gipsbroek spreidbroek

Spreid- of gipsbroek bij je baby: wat komt daar bij kijken?

Eén op de vijftig baby’s heeft een aangeboren heupafwijking en moet daarom een spreid- of gipsbroek dragen. Dag en nacht, een paar maanden lang. Dat brengt best wat praktische problemen met zich mee. Want hoe verschoon je hem? En past’ie wel gewone broeken? In dit artikel vind je de antwoorden op deze en nog meer vragen.

Spreidbroek of gipsbroek bij heupdysplasie

Heupdysplasie is een aangeboren heupafwijking die bij ongeveer een op de vijftig baby’s voorkomt. Het betekent dat het heupgewricht van je baby niet helemaal goed ontwikkeld is. Om het op de juiste manier verder te laten ontwikkelen moet ’ie behandeld worden met een ‘spreidhulpmiddel’ dat de heupen van je kind een aantal maanden in spreidstand houdt. Dit hulpmiddel kan een spreidbroek (Campspreider), tuigje (Pavlik-bandage) of gipsbroek zijn.

Spreidbroek en tuigje

De twee meest gebruikte spreidhulpmiddelen bij heupdysplasie zijn de Campspreider (een spreidbroek) en de Pavlik-bandage (een soort tuigje). Welk hulpmiddel jouw kind krijgt, hangt onder andere af van zijn leeftijd en welke heupafwijking hij heeft. Het tuigje is vooral geschikt voor jonge baby’s van maximaal zes à zeven maanden oud. Na die leeftijd wordt eigenlijk altijd gekozen voor een spreidbroek. Oudere en sterkere kinderen kunnen zich namelijk uit het tuigje werken.

  • Campspreider

    Dit is een spreidbroekje waarmee de benen van je kind in een vaste positie gehouden worden. Een spreidbroekje moet om beide benen, ook als je kind maar aan één kant heupdysplasie heeft.

  • Pavlik-bandage

    Dit tuigje wordt om de schouders, borst, beide enkels en voeten van je baby vastgemaakt. Door de bandage worden de benen gespreid en omhoog getrokken, tot de knieën negentig graden gebogen zijn. Door het tuigje kan je baby zijn benen niet strekken vanuit de heupen, maar hij kan zijn benen verder wel bewegen. Door de zwaartekracht worden de benen in rug- en buikligging gespreid. En dat is nodig voor de vorming van een gezonde heupkom.

Gipsbroek

Als een behandeling met een spreidbroek of tuigje niet heeft geholpen, moet je baby mogelijk een gipsbroek aan. Daar wordt voor gekozen als er een operatie nodig is om de heup weer goed in de kom te zetten. Het kan ook zijn dat hij een gipsbroek nodig heeft omdat ’ie een ernstige vorm van heupdysplasie heeft of als de arts twijfelt aan de stabiliteit van het heupgewricht.

Als je kind een gipsbroek krijgt, wordt er een gipsverband aangelegd van z’n middel tot aan zijn knieën of enkels. Zoals de naam al doet vermoeden, wordt de gipsbroek van gips gemaakt, maar soms ook van een soort kunststof. Onder de gipsbroek zit een katoenen maillot en soms zit er nog een stok tussen z’n benen, zodat het gips niet kan breken. Bij het kruis zit een opening, zodat je je kind gewoon kunt verschonen.

Pijnlijk?

Een spreid- of gipsbroek is niet pijnlijk voor je kind en het belemmert de motorische ontwikkeling van je baby in principe niet.
Je baby kan de eerste dagen dat hij het draagt wel wat huilerig zijn omdat hij eraan moet wennen.

Praktische problemen bij een spreid- of gipsbroek

Als je kind een spreid- of gipsbroek moet dragen, worden sommige dingen ineens een stuk lastiger, vooral voor jou. Je hoort daarom weleens dat een spreidbroek vervelender is voor de ouders dan voor het kind zelf.

Om het je wat makkelijker te maken, zetten we de belangrijkste problemen én oplossingen voor je op een rijtje:

1. Slapen

Je baby moet zijn spreidhulpmiddel ook ’s nachts dragen. Dat kan de eerste nachten even wennen zijn, maar in principe kan hij er prima mee slapen. Wel een nadeel: je kind past niet meer in gewone slaapzakken.

Een aantal tips:

  • Er zijn speciale slaapzakken verkrijgbaar.
  • Ben je handig met de naaimachine? Je kunt van twee gewone slaapzakken één breder model naaien.
  • Leg een opgerolde handdoek onder de benen van je kind. En/of vouw een handdoek voor onder z´n rug. Zo voorkom je dat de randen van het gips in zijn benen of rug prikken.
  • Meestal past je kind nog gewoon in zijn ledikant. Maar mocht het niet meer passen, kun je tijdelijk een campingbedje met flexibele (stoffen) zijkanten neerzetten.

