Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Oogproblemen bij je baby of peuter: zo ontdek je het en dit kun je eraan doen

Tachtig tot negentig procent van álle baby’s en peuters in meer of mindere mate verziend. Meestal hebben ze er geen last van en gaat het vanzelf over. Maar hoe weet je nou of de ogen van je kind in orde zijn? En wat als je kind loenst, een lui oog heeft of een bril nodig blijkt te hebben?

‘Als Jip (5) en Cas (3) flinke ruzie hebben en elkaar pijn willen doen, trekken ze met veel geweld de brillen van elkaars neus,’ lacht hun moeder Iris Tuttel-Brakel (30). ‘Het gaat er dan echt hard aan toe. Als ik wil, kan ik de hele dag in de weer zijn met doekjes, want jongensbrillen zitten constant vol snot, zand en andere viezigheid. Maar ik doe het één keer per dag, bij het opstaan, met ontvetter. Ik vind het soms een wonder dat ze er nog gewoon doorheen kunnen kijken.’

Advertentie

Lui oog

Jip heeft een bril sinds hij drie is en Cas kreeg er onlangs eentje. ‘Jip loenst al vanaf zijn geboorte,’ vertelt Iris. ‘Zeker als hij moe was, draaide zijn linkeroog naar binnen. Ik had dat als kind ook en dat heeft het consultatiebureau toentertijd gemist, waardoor ik een oogoperatie nodig had op mijn elfde. Bij Jip zat ik er dus bovenop. Hij was net drie toen zijn ogen werden getest en dat ging, zoals ik al had verwacht, niet heel goed. De oogarts constateerde dat Jip snel een bril nodig had, want hij had een lui oog. Dat betekende dat één oog al het kijkwerk deed en het andere vrijwel niet werkte. Hij kreeg een plusbril en drie dagen per week een pleister op zijn goede oog, om zijn slechte oog weer aan de gang te krijgen. Dat is goed gegaan, sinds vier maanden is de pleister eraf en heeft Jip voor beide ogen genoeg ondersteuning aan zijn bril.’

Dat de ogen van Cas ook niet goed waren, had Iris eerder in de gaten dan bij Jip. ‘Cas zat echt met zijn ogen te knijpen als hij tv keek en trok zijn neus dan hoog op. Dat viel wel op, haha. Bij de oogarts bleek dat hij astigmatisme heeft. De kromming van zijn hoornvlies is niet gelijkmatig, waardoor hij alles vervormd ziet. Toen hij voor het eerst zijn bril op had en naar buiten ging, hing hij stomverbaasd boven de tegels in de tuin. “Huh?” riep hij steeds, zo schattig. Hij zag waarschijnlijk voor het eerst dat tegels recht zijn.’

Bekijk ook: Aandoenlijk: baby ziet zijn moeder voor het eerst scherp

Bijna alle baby’s verziend

Bij kinderen onder de vier jaar die een bril nodig hebben, gaat het in slechts enkele gevallen om serieuze aangeboren oogafwijkingen, waarvan staar de bekendste is. Maar de meeste baby’s en peuters met een bril hebben onschuldiger aandoeningen, die voor ouders en kinderen desondanks ingrijpend kunnen zijn, zoals het luie oog van Jip en het ­astigmatisme van Cas. Oogproblemen die te maken hebben met vergaande verziendheid komen ook veel voor.

Nu wil het geval dat tachtig tot negentig procent van álle baby’s en peuters in meer of mindere mate verziend is. ‘Dat komt omdat de oogbol van een jong kind nog niet volgroeid is,’ zegt kinderoogarts Tjeerd de Faber van Het Oogziekenhuis Rotterdam. ‘Het beeld dat binnen­komt, past nog niet helemaal op het netvlies en valt er een beetje achter. Dat leidt ertoe dat bijna alle kinderen automatisch een oogsterkte hebben van gemiddeld plus één tot plus drie, want hun kleine oog kan gewoon nog niet honderd procent scherp zien.’ Na verloop van tijd wordt deze plussterkte minder. Rond zijn vierde kan een kind, zonder al te veel accommoderen, ‘gewoon’ scherp zien. ‘Het oog is dan lang genoeg om het beeld goed op het netvlies te projecteren en de oogsterkte wordt dan in principe nul,’ aldus Faber.

