‘Moet ik mijn kind wel of niet laten vaccineren?’

‘Moet ik mijn kind wel of niet laten vaccineren?’

Nadat Pauline Bijster in een blog schreef dat ze twijfelde of ze haar kind zou laten inenten, viel het halve land over haar heen. Ook kinderarts Jan Peter Rake. Hij nodigde haar uit om een keer te komen kijken op de kinderafdeling van het ziekenhuis. Over die ontmoeting schreef ze dit verhaal in Ouders van Nu.

Het is koud en het regent als Jan Peter Rake me ophaalt bij het station van Groningen in de rode auto van zijn ene werkgever: KinderThuisZorg, waar hij als kinderarts aan is verbonden. Hij zal me rondleiden op de kinderafdeling van het Martini Ziekenhuis – daar werkt hij ook. Daarna zullen we een kijkje nemen op de kinder-intensive care in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

‘Zijn die prikken echt nodig?’

Een tijdje geleden schreef ik in een blog dat ik twijfelde over inenten. Mijn eerste drie kinderen hadden alle prikken gehad, de vierde nog niet. Ik had de twijfels al eerder: hoe nodig zijn die prikken eigenlijk? Waarom moet dat al zo snel? Zitten er nadelen aan? Omdat je van de meeste consultatiebureaus weinig andere informatie krijgt dan ‘het moet’, besloot ik me in te lezen. Ik struinde internet af, kocht boeken, praatte met andere ouders, ging naar informatiebijeenkomsten voor twijfelaars en spitte wetenschappelijke onderzoeken door die me opgestuurd werden door familieleden die aan universiteiten werken. Hoewel de tendens is dat inenten verstandig is, bleken er meer mensen om me heen te twijfelen, ouders die prikken hadden uitgesteld of zelfs overgeslagen. En dus schreef ik dat blog.

Felle kritiek op blog

Min of meer per ongeluk werd het opgepikt, op Twitter werden mensen boos, alle grote dagbladen publiceerden verhalen over het nut van vaccinaties en het RIVM besloot om twee miljoen euro extra te reserveren voor voorlichting rondom vaccinaties. Felle kritiek op mijn blog kwam ook van kinderarts Jan Peter Rake: ‘Vaccineren is een maatschappelijke verantwoordelijkheid.’ Samen werden we uitgenodigd bij RTL Late Night.

 Voor de uitzending kwam ik erachter dat de arts in het echt heel vriendelijk is, en nu, hier in Groningen is hij dat weer. Over één ding zijn we het sowieso eens: het beschimpen van andersdenkenden, daar heeft geen kind wat aan – en ik ben ook echt geïnteresseerd in zijn verhaal. Omdat ik twijfels heb bij de ernst van de ziektes waartegen we vaccineren, nodigde Rake me uit om te komen kijken op de kinderafdeling. Hij wil me laten zien hoe vervelend een schijnbaar ‘onschuldige’ infectieziekte kan verlopen bij heel jonge baby’s. De meeste baby’s vandaag op de kinderafdeling van het Martini Ziekenhuis hebben RSV-bronchiolitis, een virusinfectie aan de luchtwegen. ‘Van april tot oktober is de RSV-zaal leeg, in de winter vol,’ vertelt Rake. ‘Dit jaar lijkt het virus heftiger dan normaal.’ Grote kinderen en volwassenen komen er meestal vanaf met een snotneus, baby’s kunnen ervan in ademnood raken, met alle nare gevolgen van dien.

pauline bijster over vaccineren

Kinderarts Jan Peter Rake (links) en columniste Pauline Bijster. 

Kritisch kijken

Hoewel inenten niet direct de taak is van een kinderarts in het ziekenhuis, heeft hij wel te maken met de gevolgen. ‘Toen ik begon met mijn opleiding, lagen er altijd wel kinderen met een ernstig beloop van hersenvliesontsteking in het ziekenhuis. Ze stierven soms onder je handen. Sinds de vaccins tegen pneumokokken en meningokokken zijn toegevoegd, komen we die niet vaak meer tegen. Ik heb ook meegemaakt dat twee kinderen bijna stikten door Hib (Haemophilus influenza), ze waren om religieuze redenen niet ingeënt. Ik heb met eigen ogen gezien hoeveel kinderleed voorkomen kan worden door te vaccineren.’

