Hokjesdenken ontstaat thuis
Pedagoog Joke Bakker van ouderschaps- en opvoedpraktijk Sankofa: 'Jonge kinderen staan open-minded in het leven en hebben die onbevangenheid nog. Het denken in hokjes, zoals 'typisch jongens en typisch meisjes', 'jongens vallen op meisjes' of hoe een gezin eruit 'hoort' te zien, komt volledig bij de ouders en andere volwassenen vandaan. Een jong kind heeft die hokjes helemaal niet, die leren ze aan als ze ouder worden. Dus als je een open-minded opvoeding belangrijk vindt, ga dan vooral eerst eens bij jezelf te rade: hoe ruimdenkend ben ik zelf eigenlijk?'
Lees ook: Zo breng je je kind normen en waarden bij
Hoe kun je hokjesdenken in de opvoeding voorkomen?
Kinderen beseffen vanaf een jaar of twee, drie dat ze een jongetje of meisje zijn. Pas als ze vijf of zes jaar zijn, vormen ze een beeld van wat dat inhoudt en hoe het 'hoort', en gedragen ze zich volgens dat beeld. Denk aan het typische idee van jongens die met auto's spelen en meisjes die zich verkleden als prinses. Dit heeft ook te maken met de sociale ontwikkeling van kinderen: ze spiegelen zich aan elkaar en gaan vaak nadoen wat ze bij andere kinderen hebben gezien.
Wil je het 'typisch jongens, typisch meisjes' idee zoveel mogelijk voorkomen bij jouw kind? Dan kun je op de volgende dingen letten:
Begin bij jezelf en wees je bewust van je eigen stereotype beelden. Wat heb je zelf meegekregen vroeger?
Let op je taal. Benoem nooit iets als 'voor jongens' of 'voor meisjes'.
Deel jongens en meisjes niet automatisch in twee verschillende groepen in. Moedig het juist aan om met veel verschillende kinderen in contact te komen.
Accepteer wat jouw kind leuk vindt en moedig het aan om zelf keuzes te maken. Wil je dochter op avontuur en in bomen klimmen? Wil je zoon rustig thuis spelen of een knalroze trui aan? Prima. Maak ruimte voor de persoonlijkheid van je kind.
Geef zelf ook het goede voorbeeld, bijvoorbeeld door thuis de huishoudelijke en zorgtaken te delen met je partner.
Zo kan het ook
Ook als je jezelf heel tolerant vindt, valt het je waarschijnlijk toch meteen op als dat vriendje van de crèche bijvoorbeeld twee moeders heeft. 'Dat is helemaal niet gek,' zegt Bakker. 'We kunnen wel boos worden over die hokjes, maar zo werken onze hersenen nou eenmaal. Om te overleven, hebben we dat labelen nodig. Als we alle informatie die op ons afkomt elke dag opnieuw zouden moeten ordenen, zouden we knettergek worden.'
In het hokje 'gezin' zijn ergens onderweg een vader en een moeder aan het hoofd beland. Als het mensen opvalt dat er bijvoorbeeld twee vaders zijn, is dat te begrijpen. En het betekent ook niet gelijk dat ze intolerant zijn. Bakker: 'Als de situatie anders is dan het bestaande beeld, realiseer je je: hé, ik moet mijn beeld bijstellen.'
Het goede voorbeeld geven aan je kind
Tegenwoordig komen twee vaders, twee moeders of alleenstaande ouders steeds vaker voor. Tijd om de hokjes op te rekken, dus. Daarom is het belangrijk om je kinderen actief mee te geven dat een gezin er overal weer anders uit kan zien. Dat hoe het bij jou thuis gaat, niet de enige manier is. En dat je respect mag hebben voor al die diversiteit. Het is belangrijk dat ouders zelf het goede voorbeeld hierin aan hun kind geven.
Lees ook: Alles over homoseksueel ouderschap
Open-minded opvoeden
Uit onderzoek van Henny Bos, hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam en gepromoveerd op lesbisch ouderschap, blijkt: kinderen uit gezinnen met twee moeders kunnen gemiddeld beter omgaan met verschillen dan kinderen uit gezinnen met een vader en een moeder. 'Kinderen van lesbische ouders krijgen dat schijnbaar automatisch mee van thuis. Omdat ze zelf twee moeders hebben, begrijpen ze makkelijker dat mensen op allerlei manieren anders kunnen zijn. Dat helpt niet alleen om heel natuurlijk voor al die verschillende gezinssamenstellingen van klasgenoten open te staan, maar ook om andere geloofsvormen of bijvoorbeeld handicaps te accepteren.'
Lees ook: De voordelen en uitdagingen van een genderneutrale opvoeding
Zo maak je seksuele diversiteit bespreekbaar
Het ligt er natuurlijk aan hoe oud je kind is en met welke vragen die naar jou toekomt. Tot een jaar of zeven leg je de nadruk op liefde en verliefd zijn. Rond acht jaar kun je het hebben over emoties en wederzijds respect. Hier vijf tips hoe je met je kind over homoseksualiteit kunt praten:
Gebruik het woord homoseksueel of beschrijf dat een jongen op jongens valt. Dat helpt om de negatieve bijklank te laten verdwijnen. Corrigeer je kind altijd als het homo als scheldwoord gebruikt.
