Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Het was mijn grootste angst dat hij dood zou gaan, maar dan zou de rust wel terug zijn'

Als haar pasgeboren zoon thuis herstelt van hersenvliesontsteking voelt Ineke (38) zich steeds leger. Ze verlangt zelfs weleens terug naar de tijd dat hij er nog niet was. 'Vervolgens haatte ik mezelf hierom en bedacht ik dat ikzelf het probleem was. Ik had het gevoel dat ik faalde als moeder.'

‘Het was een snikhete zomer. Terwijl iedereen in de ban was van de hittegolf die ons land in 2019 overspoelde. Jonas was zes weken oud en aan het herstellen van een hersenvliesontsteking. Hij kon geen licht of geluid verdragen. Als hij overstuur was, duurde het vaak een uur om hem rustig te krijgen en als de trap kraakte, begon de hele riedel opnieuw. Het was de zomer waarin ik elk geluidje in ons huis leerde onderscheiden en mijn tanden niet durfde te poetsen uit angst hem overstuur te maken.

Advertentie

Spanning

Jonas is nu zestien maanden. Als ik ’s ochtends naast zijn bed sta, zit hij gezellig te brabbelen en word ik begroet met een lach. Het gaat goed met hem. Kinderen die een hersenvliesontsteking hebben gehad, kunnen daar blijvende schade of een ontwikkelingsachterstand aan overhouden, maar bij hem lijkt dat gelukkig niet het geval. Wel zijn we toen hij drie maanden oud was naar een kinderfysio gegaan. Hij had veel spanning in zijn lijf en doordat zijn lichaam alle kracht nodig had om te herstellen, was hij trager met dingen als omrollen en kruipen. Maar volgens de fysio loopt hij dat weer in.

Nog niet hersteld

Het begon toen ik tijdens de zwangerschap van mijn oudste, Lennon, te horen kreeg dat mijn vader ongeneeslijk ziek was en waarschijnlijk nog maar vier maanden te leven had; precies de resterende duur van mijn zwangerschap. Uiteindelijk heeft mijn vader Lennon nog acht maanden meegemaakt. Dat was een geschenk, maar het was ook een stressvolle periode. Ik zag mijn vader achteruitgaan en ik ging zo vaak ik kon met Lennon bij hem langs. Na elk bezoek dacht ik: dit kon zomaar de laatste keer zijn geweest.

Iets meer dan een half jaar nadat hij overleed, raakte ik zwanger van de tweede. Nu realiseer ik me dat ik op dat moment nog niet was hersteld van alle stress en verdriet rondom de ziekte van mijn vader. Ik had amper de tijd genomen om bij te komen en zijn overlijden te verwerken. Maar een tweede was heel welkom. Het was helaas geen onbezorgde zwangerschap, omdat de groei van de baby steeds wat achterbleef. Vandaar dat werd besloten de bevalling in te leiden. Met zevenendertig weken werd Jonas geboren.

Hoge koorts

De weken na zijn geboorte stroomden de felicitatiekaartjes binnen. De wensen kwamen op hetzelfde neer; dat we lekker moesten genieten van deze bijzondere tijd. Ik weet nog dat die woorden me steeds weer verdrietig maakten. Ik had een pittige bevalling achter de rug. Jonas werd uiteindelijk de wereld in getrokken met een vacuümpomp. Vervolgens moesten we acht dagen in het ziekenhuis blijven omdat hij een infectie had afgelopen. Toen we eindelijk thuiskwamen, en het ‘genieten’ zou moeten beginnen, kreeg hij niet veel later hoge koorts. We kwamen weer in het ziekenhuis terecht en na een ruggenmergpunctie werd het vermoeden van de kinderarts bevestigd: hij had een hersenvliesontsteking.

Geen behandeling

Na die diagnose kon ik alleen maar huilen. Ik weet nog dat ik mijn moeder belde en zei: “Ik weet niet of ik dit aankan.” Ik dacht op dat moment echt dat Jonas dood zou gaan. Godzijdank bleek hij een virale hersenvliesontsteking te hebben en niet de nog gevaarlijkere bacteriële variant. Het was de meest gunstige uitslag. Alleen is er bij een virale hersenvliesontsteking geen behandeling mogelijk en moet het lichaam het virus zelf bestrijden. Toen de ontstekingswaarden na een paar dagen daalden, mocht Jonas naar huis om te herstellen.

