6 redenen waarom hoofdluis niet zó erg is

O nee, er hangt weer zo’n briefje op het prikbord naast de klas. O ja, ook jouw kind heeft ze: hoofdluis. Zes redenen om je niet gek te laten maken.

1. Het huis hoeft niet op z’n kop

Je ziet jezelf alweer urenlang bedden verschonen, het huis stofzuigen, knuffels van en naar de vriezer slepen… Nergens voor nodig. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is er nauwelijks wetenschappelijk bewijs dat je de luizen met wassen en stofzuigen sneller weg krijgt. Sterker nog, de plaag kan er juist langer door aanhouden. Ouders schijnen zich namelijk met zoveel overgave op de schoonmaakklus te storten, dat ze daarna vergeten de haren van hun kind elke dag grondig te kammen – terwijl dat volgens het RIVM het enige is wat écht werkt.

2. De luis is totaal ongevaarlijk

De luis is een parasiet. Hij is niet nuttig in de voedselketen of voor ons ecosysteem. Eigenlijk dóet hij ook niets. Ja, hij drinkt minuscule druppeltjes bloed, via de hoofdhuid. Het speeksel dat hij daarbij achterlaat, kan jeuken. Niet bij iedereen, slechts 30 procent van de mensen is er gevoelig voor. Jeuk is natuurlijk vervelend, maar verre van gevaarlijk. Luizen kunnen (bijna) niks. Ze kunnen niet springen en zelfs geen stukken lopen. De afstand van bank naar hoofd is al te ver voor vriend luis. Je kind kan ze alleen krijgen door haar-tegen-haarcontact. Dat betekent dat de luizencapes en -zakken ook bij het vuilnis kunnen, want ze kruipen niet van de ene naar de andere jas. Het enige waar de luis wél goed in is, is nog meer familieleden op de wereld zetten. Een volwassen luizenvrouwtje legt vijf tot negen eitjes per etmaal. Na ongeveer een week komen daar larfjes uit. Die krijgen binnen tien dagen alweer kleintjes.

3. De luis verbroedert (1)

Veel kinderen vinden haren kammen vervelend. Ouders ook, want het kost tijd. Zeker als je het twee keer per dag moet doen, met zo’n speciale kam waarvan de tanden dicht op elkaar staan (zodat je er dus niet makkelijk doorheen komt). Voordat je het weet, zijn jullie allebei gestrest. Trap er niet in. Raffel het niet af, maak er een gezellig moment van. Terwijl jij achter je kind zit, zijn sommige dingen opeens makkelijker te bespreken. Met een beetje goede wil wordt kammen een dagelijks terugkerend rustpunt.

4. De luis verbroedert (2)

Het klinkt misschien niet aantrekkelijk, maar het luizenmoederschap is een van de betere baantjes die je binnen school kunt bekleden. In no time ken je alle klasgenoten van je kind bij naam. Ook hier geldt weer: gebruik deze contactmomenten goed en knoop een praatje aan met degene die je pluist. Overweeg de andere luizenouders ook eens mee te nemen op ‘luizenkoffie’. Eerst samen pluizen, daarna naar een koffietentje.

5. Dure maatregelen niet nodig

Wat ze allemaal niet uitvinden: elektrische kammen, shampoos, preventieve sprays, homeopathische druppeltjes. Het goede nieuws is: je hóeft er je geld niet aan uit te geven. Wat het allerbeste helpt, is kammen, kammen en nog eens kammen. Twee weken lang, elke dag, met een speciale luizenkam. En die zijn er al vanaf € 1,99. Veel ouders gebruiken een anti-hoofdluismiddel als aanvulling. Helaas krijg je daar bijna nooit alle luizen en neten mee weg. Je moet daarnaast dus nog steeds twee weken lang elke dag kammen. Wat wel kan helpen is crèmespoeling. Het maakt het haar van je kind een stuk beter doorkambaar en eitjes schijnen er sneller door los te laten.

6. Het komt in de beste families voor

Vroeger was luizen hebben een reden om je te schamen. Het werd gekoppeld aan slechte hygiëne. Onzin. Zo is het ook niet waar dat luizen alleen van gewassen haar houden. Je hebt gewoon pech als je ze krijgt en het is alleen maar handig er veel over te praten. Dan kunnen andere ouders hun kinderen ook even extra in de gaten houden.