Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Artsen: 'Antidepressiva tijdens de zwangerschap moet geen taboe zijn'

Een positieve zwangerschapstest blijkt voor veel moeders geen garantie voor de zo geprezen roze wolk. Volgens recent onderzoek van het Nijmeegse Raboudumc heeft ongeveer 20 procent van de zwangere vrouwen symptomen van angst en/of depressie tijdens de zwangerschap (prenataal). Slechts 15 procent van hen wordt daarvoor behandeld.

De mooiste tijd van je leven?

Vrouwen denken volgens het onderzoek vaak dat sombere gevoelens bij de zwangerschap horen en trekken daardoor niet aan de bel. Of ze schamen zich, want dit zou toch de mooiste tijd van hun leven moeten zijn?

Advertentie

Wanneer een behandeling uitblijft, leidt dat mogelijk tot een depressie na de bevalling (postpartum). Daarvan hebben, volgens een schatting van het Trimbos-instituut, in Nederland jaarlijks ruim 23.000 vrouwen last. Hiermee is het zelfs de meest voorkomende aandoening bij nieuwe moeders, zo meldt het kennisinstituut voor mentale gezondheid.

Taboe

Toch is er nog weinig openheid over het onderwerp. En dat zit het voorkomen en behandelen van psychische klachten in de weg. Zo zijn veel moeders huiverig als het gaat om antidepressiva. Want die medicatie mag dan misschien depressieve klachten verminderen, het is vast niet goed voor je ongeboren baby.

Maar wat doe je dan met je kinderwens als je antidepressiva slikt? En wat als je een prenatale depressie krijgt en therapie niet helpt? Moet je die sombere, en soms zelfs suïcidale gedachten dan negen maanden uitzitten?

De POP-poli

Psychiater ­Birit Broekman, gynaecoloog Leonie van Rheenen en kinderarts Maartje van den Heuvel krijgen zulke vragen dagelijks. Zij zijn verbonden aan de POP-poli, voor Psychiatrie, Obstetrie (verloskunde) en Pediatrie (kindergeneeskunde), van het OLVG in Amsterdam. Het expertisecentrum in het ziekenhuis adviseert per jaar zo’n vierhonderd zwangere vrouwen met psychische problemen.

Therapie of medicatie?

Samen met de patiënt en een eventuele partner wordt bekeken hoe ze kunnen bereiken dat de moeder zo min mogelijk psychische klachten rondom haar zwangerschap ervaart. ‘We bespreken bijvoorbeeld mogelijke psychotherapieën,’ vertelt Broekman. ‘En de meeste vrouwen die op de POP-poli komen, hebben baat bij het slikken van antidepressiva.’

Afbouwen

Het idee dat deze medicatie door artsen wordt afgeraden tijdens de zwangerschap, is daarmee meteen van tafel. ‘We hebben weinig motivatie om iemand rond haar zwangerschap van de antidepressiva af te helpen,’ stelt Van Rheenen duidelijk.

‘Als een vrouw er graag vanaf wil, raden we haar aan om dat in een rustige fase te doen waarin ze (nog) niet bezig is met haar kinderwens. Want je loopt altijd het risico weer instabiel te raken en een depressie te krijgen.’

Een goed plan

De verschillende kwesties die op de POP-poli voorbijkomen zijn echter niet allemaal opgelost met een simpele ‘ja’ tegen antidepressiva. De deskundigen van de drie verschillende afdelingen gaan met de patiënt in gesprek en komen na alle voor- en nadelen besproken te hebben tot een advies.

‘Je kunt voor een bepaald medicament of ziektebeeld wel een algemeen advies geven, maar je moet toch echt het verhaal en de wensen van de patiënt meenemen om tot een goed plan te komen,’ vertelt Van den Heuvel. ‘Zie het als een weegschaal. Bij de ene patiënt weegt het ene bezwaar of voordeel zwaarder mee dan bij de andere. Dan is er soms een ander advies nodig om de weegschaal in balans te krijgen.’

