Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Bijzonder en ook: bijzonder druk

Het was even schrikken toen Nomi (30) en haar vriend Rob (36) te horen kregen dat zoon Wolf maar liefst twee zusjes en een broertje zou krijgen. In één keer. Een spontane drieling is niet alleen heel bijzonder, maar ook bijzonder veel werk.

‘Afgelopen week gingen we voor het eerst met Wolf, Rover, Filou en Bowie naar buiten. De baby’s in de immense drielingwagen en Wolf in de draagzak, want die kan nog niet zo ver zelf lopen. Voordat iedereen gevoed en aangekleed op de stoep stond, waren we bijna een uur verder, haha. De tijd dat je zo buiten staat met je kind is wel echt voorbij. Maar wat was ik trots toen ik eenmaal achter de kinderwagen liep, niet normaal. Het is hard werken, vier kleintjes waarvan drie piepkleine baby’s, maar dit moment maakte veel goed. Al zie ik het voorlopig geen dagelijks evenement worden.

Advertentie

Drie mensjes

Ik droomde altijd al van een groot gezin. Ik ben deels opgegroeid in een samengestelde familie met vijf kinderen en dat is altijd zo gezellig. Zoiets zag ik zelf ook wel voor me. Ik was snel zwanger van Wolf en toen hij er eenmaal was, besloten we niet te lang te wachten met een tweede. Toen Wolf zeven maanden was, was het al raak. Dat kwam wel een beetje als een shock, we hadden niet verwacht dat het zó snel zou gaan. Maar we waren erg blij, want het ging eigenlijk precies zoals we voor ons zagen. Althans, dat dachten we. Want na de eerste echo stond onze wereld op zijn kop.

Zielig

Vanwege corona mocht Rob niet mee naar de verloskundige. Dat vond ik niet zo’n ramp, we wisten wat er ging komen en er zou voor hem ongetwijfeld nog wel een ander echomoment zijn. Nietsvermoedend lag ik op de behandeltafel, te wachten op het eerste beeld van ons tweede kind. De echoscopist had het al na dertig seconden gezien: “Oh jee!” riep ze, “Het zijn er twee! Nee, drie!” Ik wist niet wat ik hoorde. Drie? Ik kon het nauwelijks geloven en trilde van top tot teen. Maar ik zag het ook, er zaten echt drie mensjes in mijn buik, met piepkleine armpjes en beentjes. “Ik voel met je mee,” zei de echoscopist, die mij volgens mij een beetje zielig vond. Ze keek trouwens haar ogen uit, want zo vaak had ze nog geen drieling op haar scherm gehad.

Ook lezen: Hoe groot is de kans dat jij een tweeling of drieling krijgt?

Praktische modus

Dat steuntje in de rug was fijn, want ik dacht even dat mijn leven nu voorgoed voorbij was. Tegelijkertijd was ik ook trots, want het was een spontane drieling, en die zijn zeldzaam. Ze komen vaker voor bij ivf-behandelingen waarbij meerdere embryo’s worden teruggeplaatst, maar zo vanzelf gebeurt maar één op de zevenduizend keer. Ik belde meteen Rob, die met Wolf bezig was en nauwelijks hoorde wat ik zei. Pas toen ik thuis was, drong het tot hem door. We belandden meteen in een soort praktische modus, want we zouden naar een ruimer huis moeten verhuizen en een andere auto moeten kopen – ons hele leven zou veranderen, zo veel was meteen duidelijk. Het duurde even voor we bekomen waren van de shock, maar al snel waren we er beiden heel gelukkig mee.

Dilemma

Het nieuws ging als een lopend vuurtje. Alle zes verloskundigen uit de praktijk hebben een keer gebeld om te vragen hoe het met me ging en iedereen om me heen was razend nieuwsgierig naar de zwangerschap. We kregen ook meteen heel veel spullen. Toch maakte ik er zelf niet zo’n big deal van. Het mag dan uniek zijn, maar ik voelde me zwanger van Wolf net zo bijzonder. Dat kwam misschien ook omdat de zwangerschap bijna vlekkeloos verliep, wat vrij bijzonder is bij een drieling. Ik had geen last van kwaaltjes, mijn buik werd niet overdreven groot en ik bleef me fit voelen.

Een placenta delen

Maar voor de drieling was de zwangerschap niet zonder risico’s. Drielingen worden bijna altijd (veel) te vroeg geboren, waarbij de kans op complicaties en een ontwikkelingsachterstand groot is. Bovendien moeten ze alle drie gehaald worden als het er met eentje slecht gaat. Er werd ons daarom in het ziekenhuis gevraagd of we de zwangerschap met alle baby’s wilden doorzetten. Het was ook een optie om de twee meisjes, een tweeling, niet geboren te laten worden. Zij deelden een placenta en liepen daardoor extra risico op het Tweeling Transfusie Syndroom (TTS), waarbij één baby veel bloed geeft aan de ander, maar bijna niets terugkrijgt. Dat is heel gevaarlijk en kan leiden tot de dood.

