Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Jan Dulles over nieuw babygeluk: 'Voor Lina en James zet ik mijn verdriet over Donna opzij'

Binnen een jaar nadat zanger Jan Dulles en zijn vriendin Caroline Mol dochter Donna verloren, verwelkomden ze dochter Lina. ‘Ik voelde me schuldig naar Donna. Ik was blij, maar ook kapot van verdriet.’

Advertentie

In de woonkamer van Jan en Caroline in hun huis op de Volendamse dijk zit peuter James (3) met een dekentje op de bank. Baby Lina ligt op schoot bij Jan, en Caroline reinigt een tegenstribbelend koffiezetapparaat. Op het oog een vrij alledaags tafereel. Maar dan herinnert de schattige foto van baby Donna, in de hoek van de kamer, aan het tragische noodlot dat het gezin overkwam in december 2020. Dertien weken na haar geboorte overleed Donna, ogenschijnlijk uit het niets. Later bleek dat ze een scheurtje in haar middenrif had, een aangeboren afwijking die jaarlijks 1 op 5000 kinderen treft.

In rouwtherapie

Een traumatische ervaring. Ruim een jaar na Donna’s plotse overlijden zijn Jan en Caroline nog altijd in rouwtherapie. Het verdriet blijft sluimerend aanwezig. ‘Altijd,’ vertelt Jan. ‘En op de raarste momenten steekt het de kop op. Gister kreeg ik in de supermarkt een bericht van iemand die ook zijn kind was verloren, dan sta ik met natte ogen bij de kassa.’ Intussen neemt Caroline baby Lina over van Jan, zichtbaar verontrust door Lina’s vervelende hoest. ‘Gister had ze ook koorts,’ legt Jan uit, ‘kijk… dát kunnen we er niet bij hebben.’

Jullie staan nu meteen op scherp?
Jan: ‘Absoluut. Natuurlijk probeer ik rustig te blijven en ‘normaal’ te reageren; elk kind is weleens ziek, maar zo werkt het toch niet voor ons.’
Caroline: ‘Toen Lina gister koorts had, raakte ik volledig in paniek. Ik belde de dokter wel drie keer totdat ze langskwam om Lina helemaal te checken. Verstandelijk weet ik heus wel dat kinderen soms ziek zijn… alleen heb ik dat nog nooit meegemaakt. James was als baby nooit ziek, en Donna ging meteen dood. Dat maakt dat ik overbezorgd reageer.’
Jan: ‘Nu de koorts afneemt, kan ik weer relativeren. Het is de eerste keer dat Lina ziek is, als ze hier straks van herstelt, geeft dat hopelijk ook weer vertrouwen.’

Naar omstandigheden: hoe gaat het met jullie?
Caroline: ‘Je zult mij nooit meer ‘goed’ horen antwoorden, want dat is het gewoon niet meer. Daarover ga ik niet liegen, we hebben ups en downs. Ja, we genieten overal van, maar er is altijd verdriet op de achtergrond. Ik vergelijk nog heel veel: Lina is nu twaalf weken en draagt nog veel kleertjes van Donna. Omdat Donna maar dertien weken bij ons was, zit ik wel met die dertienwekengrens in mijn maag. Ik kijk uit naar het moment dat we daaraan voorbij zijn.’

Advertentie

Jan: ‘Zorgeloos genieten is er niet meer bij, maar de komst van Lina zorgde wel weer voor babygeluk en afleiding: op dat moment moet je het verdriet om Donna opzijzetten, er zijn nog twee andere kinderen afhankelijk van je. Ik geniet van elke lach die Lina me geeft, en gelukkig deelt ze die de hele dag rijkelijk uit.’

Drie maanden na Donna’s overlijden raakte je zwanger van Lina, hoe voelde dat?
Caroline: ‘Dubbel. Aan de ene kant was ik dolgelukkig dat ik zo snel weer zwanger was, ik wilde niets liever. Ook hoopte ik stiekem weer op een meisje; we waren zo intens gelukkig toen we na James een dochter kregen. Toch had ik mijn zwangerschap het liefst negen maanden geheimgehouden. Ik voelde me schuldig naar Donna, ik wist me geen raad met mensen die me op straat feliciteerden. Ik was blij, maar óók kapot van verdriet. Ik was bang dat mensen dachten dat ik ‘er alweer overheen was’. Alsof dat zou kunnen… Die gevoelens in combinatie met de hormonen die door mijn lijf gierden, dat was zwaar.’

