verkeersles

Verkeersles en verkeersopvoeding: kinderen in het verkeer

Er komt een moment dat je kind zelf gaat lopen, oversteken, fietsen en ooit zelfs in zijn eentje naar school gaat. Dat betekent dat je je kind moet leren hoe hij veilig deelneemt aan het verkeer. Hoe doe je dat? Wat moet je hem zelf leren en wat leert hij op school? Een handig overzicht: verkeersles en verkeersopvoeding van je kind.

Verkeersopvoeding

Kinderen zijn erg kwetsbaar in het verkeer. Ze zijn nog volop in ontwikkeling, zowel lichamelijk (ze groeien) als geestelijk (ze leren). Kinderen zijn ook speels en impulsief. Het besef van gevaar in het verkeer is door hun gebrek aan ervaring nog beperkt. En wat kinderen leren in en over het verkeer, kunnen ze nog niet meteen foutloos toepassen. Daarom zijn verkeersles en verkeersopvoeding heel belangrijk.

Advertentie

Zolang je kind nog in de kinderwagen over straat gaat, heb je zijn veiligheid in het verkeer zelf in de hand. Maar als je kind kan lopen, komt er een moment dat hij liever niet meer in de buggy zit, maar zelf op de stoep wil wandelen. En vervolgens op zijn (loop)fiets mee wil naar de supermarkt. Aan jou de taak om je kind te helpen om zich veilig door het verkeer te bewegen. Dat doe je allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven, want je kind neemt jouw gedrag over. Leg ook uit wat je doet en waarom je dat doet. Ga daarnaast regelmatig samen met je kind de straat op. Door situaties samen te oefenen, leert je kind hoe hij moet omgaan met het verkeer.

Lees ook: Veilig Verkeer Nederland: ‘Breng je kind niet met de auto naar school’

Ontwikkeling van je kind en het verkeer

Omdat je kind zowel lichamelijk als geestelijk volop in ontwikkeling is, zal je kind bepaalde dingen in het verkeer simpelweg nog niet kúnnen. Kinderen nemen anders waar en reageren anders dan volwassenen. Het is belangrijk om dat in je achterhoofd te houden, zodat je er rekening mee kunt houden bij de verkeersopvoeding van je kind. Een aantal belangrijke punten op een rijtje:

  1. Vanaf ongeveer drie jaar kunnen kinderen lopen en gelijktijdig hun aandacht richten op andere dingen. Voor die tijd nog niet.
  2. Jonge kinderen kunnen nog niet goed hun evenwicht bewaren. Peuters en kleuters struikelen daardoor sneller dan volwassenen. Laat je kind daarom niet te dicht langs de stoeprand lopen.
  3. Tot ongeveer vier jaar kan rennen riskant zijn, vooral als je kind plotseling moet stoppen. Kinderen kunnen niet goed plotseling afremmen.
  4. Kinderen tot zo’n vijf jaar hebben een zeer beperkt besef van gevaar. Pas tussen de vijf en tien jaar ontstaat bij een kind het besef van gevaar.
  5. Het reactievermogen bij kinderen werkt nog heel primitief: ze kunnen van een hard geluid of een aankomende auto schrikken en acuut stil blijven staan, ook midden op straat.
  6. Kinderen die net leren fietsen, slingeren in het begin flink, vooral als ze langzaam rijden of achterom kijken. Tip: zo leer je je kind veilig fietsen zonder zijwieltjes.
  7. Tot de leeftijd van acht á negen jaar kunnen kinderen gevaren niet goed zien aankomen.
  8. Het gezichtsveld van je kind ontwikkelt zich tot hij ongeveer tien jaar is. Jonge kinderen hebben een smal blikveld (kokerblik). Ze kunnen daarom nog niet goed vanuit hun ooghoek iets zien.
  9. Ook het gehoor is bij kinderen nog niet goed ontwikkeld. Ze hebben een diffuus gehoor, wat inhoudt dat ze niet goed kunnen bepalen uit welke richting een geluid komt.
  10. Tot ongeveer tien jaar overschatten kinderen snelheid, waardoor ze bij het oversteken vaak voor fietsers en auto’s wachten die nog erg ver weg zijn.
  11. Maar tussen de tien en veertien jaar ónderschatten kinderen (vooral jongens) juist vaak snelheid. Daardoor kunnen ze heel plotseling oversteken, vlak voor een auto of fietser die komt aanrijden.
  12. Tot ongeveer elf jaar kunnen kinderen zich op maar één ding tegelijk concentreren, waardoor ze hun aandacht soms nog niet goed op het verkeer kunnen richten. Bijvoorbeeld: als ze een vriendje aan de overkant van de straat zien, geven ze hem meer aandacht dan het verkeer om hen heen.
  13. Tot elf jaar kunnen kinderen nog steeds wel eens onverwachts de straat op rennen tijdens het spelen. Ze gaan dan zo op in hun spel, dat ze achter een bal aan kunnen rennen zonder na te denken over het verkeer om hen heen.
  14. Tot twaalf jaar kunnen kinderen een complexe verkeerssituatie met meerdere verkeersdeelnemers uit verschillende richtingen niet overzien. Denk aan kruispunten, rotondes of links afslaan.
  15. Tot ongeveer zestien jaar ontwikkelt de snelheid van informatieverwerking zich nog. Kinderen tot zestien jaar hebben daardoor meer tijd nodig dan een volwassene om een beslissing te nemen.

