Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Van papa's nieuwe vriendin mogen we wél pannenkoeken

Ineens is het over met de vader van haar kinderen en moet Simone haar dreumes en kleuter afgeven aan hem en een andere vrouw. En dat valt haar behoorlijk zwaar.

Ruim een half jaar geleden is het nu, en op sommige momenten is de verbijstering nog zo groot alsof het gisteren gebeurd is.

Advertentie

Knallend uit elkaar

Mijn vriend verliet me en ging niet lang daarna met een andere vrouw verder. We woonden een halfjaar in ons nieuwe droomhuis, onze oudste (4) ging net naar school, onze jongste (1) was op de crèche aan het wennen, de zomer kwam eraan, we hadden een mooie vakantie geboekt waarin we weer eens echt tot elkaar konden komen en – paf! – alles knalde uit elkaar.

Het is een gekke gewaarwording dat een ander eenzijdig kan bepalen weg te gaan en je kinderen voor de helft van de tijd met zich mee te nemen. Binnen een paar weken had hij iets met een andere vrouw en na drie maanden liet hij per mail weten dat hij met haar, de kinderen en zijn ouders Kerst en Oudejaarsavond in het buitenland ging vieren. Onderaan de mail had hij nog een link van een behulpzame site over ‘een nieuwe partner na de scheiding’ gezet waar ik misschien wat aan zou hebben.

Niet gek

Voor de kinderen is het niet gek dat de nieuwe vrouw er ineens vaak is. Peuters zijn ongelofelijk flexibel: doe drie dagen lang iets nieuws en ze zijn niet anders meer gewend. Mijn dochtertje heeft nog geen notie van relaties en ook mijn kleuterzoon begrijpt nog niet goed dat er nu ‘een nieuwe partner’ is. Ze is er gewoon vaak gezellig bij. Mettertijd zal het ze wel duidelijk worden dat dit de nieuwe gezinssamenstelling is aan papa’s kant.

Ooit waren wij een gezin

Dat is iets positiefs, want bij een scheiding met oudere kinderen zorgt het voor een hoop meer verwarring en weerstand. En toch doet het besef pijn dat mijn jongste al is vergeten dat wij ooit met zijn vieren een gewoon gezin vormden, en mijn oudste zich dat waarschijnlijk ook niet heel lang meer blijft herinneren.

De nieuwe vriendin staat in al onze fotoboeken; op kraamvisite, op Koningsdag spelend met de kinderen, lachend op kiekjes van zijn zakentrips. Ik kende haar al jaren, vanaf de dag dat ze op het kantoor van mijn vriend kwam werken. Altijd vond ik haar aardig en nog steeds heb ik niets tegen haar persoonlijk. Ze is een lieve meid van wie je geen wanklank zult horen. ‘Laat zij het dan maar zijn,’ zei ik tegen mijn ex toen het duidelijk was dat er een relatie opbloeide. ‘Dan weet ik ten minste zeker dat ze lief is voor mijn kinderen.’

Weg met die vlecht

Nu zie ik in één oogopslag aan hoe het haar van mijn dochtertje is gedaan of ze er die ochtend was. De eerste keer dat ze was blijven slapen waar de kinderen bij waren was dat ook wat het prijs gaf. Mijn zoon beaamde het. Had hij het me maar even van tevoren gezegd. Nu zag mijn kind iets aan me dat eruit moet hebben gezien als een pijnscheut. Ik was er niet op voorbereid. Mijn verstand kon het niet bijbenen en mijn hart al helemaal niet. Het liefst had ik de vlecht er ter plekke uit gehaald.

Jaloezie

Ik ga ervan uit dat deze kinderachtige jaloezie ooit overgaat – al las ik een keer iets over een tien jaar eerder gescheiden vrouw wier dochter thuiskwam met haar eerste beha, gekocht met de tweede vrouw van haar ex. De moeder gooide het ding in de vuilnisbak en ging de volgende dag opnieuw met haar dochter naar de lingeriewinkel. Wij gescheiden moeders shoppen kennelijk zelf de eerste beha met onze dochters en niemand anders.

De leuke jaren

In je eentje voor twee kinderen zorgen is zwaar, maar niet langer samen de kinderen aankleden, havermoutpap koken en wegbrengen is niet het ergste. Niet meer samen de geluksmomenten van opgroeiende kinderen delen; dat is veel erger. Zijn nieuwe vriendin beleeft dat nu met hem; de jongste die net praat en grappige dingen zegt, de oudste die leert zwemmen. Zal hij met haar saamhorige blikken delen?

De eerste keer dat mijn dochtertje uit zichzelf een liedje zong wilde ik dat opgetogen en trots aan iemand vertellen, maar ik wist niet aan wie. Er is nu eenmaal niemand op de wereld die je kinderen zo bijzonder en geweldig vindt als de persoon met wie je die kinderen hebt gemaakt. De gedachte ‘met mij heeft hij de tropenjaren gedaan, en nu gaat hij met haar de leukste jaren doen’ is een taaie.

De toekomst

Rouwen betekent niet zozeer afscheid nemen van het verleden, maar veeleer afscheid nemen van de toekomst die je in gedachten had. Ik had die toekomst in geuren en kleuren ‘ingedroomd’; van hun vader die Franse woordjes met ze aan de keukentafel zou oefenen tot hoe we met zijn vieren zouden eten als onze kinderen thuis langs kwamen van hun studentenkamers.