Trucje van de natuur

Gek genoeg betekent die verziendheid meestal niet dat kinderen, zoals dat bij volwassenen is, ook daadwerkelijk slechter zien. Want de natuur heeft iets op dit ‘mankement’ bedacht: de ogen van jonge kinderen zijn geweldig in wat oogartsen ‘accommoderen’ noemen: het aanspannen van spiertjes in de oogbol, waardoor de lens in het oog boller wordt en het beeld tóch keurig op het netvlies terechtkomt. Met een helder zicht tot gevolg. ‘Dat gaat helemaal vanzelf,’ zegt De Faber, ‘en levert, bij gezonde ogen, geen issues op.’

Pas als het accommoderen niet zo goed gaat, ontstaan er problemen, die vaak aan het licht komen doordat kinderen scheel gaan zien. ‘Bij scheel zien, kijken beide ogen ieder een andere kant uit,’ legt De Faber uit. ‘Soms is dat een aangeboren afwijking, maar in veel gevallen komt het doordat een kind erg verziend is, dat kan wel tot plus dertig gaan. De oogspieren moeten zich zo hard aanspannen om te accommoderen, dat ze de ogen scheef trekken. Maar zet je een scheel kind een plusbril met de juiste sterkte op, dan verdwijnt de scheelheid vaak meteen. Puur omdat de ogen ondersteuning krijgen bij het accommoderen.’

Pleister plakken

Kinderen die scheel zien, hebben vaak ook een lui oog, in medische termen ook wel amblyopie genoemd. Omdat hun ogen allebei een andere kant opkijken, schakelen de hersenen één oog als het ware uit. Uit voorzorg, zodat het kind niet dubbel gaat zien. ‘Maar kinderen kunnen ook een lui oog hebben zonder dat het scheef staat,’ zegt kinderoogarts De Faber. ‘Dan hebben de ogen een groot verschil in sterkte en pikt het ‘goede’ oog tijdens het kijken hersenruimte in van het ‘slechte’ oog. De hersenen kunnen het signaal van het slechte oog daardoor zelfs gaan verdringen, waardoor het steeds slechter gaat zien en een kind eigenlijk maar met één oog kijkt. Gelukkig zijn kinderogen en -hersenen tot een leeftijd van zeven jaar heel flexibel. En dus kan een lui oog na een periode pleisters plakken op het goede oog, weer net zo goed gaan zien als dat goede oog, omdat de ogen weer leren samenwerken. Soms blijft een bril nodig.’

Lees ook: Help, mijn kind heeft een lui oog

Hallo wereld!

Omdat scheelzien en luie ogen zo zichtbaar zijn, komen de bijbehorende oogafwijkingen vaak al aan het licht vóór de ogentest op het consultatiebureau, die kinderen krijgen als ze bijna vier zijn. Marije van Hooff (35) trok al aan de bel toen haar dochter Nina (nu 2) net vier maanden was. ‘Ze keek toen echt hartstikke scheel, terwijl ik had gelezen dat dat met een maand of drie wel voorbij moest zijn, omdat de oogspieren dan voldoende ontwikkeld zijn om de ogen recht te houden. Nina keek ook weinig om zich heen en ik merkte dat ze speeltjes niet goed zag, die moest ik haar echt in haar hand geven. De kinderarts verwees ons door naar een orthoptist, iemand die gespecialiseerd is in scheel zien en die constateerde dat Nina plus 4.25 had en twee luie ogen. Die moesten we om en om afplakken en ze kreeg een brilletje. Negen maanden oud was ze, hartstikke jong. Het was een soort duikbrilletje met een bandje om haar hoofd, van flexibel materiaal. Ik zal nooit haar blik vergeten toen ze hem voor het eerst op had, ze keek zo verwonderd in het rond. Ze zag ineens de wereld! Echt prachtig. Ze trok haar bril ook nooit van haar hoofd, waarschijnlijk omdat ze zelf ook wel merkte dat haar blikveld met bril een stuk groter en daarmee ook veel leuker was.’

Operatie

Toen Nina anderhalf was, werd haar minst dominante oog, het oog dat het slechtst ziet, met een operatie recht gezet, in de hoop dat beide ogen weer gaan samenwerken en evenveel gaan zien. Dat lukt. En voor het eerst kan Marije Nina recht in haar ogen kijken. ‘Het mooie was, voor de operatie liep ze nog niet, en de dag erna kroop ze naar haar loopkarretje, ging staan en liep weg. Met de dag groeide haar zelfvertrouwen. Ik ben blij dat ik zo vroeg aan de bel heb getrokken. De operatie was niet leuk en dat flexibele brilletje niet heel mooi, maar Nina’s wereld is er letterlijk en figuurlijk door open gegaan. Dat heeft haar zo goed gedaan. Het eerste dat ze ’s ochtends dan ook zegt is: “Mijn bril?”’ Inmiddels heeft ze een ‘echte’ bril en weten Marije en haar man dat ze er ook altijd eentje zal moeten dragen, want ze heeft nu aan beide ogen plus vijf. ‘Zodra de bril af gaat, of als ze moe is, kijkt ze weer scheel. Maar ze draagt haar bril met verve en heeft altijd veel bekijks.’

