Hoe herken je dyslexie?

Hoe herken je dyslexie?

Kinderen met dyslexie hebben moeite met lezen, schrijven en spellen. Hoe herken je dyslexie en wanneer weet je zeker of je kind dyslectisch is? En wat kun je er vervolgens aan doen?

Wat is dyslexie?

Dyslexie komt uit het Grieks en betekent zoveel als: ‘niet kunnen lezen’. Het wordt ook wel woordblindheid genoemd, maar eigenlijk dekken beide termen de lading niet volledig. Dyslectisch zijn omvat over het algemeen moeite hebben met lezen, spellen en/of schrijven. Al doet een kind nog zo z’n best, wordt hij extra geholpen en gestimuleerd: lezen, spellen en schrijven gaat veel moeizamer dan bij de meeste kinderen van zijn leeftijd en zijn niveau. Een kind met dyslexie is niet minder intelligent dan een kind dat er geen last van heeft. Alleen het leren gaat moeilijker. Een ander kenmerk is dat het probleem hardnekkig is, want extra oefening, inspanning en begeleiding helpen niet veel.

Dyslexie bij kinderen

Van alle kinderen in groep 3 is ongeveer tien procent wat betreft ontwikkeling nog niet ‘klaar’ voor het leren lezen en schrijven. Dit kan verschillende oorzaken hebben en hoeft dus niet per se te betekenen dat je kind dyslectisch is. Het kan voorkomen dat er aan het eind van groep 3 nog weinig tot niets veranderd is: je kind heeft extra hulp gehad maar met de leesontwikkeling wil het niet vlotten. In dat geval is er misschien sprake van dyslexie. 

Hoe herken je het?

Hoewel het op jonge leeftijd lastig is vast te stellen, kunnen er wel een aantal signalen zijn, zoals:

  • een algemeen zwak taalniveau;
  • slecht versjes onthouden;
  • slecht rijmen;
  • moeite met de begrippen links en rechts;
  • moeite met de namen van kleuren.

Deze signalen hoeven niet per se te duiden op dyslexie, maar kunnen je wel al in een vroeg stadium alert maken op de mogelijkheid. Vanaf een jaar of zeven worden de verschijnselen wat duidelijker. Een kind met dyslexie kan dan moeite hebben:

  • om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui;
  • om de klanken in de goede volgorde te zetten, zoals bij ‘dorp’ en ‘drop’ of 12 en 21;
  • om aandacht te houden bij ‘klankinformatie’ (gesproken woord);
  • met het inprenten van reeksen, zoals tafels of spellingsregels;
  • met het onthouden van vaste woordcombinaties, uitdrukkingen of gezegdes;
  • met het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes, woordjes en jaartallen.

Andere signalen kunnen zijn:

  • spiegelen van de letters d en b
  • een hekel hebben aan hardop lezen;
  • lang spellend lezen;
  • veel radend lezen;
  • vaak struikelen bij het lezen;
  • vaak een woord overslaan;
  • delen van woorden weglaten;
  • woorden die hetzelfde klinken door elkaar halen;
  • een groeiend verschil tussen het leesvermogen en het vermogen een verhaal te begrijpen.

Oorzaak

Het is niet helemaal duidelijk hoe dyslexie ontstaat. Het kan te maken hebben met het gebied in de hersenen waar klanken aan letters gekoppeld worden. Dit zou bij een kind met dyslexie te zwak of moeilijk bereikbaar zijn, waardoor klanken niet goed bij woorden of letters passen. Het heeft ook een erfelijke factor. Ben jij of je partner dyslectisch, dan is er zo’n vijftig procent kans dat jullie kind het ook is. Zijn jullie allebei dyslectisch, dan is die kans zelfs tachtig procent.

Onderzoek en diagnose

Het is belangrijk dat het snel wordt ontdekt. Want hoe eerder het aangepakt wordt, hoe beter. Vermoed jij of de leerkracht dat je kind dyslectisch is? Dan zal je kind bij het leren lezen en schrijven in groep drie extra in de gaten gehouden worden. Blijft hij moeite houden met lezen en schrijven, dan kan je kind getest worden op dyslexie. Dit kan op zijn vroegst eind groep drie of begin groep vier. 

Een psycholoog of orthopedagoog kan een officiële diagnose stellen. Dit is een lang proces omdat eerst moet worden aangetoond dat een kind geen baat heeft bij remedial teaching. Dit is extra hulp bij het leren. Wanneer dit niet tot voldoende groei leidt, kan er een onderzoek plaatsvinden.  

In bepaalde gevallen krijgt je kind een dyslexieverklaring, bijvoorbeeld als het in combinatie is met hoogbegaafdheid. Wanneer je kind enkelvoudige ernstige dyslexie (EED) heeft, krijgt hij ook een dyslexieverklaring en wordt het vervolgtraject vergoed. Met de verklaring kun je extra begeleiding op school krijgen. Bij kinderen die thuis geen Nederlands spreken, is het herkennen van dyslexie op de basisschool extra moeilijk. Problemen met lezen en spellen kunnen dan namelijk ook te maken hebben met een taalachterstand.

Ondersteuning

Heeft je kind dyslexie, dan kijkt de school samen met jullie naar de mogelijkheden om hem thuis en op school te ondersteunen. Zo kan hij op zijn eigen niveau blijven presteren, en kan bijvoorbeeld faalangst of onzekerheid worden voorkomen. Extra begeleiding op school wordt meestal gegeven door een remedial teacher die aan de school verbonden is. Daarnaast zal de leerkracht extra aandacht en ondersteuning geven. Ook bestaan er speciale computerprogramma’s voor scholen die je kind helpen met lezen en spellen. Heeft je kind ernstige enkelvoudige dyslexie, dan krijgt hij hulp van een specialist. Dit kan op school of op een praktijk. 

Blijven stimuleren

Zelf kun je je kind helpen door hem waar mogelijk te stimuleren en aan te moedigen. Bijvoorbeeld door veel voor te lezen. Dyslexie verdwijnt er niet door, maar als je kind goed begeleid wordt, kan hij prima meekomen in de klas.

Lees hier meer over de voordelen van voorlezen aan je baby.

Mariëlle Beckers

Orthopedagoog

Mariëlle Beckers (43) is orthopedagoog. Ze is samen met psycholoog Sonja Borgsteede eigenaar van Buro Bloei. Ze biedt hier opvoedondersteuning voor ouders werkt met kinderen en jongeren zelf en doet diagnostiek. Haar werkzaamheden zijn heel divers en haar kennis over opvoeden, ontwikkeling en onderwijs is breed. Mariëlle heeft 4 dochters en 3 zonen in de leeftijd van 7 tot 21 jaar.