Wat is een taalachterstand bij een kind?
Een taalachterstand betekent dat de taalontwikkeling van een kind langzamer verloopt dan gemiddeld bij leeftijdsgenoten. Dit ontstaat vaak doordat een kind nog onvoldoende taal heeft gehoord en geoefend in zijn dagelijkse omgeving.
Kinderen met een taalachterstand leren langzamer praten, hebben meer moeite met het begrijpen van andere mensen en beschikken over een kleinere woordenschat. Ook komt het voor dat ze woorden structureel verkeerd uitspreken. Soms zijn deze kinderen bozer of juist meer teruggetrokken. Dit komt doordat ze niet goed begrepen worden en hun frustratie daarover niet in woorden kunnen overbrengen.
Het Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheid omschrijft het zo: ‘Kinderen bij wie de taalontwikkeling achterblijft bij leeftijdsgenoten hebben een taalachterstand.’ Dit komt meestal doordat het kind nog niet genoeg Nederlands heeft gehoord en gebruikt.” Het kind heeft nog niet genoeg kans heeft gehad om Nederlands te horen en te oefenen. Soms is er een andere oorzaak, zoals een ontwikkelingsachterstand, autisme (ASS) of een gehoorprobleem. Als het taalprobleem niet wordt veroorzaakt doordat het kind minder taal heeft gehoord en als er ook geen andere verklaringen zijn wordt er gesproken van een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Een TOS komt bij ongeveer 7% van de kinderen in Nederland voor.
Tip: Hier vind je leuke voorleesboeken voor peuters
Wat is het verschil tussen een taalachterstand (TOA) en een taalstoornis (TOS)?
Een taalachterstand (TOA) ontstaat door een tekort aan taalaanbod en is vaak in te halen, terwijl een taalontwikkelingsstoornis (TOS) een neurocognitieve aanlegstoornis is waarbij de hersenen taal niet goed verwerken.
Bij een TOS heeft een kind, ondanks een gewone intelligentie en een goed gehoor, grote moeite met praten of het begrijpen van taal. Dit is niet eenvoudig te verhelpen door actiever te stimuleren; het kind heeft hier gerichte behandeling voor nodig. Een TOS komt bij ongeveer 7 procent van de kinderen voor.
Als je kind een taalachterstand heeft (of een TOS) kun je als ouder leren hoe je de taal van je kind optimaal stimuleert, gewoon in het dagelijks leven. Dit kan bijvoorbeeld door het Hanen‑ouderprogramma te volgen. In dit programma sta jij als ouder centraal. In plaats van dat een logopedist alleen met je kind werkt, leer jij hoe je op een natuurlijke manier taalrijke momenten creëert tijdens het spelen, eten, wandelen of andere dagelijkse momenten. Het gaat erom dat je de taal van je kind volgt, erop aansluit en er samen over praat, zodat jullie samen taal ontwikkelen op een manier die past bij jullie ritme. Het Hanen‑programma is vooral geschikt voor kinderen van ongeveer 1,5 tot 5 of 6 jaar die nog weinig praten of waarbij de taalontwikkeling wat achterblijft bij leeftijdsgenootjes. Neem contact op met een logopediepraktijk in jouw regio die het Hanen‑ouderprogramma aanbiedt voor meer informatie.
Lees ook: De peuter van Karin heeft een TOS. ‘Niemand begreep hem, ook wij niet’
Waarom ontstaat een taalachterstand bij jonge kinderen?
Een taalachterstand ontstaat voornamelijk door een afname in directe en kwalitatieve interactie tussen ouder en kind. Dit wordt vaak veroorzaakt door een druk gezinsleven en het toenemende gebruik van smartphones.
Het is een hardnekkig misverstand dat kinderen vanzelf taalvaardig worden. Volgens Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie aan Tilburg University, staat of valt taalontwikkeling met interactie. Hersenen staan ingesteld op het aanleren van taal, maar moeten daartoe actief worden gestimuleerd. Het schema van een gezin met kleine kinderen is moordend, waardoor het minder vanzelfsprekend is om lang en rustig de dag door te nemen aan tafel. Dit is zonde, want dit zijn de uitgelezen momenten om taal te leren.
Welke invloed heeft een smartphone op de taalontwikkeling?
Ouders die vaak op hun telefoon kijken, hebben minder aandacht en interactie met hun kind, wat de taalvaardigheid remt. Minder contact betekent minder praten, waardoor het kind minder leert zich goed uit te drukken.
Volgens Jente Timmer, logopedist en taalexpert bij Ouders van Nu, vormt de smartphone een directe bedreiging voor de taalvaardigheid. Uit onderzoek blijkt dat 60 procent van de ouders meer oprechte aandacht aan hun kind wil geven, maar zich toch steeds weer laat afleiden door hun mobiel.
Lees ook: Zo voer je een gesprek met je baby
Waarom praten we minder met onze kinderen?
Je zou denken dat dit toch automatisch gaat, want praat niet elke ouder de hele dag door tegen zijn kind? Toch ziet logopedist Jente Timmer dat ouders beduidend minder zijn gaan communiceren met hun kinderen. Je zou denken dat dit automatisch gaat: praat niet elke ouder de hele dag door tegen zijn kind? Toch ziet logopedist Jente Timmer dat ouders beduidend minder zijn gaan communiceren met hun kinderen. Dit zorgt voor taalachterstanden bij jonge kinderen in alle lagen van de bevolking.