Veranderde dat na de geboorte van Lina?
Caroline: ‘Niet direct. In die eerste periode was ik niet blij, ik moest wennen. Met haar blauwe ogen leek Lina namelijk totaal niet op Donna – ik vond dat zo vreemd. Wie ben jij, dacht ik, wat doe je hier? Ik voelde geen emotie, maar wel een gek soort afstand, terwijl ik bij James en Donna juist meteen op die roze wolk zat. Bij Lina moest dat gevoel echt even groeien – inmiddels is dat helemaal goed gekomen en kan het echte genieten beginnen.’

Hoe gaat James om met de situatie?
Jan: ‘We gaan regelmatig met z’n vieren naar Donna’s graf, zo houden we haar erbij. Bovendien vindt James het een leuk uitje, hij vraagt regelmatig of we even naar Donna gaan.’
Caroline: ‘In zijn hoofd is ze er nog steeds. Laatst zei ik tegen James en Lina: “Jullie zijn mijn twee schatjes.” Toen zei James: “Nee mama, je hebt drie schatjes.” En een sterretje dat we zien, is Donna die even naar ons zwaait.’
Jan: ‘Inmiddels is James ook dol op Lina, hij kan niet wachten tot hij met haar kan spelen. Al denk ik dat hij het nog lastig gaat krijgen met haar, want James is zó zachtaardig en lief. Lina kan nu al harder schreeuwen dan hij.’

Advertentie

Hoe ervaren jullie het gezinsleven met een peuter en een baby?
Caroline: ‘Als je dit na de geboorte van Donna had gevraagd, had ik gezegd: “Superheftig met twee kinderen, weinig slaap, veel gedoe!” Bij Donna klaagde ik nog weleens als ze tien keer op een dag aan de borst wilde – ik moest nog ‘dit of dat’ doen – maar nú denk ik: kom maar op! Tien kinderen tegelijk? Makkelijk. Ik maak me echt nergens meer druk om op dat vlak – dat heeft het me dan misschien ‘gebracht’.’
Jan: ‘Naast het feit dat James echt een uitzonderlijk relaxed kind is dat gewoon zijn gang gaat, én ik echt overal doorheen slaap, sluit ik me aan bij Caroline: we hebben het ergst denkbare meegemaakt, al het andere valt dan mee.’

Denk je, in dat opzicht, bij een ander dan ook weleens: klaag niet zo?
Caroline: ‘Met respect voor ieders individuele problemen: jazéker denk ik dat weleens! Echt, een paar uur minder slaap, waar heb je het over?’

Kun je dit bespreken met vriendinnen?
Caroline: ‘Met hen deel ik alles. Laatst ging een vriendin in haar eentje vijf dagen naar Italië, zonder telefoon, haar vriend en ouders pasten op de kinderen. Ze maakte zich zorgen, totdat een andere vriendin eruit floepte: “Joh, dat komt wel goed, ze gaan niet zomaar dood!” Waarop ik heel droog zei: “Dat kan dus wél.” We hebben toen samen gehuild en gelachen. Het is fijn dat mijn verdriet er altijd mag zijn.’

Jan: ‘Carolines vriendinnen zijn goud waard. Aan mij heeft ze wat dat betreft een lastige. Ik hou alles bij mezelf, aan mij merkt niemand wat. Dat zit in mijn genen. Mijn verdriet komt eruit als ik alleen ben en bepaalde muziek luister, verder niet. Ik wil dat niet delen met anderen, ik schrijf het hooguit van me af.’

Is dat lastig voor jou, Caroline?
Caroline: ‘Ja, maar zo zit Jan nou eenmaal in elkaar. Gelukkig praat hij wel als we samen bij de rouwtherapeut zitten. Als Jan in zijn eentje naar Donna’s graf is gegaan, vraag ik niet hoe het was, dan laat ik hem gewoon. We verwerken het op onze eigen manier. Wat dat betreft ben ik heel blij dat Jan na twee jaar corona weer kan optreden: dat heeft hij nodig.’
Jan: ‘Dat klopt, het podium is mijn ultieme uitlaatklep. Zonder word ik nog stiller dan normaal. Het was echt frustrerend om twee jaar niet op te treden. Het enige voordeel was dat ik hierdoor van de drie maanden dat Donna leefde, elke minuut heb meegemaakt. Zónder corona had ik ontzettend veel van die tijd gemist. Los daarvan ben ik blij dat we weer kunnen: met de auto naar het theater, stoom afblazen op het podium, ’s nachts terugkomen en me écht gelukkig voelen.’

