Ben ik overbezorgd?

Ben ik overbezorgd?

Je zorgen maken heeft een belangrijke functie. Maar wat als je overbezorgd bent? Hoe leer je loslaten? Hier alles over bezorgdheid.

Wat is de functie van bezorgdheid?

Bezorgdheid houdt je scherp. Zeker in het begin, als je doodmoe bent van de bevalling en de gebroken nachten. Terwijl je soms overdag bijna in slaap valt van vermoeidheid, ben je toch meteen alert als er iets aan de hand zou zijn met je kind.

Je zorgen maken over je kind is normaal en logisch. Dat gevoel van verantwoordelijkheid voor iemand anders kun je niet uitzetten. Je zorgen maken zegt trouwens ook iets over hoeveel je van iemand houdt.

Vrouwen versus mannen

Over het algemeen maken vrouwen zich drukker om dingen dan mannen. Het zit meer in hun genen. En vrouwelijk gedrag bij vrouwen wordt ook nog eens vaak door de maatschappij bevestigd: jongens gaan bijvoorbeeld op rugby, meisjes gaan eerder op ballet. Hardnekkige stereotyperingen. Natuurlijk zijn er ook heel veel zorgzame mannen, en ook bij vrouwen onderling zien we dat de een van nature zorgzamer is dan de ander.

Piek net na de geboorte

Na de geboorte is de bezorgdheid om je baby het grootst. Dat zou ongeveer gelijk moeten opgaan met ontzwangeren. Als de kraamverzorgende naar huis gaat, is dat meestal een spannend moment. Zeker als het je eerste kind is. Wat als de baby gaat huilen? Hoe weet je of er echt iets aan de hand is? De eerste paar nachten zul je om ieder zuchtje en kuchje bezorgd zijn.

Na verloop van tijd krijg je meer vertrouwen en neemt de ergste bezorgdheid af. En als na een paar maanden de meeste zwangerschapshormomen uit je lijf zijn, kun je je zorgen steeds beter relativeren. Een jaar na de bevalling ben je als het goed is ‘normaal’ bezorgd. De bezorgdheid wordt dus geleidelijk minder.

Wanneer ben je overbezorgd?

Je omgeving merkt sneller wanneer je overbezorgd bent dan jijzelf. Je eigen maatstaf kan zijn: als het enige in je hoofd ‘baby’ is, dan is dat niet goed. Als je na een paar maanden weer aan het werk gaat, kunnen de eerste weken flink wennen zijn. Maar na verloop van tijd zul je merken dat je je weer steeds beter op je werk kan concentreren.

Ook als je niet werkt, is het belangrijk dat je niet de hele dag piekert over het welzijn van je kind. Gesprekken met vriendinnen moeten ook over andere dingen kunnen gaan dan alleen over baby’s, poepluiers en spenen. En je moet met een gerust hart boodschappen kunnen doen terwijl je partner of oppas met jullie kind thuisblijft. Als dat niet het geval is, ben je overbezorgd – of in ieder geval overbelast.

Gevolgen van overbezorgdheid

Altijd je moeder in je nek is een zware last voor een kind. Als een moeder snel in paniek raakt, zal haar kind steeds minder ondernemen. Hij is dan voortdurend met haar bezig, en niet met zichzelf. Kinderen met een overbezorgde moeder twijfelen vaker of ze zelf dingen wel goed zien. Hun moeder ziet immers altijd nóg meer beren op de weg.

Realiseer je dat jouw bezorgdheid jouw ‘zorg’ is, en leg het niet bij je kind neer. Vertrouw je kind, geef hem eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk in proporties, maar een kind van 3 kan best zelf van de glijbaan in de speeltuin. Daar hoef je niet met je neus bovenop te staan.

Hoe leer je loslaten?

Loslaten begint niet pas als je kind 18 is. De mate en soort van zorg veranderen wel in de loop der jaren. Je doet als moeder steeds meer een stap terug. Er komen talloze momenten waarop je je afvraagt of het goed met hem gaat. Realiseer je dat je niet kunt voorkomen dat je kind valt. Je kunt hem wel helpen opstaan.

Wil je weten of je zorgen terecht zijn? Kijk dan eens om je heen hoe andere moeders het doen. Toets je zorgen bij hen, of bij een vriendin, de leidster van de crèche of je moeder.

Kun je je ook te weinig zorgen maken?

Met een moeder die zich helemaal nooit zorgen maakt, is meestal iets aan de hand. Want hoe relaxt je als mens ook bent, elke moeder die een emotionele band met haar kind heeft, maakt zich in meer of mindere mate zorgen. Als dat niet zo is, is er meestal sprake van een depressie of een ander psychisch probleem. Het is belangrijk dat er dan voor moeder en kind snel hulp gezocht wordt.

Wanneer ben je ‘goed’ bezorgd?

Het gaat er vooral om dat je je steeds weer in je kind verplaatst. Vraag je je af of het goed gaat met je baby? Ga dan in je hoofd een lijstje af: heeft hij honger, een vieze luier, last van krampjes? Als je kind groter wordt, kijk je naar andere dingen: wordt je kind ’s ochtends vrolijk wakker? Is hij blij na een dag op de crèche of peuterspeelzaal? Onthoud dat je heus wel signalen krijgt als je kind níet gelukkig is. Dan is er nog tijd genoeg om je zorgen te maken.