo verliefd en heel jong, en dus koos ik voor de liefde. Mijn gedachtes over kinderen schoof ik weg. Ik wilde genieten van ons, zonder naar de toekomst te kijken.

Kinderwens

Tot mijn dertigste lukte dat goed, maar toen kregen mijn vriendinnen kinderen. Mijn kinderwens begon te knagen. Ik werd jaloers op al die dikke buiken en dacht: met Gijs ga ik dit nooit meemaken.

Advertentie

We spraken er veel over, want ik wist dat mijn drang om ook een kind te krijgen deze keer niet weg zou gaan. Wilde hij echt geen vader meer worden? Ik werkte toen in de geriatrie met oudere patiënten van wie het einde van hun leven in zicht was. Ik realiseerde me steeds vaker dat je maar één keer leeft, en dat je je leven niet over kunt doen. En dat ik voor mezelf moest kiezen, ondanks mijn liefde voor Gijs.

Punt erachter

“Ik ben niet meer gelukkig,” zei ik op een ochtend. “Kan ik er iets aan doen?” vroeg hij. “Nee,” antwoordde ik. Ik wilde ook geen kind meer met hem, omdat hij dat diep in zijn hart niet wilde. Dat voelt een kind denk ik toch aan, onbewust.

Ik was ook bang dat ik later, tijdens de gebroken nachten, verwijten zou krijgen, zo van: jij wilde dit toch zo graag? De relatie met Gijs verbreken was ontzettend moeilijk, maar toch deed ik het. Voor een kind.

Grote liefde

Onze breuk deed pijn, maar ik was ook blij. Want nu was er ineens wél een kans dat ik moeder zou worden. Ik dacht: eerst maar even daten en lol maken. Ik was dertig en had de tijd – de vader van mijn kinderen kwam vanzelf wel op mijn pad.

Advertentie

Maar het liep anders, want die grote liefde kwam maar niet. Af en toe had ik een vriendje, maar dat duurde hooguit vier maanden. Nooit ontmoette ik iemand bij wie ik dacht: met jou wil ik kinderen. Elke man screende ik als eventuele toekomstige baby daddy. Als ik aan het daten was, dacht ik meteen: is dit het wel? Wil ik een kind met hem?

Een kind verbindt de ouders voorgoed met elkaar. Daar denk ik, mede door de scheiding van mijn eigen ouders, niet lichtzinnig over. Het moet wel héél goed met iemand voelen, wil ik er een kind mee op de wereld zetten. Het kost sowieso veel tijd voordat ik iemand echt vertrouw.

Tiktak

Mijn biologische klok tikte door. Daar kon ik weleens boos om worden: dat de natuur zo oneerlijk is voor vrouwen. Mannen kunnen bijna eindeloos kinderen verwekken, bij vrouwen wordt het na hun veertigste al in rap tempo steeds lastiger om zwanger te raken.

Een ‘kroegbaby’ heb ik nooit overwogen: een man opduikelen bij het stappen en die erin luizen, wat je weleens hoort. Vriendinnen opperden het soms gekscherend: “Kies gewoon een knappe vent uit, zeg dat je aan de pil bent en vergeet het condoom, dan heb je in elk geval een mooie baby.” Dat zou ik nooit kunnen. En wat als hij ineens zijn rechten gaat opeisen en zich met het kind wil bemoeien? Dan heb ik precies de situatie die ik niet wil. En hoe leg ik zo’n egoïstische keuze later aan mijn kind uit?

De optie van zaaddonor zat eigenlijk altijd al in mijn hoofd. Als er ergens iets over geschreven werd of het was in het nieuws dan had het altijd meteen mijn aandacht. Maar stiekem bleef ik toch hopen op een partner. Ik wilde het samen doen, een gezin zijn.

Zaad gezocht

Na een jaar single zijn, vond ik dat ik lang genoeg had gewacht op een man. Ik vertelde mijn huisarts over mijn kinderwens en zij verwees me door naar het ziekenhuis. Het had ook anders gekund, via een spermasite. Daar bieden mannen zelf hun sperma aan, maar dat vond ik niet veilig, want dan moet je zelf die mannen screenen op eventuele ­erfelijke ziektes. En wat als de donor zich ineens toch zou op­dringen in de vaderrol?

Rechtstreeks contact met de donor kwam voor mij te dichtbij, hoewel het wel de snelste manier is om aan donorzaad te komen. Het zieken­huis had namelijk een wachtlijst van twee jaar.

Dit komt ook omdat het voor mannen niet meer mogelijk is om anoniem zaad te doneren. Kinderen die met hun zaad verwekt zijn, mogen de persoonsgegevens van de ­donor opvragen als ze zestien jaar zijn. Daar zit lang niet ­iedere man op te wachten.

Kom maar op

De kogel was door de kerk, en de wachttijd nam ik voor lief. Voor mijn gevoel was ik bezig met zwanger worden en dat voelde al zo goed. Iedereen was heel positief, op een paar mannen na die vonden dat een kind een vader nodig heeft. Natuurlijk vind ik dat  zelf ook belangrijk, maar ik denk dat ik mijn kind genoeg te bieden heb om dat te compenseren.

