‘Ik loste een collega af en kwam terecht bij een vluchtelingengezin. Ze waren gevlucht uit hun thuisland Syrië, en woonden met meerdere families in één rijtjeswoning. Toen ik binnenkwam, werd ik bijna gefouilleerd. Ik mocht alleen onder begeleiding van een man naar boven lopen – ik weet niet of dat haar partner was, of haar broer of zwager.
Alleen op de kamer
Alle deuren in huis waren dicht, behalve die van de kraamkamer boven. Daar zat de vrouw alleen, de hele dag, met de baby. Ze zat op bed met haar mobiel in haar hand. De baby lag naast haar te huilen, zij was totaal ongeïnteresseerd.
Ik kon geen contact met haar maken. ‘Na, na, na’, zei ze de hele tijd. Ik stelde voor om Google Translate te gebruiken – ze had immers haar telefoon vast – maar dat wilde ze niet. Met handen en voeten maakte ik duidelijk dat ik wilde helpen om de baby aan te leggen. Ze weigerde, ze wilde de baby niet vasthouden. ‘Au’, zei ze. Ze had pijn.
Lees ook: Moederliefde: hoe ontstaan moedergevoelens, en wat als die uitblijven?
Mishandeld en uitgehuwelijkt
Van de verloskundige hoorde ik dat de kraamvrouw als kind ernstig is mishandeld. Nu zat ze in een gedwongen huwelijk, en met die man heeft ze een kind gekregen. De vader was helemaal niet betrokken bij het gezin. En ik merkte aan alles dat de moeder het kind niet accepteerde.
Ze weigerde de baby aan de borst te leggen, ze wilde alleen een flesje geven. Ook als de baby te koud was wilde ze geen huid-op-huidcontact, dus ik moest met kruiken werken. Er was geen binding tussen moeder en kind.
Wantrouwen
Ik mocht alleen van de kraamkamer naar de keuken lopen, steeds begeleid door een man. Ze wilden eigenlijk ook in mijn tas kijken, had ik het idee. Ik denk dat ze een heel vervelende situatie hebben meegemaakt in hun thuisland, waardoor ze niemand vertrouwden.
Lees ook: Kraamwerk: ‘Ze stopte al zijn spullen in vuilniszakken en kieperde ze op straat’
Eigen beleid
Als kraamverzorgende doe je je plicht. Ik voerde alle handelingen uit om te laten zien hoe het moet, maar ik voelde me niet welkom. ‘Doe je ding en donder maar op’, straalde de moeder uit. Elke dag zat ik vier uur lang in dat kamertje van 15 vierkante meter, ik kon maar één voedingsronde meekijken.
Zodra ik me omdraaide, hanteerden ze hun eigen beleid. In die week was de baby heel erg afgevallen. De moeder gaf een flesje, maar niet elke drie uur. Ik had uitgeschreven en laten zien hoe ze het moesten doen, maar de moeder had er geen zin in.
Rompers gekocht
Ik wil het beste voor de baby, maar ik kon niet veel doen. Ik heb mijn eigen thermometer gebruikt en heb een paar hydrofiele doeken en rompers gekocht. Ik deed mijn best, maar meer kon ik er niet van maken.
De communicatie was moeilijk, ze zei de hele tijd ‘Na, na, na’. Dan kom je niet ver. De vrouw was geestelijk niet stabiel en had van alles meegemaakt. En daar zat ze maar, de hele tijd alleen in die kamer.
Lees ook: Kraamwerk: ‘Huilend vertelt ze me dat de baby niet van haar man is’
Gesloten boek
De verloskundige is meerdere keren langs geweest die week, maar ook bij haar was de moeder een gesloten boek. Op dag acht heb ik afgesloten, maar ik heb al die dagen geen binding met de baby gezien. Ik heb het aan de verloskundige overgelaten, en we hebben bepaalde instanties ingeschakeld. Hoe het is afgelopen, weet ik niet.’
Liefhebber van onze rubriek Kraamwerk? We publiceren iedere zaterdag een nieuwe aflevering, eerder gepubliceerde Kraamwerken vind je in ons dossier. Liever op papier? Dat kan! De bijzonderste afleveringen zijn gebundeld in een boek.