wat leert mijn kind in groep 6

Wat leert mijn kind in groep 6?

Aan het einde van de basisschool moet je kind heel veel weten en kunnen om goed voorbereid naar de middelbare school te kunnen gaan. Maar wat leren kinderen in groep 6 precies, de eerste klas van de bovenbouw. Wij splitsen het voor je uit.

Wat je kind leert, wordt bepaald door de school en door de overheid. In de wet is vastgelegd in welke vakken je kind op de basisschool in ieder geval les moet krijgen.

Elke school in Nederland mag zelf bepalen op welke manier en met welke lesmethodes ze invulling geven aan de kerndoelen van het Ministerie van Onderwijs. Dat is een opsomming van alles wat een kind moet kennen en kunnen als hij overgaat naar het voortgezet onderwijs. Met die kerndoelen bepalen scholen een zogenaamde leerlijn. Hoe die loopt is per type onderwijs en per kind weer verschillend. Je kunt wel globaal zeggen wat je kind per jaar leert. Dit is wat hij leert in groep 6:

Algemene leerdoelen in groep 6

Nu in de bovenbouw
Dat je kind nog maar net leerde lezen, zit vast nog vers in het geheugen. Maar in groep 6 zit je kind in de bovenbouw van het basisonderwijs. Je brengt hem vast niet meer iedere dag in de klas, en hij zal dat vast ook niet altijd zelf willen. De kans bestaat dat je het zicht op wat hij allemaal doet een beetje gaat verliezen. Vandaar een globaal overzicht van wat er dit jaar allemaal gaat gebeuren.

Zo gevarieerd mogelijk lezen
Het echte leren lezen hoeft niet meer. Nu gaat het vooral om taalverwerving en taalverwerking, ofwel: hoe haal je informatie uit teksten? Daarom is het belangrijk dat kinderen lezen leuk vinden, want taal en letters zijn overal. Als het goed is, zorgt school voor een zo gevarieerd mogelijk leesaanbod, maar je kunt dat natuurlijk ook thuis stimuleren door allerlei boeken en tijdschriften aan te bieden.

Allerlei soorten woorden
Tweelingwoorden, onthoudwoorden, regelwoorden; bij spellinglessen maakt de juf of meester voor de kinderen het onderscheid. In groep 6 krijgt je kind voor het eerst ook les in grammatica. Dat vinden veel kinderen vaak moeilijk, maar het is heel belangrijk voor later, als je kind vreemde talen gaat leren.

Taal in groep 6

Leesmotivatie
Op het gebied van taal en spelling gaat je kind met sprongen vooruit. Om gemotiveerd te blijven als lezer moeten kinderen hun eigen smaak ontwikkelen. In de bovenbouw (vanaf groep 6) kiezen ze de boeken en tijdschriften die ze zelf interessant vinden. Er moet in de klas daarbij ook ruimte zijn om te praten over emoties die een boek bij ze oproept.

In groep 6 leren kinderen ook hun mening over een boek met argumenten onderbouwen en nadenken over de inhoud. Ze ervaren dat boeken een maatschappelijk belang hebben en kunnen gaan over thema’s als pesten, macht en discriminatie.

Tekstpatronen herkennen
In de bovenbouw ligt bij teksten in romans de nadruk op het herkennen van structuur- en verhaalelementen. Een kind leert dat een verhaal volgens een bepaald patroon is opgebouwd en profiteert daarvan als hij een tekst moet samenvatten, of daar een verhaal over moet vertellen.

Woordrelaties
In groep 6 leren kinderen dat er relaties zijn tussen woorden, bijvoorbeeld dat ‘tafel’, ‘bed’ en ‘stoel’ ondergeschikt zijn aan ‘meubelen’. Andere relaties kunnen tegenstellingen zijn (‘aandoen’ versus ‘uitdoen’) of juist synoniemen (‘rennen’ en ‘hollen’). Daarbij leren kinderen zelf nieuwe woordbetekenissen en hoe ze die in een woordenboek of encyclopedie kunnen opzoeken.

Basisgrammatica
In groep 6 wordt een begin gemaakt met grammatica. Je kind leert de basale grammaticale begrippen, zoals onderwerp, gezegde en persoonsvorm. Ook wordt een begin gemaakt met hoe het vervoegen van werkwoorden in zijn werk gaat. Op het gebied van spelling gaat het over ‘Wanneer schrijf je een ’s?’, bijvoorbeeld in ’s morgens en in piano’s. Verder leren de kinderen onthoudwoorden met au en ou.

Samenvatting: taal in groep 6.