Lees meer: Een veilige kinderfiets kopen: waar moet je op letten?

Verkeersopvoeding tot 4 jaar

Van jonge kinderen kun je niet verwachten dat ze verkeerssituaties goed inschatten. Ze kunnen soms, hop, zomaar oversteken. Blijf dus altijd alert als je met je kind over straat gaat. Toch pakken jonge kinderen al wel veel op. Begin dus al op jonge leeftijd met de verkeersopvoeding. Een aantal tips:

  • Benoem op straat uitvoerig wat je ziet. In no time zeggen kinderen zelf ook ‘auto’, ‘stoplicht’ en ‘groen’, en koppelen ze die woorden aan de verkeersregels.
  • Dreumesen en peuters kopiëren het gedrag van hun ouders. Geef dus het goede voorbeeld: stop voor rood en draag een autogordel. Leg ook uit waarom je dat doet.
  • De ‘helden’ van je kind (uit Sesamstraat, Jip en Janneke, Paw Patrol of Dora) kunnen ook als voorbeeld dienen. Veilig Verkeer Nederland biedt leuke folders en kleurplaten aan waarmee je je kind over het verkeer kunt leren. Of leen kinderboeken in de bibliotheek over het thema verkeer.

Lees hier wanneer je kind in een fietszitje voor op de fiets mag. En vanaf welk gewicht hij verhuisd naar een achterzitje.

Veilig oversteken

Een van de eerste verkeerssituaties waar kinderen mee te maken krijgen, is leren oversteken. Dat leert hij in de praktijk. Neem je kind mee de straat op, hou zijn hand vast en vertel waarom je op de stoep moet lopen. Laat zien dat hij moet stoppen als de stoep eindigt. En dat hij eerst goed moet kijken of er geen auto’s of fietsen aankomen. Jongere kinderen hebben nog een smal blikveld. Daarom moeten ze leren om bij het oversteken hun hoofd goed naar links en rechts te draaien: pas dan kunnen ze echt goed zien of er verkeer aankomt. Ze zien namelijk nog niets vanuit hun ooghoeken. Vertel ook dat je kind altijd naar jou moet luisteren als jullie op straat lopen.

