Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Tjalling kreeg een herseninfarct terwijl zijn vrouw zwanger is. 'Ik had haar een mooiere zwangerschap gegund'

Tjalling had het allemaal: een prachtige vrouw, een baby op komst, een mooie baan bij de politie en een nieuw huis dat ze zouden gaan verbouwen. En dan, ineens, een zwaar herseninfarct. In één avond veranderde hun toekomst volledig. Mooie boost in die moeilijke tijd: de crowdfundingsactie waardoor hun huis alsnog verbouwd kon worden. Al moest nu alles wel rolstoelvriendelijk worden.

 

Advertentie

Tjalling: ‘22 juni 2019 had alles in zich om een mooie dag te worden. En dat was ook de bedoeling: mijn collega Emiel ging trouwen. Ik en nog een aantal andere politiecollega’s mochten erbij zijn. In uniform, dat is traditie.

Beauty & de brains

’s Ochtends hebben we op het bureau nog speciaal onze schoenen staan poetsen. En ik zie me ook nog zitten met mijn gitaar, spelend in een nog lege kerk. Beauty & de brains van Nielson. Ik wilde even de akoestiek testen, aangezien ik dat nummer tijdens de geloften ging spelen. De bruiloft barstte los en de ceremonie was zoals die zou moeten zijn: mooi en intiem.

Mijn optreden ging vlekkeloos. Niets wees erop dat dit meteen mijn laatste optreden zou zijn. Gitaarspelen kan ik nu niet meer.

Een soort spasme?

Op de barbecue bij een van de collega’s, vlak voordat we naar het feest zouden gaan, maakte mijn lichaam ineens een rare, ongecontroleerde beweging. Een soort spasme. Wat is dit, dacht ik. Zien anderen dit ook? Eenmaal op het feest mengde ik me in de gesprekken. Lolletje, biertje, dat werk. Maar ik voelde me anders.

Stotteren

En toen ik in de spiegel keek op het toilet, zág ik ook iemand anders. Ik zweette enorm en mijn gezicht stond raar. Dit kon weleens mis zijn, dacht ik. Ik haalde een doekje over mijn gezicht. Niks aan de hand, gewoon vermoeidheid, zei een collega. Hij had het ook weleens. Maar bij een volgende collega begon ik ineens ongecontroleerd te stotteren. Die is bezopen, zag ik hem denken. Maar dat was ik niet. Aan de bar bestelde ik een koffie en haalde een zak patat.

Gewoon even slapen

Het gaat wel weer, dacht ik tijdens het laatste nummer van de avond. En toen liet ik zomaar mijn glas bier vallen. Het viel in duizend stukjes terwijl ik besefte: ik heb links ineens geen kracht meer. Even later, het was half vier ’s nachts, kwam Kelly ons ophalen. “Zo raar,” zei ik tegen haar. “Ik had steeds een soort tic.” Volgens mij dacht ze dat ik te veel gedronken had. We reden naar het huis van m’n schoonouders: daar woonden we totdat de verbouwing klaar zou zijn. Gewoon even slapen, dacht ik. Dan komt het wel weer goed.

Opeens boem

Vanaf dat moment zitten er grote gaten in mijn geheugen. Maar ik geloof dat Kelly de volgende ochtend ‘boem’ hoorde terwijl ze onder de douche stond. En dat ze me toen aantrof, midden in een epileptische aanval. Ze heeft me in een stabiele zijligging gelegd en 112 gebeld. Ik herinner me nog een kapje op mijn mond in de ambulance.

Een herseninfarct

Ik had knallende hoofdpijn toen ik wakker werd in het ziekenhuis. Er werd me verteld dat ik een herseninfarct had gehad. Meerdere kleine en een grote. Ik wist dat ik een genetische bloedstollingsafwijking had. Daar slik ik ook preventiemedicatie voor. Als ik iets kneus, stolt mijn bloed en krijg ik trombose. Dat was eerder gebeurd in mijn been. Nu gebeurde het in mijn hoofd.

Hoofd gestoten

Het moet, achteraf, zijn gekomen omdat ik een paar dagen eerder mijn hoofd stootte in de kelder. Ik wist  dat ik die gevoeligheid had. Mijn vader, ook politieman, was in 2017 overleden aan een hersenbloeding. En toch dacht ik dat dit mij, een sportman van 1.98 en 118 kilo, niet zou overkomen.

Ik ben er nog

Van de eerste week in het ziekenhuis weet ik vrijwel niets meer. Ik sliep voornamelijk. Daarna herinner ik me flarden: mijn schoonzus en Kelly aan mijn bed, morfinepleisters, een schreeuwende zwerver die ook op de IC werd binnengebracht. De pijn, die soms zo erg was dat ik moest kotsen. En het besef daalde in: ik ben er nog. Ik moet beter worden. Voor Kelly. Voor ons kind.

