Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Interview: Hannelore verloor haar man en bleef achter met twee kleine kinderen

Begin 2019 verloor de Vlaamse singer-songwriter en auteur Hannelore Bedert plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. Ze bleef achter met haar twee jonge kinderen Hoppe (7) en Polly (3).

‘Van de ene op andere dag was hij er niet meer. Ik kwam ’s avonds thuis van een optreden, toen ik een harde klap boven hoorde. Dat was Stijn, die viel. Zijn broer had tien jaar eerder een hartaanval gekregen, die hij overleefde. Hij bleek het Brugada-syndroom te hebben. Omdat het erfelijk is, werd Stijn toen ook onderzocht. Ook hij bleek drager van het gen dat hartritmestoornissen veroorzaakt, maar testen wezen uit dat hij een laagrisicopatiënt was en geen defibrillator nodig had. Achteraf gezien een verkeerde inschatting.

Advertentie

In een roes

Als je geliefde zo plotseling wegvalt, is dat niet te bevatten. De impact is te groot om te kunnen overzien. Ik was altijd iemand die graag de toekomst in keek, ik hield van plannen, van vooruitzien, me verheugen. Na Stijns dood viel die toekomst weg. Ineens leefde ik per dag, soms zelfs per uur. Ik leefde die eerste maanden na zijn dood ook op adrenaline. Er moest zo veel geregeld worden, ons huis was continu gevuld met mensen. Het was alsof ik in een roes zat.

Zonder Stijn

En toen begon na een tijdje het gewone leven weer. Een leven vol verjaardagen, schoolreisjes, volle wasmanden, zomervakantie. Alles gaat door, maar dan zonder Stijn. En dan begint het rouwen pas echt en moet het verdriet zijn weg gaan vinden. Rouwen is keihard werken, vergis je niet, en het verdriet dient zich elke keer weer in andere vormen en op nieuwe momenten aan. In het eerste jaar dacht ik bij alles: dit is de eerste keer zonder Stijn. In het tweede jaar begint het dan langzaam door te sijpelen dat dit is hoe het altijd zal zijn. Vanaf nu is alles altijd zonder Stijn. En dat besef komt misschien nog wel harder aan.

Geweldige vader

We zijn veertien jaar samen geweest. Hij was mijn liefde, mijn basis, de papa van Hoppe en Polly, een buitengewoon goede vader, dat ook nog. Soms zeggen vrienden dat ik hem ook niet moet verheerlijken, dat iedereen, ook Stijn, zijn minder leuke kanten had. En ja, natuurlijk, Stijn had ook zijn dingetjes, zo was hij een ongelofelijke sloddervos en stond hij ontelbare keren voor een dichte voordeur omdat hij zijn huissleutels weer eens kwijt was.

Maar op zijn rol als vader had ik echt helemaal niks aan te merken. Ik vond hem ook een betere vader dan dat ik mezelf als moeder vind. Sowieso had hij veel meer geduld. Voor mij is dat soms echt een opgave, bij hem ging dat zo natuurlijk. Hij had ook een vanzelfsprekende rust over zich en kon alles altijd heel positief benaderen.

Het de kinderen vertellen

Hoppe was zeven toen zijn vader overleed, Polly net drie. Stijn had ze die avond naar bed gebracht. Op aanraden van iemand van Slachtofferhulp heb ik ze nog diezelfde avond gewekt. De volgende ochtend wakker worden in onwetendheid zou te schadelijk voor ze zijn, werd mij gezegd. Dus ik vertelde ze dat er iets heel ergs was gebeurd, hun papa had een hartaanval gehad en was overleden. Het beeld, hoe Stijn de trap werd afgedragen in een lijkzak, staat denk ik voor altijd op mijn netvlies gebrand.

Net je vader

Hoppe en Stijn waren twee handen op een buik. Hij lijkt ook in zo veel opzichten op zijn vader. Ook in de minder leuke dingen hoor, maar ook dat vindt hij superfijn om te horen. Als ik zeg: “Je bent net je vader,” zie ik hem glunderen. Het is een vorm van erkenning voor hem. Ik kan Hoppe goed lezen gelukkig; we hebben niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen. Als hij ineens stiller is, weet ik dat hij in gedachten naar zijn papa gaat.

Jij leeft niet meer he?

Met kleine Polly is dat ingewikkelder. Ze herinnert zich weinig van Stijn en mist hem dus ook op een andere manier. Als ze op de wc zit, praat ze soms met hem. Sinds kort gaat ze in haar eentje; ze kan er alleen op en ze wil er alleen af. Als ik ook maar in de buurt van de deur durf te komen, stuurt ze me resoluut weg. Een keer bleef ze er wel heel lang. Ik ging poolshoogte nemen in de hal en nog voordat ik bij de deur stond, hoorde ik haar stemmetje. Maar ik was niet degene tegen wie ze praatte. Terwijl ik mijn hand op de klink legde en de deur wilde openen, hoorde ik haar zeggen: “Jij leeft niet meer, hè.”

