Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Rilana’s pasgeboren dochter kwam op de ic: ‘De verpleging zei: “Geniet van elkaar, zolang het kan.”’

Rilana (33, voedingsassistent) heeft een relatie met Wesley (32). Samen hebben ze dochter Faye (bijna 2). Toen hun dochter op de NICU, de neonatale intensive care unit, terechtkwam met slechte vooruitzichten, vertelde Rilana's moedergevoel haar dat het goed zou komen.

Advertentie

Lees ook: Marcella werkt op de NICU. ‘Baby’s zweven hier tussen leven en dood. Daar wen je nooit aan’.

Het lukt niet!

‘Mijn hele zwangerschap was ik bang dat de bevalling niet goed zou gaan. Mijn eigen geboorte was ook niet goed gegaan, omdat mijn moeders bekken te klein was. Daardoor zat ik klem en kreeg ik zuurstoftekort. Omdat een bevalling vergelijkbaar kan zijn met die van je moeder, zat dat in mijn hoofd.

En er was nog een ander onrustig gevoel, lastig te omschrijven wat precies. Ik was 38 weken zwanger toen mijn vliezen braken op de wc. De bevalling is begonnen, dacht ik, eindelijk. Maar hij duurde lang. Uren had ik een weeënstorm, en perste uiteindelijk meer dan een uur.

Telkens zei ik: “Het lukt niet!” maar niemand nam het serieus. Ze probeerden het nog met een vacuümpomp, maar Faye zat vast. Het laatste wat ik hoorde was: “Bel de ok.”

Lees ook: De afdeling neonatologie, dit kun je verwachten

Epileptische aanvallen

Haar Apgar-score was niet goed. Geen ademhaling, wel een hartslag, heel licht. Het duurde dertien minuten voordat ze zelfstandig kon ademen.

Advertentie

Door die vacuümpomp en het klem liggen had ze best wel een punthoofd, dus besloten ze die middag een echo van haar hoofd te maken. De verpleegster die erbij was, zag een stuipje, heel subtiel. Die avond had ze er weer een.

’s Nachts maakte de verpleging ons wakker, Faye had weer epileptische aanvallen gehad. Jullie gaan nu naar een academisch ziekenhuis.” Ik hoorde wat ze zeiden, maar het drong niet tot me door.

Lees ook: Hoe herken je een epileptische aanval bij je baby?

Glipt ze weg?

In het RadboudUMC zeiden de artsen dat kinderen die zij eerder met dit letsel binnenkregen vaak binnen 48 uur komen te overlijden. Ik dacht: dit gaat fout, ze glipt bij ons weg. Maar toen ik bij Faye op de NICU kwam en ik haar aanraakte, was het goed.

Het is niet te beschrijven, maar ze werd bij me gelegd, ik keek haar aan en ik voelde: jij glipt niet weg. Er is niks mis met jou. De verpleging zei: “Geniet van elkaar, zolang het kan.” Ik zei tegen mijn man: “Ik geloof er niks van.”

Advertentie

Beetje vooruit

In de dagen daarna zijn er verschillende onderzoeken geweest, telkens ging Faye een beetje vooruit. Na een paar dagen hadden we een gesprek met dezelfde artsen. Ze lieten ons de beelden zien van de MRI-scan die ze de dag ervoor hadden gemaakt.

De boodschap: de schade zit aan één zijde, de andere kant zou dus deels de functies kunnen overnemen en ze hoopten op celvernieuwing. Maar misschien zou ze nooit kunnen lopen. Mijn reactie: “Jullie blijven mij maar vertellen dat er iets mis is met haar, maar ik weet dat het niet zo is. Ze zal kunnen lopen, maar ik denk wel dat ze achter zal lopen in haar spraak.”

Moederinstinct

Ik schaamde me om het te zeggen, die mensen hebben er voor gestudeerd. Wie ben ik dan? De arts zei: “Er is niks zo sterk in het leven als een moederinstinct, de tijd zal het ons leren.” Faye kreeg medicijnen voor de epileptische aanvallen. Die sloegen aan. Na twee weken mochten we naar huis.

Toen ze dertien maanden was, liep Faye.  Ze is nu bijna 2 jaar en ze loopt iets achter in haar spraak. Verder gaat ze helemaal goed, ze heeft gelukkig nooit meer epileptische aanvallen gehad. Dat sterke gevoel dat het goedkomt met haar heb ik nog altijd.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Femke Zijlema, Fotografie: Kim Krijnen

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.