2. Wel of niet in bad

Als je kind een tuigje of spreidbroek draagt, mag deze meestal een uur per dag uit zodat je je kind in bad of onder de douche kunt wassen. Maar met een gipsbroek mag dat niet. Zo kun je baby het best wassen:

  • Was je kind met een washandje op het aankleedkussen.
  • Het handigst is om je baby met zijn tweeën te wassen, zodat een van jullie hem vast kan houden. Zorg ervoor dat het gips niet nat wordt.
  • Wil je de haren van je kind wassen, leg hem dan op het aankleedkussen op het aanrecht in de keuken, met zijn hoofd bij de wasbak. Of gebruik een speciaal haarwasbadje.

3. Verschonen

Een tuigje of spreidbroek mag even uit als je zijn luier wilt verschonen, als je ’m daarna meteen maar weer aantrekt. Luiers lekken iets eerder door doordat de benen gespreid zijn, dus verschoon je kind iets vaker dan normaal. Hou ook z’n liezen in de gaten, daar kunnen wat sneller smetplekken ontstaan: smeer die in met een beetje zinkzalf.

In het geval van een gipsbroek is verschonen iets ingewikkelder. Zo voorkom je zo goed mogelijk dat het gips nat wordt:

  • Verschoon de luier vaker dan normaal om doorlekken te voorkomen.
  • Doe een gewone luier aan onder de gipsbroek door. Trek zowel aan de voorkant als de achterkant van het gips een randje van de luier onder het gips vandaan.
  • Gebruik een platte houten spatel om de luier onder het gips door te krijgen.
  • Doe een inlegkruisje of Tena Lady in de opening van het gips bij de randen, om doorlekken op te vangen.
  • Er bestaat ook speciaal tape van een soort badstof (van Delta Terry Net) waarmee je de openingen en randen van het gips kunt afplakken.
  • Doe vervolgens een grotere maat luier over de gipsbroek heen.

4. Schoonmaken gipsbroek of spreidbroek

Het is bijna niet te voorkomen dat er toch wat uit de luier doorlekt. Een spreidbroek kun je schoonmaken met water en zeep. Het tuigje kan vaak gewoon in de was.

Probeer de gipsbroek altijd meteen schoon te maken als ´ie vies is geworden. Gips wordt namelijk niet zomaar vervangen, ook niet als het erg vies is. Het wordt alleen bij uitzondering vervangen, als er bijvoorbeeld ontstekingen aan de huid zijn ontstaan. Zo maak je het gips schoon:

  • De binnenkant van het gips dep je droog met een hydrofiele doek.
  • Je kunt ook papieren zakdoekjes gebruiken: steek ´m er een stukje in zodat ´ie het vocht opneemt. Herhaal dit totdat ze geen vocht meer opnemen.
  • Spuitluier? Maak het dan schoon met vochtige billendoekjes.
  • De buitenkant van het gips maak je schoon met een vochtige doek.
  • Je kunt het gips eventueel droogmaken met een föhn, zolang de lucht niet te heet is.
  • Gaat het gips ondanks je schoonmaakwerk een beetje stinken? Bij de apotheek kun je een middeltje kopen dat helpt tegen nare geurtjes bij gips.

5. Kleding

Niet alle babykleding past onder of over een spreid- of gipsbroek. Het is wel handig om er iets overheen te doen, om te voorkomen dat je kind eraan gaat trekken en het gips schoon te houden. Een aantal kledingtips:

  • Onder de spreidbroek kun je het beste een elastische romper of maillot aandoen. Met een katoenen maillot bescherm je de huid tegen schuurplekken.
  • Kleding met een beensluiting aan de binnen- of zijkant gaan er het makkelijkst overheen.
  • Er bestaan speciale jumpsuits en broeken.

6. Zitten

Door de het spreidhulpmiddel kan je kind niet zo makkelijk zitten en past ’ie vaak niet meer in de kinder- of wipstoel. Ook daar zijn een paar oplossingen voor:

7. Vervoeren

Je loopt tegen dezelfde problemen aan met autostoeltje, fietszitje of kinderwagen. Een draagdoek of -zak kan een uitkomst zijn voor korte afstanden. In een draagzak (zowel op je buik als op je rug) blijven de beentjes goed gespreid.

Ideeën voor langere afstanden:

  • Er zijn speciale autostoeltjes met lage zijkanten te koop en te huur.Hier kan je baby in spreidstand in zitten.
  • Je kunt ook je huidige autostoeltje opvullen met een kussen of handdoek, zodat je kind hoger en/of meer naar voren zit en z´n benen over de zijkanten heen kunnen hangen. Zorg wel dat je kind goed vastzit met een gordel.
  • Via het ziekenhuis kun je een ontheffingsbrief krijgen, waarop staat dat je kind tijdelijk niet in een goedgekeurd autostoeltje vervoerd kan worden.
  • Kinderwagens zijn meestal te smal om je kind in te leggen. In een kinderwagen met flexibele stoffen zijkanten, past het soms wel. Er zijn ook verbrede kinderwagens te huur.
  • Een buggy heeft over het algemeen meer ruimte dan een kinderwagen. Je baby past daar vaak het beste in als hij in de rijrichting kijkt. Kijkt hij jouw kant op, dan zitten de stangen in de weg.
  • Een andere leuke optie is een bolderkar, daarin is genoeg ruimte. Vul ’m met dekens en kussens and off you go.
  • Kan je kind al in een fietsstoeltje zitten? Dan kan ’ie prima in een fietsstoeltje met open zijkanten zitten.