Lange tijd werd gedacht dat kinderen uit een hoger sociaal milieu standaard een voorsprong hadden op kinderen uit een lager sociaal milieu. Uit oudere onderzoeken bleek namelijk dat zij thuis veel meer woorden zouden horen. Tegenwoordig zien logopedisten zoals Jente dat dit beeld vervaagt: taalachterstanden komen in alle lagen van de bevolking voor.
Waar het écht om draait, is hoe je met je kind praat. Ouders die vaker spontaan in gesprek gaan, afwisselende woorden gebruiken en veel vragen stellen, stimuleren hun kind enorm om zelf taal te gebruiken. Bestaat de communicatie thuis daarentegen vooral uit korte opdrachten (‘doe dit’) of correcties (‘niet doen’)? Dan krijgt een kind ongemerkt een stuk minder taal mee.
Volgens dit oudere onderzoek hadden kinderen uit beter gesitueerde gezinnen op 3-jarige leeftijd zo'n dertig miljoen woorden meer gehoord dan kinderen uit een lager sociaal milieu. Hierdoor ontwikkelde de woordenschat van deze laatste groep zich een stuk langzamer. Dat grote verschil lijkt nog steeds te bestaan, maar is tegenwoordig minder vanzelfsprekend. Er zijn namelijk signalen dat óók hoger opgeleide ouders minder met hun jonge kinderen praten.
Waarom is praten over emoties belangrijk?
Taal helpt een kind niet alleen bij communiceren, maar is essentieel voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling. Kinderen die hun emoties onder woorden kunnen brengen, ervaren minder frustratie.
Hoogleraar Sitskoorn benadrukt dat hogere vaardigheden als moraliteit en verantwoordelijkheid sterk gerelateerd zijn aan taalvaardigheid. Een taalachterstand kan verstrekkende gevolgen hebben. Uit recent Nederlands onderzoek blijkt dat meer dan 76 procent van de jongeren in jeugdgevangenissen communicatieve problemen heeft.
Hoe voorkom je een taalachterstand? 5 tips
Je voorkomt een taalachterstand door je kind actief onder te dompelen in taal via dagelijkse gesprekken, voorlezen en samen zingen. Moeilijke woorden gebruiken is niet nodig; het gaat om de hoeveelheid woorden en de oprechte interactie.
Logopedist Janneke de Waal-Bogers raadt de volgende praktische stappen aan:
- 1
Praat veel en benoem wat je doet: vertel hardop wat je aan het doen bent. Ga je naar de markt? Benoem wat je ziet. "Kijk, het regent. We pakken snel een paraplu."
- 2
Lees dagelijks voor: maak van voorlezen een vaste routine. Baby's en peuters die vaak worden voorgelezen, scoren later beduidend hoger op taal en hebben een grotere woordenschat. Hier vind je leuke voorleesboeken voor peuters.
- 3
Zing samen liedjes: door het ritme en rijm in liedjes leren kinderen spelenderwijs over zinsopbouw en onthouden ze woorden veel sneller.
- 4
Maak echt contact op ooghoogte: ga door je knieën, kijk je kind aan en reageer op zijn lichaamstaal. Kijkt hij naar een vliegtuig? Praat dan over het vliegtuig, in plaats van over iets anders.
- 5
Voer een gelijkwaardig gesprek: voorkom een overhoring (‘Welke kleur is dit?’). Toon op een relaxte manier interesse in wat je kind probeert te zeggen en ga daar in natuurlijke zinnen op door.
Inspelen op gebaren en lichaamstaal
Natuurlijk wordt er op kinderdagverblijven ook met kinderen gecommuniceerd, maar dat gaat vaak vluchtiger en met minder aandacht dan nodig is. Dat geldt ook voor de televisie of de iPad: kinderen leren door filmpjes kijken weliswaar veel nieuwe woorden en zinnen, maar uiteindelijk gaat dat het best door intensieve interactie met hun ouders of opvoeders.
‘Kinderen hebben het nodig dat je naar ze kijkt en echt contact maakt als je met ze in gesprek gaat,’ zegt logopedist Timmer. ‘Soms kunnen ze met woorden nog niet veel zeggen, maar proberen ze je iets duidelijk te maken met gebaren of door hun lichaamshouding. Het is heel belangrijk dat je daarop inspeelt, en je kind de woorden geeft die hij probeert te zeggen. En dat lukt niet goed als je op je telefoon kijkt of met iets anders bezig bent.’
Steeds meer ouders maken daarom bewust gebruik van babygebaren om de communicatie een zetje te geven. Voordat je kind goed leert praten, begrijpt hij al veel meer dan hij zelf kan zeggen. Door simpele gebaren te koppelen aan veelgebruikte woorden (zoals 'eten', 'slapen' of 'meer'), geef je je kind de kans om zich uit te drukken. Dit scheelt een hoop frustratie en boosheid. Bovendien vertraagt het de spraak niet, maar stimuleert het de taalontwikkeling juist: je spreekt het woord namelijk altijd duidelijk uit terwijl je het gebaar maakt. Zodra je kind de woorden zelf kan vormen, laat hij de gebaren vanzelf weer los.
Lees ook: Wanneer ga je naar een logopedist?
Dit artikel is geschreven in samenwerking met logopedisten en gebaseerd op informatie van kentalis.nl en logopedie.nl.