Lees ook: Hersenvliesontsteking bij baby en kind: zo herken je het en dit kun je eraan doen

Grote stressbom

Eenmaal thuis voelde ik me vreselijk onzeker. Ik was als de dood dat Jonas weer ziek zou worden, dus ik was hem de hele dag door aan het temperaturen. Ook als hij geen verhoging had. Ik merkte al snel dat hij enorm gevoelig was voor geluid en licht. Hij reageerde op alles, en kreeg dan huilbui die soms wel een uur duurde. En hij sliep bijna niet. In zijn wiegje was hij ontroostbaar, dus droeg ik hem de hele dag bij me. In de draagdoek, op mijn arm. Soms viel hij dan even in slaap, tegen me aan, en hooguit twintig minuutjes. In die schaarse momenten van rust durfde ik me amper te bewegen, en als Lennon of wie dan ook een geluid maakte waardoor Jonas weer wakker werd, schoot ik uit mijn slof. Ik was één grote stressbom.

Borstvoeding geven

Ondertussen gaf ik hem nog borstvoeding. Dat wilde ik graag doen, omdat ik hem het beste wilde geven. Alleen was het drinken vaak een drama. Omdat hij veel hoofdpijn had en weinig sliep, dronk hij slecht en onrustig, waardoor hij vaak onverzadigd was, en ook daardoor niet goed in slaap kon komen. Een vicieuze cirkel, maar stoppen met borstvoeding kon ik voor mijn gevoel niet.

Lennon bracht ik ondertussen zo veel mogelijk naar onze ouders, zodat het thuis zo rustig mogelijk was. Zelfs de was liet ik door mijn moeder doen, omdat ik de wasmachine niet wilde aanzetten, uit angst Jonas overstuur te maken. Ook van het hobbelen met de kinderwagen raakte hij over zijn toeren en het felle zonlicht buiten kon hij niet verdragen. Roland, die ondertussen weer aan het werk was, deed boodschappen en ik zat de hele dag binnen. De nachten gingen nog wel, dan sliep Jonas wat langer achter elkaar. Hij sliep wel alleen in mijn armen, dus zelf lag ik volledig verkrampt in bed om hem maar niet wakker te maken. Het gevolg: ik was op, ik voelde me steeds leger.

Faalgevoel

Mijn gebrek aan controle wat Jonas betreft, probeerde ik te compenseren met het overdreven vasthouden aan structuur in huis. Want dat werkte goed voor Jonas: structuur. Maar als iemand die structuur doorbrak, kreeg ik een woede-uitbarsting of raakte ik in paniek. Ik begon ook nare dingen te denken. Alsjeblieft, smeekte ik in gedachten. Val toch gewoon alsjeblieft een keertje in slaap. Hoe moeilijk kan het zijn? Het was mijn grootste angst dat hij weer ziek zou worden en misschien wel dood zou gaan, maar tegelijkertijd dacht ik ook weleens dat de rust dan terug zou zijn. Geen gehuil, geen gesus. Dan zouden we weer met zijn drieën zijn, en zou het weer worden zoals het was. Vervolgens haatte ik mezelf hierom en bedacht ik dat ikzelf het probleem was. Dat mijn gezin beter af zou zijn zonder mij en mijn paniekaanvallen en woede-uitbarstingen. Ik had het gevoel dat ik faalde als moeder.

Opluchting

Toen Jonas tien weken was, kwam Roland thuis van zijn werk en trof hij me huilend op de bank aan. Toen heb ik voor het eerst uitgesproken dat het helemaal niet goed ging. “Het lijkt alsof ik gek aan het worden ben,” zei ik tegen hem. Vervolgens liep ik helemaal leeg. Waar we in godsnaam aan begonnen waren, dat ik het niet meer kon opbrengen, dat ik uitgeput was, dat ik me in mijn eigen huis bewoog alsof ik door een mijnenveld liep, continu op mijn hoede was, en dat als Jonas wel sliep ik continu bang was dat-ie dood was. Hoewel ik me schaamde voor mezelf, was het ook een opluchting om het er allemaal uit te gooien. Natuurlijk had Ronald gemerkt dat het niet goed ging en ook hij vond het zwaar, maar hij schrok toen hij hoorde hoe ik me echt voelde.

