Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Ben ik overbezorgd?

Dat je je zorgen maakt om je kind is normaal: je wilt hem immers beschermen en behoeden. Maar je kunt ook overbezorgd zijn. En dat is niet alleen vervelend voor jezelf – hallo, continue knoop in je maag – maar uiteindelijk ook voor je kind. Hij leert juist veel van zelf proberen en heeft de ruimte nodig om op te groeien. Hoe weet je of je te bezorgd bent?

Wat is de functie van bezorgdheid?

Bezorgdheid is eigenlijk een slimme truc van Moeder Natuur. Want juist door dat onderbuikgevoel dat je je kind móét beschermen, behoed je hem voor gevaarlijke situaties. Bezorgdheid beschermt je kind dus. Bovendien houdt bezorgdheid je scherp: terwijl je in de weken na je bevalling misschien doodmoe bent, schrik je door een bezorgd gevoel toch wakker als je denkt dat er iets aan de hand kan zijn met je baby. Bezorgdheid vloeit voort uit liefde: je houdt zoveel van je kind, dat je niet wilt dat hem iets overkomt. Er zitten dus nogal wat voordelen aan voor je kind.

Advertentie

Piek net na de geboorte in overbezorgd zijn

De meeste vrouwen ervaren vooral veel bezorgdheid in de periode na de bevalling. Dat is normaal, want vooral als je net je eerste kind hebt gekregen komt er nogal wat op je af in die periode: alles is nieuw, je moet vaak veel dingen leren, zoals je baby verzorgen, en het is nogal wat, opeens de verantwoordelijkheid hebben voor zo’n klein mensje.

Na verloop van tijd krijg je meer vertrouwen en neemt de ergste overbezorgdheid vaak af. Als na een paar maanden de meeste zwangerschapshormonen je lijf uit zijn, kun je je zorgen steeds beter relativeren. Een jaar na de bevalling ben je als het goed is ‘normaal’ bezorgd. De bezorgdheid wordt dus geleidelijk minder.

Wanneer ben je overbezorgd?

Je omgeving merkt waarschijnlijk sneller wanneer je overbezorgd bent dan jijzelf. Maar hoe merk je dat zelf dan? Goed om bij jezelf te checken: als het enige in je hoofd ‘baby’ is, is dat een signaal. Als je na een paar maanden weer aan het werk gaat, kunnen de eerste weken flink wennen zijn. Maar na verloop van tijd zul je merken dat je je steeds beter op je werk kunt concentreren.

Ook als je niet werkt, is het belangrijk dat je niet de hele dag piekert over het welzijn van je kind. Gesprekken met vriendinnen moeten ook over andere dingen kunnen gaan dan alleen over baby’s, poepluiers en spenen. En je moet met een gerust hart boodschappen kunnen doen terwijl je partner of oppas met jullie kind thuisblijft. Als dat niet het geval is, ben je overbezorgd – of in ieder geval overbelast. Heb je het gevoel dat jouw bezorgdheid na die eerste maanden niet afneemt? Praat er dan over, met je partner, familie of de huisarts.

Gevolgen van overbezorgd zijn

Het vervelende van overbezorgd zijn is dat jij het goed bedoelt – je wilt immers je kind beschermen – maar het uiteindelijk juist de ontwikkeling van je kind kan dwarszitten. Want kinderen hebben letterlijk de ruimte nodig om zich fysiek te ontwikkelen. Ze moeten leren vallen en weer opstaan en van zich leren afbijten als iemand onaardig tegen ze is. Zo worden ze weerbaar. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt zelfs dat kinderen die ‘uitdagend’ worden opgevoed door hun ouders, later minder bang zijn. En dat geldt met name voor kinderen die angstig zijn aangelegd.

Als je je kinderen constant overal voor waarschuwt, kun je juist angst zaaien. Je kind voelt jouw stress en wordt zo zelf ook angstiger. Bovendien is je kind zo meer met jou bezig – maakt mama zich geen zorgen? – dan met zichzelf. Het beste kun je die waarschuwingen dus af en toe inslikken. Realiseer je dat jouw bezorgdheid jouw ‘zorg’ is, en leg het niet bij je kind neer. Vertrouw je kind en geef hem eigen verantwoordelijkheid. Natuurlijk in proporties, maar een kind van drie jaar kan best zelf van de glijbaan in de speeltuin en wanneer een dreumes rent, hoort vallen er ook bij. Daar hoef je niet met je neus bovenop te staan.

Hoe leer je loslaten?

Opvoeden gaat eigenlijk vooral over loslaten. Als je een baby hebt, is dat natuurlijk nog loslaten in het klein: het is goed als je dat zo nu en dan doet door iemand anders even je kind te laten vasthouden, even boodschappen te gaan doen zonder je kind, enzovoort. Vind je dat lastig? Praat erover met je partner en familie en vertel dat je denkt overbezorgd te zijn. Wordt je kind groter? Vraag andere moeders hoe zij over bepaalde zaken denken: waar mag hun kind alleen buiten spelen? Hoe ver mag hun kind van huis?

Loslaten begint niet pas als je kind achttien is. Realiseer je dat je niet kunt voorkomen dat je kind valt. Je kunt hem wel helpen opstaan. Bovendien is het goed voor het zelfvertrouwen van je kind als je hem af en toe loslaat en zelfstandig dingen laat doen. Zeker als hij groter wordt. Wil je kind als hij groter is bijvoorbeeld een keer zelf naar school fietsen? Leer hem de verkeersregels, maak samen een oefenrondje en laat het hem dan proberen. Waarschijnlijk zit jij tandenknarsend op de bank, maar is je kind supertrots als het hem lukt.

Wanneer ben je ‘goed’ bezorgd?

Het gaat er vooral om dat je je steeds weer in je kind verplaatst. Vraag je je af of het goed gaat met je baby? Ga dan in je hoofd een lijstje af: heeft hij honger, een vieze luier, last van krampjes? Als dat niet het geval is, heeft het niet zoveel zin om overbezorgd te zijn. Als je kind groter wordt, kijk je naar andere dingen: wordt je kind ’s ochtends vrolijk wakker? Is hij blij na een dag op de crèche of peuterspeelzaal? Onthoud dat je heus wel signalen krijgt als je kind níet gelukkig is. Dan is er nog tijd genoeg om je zorgen te maken.

Bron: Universiteit van Amsterdam