Ook lezen: Zo risicovol is het Tweeling Transfusie Syndroom (TTS)

Te weinig aandacht

Ik vond het een moeilijke vraag en verdrietig om te horen wat onze kinderen kon overkomen. Maar om daarom twee vooralsnog gezonde baby’s weg te laten halen, dat vonden we wel een heel grote stap. Toch heb ik er, met Wolf in mijn achterhoofd, heel even over nagedacht. Hij was nog zo klein, straks kregen we één of meer kinderen die veel zorg nodig hebben en dan zou hij veel te weinig aandacht krijgen. Dat vond ik een onverdraaglijke gedachte. Ik wist ook niet of ik zoiets zou aankunnen. Maar het ging goed met de baby’s. Ze groeiden en ontwikkelden zich alle drie zoals het hoorde. Rob vond daarom dat we ook stil moesten staan bij het feit dat het een spontane drieling was. Ze waren ons gegund en hoorden eigenlijk al bij ons, vond hij. En daar had hij gelijk in.

Toch mis

Toen we eenmaal besloten hadden dat we drie baby’s zouden krijgen, viel er een last van me af. We verlieten Amsterdam voor een ruim huis met een tuin in Eindhoven en ik besloot me zo min mogelijk zorgen te maken over alle mogelijke complicaties, al was ik diep in mijn hart erg bang dat ze veel te vroeg geboren zouden worden. Maar vooralsnog bewogen ze vrolijk met z’n drietjes in mijn buik. Drie paar bewegende armen en benen voelt wel echt anders dan één baby, ik kon echt voelen dat het drie verschillende mensjes waren en wist ook precies wie waar lag.

Als een zoutzak in bed

Zonder kleerscheuren – ik heb niet één keer plat hoeven liggen en kon zelfs Wolf nog gewoon tillen – kwamen we aan in week 28, een cruciale week voor meerlingzwangerschappen. Vanaf dat moment wordt de kans op complicaties veel kleiner en is de kans dat de baby’s het na een vroeggeboorte overleven juist weer een stuk groter. Vanaf toen ging het met mij alleen juist wat minder. Mijn vader maakte een einde aan zijn leven. Heel onverwacht en heel verdrietig, maar er uitgebreid bij stilstaan, vond ik moeilijk, want mijn zorgen om de baby’s hadden de overhand. Daarbij sliep Wolf niet, hij kreeg tandjes en was voortdurend snotterig. En dus sliep ik ook niet. Ik werd er niet fitter op en moest echt rust gaan nemen. Ik ben zelfs een tijdje opgenomen om bij te kunnen komen, maar dat vond ik niet makkelijk. Ik voelde me schuldig ten opzichte van Rob en Wolf, omdat ik als een zoutzak in bed lag en er niet meer voor hen kon zijn. Onzin natuurlijk, maar zo voelde dat toen.

Keizersnee

Toen ik 33 weken zwanger was – wat al een heel eind is voor een drielingzwangerschap – ontdekten de artsen dat de tweeling toch het TTS-syndroom had, mijn grootste angst. Filou kreeg te veel bloed van Bowie en bleek daardoor een verdikte hartspier te hebben. Ze moesten snel gehaald worden. Rob was aan het werk, maar ik was te zenuwachtig om uit mijn woorden te komen. De gynaecoloog nam de telefoon over en vertelde dat ik naar de OK zou gaan voor een keizersnee, maar dat ze zouden wachten tot hij er was en dat hij dus niet hoefde te racen. Zo lief.

Naar huis

En toen waren ze er ineens, een wonder. Ze hebben alle drie nog even bij me kunnen liggen, dat vond ik heel bijzonder. Vlak daarna lag ik helaas alleen op de uitslaapkamer, terwijl Rob met de drieling mee was naar de neonatologie-afdeling. Dat voelde zó eenzaam. Ik wilde naar mijn kinderen! Eenmaal met mijn bed tussen drie couveuses kon ik alleen maar huilen. De spanning van de zwangerschap en de bevalling, maar ook het verdriet om mijn vader kwam er allemaal uit. Wat waren ze immens klein en wat zaten er veel slangetjes en apparaten aan ze vast. Ze kregen zuurstof en allerlei soorten medicatie, om ze stabiel te houden. Heel moeilijk en beangstigend om te zien. Door de pijn na de keizersnee kon ik ze de eerste dagen ook niet goed vasthouden, terwijl dat het enige was dat ik wilde: mijn kinderen bij me hebben en ze beschermen.

