Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Je kind niet, juist wel of zelfs extra laten vaccineren: dit zeggen artsen erover

Zo rond de drie maanden is het zover: de eerste prik. Je kind brult, en jij stiekem ook een beetje. Maar het Rijksvaccinatieprogramma scheelt niet alleen zieke kinderen, maar redt ook levens. Want als je zelf niet ziek bent, kun je anderen ook niet besmetten. Alles over de parapluwerking van vaccineren.

Kinderziektes waren vroeger heel gewoon. ‘In grote gezinnen van twaalf kinderen waren er altijd wel een paar die op jonge leeftijd overleden aan de gevolgen van een infectieziekte,’ vertelt Jan Peter Rake, kinderarts in het Universitair Medisch Centrum Groningen. In 1957 werd het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) in het leven geroepen, ter preventie van ziektes waaraan kinderen destijds overleden of blijvende schade overhielden. Mensen wisten maar al te goed hoe gevaarlijk ziektes als difterie, kinkhoest, tetanus en polio konden zijn en stonden in de rij toen ze zich eindelijk konden laten inenten.

Advertentie

Prikken maar

Het Rijksvaccinatieprogramma lijkt nu niet meer op hoe het toen was. Soms komt een ziekte, bijvoorbeeld door groepsbescherming, minder voor en heb je een prik minder nodig, soms zijn er nieuwe vaccins beschikbaar of komen nieuwe ziektes opzetten. Ouders van nu hebben zelf een ander vaccinatieschema gehad dan hun eigen kinderen hebben (gehad). Sinds de invoering zijn er zelfs acht vaccins bijgekomen. Dat prikken gebeurt niet zomaar: sommige ziektes komen daardoor nog amper voor of zijn zelfs uitgeroeid, zoals het pokkenvirus. Het scheelt niet alleen zieke kinderen, maar ook levens.

Hoge vaccinatiegraad

Het idee achter het Rijksvaccinatieprogramma: als je zelf niet ziek bent, kun je anderen ook niet besmetten. Zo kan zo’n virus of bacterie niet meer rondgaan en is vrijwel iedereen ertegen beschermd. Groepsbescherming heet dat. Om die parapluwerking te behouden, is het dus belangrijk dat er zo veel mogelijk kinderen meedoen aan het Rijksvaccinatieprogramma.

En dat is het geval in Nederland: we hebben een hoge vaccinatiegraad. Na een lichte daling de afgelopen jaren is die graad in vrijwel alle leeftijdsgroepen weer licht gestegen: 92,6 procent heeft op tweejarige leeftijd het DKTP-vaccin gehad, 93,6 procent de BMR-vaccinatie. Van de kinderen geboren in 2017 heeft 90,8 procent volledig deelgenomen aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Er zijn dus ook ouders die hun kind niet laten vaccineren, of niet alle prikken nemen: vaccineren is in Nederland vrijwillig.

Kritische ouders

Wat spuiten we er dan in? Uit onderzoek van Ouders van Nu in samenwerking met Panelinzicht blijkt dat veel ouders willen weten wat er precies in het vaccin zit, en waarom. Ruim de helft verdiept zich voorgaand aan een vaccinatie goed in de veiligheid en werking ervan, 17 procent heeft getwijfeld of hij zijn kinderen überhaupt wel zou laten vaccineren. Rake: ‘Ouders maken tegenwoordig heel bewuste keuzes. Ze denken na over de opvoeding van hun kinderen en verdiepen zich in gezonde voeding. Het is logisch dat ze ook over vaccinaties nadenken. Het is alleen wel belangrijk dat ze dat doen op basis van de juiste informatie, en die is gelukkig steeds beter voor handen.’

De meeste ouders raadplegen de website van het RIVM (61 procent) en de GGD (49 procent), blijkt uit ons onderzoek. Of ze stellen hun vragen aan de huisarts, kinderarts of de jeugdarts/jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Kortom: ze laten zich informeren door deskundigen.

Niet onschuldig

Kinderziektes waartegen het Rijksvaccinatieprogramma beschermt, komen tegenwoordig dus veel minder vaak voor. Gelukkig maar, want onschuldige ziektes zijn het allesbehalve, benadrukt Rake. ‘Toen ik nog in opleiding was, zo’n twintig jaar geleden, lagen er altijd wel een paar patiëntjes bij mij op de afdeling met een ernstig verloop van de meningokokken- of pneumokokkenziekte. Ik heb ook kinderen in enkele uren eraan zien overlijden, ondanks alles wat we deden. In Zwolle heb ik ongevaccineerde kinderen uit de Biblebelt zo ernstig benauwd zien worden bij kroep door een infectie met Hib (Haemophilus influenzae) dat ze op de ic belandden.’

