Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Onderzoek toont aan: kinderen laten meehelpen in het huishouden is goed voor hun hersenen

Je kind laten meehelpen in het huishouden heeft een positief effect op hem. Kinderen die thuis vaak klusjes doen, blinken vaker uit op school en hebben meer probleemoplossend vermogen, blijkt uit onderzoek.

Advertentie

Meehelpen in het huishouden zielig voor kinderen? Welnee. Kinderen kunnen prima een handje helpen. Sterker nog: kinderen die hun ouders helpen in het huishouden, worden daar alleen maar beter van.

Lees ook: Huishoudelijke klusjes per leeftijd (al vanaf 2 jaar!)

Het onderzoek

Dat toont nieuw onderzoek aan. In deze studie onderzochten wetenschappers 207 kinderen in de leeftijd van 5 tot 13 jaar. De ouders/verzorgers vulden een vragenlijst in over het aantal klusjes dat hun kinderen dagelijks doet en hoe betrokken zij zijn bij het huishouden.

Samen tuinieren? Met dit speciale tuinierspeelgoed kan je kind gezellig meehelpen

Probleemoplossend vermogen

Laat je kind thuis eens de handen uit de mouwen steken. Niet alleen handig die extra hulp, het is volgens de wetenschappers ook nog eens goed voor je kind. ‘Kinderen die dat regelmatig doen, hebben meer kans om uit te blinken in andere aspecten van het leven,’ zegt onderzoeker Deanna Tepper. ‘Zo zijn ze vaak beter op school en hebben  ze een beter probleemoplossend vermogen.’

Advertentie

Zelfvertrouwen en plezier

Klusjes doen boost het zelfvertrouwen van je kind, leert hem verantwoordelijkheid en met een beetje mazzel heeft hij er nog plezier in ook. Je kind laten meehelpen heeft volgens het onderzoek positieve invloed op hun cognitieve ontwikkeling. Daarnaast toont de studie aan dat de kans op een beter werkgeheugen groter is en de kinderen meer vermogen hebben om na te denken voordat ze handelen.

Zelfregulatie bij kinderen

De onderzoekers leggen uit waarom klusjes doen in huis goed is voor de hersenen van kinderen. ‘We veronderstellen dat de meeste taken die de kinderen uitvoeren een mate van zelfregulatie vereisen,’ aldus Tepper. ‘Daarnaast moeten ze hun aandacht vasthouden, plannen en kunnen schakelen tussen taken. Dit bevordert allemaal de ontwikkeling van de zogeheten executieve functies, de processen in het brein die gedrag en leren aansturen.’

Bron: Pudmed, ScientiasBeeld: GettyImages