Niet als in de film

Hoewel de deskundigen positief tegenover antidepressiva staan, zijn er wel wat risico’s aan de medicijnen verbonden. ‘Een derde van de baby’s heeft na de geboorte last van het wegvallen van de antidepressiva. Dit kun je ‘ontwenning’ noemen,’ vertelt kinderarts Van Den Heuvel. ‘Het is onduidelijk waarom een derde er wel last van krijgt en twee derde dus niet. Wel weten we dat het niets met de dosis van de medicatie te maken heeft, die maakt tijdens de zwangerschap niet uit.’

Ontwenningsverschijnselen?

Van den Heuvel vertelt dat bij ontwenning aan milde verschijnselen gedacht moet worden. ‘Het is heel anders dan wat je uit films kent. Denk aan een beetje onrust, een instabielere temperatuur en/of wat moeite om de eerste voedingen op te pakken.

Ziekenhuisbevalling

Om dit te monitoren, adviseren we moeders om in het ziekenhuis te bevallen en daar na de geboorte minimaal 24 uur te blijven. Dat betekent niet dat ze automatisch een medische indicatie krijgen. Bijvoorbeeld het geven van borstvoeding, wat bij de meeste antidepressiva gewoon kan en zelfs aangeraden wordt, helpt vaak al om de ongemakken te verminderen. Ook huid-op-huidcontact en inbakeren kunnen helpen. Na twee dagen is de ontwenning dan meestal onder controle.’

Psychiater Broekman wil daarbij benadrukken dat het hier niet om afkickverschijnselen gaat. ‘In de psychiatrie spreken we van ‘afkicken’ bij verslavende middelen en dat is een antidepressivum niet.’

Geen verhoogd risico

Een van de schrikbeelden bij medicatiegebruik is dat de baby een aangeboren afwijking krijgt. Is die angst terecht? Van Rheenen: ‘Daar is veel discussie over geweest. Bij oudere onderzoeken werden er meer aangeboren afwijkingen gevonden, omdat er harder naar werd gezocht. Mensen die ­medicijnen gebruikten, kregen meer en betere echo’s en ja, dan wordt er meer gevonden. Dat hebben nieuwere onderzoeken goed kunnen weerleggen.’

Zelden tot nooit

Zo ontzenuwt onderzoek van het Amerikaanse National Institute of ­Health3 eerdere aannames dat de baby een verhoogd risico loopt op hartafwijkingen. Van den Heuvel geeft aan dat er wel een licht verhoogd risico is op pulmonale hypertensie. Hierbij heeft de baby extra zuurstof nodig om de longen goed te laten ontplooien. ‘Dat moet je echter wel in perspectief zien. Het absolute risico gaat van 0,2 naar 0,3 procent bij het gebruik van antidepressiva. We zien het nog steeds zelden tot nooit,’ licht de kinderarts toe.

Relatie met autisme?

Wanneer je aan het googelen slaat, en dat doen bezorgde (aanstaande) ouders nou eenmaal, kom je meer tegen. Zo komen onderzoeken die beweren dat kinderen een verhoogd
risico hebben op autisme en ADHD naar boven. Volgens de artsen is die relatie onvoldoende aangetoond.

Van den Heuvel: ‘In de studies die daarover rapporteren zijn veel andere factoren die invloed kunnen hebben op autisme en ADHD niet meegenomen. Bijvoorbeeld de leeftijd van de vader, de familiaire belasting, etc. Het is daardoor moeilijk om een causale relatie te benoemen.’

Weten nog niet alles

Broekman geeft eerlijkheidshalve aan dat ze niet álles weten. Zo zijn er medicijnen waarbij het effect op de baby nog niet goed is onderzocht. ‘Wanneer we een patiënt ruim voor de zwangerschap spreken, kunnen we er samen nog voor kiezen om over te stappen op een antidepressivum dat beter is onderzocht.’

Zwaar voor de moeder

De ­specialisten benadrukken meermaals dat de kans op ­nadelige effecten zeer klein is, maar voor veel moeders is elke kans er één te veel. Weegt het risico op tegen het (mogelijk) krijgen van een depressie? ‘Naast dat een ­depressie heel zwaar is voor de moeder, kan het ook negatieve gevolgen hebben voor het ongeboren kind,’ vertelt psychiater Broekman.

‘Zo hebben kin­deren soms een minder optimale start doordat er meer kans is op een lager geboortegewicht en vroeggeboorte.