Links, rechts, links kijken bij het oversteken, dat zegt kinderen tot vier jaar nog weinig. Een rijmpje of liedje kan helpen om eenvoudige verkeersregels beter te onthouden. Kijk ook eens op YouTube naar filmpjes over oversteken, bijvoorbeeld naar Stoeprand… stop! van Dick Bruna of Veilig oversteken – Leren met Jokie.

Veilig op de loopfiets

Een loopfiets is goed voor de motoriek en het evenwichtsgevoel van je kind. Het is ook een goede voorbereiding op het leren fietsen: met een loopfiets leert je kind alvast de coördinatie van het rijden, sturen en stoppen. Voor kinderen van één tot twee jaar zijn loopfietsen met drie of vier wielen ideaal. Vanaf twee jaar is je peuter klaar voor het ‘echte’ werk: een loopfiets met twee wielen. Let bij de aanschaf wel op de lengte van je kind en de zithoogte van de fiets.

Laat je kind eerst in een veilige omgeving oefenen met zijn loopfiets. Bijvoorbeeld in de achtertuin, een speeltuintje of op een woonerf of stukje stoep waar heel weinig ander verkeer komt. Hou je kind goed in de gaten en leg uit wat hij moet doen en hoe hij kan sturen op zijn loopfiets. Probeer ook het begrip ‘remmen’ uit te leggen, want zelfs met die korte beentjes kan je kind al behoorlijk wat snelheid maken.

Heeft je kind zijn loopfiets aardig onder controle en kan hij ook (op commando) remmen, dan kun je hem met zijn loopfiets eens meenemen op straat. Begin met kleine stukjes: even naar de speeltuin, de kinderopvang of de supermarkt.

Meer lezen: Een bakfiets kan handig zijn om je kinderen veilig te vervoeren. Check hier waar je op moet letten bij de aankoop van een veilige bakfiets.

Zelf fietsen

Na de loopfiets volgt een fiets met trappers: een driewieler, een fiets met zijwieltjes of misschien wel gelijk zonder zijwieltjes. Leer je kind dat hij tijdens het fietsen naar voren kijkt, naar de weg dus, en niet naar het stuur of de trappers. Begin ook alvast met het uitleggen van verkeersregels én leer je kind om goed en op tijd te stoppen. Lees hier hoe je je kind leert fietsen zonder zijwieltjes.

Zorg ervoor dat je kind op zijn fiets goed zichtbaar is. Op zo’n klein fietsje kijken andere weggebruikers al gauw over een kind heen. Een fietsvlag kan een goed idee zijn: het staat leuk en is vooral nuttig en veilig. Denk verder aan een setje reflecterende armbanden, stickers of reflectoren op de spaken. Je kunt je kind eventueel een fietshelm opzetten. Dat is niet verplicht, maar kan bij een val wel letsel voorkomen en het geeft jou misschien een geruster gevoel, als je het nog spannend vindt om je kind op zijn (loop)fiets te laten ‘racen’.

Lees ook: Hoe veilig is een fietshelm in het verkeer?

Veilig naar school: tips per leeftijd

Als je kind naar school gaat, krijgt hij daar verkeersles. Dat begint al in de kleuterklas. Maar ook al krijgt je kind verkeersles op school, dan nog is het belangrijk dat jij als ouder ook bewust bezig bent met de verkeersopvoeding van je kind.

Hou rekening met de leeftijd van je kind als je tips en verkeersvoorlichting geeft. Hoe ouder het kind, hoe beter hij moeilijke verkeerssituaties en -regels kan inschatten. Kijk hieronder wat kinderen per leeftijd aankunnen qua verkeersopvoeding.

Groep 1, 2, 3

  • Kinderen leren tijdens de kleutertijd wat ‘gevaar’ en ‘veilig’ betekent.
  • Vanaf ongeveer zes jaar weten kinderen wat precies de functie is van een stoep, een zebrapad en hoe een stoplicht werkt.
  • Benoem risico’s die je onderweg tegenkomt. Leg uit waarom het gevaarlijk is en wat er kan gebeuren.
  • Leer je kind dat er in het verkeer vaste afspraken zijn die belangrijk zijn voor je veiligheid.
  • Maak afspraken over veiligheid met betrekking tot buitenspelen, veilig (achter)op de fiets en veilig gedrag bij verschillende weersomstandigheden.