Impact

Aan de muren van de wc hangen tientallen foto’s, van de kinderen, van mij, van Stijn. Wij met z’n vieren, in betere tijden. Als ze naar zijn foto’s kijkt of wij samen naar filmpjes, wordt haar vader voor haar levend. Maar echte eigen herinneringen aan hem heeft ze maar heel weinig. Ik vind dat ongelofelijk verdrietig. Je hoort soms dat het voor heel jonge kinderen makkelijker is om een ouder te verliezen, omdat ze dan niet beter weten. Zich nog niet bewust zijn van wat ze missen, zoals dat bij Hoppe wel het geval is.

Maar Polly gaat opgroeien zonder een beeld van haar papa. Zij heeft haar vader niet echt gekend. Ik kan me niet voorstellen hoe dat is, maar ik weet wel zeker dat dat impact gaat hebben.

Alles alleen

Ik besef ook nu pas wat het werkelijk betekende om met z’n tweeën te zijn. En waar ik dus nu alleen voor sta. Zoals de volledige verantwoordelijkheid voor die twee kinderen dragen, dat vind ik soms een heel zware last. Zeker als het gaat om moeilijke beslissingen die genomen moeten worden, mis ik de vanzelfsprekendheid om te kunnen overleggen.

Vlak voordat Stijn overleed, is Polly een keer flauw­gevallen. Na zijn dood heb ik haar meteen laten testen en zij bleek ook drager van het gen en had dus al symptomen van een haperend hart. Zij is toen geopereerd en er is een defibrillator bij haar geplaatst, haar kastje, noemt ze het.

Het gen

Hoppe is ook drager van het gen, maar heeft geen symp­tomen gehad nog. Het is nu dus de vraag of er bij hem ook zo’n kastje geplaatst gaat worden. Ik vind dat een ongelofelijk moeilijke beslissing, want zo’n operatie is behoorlijk ingrijpend. Gelukkig vertrouw ik op de artsen die ons begeleiden, maar toch, ik ben nu de enige hoofdverantwoordelijke en dat is zwaar.
Tegelijkertijd brengt dat besef ook veel kracht in me naar boven. Ik moet wel sterk zijn en dat ben ik dus ook vaak. We redden het met z’n drietjes en daar ben ik trots op.

Vertrouwen

Ik ben ook blij dat ik nog muziek maak, ook al dacht ik na Stijns dood dat ik het niet meer zou kunnen. En toch kwam er een moment dat mijn verdriet zich een weg naar buiten zocht, en ik ineens weer een lied schreef. Dat geeft vertrouwen. Ik ben ontzettend dankbaar dat de muziek nog bij mij is. Daarnaast werk ik twee dagen in de week in de bloemenwinkel van een vriendin, in eerste instantie om onder de mensen te zijn, maar nu vind ik het ook een fijne basis naast mijn toch wat onzekere bestaan als schrijver en muzikant.

Sterker dan ik dacht

En ook als moeder ben ik soms sterker dan ik dacht. Zoals toen Hoppe negen werd. Ik zag als een berg op tegen het in mijn eentje organiseren van zijn verjaardag. Maar ik voelde ergens ook: ik kan dat. En ik deed het. Ik ontving een groep uitzinnige negenjarigen, leidde alles in goede banen, dronk sloten koffie, ontving ouders en vrienden, schonk cava en chocomelk en antwoordde zelfs ‘ja’ toen een vriendje vroeg of hij mocht blijven slapen.

Toen de kinderen ’s avonds eindelijk in bed lagen, liep ik op weg naar beneden langs een foto van Stijn. Hij lachte me toe vanaf mijn bureau. “Ik heb het toch maar gedaan, hè,” zei ik tegen hem, hardop. “In mijn eentje.”

Altijd die zwaarte

Door alles wat er is gebeurd ben ik doordrongen van het besef dat je leven in een paar seconden volledig kan veranderen. Dat besef relativeert alles en dat is soms prettig. Maar het maakt ook dat ik nooit meer onbezorgd ben. De lichtheid is weg. Laatst nog, toen Polly van de ene op de andere dag kon fietsen. Een vreugdevol moment, en tegelijkertijd is er ook het verdriet dat ik dit niet met Stijn kan delen.

Ik heb heel vaak het gevoel dat we een goede eenheid zijn met z’n drieën. En tegelijkertijd is er ook altijd die zwaarte. Dat ik nu als enige het voorbeeld ben voor die twee mensjes. Doe ik het wel goed?

Coole mama

Stijn en ik waren de twee mensen die op de hele wereld het aller-allermeest van ze hielden. En nu doe ik dat alleen. Ben ik wel in staat om ze genoeg liefde te geven? Ik doe mijn best. En gelukkig zijn er momenten waarop ik voel dat dat genoeg is.

Laatst stond ik met Hoppe in een skatewinkel om een nieuw skateboard voor hem te kopen. Hij was in gesprek met de verkoper, die tegen hem zei: “Je moet dan maar aan je papa vragen om af en toe de wieltjes aan te draaien.” Zonder een spier te vertrekken, antwoordde Hoppe: “Mijn papa leeft niet meer, maar mijn mama kan dat ook. Ik heb een coole mama.” Terwijl de twee hun gesprek voortzetten, stond ik naar adem te happen en stoer mijn tranen tegen te houden. En ik kon alleen maar denken: wat een topkerel. Nu al.’

Hannelore schreef een boek over haar ervaringen na het verliezen van Stijn,’‘Hoelang gaat papa nog gestorven zijn?’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Tekst: Nienke Pleysier. Fotografie: Thomas Sweertvaegher

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.