Felle discussie

Rake: ‘Gelukkig zien we dat bijna nooit meer, dankzij de vaccinaties. De keren dat het nog wel voorkomt, betreft het bijna altijd kinderen die niet gevaccineerd zijn. Om religieuze redenen, maar steeds vaker ook omdat ouders de overtuiging hebben dat vaccineren niet nodig is, of zelfs schadelijk. Hierdoor hebben we ook het afgelopen jaar weer een aantal kinderen op onze ic-afdeling gehad met ernstige infecties die voorkomen hadden kunnen worden. Kinderen die de rest van hun leven een handicap hebben, zoals het meisje bij wie een bloedvergiftiging met Hib leidde tot het afsterven van haar voet. Dat maakt dat ik soms fel in de discussie sta. Ik wil niet dat kinderen doodziek worden wanneer dat niet had hoeven gebeuren, omdat ouders ze niet hebben laten vaccineren.’

Ook over de mazelen is Rake uitgesproken: ‘Het kan dat een kind de ziekte goed doorstaat, maar heel soms treden er juist zware complicaties op, zoals een hersenontsteking (mazelenencefalitis) die fataal kan zijn. En dat voorkomen we gewoon door te vaccineren.’

Kinkhoest

Dat geldt ook voor kinkhoest, de moeilijkste ziekte om eronder te krijgen. ‘Mét vaccinatie is de bescherming een stuk beter dan zonder, maar het is nog steeds niet optimaal,’ legt jeugdarts Henrike ter Horst uit. ‘Kinkhoest is voor jonge baby’s echt gevaarlijk. Als een baby het krijgt, wordt het bijna altijd een ziekenhuisopname.’ Voor de invoering van de kinkhoestvaccinatie in 1957 stierven jaarlijks ongeveer 200 kinderen aan de ziekte. Tegenwoordig is dat gemiddeld 1 kind per jaar.

Ter Horst: ‘Sinds december 2019 wordt de kinkhoestvaccinatie ook aangeboden aan zwangere vrouwen. De moeder maakt dan antistoffen aan die ze doorgeeft aan haar ongeboren kind, zodat de baby meteen na de bevalling beschermd is. Omdat de bescherming via de moeder wat langer doorwerkt, kan de vaccinatie bij het kind een maand naar achteren schuiven, van twee naar drie maanden. Een kind krijgt dus ook een vaccinatie minder.’ Soms hoort Ter Horst dat ouders denken dat het Rijksvaccinatieprogramma continu wordt aangevuld, maar dat klopt niet. ‘We hebben lang niet het meest uitgebreide programma ter wereld. In landen als Oostenrijk, Duitsland en Noorwegen bijvoorbeeld krijgen alle kinderen een rotavirusvaccinatie. En in Amerika en Australië vaccineren ze standaard tegen waterpokken.’ Dat geldt trouwens ook voor Oostenrijk, Duitsland, Griekenland, Italië en Spanje.

Lees ook: Kinkhoest bij je baby: alles wat je moet weten

Voor jezelf & de ander

Heeft het verdwijnen van ziektes als difterie en polio niet ook te maken met de betere hygiëne, het schonere drinkwater en de gezondere voeding? Rake: ‘Dat zijn absoluut belangrijke factoren geweest. Maar als we in Nederland nu zouden stoppen met vaccineren, zouden er alleen al door de ‘oude’ ziektes – difterie, kinkhoest, tetanus, polio, bof, mazelen en rodehond – jaarlijks dertig tot veertig kinderen meer overlijden en zouden er enkele honderden kinderen meer moeten worden opgenomen in het ziekenhuis.’

Het hooghouden van de vaccinatiegraad en daarmee het in stand houden van groepsbescherming is ook belangrijk voor zwakkere kinderen. Rake: ‘Kinderen met een ernstige ziekte hebben geen enkele kans in een ongevaccineerde omgeving. Het is onze verantwoordelijkheid om ook deze kinderen te beschermen.’ Toch doe je het ook een beetje voor jezelf, voegt Ter Horst eraan toe. ‘Want de kinderen die nog ziek worden door een ziekte waartegen we vaccineren, zijn bijna altijd ongevaccineerd.’