Bovendien heb ik genoeg mannen om me heen – mijn stiefvader, een paar goede vrienden – die die rol voor een deel op zich willen nemen. Mijn moeder steunde me ook enorm. Ze is na haar scheiding altijd alleenstaande moeder geweest en ze wist dat ik dit aankon.

Zwanger zonder seks

Anderhalf jaar geleden mocht ik me dan eindelijk melden op de afdeling fertiliteit. Ik kreeg een map met kenmerken van de donoren: leeftijd, lengte, haarkleur, kleur ogen, opleiding en hobby’s. Ik koos voor bruine ogen en haar, zodat er een grotere kans was dat het kind op mij zou lijken en zich met mij kon identificeren.

Nadat ik een donor had uitgekozen, moest ik elke maand een ovulatietest doen. Zodra die positief was, mocht ik me in het ziekenhuis melden. Kom maar op, dacht ik toen ik voor het eerst bij de gynaecoloog in de stoel ging liggen. Met een pipetje werd het sperma bij me binnengebracht.

Het is onwerkelijk, dat sperma van een vreemde, maar stellen hebben soms ook ivf of andere manieren nodig om zwanger te raken. Nee, ik zou mijn kind geen romantisch verhaal kunnen vertellen over hoe hij of zij verwerkt werd. Maar ik had wel een ander verhaal, over hoe graag ik een baby wilde en wat ik daarvoor over had.

Lukt het ooit?

Heel naïef had ik verwacht dat het de eerste keer raak zou zijn. Na de inseminatie at ik geen rauwe vis meer en dronk geen alcohol, want wie weet was ik zwanger. Maar twee weken later werd ik ongesteld. Ik was teleurgesteld, maar het was geen ramp. Dat werd het wel toen het de keren daarop ook niet lukte. Zou het ooit lukken? Had ik niet eerder moeten beginnen met de inseminaties?

Ook was het een kostbaar traject: per zes pogingen betaalde ik negenhonderd euro. Om me heen raakten steeds meer vrouwen zwanger. Ik probeerde niet te gestrest te raken, maar toch draaide alles om de inseminaties. Soms sloeg ik een maand over om op adem te komen of op vakantie te gaan, maar steeds voelde dat als een gemiste kans. Wat als het dan wél was gelukt?

Ik was al een jaar bezig – iets wat volgens het ziekenhuis volkomen normaal was – toen de negende poging slaagde. Ik had het eerst niet door, totdat ik een collega een knuffel gaf en merkte dat ik pijnlijke borsten had. Komt vast doordat ik ongesteld moet worden, dacht ik. Maar dat werd ik niet. Thuis deed ik een test en er verscheen meteen een dikke, vette plus. Ik was zó ontzettend blij.

Veilig thuis

Inmiddels ben ik 29 weken zwanger van mijn dochter. In brochures lees ik steeds ‘jullie’, weinig is gericht op alleenstaande moeders. Maar dat raakt me niet. Deze zwangerschap doe ik samen met mijn omgeving, zo gaat mijn moeder vaak mee naar de echo’s. Ze zal straks bij de bevalling zijn en me helpen tijdens mijn kraambed. Ook gaat ze een dag per week oppassen.

Soms zal het heftig zijn in m’n eentje: de gebroken nachten, het 24/7 zorgen. Maar ik verheug me ook op het samen knuffelen, de vele genietmomenten die dan ook voor mij alleen zijn. Ik voel me nooit schuldig over mijn keuze om haar in m’n eentje te krijgen. Ik geef haar een veilig thuis, veel liefde en heb een goed netwerk.

Zodra ze naar haar vader vraagt, zal ik vertellen dat ik naar het ziekenhuis ging en terugkwam met haar in mijn buik. Als ze mijn nieuwsgierige karakter heeft, gaat ze op onderzoek uit om haar vader te ontmoeten. Ik zal dat alleen maar aanmoedigen. En als ik de donor ooit ontmoet, zal ik hem bedanken voor mijn kind, en dat hij mijn grootste wens in vervulling heeft laten gaan.’

Achtergrond: Who’s your daddy?

Sinds 1 juni 2004 geldt in Nederland de Wet Donorgegevens Kunstmatige ­Bevruchting. In deze wet staan afspraken over het beheren, bewaren en verstrekken van donorgegevens bij kunstmatige bevruchting. Zo heeft ieder kind recht op kennis over waar hij vandaan komt. Sindsdien kunnen mannen dus alleen zaad doneren als zij geen bezwaar hebben tegen het registreren van hun gegevens en de mogelijkheid dat hun hun nakomelingen deze gegevens vanaf hun zestiende kunnen opvragen. fiom.nl

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Anne Broekman, Beeld: GettyImages

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Redactioneel – Offer – Opvoedboeken

Opvoedboeken

Antwoord op al je vragen
Vind je hier