8. Optillen

Een baby in een spreidbroek kun je goed optillen, al zal het misschien even zoeken zijn naar een fijne tilhouding. Een kind in een gipsbroek is een ander verhaal. Zo’n gipsbroek lijkt misschien niet zo zwaar, maar het tillen van een baby in een gipsbroek is wél zwaar. Het onderlichaam van je baby werkt namelijk totaal niet mee. Voor het optillen van een kind in een gipsbroek gelden daarom een aantal belangrijke regels:

  • Til je kind nooit alleen onder de oksels of armen op. Het is belangrijk dat je hem ook altijd bij de benen of het onderlichaam ondersteunt.
  • Let op je tiltechniek: buig niet voorover, maar ga door je knieën.
  • Verhoog de bodem van de box en het bed, zodat je niet te diep hoeft te bukken om je kind eruit te tillen.
  • Moet je je kind een langere tijd tillen? Dan is het een idee om een heupdrager aan te schaffen. Dat is een draagzak die op je heup rust, met daarop een zitje voor je kind.

Ontwikkeling

Een spreidhulpmiddel belemmert de motorische ontwikkeling van je baby in principe niet, maar de ontwikkeling kan wel even stilstaan. De achterstand die je kind oploopt, haalt hij later vanzelf weer in.

Een baby kan met een spreidbroek aan in principe wel leren rollen, zitten, tijgeren of kruipen, al gaat het allemaal wat lastiger. Je kind kan zelfs staan en lopen in sommige soorten spreidbroeken, met name in spreidbroeken die speciaal voor oudere kinderen bedoeld zijn. Toch zal staan en lopen voor de meeste kinderen met heupdysplasie nog niet aan de orde zijn: als de afwijking op tijd is ontdekt, zal de spreidbehandeling waarschijnlijk al klaar zijn tegen de tijd dat je kind voor het eerst zou gaan staan. Dit kun je doen voor zijn ontwikkeling:

  • Laat hem zo veel bewegen als hij wil en kan. De een zal van alles proberen te ondernemen, de ander zal wat meer op zijn plek blijven liggen.
  • Leg je jonge baby niet altijd alleen maar op zijn rug, maar ook af en toe een paar minuten op zijn buik. Zo traint hij zijn rug- en nekspieren. Blijf er wel bij, zodat je je kind weer op zijn rug kunt draaien als hij het niet meer volhoudt.
  • Is je kind ouder dan negen maanden en erg ondernemend? Probeer dan een buikkarretje: dat is een plank met wieltjes eronder, waar je kind met zijn buik op kan liggen en zo zichzelf kan verplaatsen. Let er wel op dat je kind goed vastzit en z´n handen niet onder de wieltjes terecht kunnen komen.
  • Is je kind al wat ouder en probeert hij te staan of te lopen in zijn spreidbroek, laat hem dan gerust zijn gang gaan. Maar probeer hem niet te stimuleren om te staan of lopen door hem op zijn benen te zetten.
  • Maak je niet te veel zorgen over een eventuele ontwikkelingsachterstand door de spreidbroek. Op de langere termijn haalt hij dat vanzelf weer in.
  • Je kunt na de behandeling een kinderfysiotherapeut inschakelen. Dit is meestal niet noodzakelijk, maar het kan geruststellend werken als je nog met wat onzekerheid zit rondom de verdere ontwikkeling van je kind.

Overige tips

Omdat je kind zijn gips- of spreidbroek dag en nacht draagt, en hij het zelf waarschijnlijk nog niet goed kan aangeven als er iets pijn doet of knelt, is het verstandig om regelmatig te checken of de broek goed zit. Controleer daarom de volgende dingen:

  • Zitten er scherpe randjes aan de gipsbroek? Zo ja, plak deze af met speciaal gipstape.
  • Check tijdens de verschoon- of wasbeurt of je kind geen druk- of schuurplekken heeft door het gips of de spreidbroek. Drukplekken ontstaan vooral op de onderrug, het stuitje en de billen. Schuurplekken zie je vaak op de benen. Je kunt de plekjes insmeren met babyzalf. Het helpt ook om drukplekken te koelen met een koud washandje.
  • Controleer regelmatig of de voeten en tenen van je baby nog goed kunnen bewegen, of ze niet opgezwollen zijn, of ze een gezonde kleur hebben en of ze niet erg koud of juist warm aanvoelen. Als de gipsbroek te strak zit of knelt, kan dat namelijk een slechte doorbloeding van de voeten veroorzaken.
  • Hou ook de ontlasting van je kind in de gaten. Er bestaat een kans dat je baby last krijgt van verstopping (obstipatie), omdat hij minder beweegt dan normaal. Harde, droge poep is een teken van obstipatie.
  • Maak je je zorgen of twijfel je of de gips- of spreidbroek goed zit, bel dan even met het ziekenhuis of de behandelend arts.