Kekke kinderbrillen

Ook Jip en Cas dragen een ‘echte’ bril met een kek model. ‘Dat ze een bril hebben, vind ik helemaal niet erg,’ zegt moeder Iris, ‘maar ik wilde wel graag een leuke. Dat was nog best een zoektocht, want de meeste kinderbrillen zijn vooral praktisch. ‘Als Cas boos is wil hij bijvoorbeeld nog weleens expres een pootje ombuigen, haha.’ Koen Koers, optometrist en eigenaar van kinderbrillenwinkel De Pupil in Duiven, herkent dit. Hij schroeft regelmatig nieuwe pootjes aan of vervangt glazen die zó bekrast zijn dat zelfs hij niet kan bedenken wat ermee is gebeurd. En hij heeft toch al veel gebutste kinderbrillen gezien. ‘Waar een bril voor volwassenen naast een hulpstuk vooral ook een accessoire is, is dat voor kinderen precies andersom. Die moeten kunnen spelen en rennen met hun bril en hij moet vies kunnen worden en op de grond kletteren zonder dat-ie meteen onherstelbaar beschadigd raakt. En dat is nog best lastig als je neus eigenlijk nog niet groot genoeg is om een bril te kunnen dragen.’ Maar bovenal moet een bril lekker zitten, zeker bij kleintjes die soms nog niet eens kunnen lopen. En dat botst weleens met het uiterlijk. ‘Een brilletje met een bandje om het hoofd is niet zo mooi, maar wél praktisch. Het zorgt ervoor dat een dreumes zijn bril minder makkelijk aftrekt. Pas als kinderen een jaar of vier zijn, hun neus groter is en ze begrijpen dat je voorzichtig met een bril moet zijn, kunnen we de leuke modellen uit de kast halen en wordt een kinderbril meer dan een medisch hulpmiddel.’

Niet goedkoop

Hulpmiddel of niet, brillen voor kinderen worden, net als die voor volwassenen, niet automatisch vergoed. Elke verzekering heeft er weer zijn eigen regels voor. Dat is voor sommige ouders best ingewikkeld, zegt Koers, want een kinderbril is niet goedkoop en heeft regelmatig een reparatie nodig. Hij heeft zijn kinderbrillenwinkel daarom vooral om het plezier dat het geeft een kind weer goed te laten zien. Rijk wordt hij er niet van. Net als veel ouders maakt ook hij zich zorgen over de invloed van schermgebruik op de ogen van kleuters, peuters en soms zelfs dreumesen. Samen met dertig collega’s en de Erasmus Universiteit monitort hij daarom de ontwikkeling van de ogen van kinderen, onder invloed van schermgebruik. ‘We zien dat kinderen op steeds jongere leeftijd bijziend raken, dat betekent dat ze veraf niet goed kunnen zien. Dat kan leiden tot oogziektes of netvliesloslating op latere leeftijd. Het vermoeden bestaat dat dat onder andere komt doordat kinderen steeds vaker en steeds langer van korte afstand op schermpjes kijken, waardoor hun ogen zich voortdurend aanpassen en uiteindelijk in de bijziende stand kunnen blijven staan. Wij onderzoeken nu of dat ook klopt.’

Schade aan ogen voorkomen

Kinderoogarts Tjeerd de Faber van Het Oogziekenhuis erkent het probleem, maar ziet het gevaar vooral in de inhoud van de beelden, als kinderen zonder supervisie kijken. ‘Ik maak me vooral zorgen over de hersenen en het gedrag van kinderen, die beelden te verwerken krijgen die nog helemaal niet geschikt voor ze zijn. Dat vind ik een groter probleem dan eventuele vervroegde bijziendheid. Leer je kinderen sowieso aan na elke twintig minuten scherm even naar buiten te kijken en laat ze veel buiten spelen, daarmee kun je al veel schade aan de ogen voorkomen.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Tekst: Neeltje Huirne. Beeld: Getty Images

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.