Signalen van je baby

Als de moeder ná de geboorte depressief is, kan ze minder goed reageren op bepaalde signalen van haar baby. Ook kan ze misschien minder energie opbrengen om het kind goed te verzorgen. Onderzoek wijst uit dat deze kinderen daardoor meer risico hebben op gedragsproblemen.

Wat vindt de buurvrouw?

Als je de volgende generatie zo gezond mogelijk op de wereld wilt zetten, is het belangrijk om de moeder optimaal te behandelen en daar hoort een medicatie-afweging bij.’ Toch zijn de meeste ouders huiverig voor medicatie, ook na uitleg. Van Rheenen: ‘Soms hebben we alle informatie gedeeld en loopt ­iemand zelfverzekerd de deur uit, maar komt ze de buurvrouw tegen die zegt dat medicatie écht niet kan en valt al onze informatie in één klap weg.

Ook zijn er helaas nog zorgverleners die de verkeerde informatie geven. Vooral daar worden ouders onzeker van.’ De specialisten werken er actief aan om lokale zorgverleners hun kennis mee te geven.

Niet ondergeschikt aan je baby

‘Ik wil zó graag af van de reflex dat zwangeren geen antidepressiva kunnen slikken,’ ­vervolgt de gynaecoloog. ‘Een zwangere vrouw moet als volwaardig persoon worden gezien. Zij is niet onder­geschikt aan de baby in haar buik.’ De specialisten maken ook mee dat ouders opgelucht zijn als ze horen dat antidepressiva mogelijk is.

Broekman: ‘We zien vaak dat ­moeders zich schuldig voelen. “Wat doe ik mijn kind aan? Ben ik wel een goede moeder?” Als ze merken dat wij ze niet veroordelen, valt er een last van hun schouders.’

Dag, taboe

Als antidepressiva psychische klachten verminderen én een laag risico vormen, moet er dan niet iets gedaan worden aan het slechte imago van de ­medicijnen? Hebben antidepressiva een nieuwe naam ­nodig?

Broekman: ‘De medicatie werkt nou eenmaal ­tegen depressie. Het is meer de vraag waarom het zo’n taboe is. Bijna een op de vijf volwassenen maakt in zijn leven een depressie door, maar daar praten we niet makkelijk over. Het zou net zo makkelijk moeten zijn als het praten over een gebroken been.’

Ook de juf, ook de dokter

Door social media hebben mensen met psychische klachten niet meer alleen te maken met de mening van de buurvrouw of lokale zorgverlener. Onder Facebookposts over depressie/angsten en zwangerschap, wordt openlijk getwijfeld aan de capaciteiten om een goede ouder te zijn als iemand psychische klachten heeft. De vraag of deze mensen wel kinderen moeten krijgen, komt vaak voorbij.

Na een oprechte zucht zegt Broekman dat deze critici waarschijnlijk een verkeerd beeld hebben van wat een depressie inhoudt. ‘Het komt veel meer voor dan men denkt, in allerlei soorten en maten. Ze moeten maar eens rondvragen in hun familie.’ ‘Het gaat ook gewoon om de dokter en de lerares op school,’ vult Van Rheenen aan. ‘Als je geen kinderen mag krijgen als je ­psychische klachten hebt, wie mag er dan wel kinderen?’

Zorg voor jezelf

Na de bevalling heeft de POP-poli nog twee keer contact met een moeder. Vaak in het kraambed en een aantal weken later, om te bespreken hoe ze op het traject terugkijkt en hoe het gaat. Van den Heuvel: ‘Het maakt de meeste indruk als moeders een eerdere nare zwangerschapservaring hebben gehad en aangeven dat het deze keer een fijne ervaring is geweest. Dat is wat we iedereen zo gunnen, en wat echt mogelijk is. Maar dan moet een ouder of zorgverlener wel op tijd aan de bel trekken.

Wanneer we depressie rond de zwangerschap kunnen normaliseren, wordt dat hopelijk vaker gedaan.’ Na die woorden vraagt de kinderarts of ze nog ‘een soort eindkreet’ mag toevoegen. ‘Het beste wat een moeder voor haar kind kan doen, is goed voor zichzelf zorgen. Ik vind het belangrijk dat mensen dat weten.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Tekst: Verena Verhoeven. Beeld: Getty Images

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.