Het lijkt alsof je recht hebt op de toekomst die je wenst en verwacht, maar dat is slechts een illusie. Je loopt niets mis, er is je niets afgepakt, want het was nog niet van jou. Het enige wat van jou is, wat je rijk maakt, is het heden dat pal onder je neus ligt. Ook al is dat heden anders dan je had gedacht of gehoopt, daar kun je vreugde en geluk oprapen en nergens anders.

Toegewijd

Ik heb zelf ook vriendinnen die andermans ‘nieuwe vriendin’ zijn. Ik zie hoe liefdevol ze zijn en hoe hard ze hun best doen met de kinderen van hun vriend of man. Ze zitten bij zwemles, halen en brengen naar school, vangen de boel op als papa op zakenreis is, smeren boterhammen, troosten en plakken pleisters.

‘Van hun moeder heb ik nooit een bedankje gekregen,’ zei een vriendin laatst, ‘en voor de kinderen zal ik nooit hun moeder zijn.’ En niet zelden vinden de desbetreffende papa’s het doodnormaal dat er zo toegewijd voor hun kroost gezorgd wordt, dacht ik er heimelijk achteraan.

Het rotmens

De nieuwe vrouw is niet het rotmens, niet de vijand. Zijn nieuwe vriendin is niet mijn tegenstander. Mijn kinderen bouwen een band met haar op en dat is gezond en belangrijk en prachtig. Ik zal mijn kinderen geen greintje schuldgevoel bezorgen dat ze haar lief vinden.

‘Ik ken haar van vroeger en ik vind haar ook leuk,’ zeg ik daarom vaak, ‘dus ik begrijp heel goed dat je haar lief vindt.’ Dat is ongelogen. Alleen wil ik als moeder mijn kindjes aan helemaal niemand afgeven, ik wil ze gewoon bij me, en daar komt de pijn vandaan waarmee ik zelf zal moeten dealen.

Pannenkoeken

Gisteren zette ik broccoli op tafel en er klonk: ‘Blèh! Gisteren bakte papa’s vriendin pannenkoeken voor ons!’ Er moet er iets op mijn gezicht af te lezen zijn geweest, want mijn oudste zei schuldbewust ‘maar we moesten er wel eerst een met hartig, hoor.’

Ik kromp ineen, want ik wíl zo graag blij voor ze zijn. Ik wil dat ze hun enthousiaste verhalen bij me kwijt kunnen, over uitjes naar de geitenboerderij, dagjes strand, dansen in de woonkamer. En daarom speel ik dus maar toneel, tegen al mijn principes in. Na een jubelverhaal kijk ik zo vrolijk mogelijk en zeg ik: ‘Wat heerlijk!’

Faken dan maar

Fake it till you make it, want op een dag zal ik het niet alleen leuk voor mijn kroost vinden maar er zelf ook geen pijnsteek meer bij voelen. Ik zie zelfs kinderfeestjes voor me met de hele bende bij elkaar: de kinderen, mijn ex, zijn nieuwe vriendin, alle grootouders en ik, met wie weet een nieuwe partner. Alle dierbaren van het jarige kind, verenigd in liefde voor dat kind en met emoties die zijn bedaard.

Mij niet gezien dat ik zo’n moeder word die over vijf jaar nog diep gekrenkt is als de nieuwe partner van haar ex de Halloweenkostuums heeft genaaid of het lef heeft gehad nieuwe regenjasjes te kopen. Om dat te bereiken zal ik eerst door die diepgewortelde angst heen moeten waar iedere pasgescheiden ouder doorheen moet: de angst dat ze het misschien leuker hebben bij de andere ouder en de eventuele nieuwe partner. En dat jij daar, zeker in je eentje, schamel bij afsteekt.

Gelukkige gezinnetjes

Ertegen opbieden met ijsjes, cadeautjes en uitjes hoeft helemaal niet, want echte, liefdevolle aandacht geven is genoeg. Op zaterdagochtend wandel ik met mijn kindjes door de stad. Op de markt, de terrassen en in de speeltuintjes wemelt het van de gelukkige gezinnetjes. Ik kijk de andere kant op, maar daar zijn ze ook.

Ik zie vaders achter de wandelwagen (onbewust speur ik altijd hun gezichten af op zoek naar het geheim waarom zij wel zijn gebleven), ik denk terug aan ‘toen het nog goed was’ en ik stel me voor hoe mijn ex en zijn vriendin volgende week met de kinderen door de stad lopen en iedereen dan zal denken dat zij een gezinnetje zijn. Ik ben knetterhard en op drie manieren aan het vergelijken. En er is niets wat zo efficiënt ongelukkig maakt als vergelijken.

Ooit

Ik kijk naar het blonde piekhaar van mijn jongste in de wagen en voel het handje van mijn oudste in de mijne. Er bestaat geen vergelijkingsmateriaal voor wat ik nu beleef. Dit is het enige dat er is. En ooit zal het goed zijn.

Lees ook:

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Tekst: Simone van der Spree. Beeld: Shutterstock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.