Een wonder

En dat was hard nodig, want met Filou ging het slecht. Haar hart functioneerde niet goed door de verdikte hartspier. De artsen moesten alle zeilen bijzetten om haar in leven te houden. Rob ging steeds bij haar kijken. Filou in dat bedje, helemaal opgezet van het vocht, met al die toeters en bellen en voortdurend minstens vier mensen om haar heen, het was de eerste keer dat ik hem in tranen zag. Ik kon niet makkelijk naar haar toe, want ik was vanwege de keizersnee nog niet mobiel. Dat was verschrikkelijk. In mijn hoofd praatte ik voortdurend tegen haar en heb in die dagen wat afgebeden om ervoor te zorgen dat ze het zou redden. Maar na drie dagen kwam Filous arts ineens onze kamer binnen om te vertellen dat hij die dag tijd had gehad om koffie te halen. Dat betekende kort gezegd dat het de goede kant op ging met Filou. We waren zo opgelucht. Maar het was ook bizar: vlak daarvoor dacht ik nog dat we onze dochter zouden verliezen en nu ging het al zo goed. Een wonder, noemden de dokters het. Voor mij voelde het anders: ik kon de overgang mentaal nauwelijks bijbenen.

Stressen

Dat we vier weken later al naar huis mochten, was voor mij ook een erg grote stap. Het ging hartstikke goed met de drieling, ook met Filou. Haar hartspier zag er weer normaal uit en vormde geen gevaar meer. Er was dus geen reden meer om ze in het ziekenhuis te houden, al hebben Bowie en Rover ook nog de nodige infecties en ademhalingsproblemen doorstaan. Ik vond het desondanks behoorlijk eng, ineens drie baby’s mee naar huis. Maar we moesten het echt zelf gaan doen. Dus daar zaten we, in de auto met drie prematuurtjes op de achterbank, want ze waren eigenlijk pas 37 weken oud. Echt bizar, maar ook heel gaaf. Eenmaal thuis werden we verrast door onze familie, met ballonnen en cadeautjes, terwijl Wolf als een kip zonder kop rondrende. Tel daarbij op dat de baby’s honger kregen, terwijl we nog niets hadden kunnen voorbereiden… Het was één grote stresstoestand. Tot de kraamverzorgende zei: “Denk je dat ze in het ziekenhuis al hun voedingen stipt op tijd gehad hebben?” Dat was zo’n geruststellende opmerking, vanaf dat moment kon ik het allemaal wat meer loslaten.

Voeden, voeden, voeden

Eigenlijk is het gewoon een fulltime baan, zo’n drieling. Tot voor kort waren we ruim anderhalf uur bezig met een voeding. ’s Nachts doen we die samen, we slapen gemiddeld vier uur per nacht. Gelukkig kunnen we vaak om de situatie lachen als we weer eens als zombies boven die bedjes staan. Wolf vindt zijn broer en zusjes superleuk, zeker nu ze steeds meer beneden zijn. We hielden ze de eerste weken vooral boven, want die rust hadden ze echt nodig. Als Wolf ze hoort door de babyfoon, zegt hij “Baby!” en inmiddels kan hij ook “aaien” zeggen, wat hij ook zó lief bij ze doet. Het is niet makkelijk voor hem, maar hij slaat zich er goed doorheen.

Droom die uitkomt

Nu de baby’s wat sneller drinken, komt er langzaam ook wat tijd om uitgebreider met ze te knuffelen, voorheen lukte dat gewoon niet altijd. Ik moet zelf ook af en toe eten, of onder de douche, en dan dient de volgende voedingsronde zich alweer aan. Dat vind ik soms wel moeilijk hoor, doe ik ze niet tekort omdat het soms nog zo als een taak voelt? Maar dat is wel een heel belangrijke: ik moet ervoor zorgen dat ze groeien en gezond blijven, want dat laatste blijft een zorg. En daar doe ik alles voor. Het is een droom die uitkomt, dit grote gezin en ik verheug me ontzettend op later: een eettafel vol kinderen met allemaal verhalen, of op mooie vakanties samen. En op slapen. Dat eerst.’

Nomi volgen? Dat kan op instagram, @nomi_harmsen

Lees ook dit bevallingsverhaal: ‘Voor ons zijn ze al lang geen ‘baby één’ en ‘baby twee’ meer’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine.
Interview: Neeltje Huirne. Fotografie: Brenda van Leeuwen

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.