Niet alleen ouders kijken kritisch naar het vaccinatieprogramma, de artsen doen dat ook. Ze worstelen vooral met het RSV-bronchiolitis-vaccin. Te vroeg geboren baby’s kunnen hiervoor maandelijkse inentingen krijgen, maar omdat deze duur zijn – per baby zes prikken à duizend euro – wordt er kritisch gekeken of het inenten écht nodig is. Rake: ‘Als we dertig te vroeg geboren baby’s behandelen, voorkomen we daar één ziekenhuisopname mee. Als artsen vragen we ons af of we dit moeten willen. Behandelen we niet te veel kinderen om één opname te voorkomen?’

Zijn punt: prikken worden heus niet zómaar gegeven. ‘Wat ik wil illustreren: als professionals denken we goed na over wat we doen. Er wordt landelijk gediscussieerd. De industrie vindt dat niet leuk, die verdient minder geld als er minder prikken worden gegeven. Maar wij artsen zijn echt wel kritisch over wat we wel of niet doen.’ Hij geeft een ander voorbeeld: de HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker waarvoor meisjes een uitnodiging krijgen rond hun dertiende, is teruggebracht van drie naar twee injecties, omdat uit onderzoek bleek dat twee genoeg immuniteit geeft.

Meer, meer, meer vaccineren?

Toch krijgen mijn kinderen veel meer prikken dan ik, dertig jaar geleden. Waarom zou je een baby inenten tegen Hepatitis B, een geslachtsziekte? Waarom tegen mazelen, waarom een meisje tegen bof?

‘Ik ken niet de precieze reden waarom het Hepatitis B-vaccin is toegevoegd op die jonge leeftijd,’ geeft Rake eerlijk toe. ‘Ik weet wel dat het een nare en besmettelijke ziekte is. Maar je kunt het ook anders zien: er worden in Nederland veel vaccins níet gegeven. In de Verenigde Staten worden baby’s bijvoorbeeld ook ingeënt tegen waterpokken en het Rota-virus. Wij dokters zijn echt niet van “meer, meer, meer”, we zijn kritisch.’

Jan Peter Rake neemt uitgebreid de tijd om mijn vragen één voor één af te gaan. Klopt het dat het verdwijnen van ziektes zoals polio uit Nederland mede komt door betere hygiëne, schoner water en betere voeding dan in, laten we zeggen, 1900? Rake: ‘Dat klopt. En daardoor worden er minder kinderen ziek door infectieziekten, en gaan er veel minder kinderen dood. Maar desondanks zouden in Nederland dertig tot veertig kinderen per jaar extra overlijden – en een groter aantal schade oplopen – als we allemaal met vaccineren zouden stoppen.’

En waarom kan het ene kind sterven aan een kinderziekte waar een ander kind niet veel last van heeft, heeft dat niet gewoon met weerstand of algehele gezondheid te maken? ‘Het heeft absoluut te maken met de gezondheid en voedingstoestand van een kind. Dat is ook de reden dat zo veel kinderen aan mazelen sterven in derdewereldlanden, maar het in Nederland niet vaak gebeurt. Je kunt veel voorkomen door goede gezondheid. Maar niet alles. Genetische factoren spelen ook een rol. En soms heeft het gewoon met pech te maken. En daarvoor hebben we de inentingen,’ zegt hij.

Groepsimmuniteit belangrijk voor zwakker kind

Door schade en schande leerde ik afgelopen jaar dat je in het publieke debat niet wegkomt met vraagtekens zetten bij vaccinaties. Rake legt me uit waarom: ‘Jouw vierde kindje komt er wel mee weg, ze is in goede gezondheid en wordt beschermd door de kinderen om haar heen die wél ingeënt zijn. Het hoog houden van de groepsimmuniteit is belangrijk voor zwakkere kindjes.’ Voor kinderen die nog te jong zijn voor prikken, of die te vroeg zijn geboren. Voor kindjes die opgroeien in een minder gezonde omgeving, of die al ziek zijn. Een kind met leukemie heeft in een ongevaccineerde omgeving echt een probleem. En dat is dus óók onze verantwoordelijkheid. Wat wil je dan, dat we de zwakkere kinderen laten gaan? Opgeven?’

We lopen langs de bedjes. Het liefst zou ik iedere huilende baby oppakken, maar ‘huilen is ook een goed teken’, zegt Rake vrolijk. ‘Ze heeft honger,’ zegt de moeder die naast het bed van haar dreumes zit, die bijna stikt in haar eigen hoest. De arts maakt een praatje met iedereen.