Extra vaccins

Je kind extra laten vaccineren, dus buiten het RVP om, noemen ze vaccineren op maat. Je doet dat dus niet voor de groepswerking, maar puur om je eigen kind extra bescherming te geven. De belangrijkste vaccins buiten het Rijksvaccinatieprogramma zijn tegen het rotavirus, waterpokken en meningokokken B.

Het rotavirus komt vooral voor bij jonge kinderen en veroorzaakt buikgriep. Bij jonge baby’s, zeker indien te vroeg geboren of met een ziekte, kan het een zeer heftig beloop hebben. Jaarlijks leidt het rotavirus tot 3500 ziekenhuisopnames en enkele sterfgevallen onder kinderen. Er is een goedgekeurd vaccin beschikbaar (nu nog op eigen kosten), dat ouders zelf thuis kunnen geven via druppeltjes in de mond.

Waterpokken

Ook tegen waterpokken is er een vaccin, dat bij één prik rond de 83 procent bescherming geeft en bij twee prikken 95 procent. De ziekte verloopt volgens Ter Horst meestal mild, maar: ‘Het is een vervelende ziekte die soms tot littekens en complicaties kan leiden.’ Het RIVM telt jaarlijks zo’n 2 sterfgevallen en tussen de 200 en 300 ziekenhuisopnames van kinderen met waterpokken. ‘Het gaat om kleine aantallen. Maar als artsen zeggen wij: elk kind dat onnodig in een ziekenhuis belandt of overlijdt is er een te veel.’

Meningokokken

En dan is er nog meningokokken B, een bacterie die vooral voorkomt bij kinderen jonger dan vijf jaar en bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Kinderen worden nu bij veertien maanden en veertien jaar al wel ingeënt tegen de typen A, C, W en Y, maar nog niet tegen type B.’ Het vaccin tegen meningokokken B leidt in de landen waar het al wel breed is ingevoerd tot een daling van ziektegevallen. ‘Wel kent het relatief wat meer bijwerkingen dan andere vaccins, zoals koorts, pijn, roodheid van de prikplek en hoofdpijn,’ vertelt Rake. ‘Ouders hebben recht op volledige informatie. Zodat ze een weloverwogen beslissing kunnen maken of ze deze vaccins wel of niet willen kopen.’

Lees ook: Uitbreiding vaccinatie meningokokken: dit betekent het voor jouw kind

Kosten

Die informatie is niet altijd makkelijk te vinden. Je kunt de jeugdarts of huisarts vragen om meer informatie of zoeken op de website van het RIVM. Niet gek dat vaccineren op maat dan ook vaak niet bekend is bij ouders en het dus ook nog niet breed gedaan wordt. De kosten kunnen ook een rol spelen.

Rake: ‘Ouders die genoeg geld hebben, kunnen voor extra vaccins kiezen. Andere ouders willen hun kind misschien wel extra vaccineren, maar kunnen dat niet betalen. Ik zou graag zien dat er in de toekomst een basispakket komt dat elk kind standaard krijgt, met vaccins tegen de ernstigste ziektes en tegen de ziektes waarbij groepsimmuniteit belangrijk is voor de volksgezondheid. En dat ouders daarnaast op basis van goede informatie een keuze kunnen maken uit extra vaccins voor hun kind, zonder dat daaraan kosten zijn verbonden. Bijvoorbeeld tegen waterpokken.’

Eigen keuze

Zowel Rake als Ter Horst vindt het belangrijk dat ouders op de hoogte zijn van de mogelijkheden van vaccineren op maat, ook al blijft het een persoonlijke beslissing. Ter Horst: ‘Veel ouders die ik spreek, volgen het Rijksvaccinatieprogramma – want daar is over nagedacht. Andere ouders zijn juist kritisch over vaccinaties. En laatst sprak ik met een vader die zijn kind alle vaccins die er beschikbaar zijn wilde geven.’

Een goede reden om voor extra vaccinaties te kiezen, is volgens Rake de bescherming. ‘Met extra vaccins verklein je de kans dat je kind ziek wordt. Je kunt het vergelijken met een rubberen mat onder een speeltoestel in je tuin of een net om je trampoline; je koopt een stukje veiligheid.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Otje van der Lelij, beeld: Shutterstock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.