Groep 4

  • Voorrangsregels en voorrangsborden zijn vaak nog te moeilijk. Je kunt je kind wel een aantal veiligheidsafspraken leren en deze samen oefenen.
  • Leer je kind niet de regel, maar leg in de praktijk uit wat hij kan doen. Bijvoorbeeld: stap af bij een kruispunt, kijk goed naar beide kanten of je veilig kunt oversteken.

Lees ook: Vanaf welke leeftijd kan je kind alleen naar school fietsen?

Groep 5, 6

  • Kinderen van acht à negen jaar zien gevaren nog niet goed aankomen. Tot ongeveer tien jaar ontwikkelen zich het gezichtsveld en het vermogen om vanuit de ooghoek te zien.
  • Vraag wat je kind lastig vindt onderweg en of hij weet waar het gevaar zit. Bespreek hoe je veilig kunt handelen in die situatie.
  • Vanaf ongeveer tien jaar zijn de meest basale verkeersregels en -borden bekend: oefenen dus met de verkeersborden en voorrangsregels.
  • De fietsvaardigheid van kinderen neemt tot hun veertiende toe. De grootste vooruitgang boeken kinderen rond hun tiende jaar. Hoe meer ze fietsen, hoe beter ze worden. Veel fietsen dus!

Groep 7, 8

  • Tot een jaar of elf kunnen kinderen zich op maar één ding tegelijk concentreren. Daarna kunnen ze zich dus pas goed op het verkeer om zich heen richten.
  • Tot ongeveer twaalf jaar kunnen kinderen complexe verkeerssituaties met meerdere verkeersdeelnemers uit verschillende richtingen niet goed overzien (kruispunten, rotondes, links afslaan).
  • Blijf oefenen, vooral bij nieuwe routes (naar de middelbare school) die je kind aflegt.
  • Leer je kind om altijd zelf te blijven opletten, ook andere verkeersdeelnemers kunnen soms iets onverwachts doen.
  • De meeste kinderen doen in groep 7 of 8 verkeersexamen. Lees hier hoe je je kind kunt helpen zich voor te bereiden.

Fietsen naar de middelbare school

Gaat je kind al bijna naar de middelbare school? Dit zijn de fietstips gebaseerd op die van de Fietsersbond.

  • Verken samen met je kind de route naar de nieuwe school. Begin daar al mee zodra je weet welke school het wordt. Via de Fietsersbond Routeplanner kun je (via ‘Meer opties’) een autoluwe route plannen.
  • Stap onderweg af bij moeilijke of lastige verkeerssituaties en bespreek die ter plekke.
  • Veel kinderen doen graag stoer, ook in het verkeer. Snel nog even door rood, fietsen met losse handen, elkaar trekken en duwen. Spreek je kind aan op zijn verantwoordelijkheid.
  • Praat over groepsgedrag. Het komt maar al te vaak voor dat scholieren blindelings achter elkaar aan fietsen zonder zelf uit te kijken.
  • Zorg dat je kind zich ’s morgens niet hoeft te haasten. Sta op tijd op en zorg dat de schooltas de avond tevoren is ingepakt. Haast in het verkeer vermindert het opmerkingsvermogen.
  • Zorg ervoor dat de lichten van de fiets van je kind goed werken. De vuistregel: straatlantaarns aan, dan ook je fietslicht aan.
  • Zichtbaarheid blijkt belangrijk. Een felgekleurde jas valt beter op dan een zwarte. Bevestig eventueel losse reflectorstrepen op kleding of rugzak.

Bron: Veilig Verkeer Nederland en School op Seef.