  • Zelf een smaak ontwikkelen op het gebied van lezen.
  • Patronen herkennen in teksten.
  • Relaties leggen tussen woorden.
  • De basisgrammatica.

Rekenen in groep 6

Hoe doe je dat ook alweer?
Je kind leert nu met rekenen veel dingen waar volwassenen ook nog steeds fouten mee maken. Denk aan die ene ‘nul te veel’ of een ‘komma te weinig’. En de oppervlakte van iets uitrekenen, hoe deed je dat ook alweer? Groep 6 is dus een belangrijk jaar voor rekenen.

Mili, centi, hecto, kilo…
Hoe groot is een centimeter en hoeveel is een centiliter? En hoeveel is dan een hectoliter? In groep 6 leren kinderen deze begrippen en hoe ze in verhouding tot elkaar staan. Want hoeveel kilometer is dan 45 hectometer? Behalve al deze maten en gewichten gaan kinderen ook rekenen met oppervlakte. De begrippen vierkante centimeter en kilometer worden uitgelegd.

Cijferen
De getallen waarmee je kind gaat werken, worden steeds groter. Dat betekent dat hij ook ‘cijferend’ gaat optellen en aftrekken, ofwel grote getallen onder elkaar zet en kan uitrekenen. Ze maken een begin met grote getallen met elkaar vermenigvuldigen en delen. Daarbij is het superbelangrijk dat de tafels van vermenigvuldiging er heel goed in zitten. Herhalen, herhalen en herhalen dus.

Achter de komma
Kinderen leren in groep 6 over de kommagetallen en de verhoudingen tussen deze getallen. Ze plaatsen deze dan in de context van maten en gewichten. Ze leren bijvoorbeeld inzien dat 4500 meter gelijk aan 4,5 kilometer is.

Breuk
In groep 6 krijgen kinderen ook een introductie tot breuken. Ze leren hoe je breuken opschrijft, maar bijvoorbeeld ook wat een vierde of een derde ergens van is. Verder leren ze ook hoe het zit met de schaalverdeling op een landkaart en hoe je cirkel- en taartdiagrammen leest en maakt.

Samenvatting: rekenen in groep 6

  • Begrippen die te maken hebben met eenheden van lengte en inhoud.
  • Grote getallen bij elkaar optellen, aftrekken en met elkaar vermenigvuldigen.
  • Een introductie tot kommagetallen.
  • Er wordt een begin gemaakt met breuken.

Wereldoriëntatie in groep 6

In groep 5 en 6 hebben kinderen het in de klas veel over maatschappelijke problemen. Het gaat bijvoorbeeld over de milieuvervuiling, duurzame ontwikkeling en energiebesparing.

Hoe ontstaat het klimaat?

Ook is er aandacht voor het klimaat. In groep 5 is het klimaat van Nederland aan de orde geweest, in groep 6 leren ze over dat in andere Europese landen. Wat voor verschillende soorten dieren en planten brengen de verschillende soorten klimaat bijvoorbeeld met zich mee? Ook is er aandacht voor hoe de verschillende seizoenen ontstaan en hoe dag en nacht ontstaan.

Het menselijk lichaam

Met biologie is er aandacht voor de werking van het menselijk lichaam en hoe mensen en zoogdieren van elkaar verschillen en op elkaar lijken. Bij natuur en techniek leren kinderen ook hoe verschillende dingen werken, zoals het tandwiel van een fiets, of de snaar van een muziekinstrument.

Europese topografie

Bij aardrijkskunde gaat het behalve over topgrafie ook over de verschillende grondsoorten en hoe een stad en wijk is ingericht. Kinderen gaan onderzoeken hoe de gemeente in elkaar zit en hoe die wordt bestuurd. Ook is er aandacht voor verkeer en vervoer. Ook spannend: in groep 6 krijgen kinderen les over vulkanen. Bij topografie gaat het ook over gebergten en de belangrijkste rivieren in Europa.

Willem van Oranje

In de bovenbouw van de basisschool leren de kinderen alles over de geschiedenis van Nederland. In groep 5 beginnen de leerkrachten vaak bij de prehistorie en gaan ze via de Romeinen naar de Middeleeuwen. In groep 6 gaat het over de Gouden Eeuw en Willem van Oranje. Als het goed is hebben de kinderen aan het einde van groep 8 alles gehad, tot aan de jaren 80.

Samenvatting: wereldoriëntatie in groep 6:

  • Je kind leert de verschillende klimaten van Europa.
  • Start topografie van Europa.
  • De werking van het menselijk lichaam.
  • Met geschiedenis gaat het onder andere over de Gouden Eeuw en Willem van Oranje.