Loslaten

Via onze huisarts ben ik met spoed bij een psycholoog terechtgekomen. Ik had meteen een goede klik met haar. We kwamen er al snel achter dat ik stijf stond van de stress. Dat ik mezelf volledig voorbij was gerend en dat dat dus al een behoorlijke tijd aan de gang was. Een van de eerste dingen die ter sprake kwam, was dat ik thuis de boel wat meer moest proberen los te laten. “Als je steeds alles maar zelf wilt blijven doen, en altijd maar die controle wilt blijven houden, wordt het alleen maar erger,” zei ze.

Me-time

Ik weet nog goed dat Ronald niet lang daarna ’s avonds een massage voor me had geboekt. Het was de eerste keer dat ik weer alleen de deur uitging. Ik voelde me er helemaal niet goed bij. Wat als hij wakker wordt, honger heeft en ik ben er niet? dacht ik steeds. Van de massage zelf herinner ik me weinig. Na afloop wist ik niet hoe snel ik Ronald een berichtje moest sturen: “En?” “Hij slaapt nog steeds,” kreeg ik terug. “Al drie uur.” Ik kon het gewoon niet geloven; dat was de eerste keer dat hij zelfstandig zo lang achter elkaar sliep. Op dat moment begon door te dringen dat hij natuurlijk ook gewoon al die tijd die spanning en opgebouwde stress van mij had gevoeld.

Lees ook: 10x slimme trucs voor meer me-time die je moét kennen

Baby in een droomritme

We zijn toen ook aan de slag gegaan met het zelfstandig leren slapen van Jonas met behulp van het boek Baby in een droomritme. Roland heeft een week vrij genomen van zijn werk, en uren hebben we om beurten naast zijn bedje gezeten, om hem ‘te begeleiden’ bij het zelfstandig in slaap vallen. Na een week sliep hij overdag zomaar veertig minuten in zijn eigen bed. Ik wist niet wat ik meemaakte.

Niet meer boos

Uiteindelijk duurde mijn herstel langer dan dat van Jonas. Ik had zo lang niet stilgestaan bij mezelf. Zo kreeg ik van mijn psycholoog de oefening mee om elke dag iets fijns over mezelf op te schrijven. Ook leerde ik paniekaanvallen te herkennen en er vervolgens afstand van te nemen, als ik voelde dat er eentje op kwam. Als ik op dat moment Jonas in mijn armen had, moest ik hem aan iemand anders geven of even wegleggen. Ik moest ook leren om tijd in te plannen voor dingen die ik fijn vind om te doen, zoals sporten.

Niet alleen

Op advies van mijn psycholoog ben ik ook meer gaan delen met vriendinnen. Ik had het al die tijd vooral alleen gedaan. Ik kon er voor mijn gevoel ook niet over praten, want ik schaamde me voor wat ik voelde. Vanaf het moment dat ik mijn gevoelens wel begon te delen, heb ik zo veel teruggekregen. Vriendinnen die vertelden dat ze het moederschap ook zwaar vonden, of die mijn neiging tot controle herkenden. Ik merkte hoe fijn het was om te ervaren dat je niet alleen bent.

Gelukkig

Nu gaat het weer goed met ons vieren. Ik heb het verdriet over het feit dat ik niet heb kunnen genieten van Jonas’ eerste maanden een plek gegeven. Ik ben niet meer boos op mezelf. Ik laat mezelf nooit meer zo in de steek. Ik hoop dat ook andere moeders zich durven uitspreken als het niet goed gaat in die eerste periode waarvan je juist zo zou willen genieten. Doe het niet alleen, maar praat erover. Weet ook dat niemand je daar om zal veroordelen en dat er later echt nog meer dan genoeg valt te genieten.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Nienke Pleysier, beeld: Pexels

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.