Vertel, als het gaat over verliefd worden of gezinssamenstellingen, dat een jongen ook verliefd kan worden op een jongen en een meisje op een meisje. En dat je niet kunt kiezen op wie je verliefd wordt, dat dat gewoon gebeurt.
Ongeveer 18 procent van de Nederlanders boven de 15 jaar behoort tot de LHBTQIA (lesbisch, homoseksueel, bi-plus, transgender, queer, intersekse, aseksueel)-groep, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Het komt dus best vaak voor, maar het is wel een minderheid. Dat kun je aan je kind uitleggen door te zeggen: 'Het is niet raar, het is alleen anders dan je gewend bent of iets wat je minder vaak ziet.'
Práát met je kind over seksuele diversiteit en beantwoord diens vragen. En stip het onderwerp zelf af en toe aan als zich daarvoor een aanleiding voordoet.
Benoem niet alleen de verschillen, maar juist ook de overeenkomsten. Want mannen en vrouwen verschillen onderling meer dan mannen van vrouwen verschillen.
Mocht homoseksualiteit niet passen binnen jouw geloofsovertuiging, geef daarover dan uitleg aan je kind en leer je kind dat er veel diversiteit is in de samenleving en om daar respectvol mee om te gaan.
Met je kind praten over gender en genderidentiteit
Om met je kind over gender te kunnen praten, is het belangrijk dat jij ook duidelijk hebt wat het is, dus we beginnen met een mini-lesje. Allereerst: wat is het verschil tussen gender en sekse? Sekse is het geslacht dat is toegewezen bij de geboorte. Denk aan de uiterlijke geslachtskenmerken, waardoor de meeste baby's de sekse vrouw of man krijgen toegekend. Er zijn ook kinderen die met mannelijke én vrouwelijke geslachtskenmerken geboren worden, of met een variatie van inwendige geslachtsorganen, chromosomen of hormonen. Dat noemen we intersekse. Het gaat hierbij niet om een afwijking, maar om een natuurlijke variatie, daarom is het belangrijk dat je kind ook leert over intersekse, niet alleen over man en vrouw.
Naast sekse bestaat er ook gender. Je hebt aan de ene kant genderidentiteit (wie je bent) en je genderexpressie (hoe je je uit en presenteert). Het is dus de vraag of hoe iemand zich voelt ook past bij de toegewezen sekse.
Cisgender:
Voor de meeste mensen valt hun sekse samen met hun genderidentiteit. Dat wil zeggen: je bent geboren met vrouwelijke geslachtskenmerken, en je voelt je ook een vrouw.Transgender:
In dit geval komen de toegewezen sekse en de identiteit niet overeen. Je bent bijvoorbeeld geboren met mannelijke geslachtskenmerken, maar je voelt je veel meer een vrouw en wil je ook zo kleden, gedragen, gezien worden. Je zou dan ook kunnen kiezen voor hormoonbehandelingen en/of chirurgische of cosmetische ingrepen. Het kan zijn dat jouw kind deze gevoelens ontwikkelt. Dit gebeurt bij 1,7 procent van de jongens en 2,9 procent van de meiden. Heb je hier vragen over? Kijk dan op transvisie.nl.Non-binair:
Met 'binair' bedoelen we de tweedeling tussen man en vrouw. Soms valt de genderidentiteit alleen niet binnen deze tweedeling. Je voelt je bijvoorbeeld allebei, of geen van beide, of zit er ergens tussenin.
Net zoals bij seksuele diversiteit geldt ook hier: maak het bespreekbaar. Leg je kind uit dat er verschillen zijn in gender en dat het geen keuze is die beïnvloedbaar is. Iedereen is anders, en daar mag ruimte voor zijn. Leer je kind dat diversiteit op alle mogelijke manieren bestaat en hoe je daar respectvol mee omgaat. Wees daarin een voorbeeld voor je kind. En waarschijnlijk het belangrijkste: laat je kind diens eigen identiteit zelf ontdekken.
Top 5 'roze' boeken
Het is ook goed als je kind verschillende gezinsvormen ziet. Niet iedereen heeft misschien een lesbisch stel in zijn vriendenkring, maar je kunt ook eens kijken naar de veelzijdigheid in boeken die je voorleest. Je moet er een beetje je best voor doen, maar ze komen er steeds meer: boeken die niet per se over het onderwerp gaan, maar waar wel homo-ouders, bonusmoeders of co-vaders in voorkomen. Zie voor nog meer tips: www.queerboeken.nl/kinderboekentips/
Leeftijd 4-5
Leeftijd 6-7:
Het lammetje dat een varken is. Pim Lammers. Uitgeverij de Eenhoorn, 2017
Je kunt niet kiezen op wie je verliefd wordt. Pimm van Hest, Clavis, 2021
Leeftijd 8-9:
Leeftijd 10-12:
Meer boekinspiratie: 15x kinderboeken met diversiteit (en waarom dit zo belangrijk is)
Bronnen: CBS, Seksueleopvoeding.info, NNID.nl