Caroline: ‘Het is gezond dat Jan weer kan doen waarin hij goed in. Ondertussen regel ik het hier thuis wel; mijn werk bij de viskraam heb ik opgezegd. Dat kan altijd nog, voor nu draait mijn leven om deze twee hier naast me. Ik wil elke seconde beleven, het feit dat het allemaal zomaar over kan zijn, krijg ik niet uit mijn hoofd.’ Ondertussen verschoont Caroline Lina’s luier, pakt een wasmand, begint te vouwen, geeft borstvoeding, regelt drinken en een spekkie voor James. Jan zet thee – als Caroline dat voorstelt. Is dit de gangbare rolverdeling?
Caroline lacht: ‘Nou, eigenlijk wel! Jan is een fantastische vader en hij doet alles, ook al zit Lina tot haar oren onder de stront. Maar… ik moet het hem wel ‘opdragen’, zelf komt hij niet op het idee om Lina te verschonen. Waar ik altijd ‘aan’ sta, zit Jan nogal eens in zijn eigen wereld, soms hoort hij me na vijf keer nog niet. Alsof hij op een andere planeet zit.’

Hebben jullie daar wel eens ruzie over?
Jan lacht: ‘Heel af en toe vliegt er wel een jas of een schoen door de kamer.’
Caroline: ‘Of iets anders wat jij niet hebt opgeruimd. Als ik een dag niet thuis ben geweest, zie ik precies wat je hebt gedaan. Schoenen, jas, daar een koffiekopje, hier een bord, laptop op de bank. Jan laat overal zijn sporen na.’
Jan: ‘Het is ook een verschil van inzicht: ik zie een kopje op tafel niet als rommel, maar gewoon als ‘een kopje’ in een huis waar geleefd wordt. Dat gaat niet veranderen.’
Caroline: ‘…en ik denk: ook al lukt het je niet om het in de vaatwasser te zetten, neem het op z’n minst mee naar de keuken. Er zijn geen kabouters die dat oplossen. Maar verder hebben we eigenlijk nooit ruzie. Ook niet over de opvoeding. Misschien omdat ik alles bepaal, haha.’

Op welke moment benader je een geluksgevoel?
Caroline: ‘Als James en Lina in bad zijn geweest en we lekker met z’n vieren op het grote bed liggen, handdoekje om, filmpje aan. Heerlijk – helemaal als Jan ook nog z’n telefoon links laat liggen, omdat zijn zoon zegt: “Papa, telefoon weg!”’
Jan: ‘Ik heb inderdaad een kleine telefoonverslaving. Met dat is niks in vergelijking met vroeger, toen was ik hoofdzakelijk met mezelf bezig. Maar vanaf het moment dat James werd geboren, stond hij op één. Ik ben minder rusteloos. Zo ben ik sinds dat moment niet één keer meer op zaterdagavond gaan zuipen met vrienden. Het is me de kater op zondagochtend niet meer waard.’

‘Dat kan ook echt niet meer als je bijna vijftig bent,’ lacht Caroline. ‘Maar Jan is inderdaad minder bezig met de buitenwereld. Je bent ook attenter geworden – zo kreeg ik met Valentijn een enorm boeket – nu nog wat vaker die telefoon opzij en je bent de gedroomde familyman.’

Waar kijken jullie naar uit?
Jan: ‘In de zomer met z’n vieren op vakantie gaan. Gezellig met James uit eten, samen zeebaars eten, Lina in de kinderwagen ernaast. Daar leef ik echt naartoe. Vorig jaar was dat niet aan de orde; we gingen door een hel en konden dat gevoel niet ombuigen. Nu de zon weer voorzichtig begint te schijnen, merken we pas hoe erg het toen was.’

Caroline: ‘Ik denk inderdaad: hoe hebben we dat overleefd? We kochten een caravan als afleiding, maar konden er totaal niet van genieten. Nu wordt dat anders. Ik heb zin in de toekomst: Jan lekker optreden, ik naar de camping met deze twee, meer heb ik niet nodig.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Kim Hopmans. Fotografie: Ester Gebuis