Brok in m’n keel

We vervolgen onze reis naar het UMCG aan de andere kant van de stad, waar kinderen op de kinder-intensive care liggen in levensnood, kleine baby’s aan duizend slangen. Alle bedden liggen vol, verplegers en artsen houden elk apparaat en iedere baby nauwlettend in de gaten. We krijgen een rondleiding van de vandaag verantwoordelijke kinderintensivist Joke Kieboom. Tussen de ernstige gevallen van RSV-bronchiolitis ligt één kindje met kinkhoest.

De baby, die gezond is geboren, ligt nu aan machines die zijn bloed buiten zijn lichaampje om van zuurstof voorzien. Zijn longen zijn zodanig beschadigd dat hij niet veel kans heeft om dit te overleven. Hij beweegt zijn hoofdje een beetje. Ik krijg een brok in mijn keel. Ik probeer me voor te stellen hoe het is om zijn moeder te zijn. Toen hij twee weken oud was, werd hij ziek. Hij moet dus vlak na zijn geboorte met de ziekte zijn besmet.

BEKIJK OOK: Vaccineren ja of nee? Wij vroegen het deze moeders.

Waarom is inenten niet verplicht?

In Scandinavische landen zoals Noorwegen en Zweden wordt later begonnen met de prikken, in Nederland is het eerste prikmoment teruggebracht van drie naar twee maanden. Dat is vanwege kinkhoest, leggen de artsen me uit. ‘Inenten tegen kinkhoest is lastig. Het vaccin is nog niet optimaal, daarom halen we een lagere immuniteit dan met andere vaccins. Daar komt bij dat de immuniteit niet voor de rest van je leven werkt. Ook mensen die ingeënt zijn, kunnen het dus overbrengen. In sommige landen krijgen zwangere vrouwen het vaccin opnieuw om besmetting te voorkomen.’

Het is precies de reden dat Joke Kieboom zegt: ‘Ik vind het gek dat inenten niet verplicht is, maar een keuze. Natuurlijk gaat het om preventie, maar autostoeltjes zijn bijvoorbeeld ook preventief, en die zijn wel verplicht.’

Om dezelfde reden zeggen tegenstanders dat inenten dus toch geen zin heeft, omdat je het niet honderd procent kunt voorkomen.

Maar voor dit jongetje en zijn ouders zijn die cijfers niet belangrijk. Voor dit jongetje en zijn ouders wil ik wél mijn kind laten inenten, en hier opschrijven in dit verhaal dat iedereen dat zou moeten doen. Maar voor dit jongetje is dat misschien al te laat.

Van de domme

Rake en ik zijn het erover eens dat het goed is dat het RIVM meer tijd en geld gaat stoppen in voorlichting. ‘Het is niet van deze tijd om ouders van de domme te willen houden,’ beaamt hij. Mensen googelen alles en weten over sommige onderwerpen meer dan de arts. Ook rondom vaccinaties zou daarom informatie op maat aangeboden moeten worden. Rake: ‘Daar zijn we lang slecht mee omgegaan.’ Nog een kopje koffie, een hand hier, een ‘beste wensen’ daar. Rake spreekt vriendelijk over al zijn collega’s. ‘Kieboom is stelliger dan ik, zoals je hoorde. Zij vindt dat iederéén zijn kinderen moet inenten. Zij ziet de ergste gevallen.’

 ‘Als de bijwerkingen nou heel erg waren, zou ik de twijfels die ouders hebben nog wel snappen,’ zegt hij. ‘Bijwerkingen zijn er – alles wat medisch is, heeft bijwerkingen – maar ze zijn wel klein en kortdurend ten opzichte van de ziektewinst.’ Ik vraag hem hoe hij denkt over prikken op maat. ‘Als je aan volksgezondheid doet, is ieder geval apart bekijken onpraktisch. Dan gaat er meer fout.’ Vanuit zijn professie heeft hij dus het liefst dat iedereen het Rijksvaccinatieprogramma volgt. ‘Het is niet voor niets zo opgesteld. Maar ja, ik heb liever dat iemand een paar maanden later begint, dan het helemaal overslaat.’

Aan het einde van de middag ben ik Jan Peter Rake vooral dankbaar dat hij me dit heeft laten zien. Voor zijn openheid, en voor ons gesprek. Dankbaar dat we in een land leven waar zulke goede zorg bestaat, en dankbaar dat er artsen zijn wiens werk bestaat uit heel kleine leventjes redden, elke dag opnieuw.

Dit verhaal is onderdeel van de Ouders van Nu special ‘Het grote prikdilemma’. Het magazine ligt nu in de winkel en is ook hier los na te bestellen.

MEER LEZEN?