Alles op alles

Ik wist dat ik de meeste progressie zou boeken in de komende vier tot zes maanden. Praten ging al snel goed, lopen niet. Of ik het ooit nog zou kunnen? De artsen durfden het niet te zeggen. “Ik ga weer lopen,” zei ik. Fysiotherapie, ergotherapie: ik zette alles op alles.

Geen progressie

Kelly was non-stop bij me. Ze zat overal bovenop bij de artsen. Toen ze zag dat ik geen progressie maakte en steeds minder scherp werd, sloeg ze net zo lang alarm tot ik een nieuwe scan kreeg, ook al was dat niet nodig volgens de neuroloog. Wat bleek: ik had een hersenbloeding boven op het infarct gehad. Kelly eiste daarop een nieuwe neuroloog.

Politiementaliteit

Ik vind het nog steeds ongelooflijk hoe sterk ze zich heeft gehouden. Ze steunde mij onvoorwaardelijk, terwijl ik haar niets kon teruggeven. Alles draaide op dat moment om mij en mijn herstel. Daar voel ik me nog schuldig om. Ik had haar zo’n andere zwangerschap gegund. Toch was er niet veel ruimte voor mijn emoties; dat is die oude politiementaliteit.

Gebroken schild

Maar ik zie ons nog zitten op 17 juli, aan zo’n ziekenhuistafeltje. Het was die dag twee jaar geleden dat ik mijn vader verloor aan een hersenbloeding. En nu zat ik hier zelf, in een rolstoel, met een vriendin die over vijf maanden was uitgerekend. Mijn schild brak. Ik kon niet meer stoppen met huilen.

Bedolven onder de kaarten

En dan hadden we ook nog dat huis. Dat compleet gestripte huis dat verbouwd moest worden. We hadden budget voor de bovenverdieping, de rest zouden we in fases doen. Ik probeerde er maar niet te veel aan te denken. Ik stortte me volledig op het traject in het revalidatie-centrum waar ik inmiddels zat. Het lopen ging steeds beter. Wat me hielp, was de overweldigende steun van buitenaf. Ik werd bedolven onder de kaarten.

Steun van de crowd

Maar het werd nog mooier. Er was een crowdfunding voor me opgericht, hoorde ik. Door Emiel en Sonja, het bruidspaar. Ze wilden ons helpen met de verbouwing, en brachten het onder de aandacht van de landelijke politiekorpsen. Het begon met een streefbedrag van tienduizend euro, maar het ging zo hard met de donaties dat ze uiteindelijk 75.000 euro ophaalden. Politiemensen uit het hele land, zelfs van de Antillen, doneerden. Nu konden we het hele huis laten doen.

Een boost

Die warmte en solidariteit was, en is, onbeschrijflijk. Het gaf mijn herstel een boost. Er was een toekomst. Ons huis werd verbouwd, terwijl ik verder bij mijn schoonouders revalideerde en de uitgerekende datum steeds dichterbij kwam. Daar piekerde ik veel over. Kon ik wel de vader zijn die ik wilde zijn?

En dan, de bevalling

Op 16 november zat ik naast een couveuse, met daarin een heel klein mannetje van 48 centimeter. Hij had een zuurstofkapje op en lag aan allerlei slangetjes. Ferron is een strijder, net als zijn moeder. Kelly moest uiteindelijk ingeleid worden nadat ze bloed verloor. Het was een verschrikkelijke bevalling, alles wat mis kon gaan, ging mis. Ik denk er niet graag aan terug.

Ik doe wat ik kan

Ferron is nu anderhalf en gelukkig een prachtig en gezond ventje. Ik doe wat ik kan als vader, maar het voelt niet snel als genoeg. Ik voel me heel schuldig naar Kelly toe. Zij doet bijna alles: de nachten, de voedingen, het huishouden. Ik voetbal met hem, ik ren, maar ik kan niet lang met hem alleen zijn. Als Ferron huilt, raak ik totaal overprikkeld, en ik heb nog veel slaap nodig.

Altijd door

Soms voelt dat als laks, terwijl ik er echt niets aan kan doen. Maar Kelly klaagt nooit. Ze gaat altijd door. Ik maak me daar weleens zorgen om. Ze heeft ook tijd voor zichzelf nodig. Gelukkig heb ik een fantastische moeder en schoonouders, die ons overal bij helpen.

Nooit meer de oude

Ik ben dusdanig hersteld dat ik weer half bij de politie werk – in een nieuwe kantoorfunctie, dat wel. Er is hoop dat ik ooit weer zo’n dertig uur per week kan werken, en meer energie krijg om een betere vader en man te zijn. Maar de oude zal ik nooit meer worden. Dat is iets wat ik zal moeten accepteren. Hoe moeilijk dat ook is.’

“Ook al is hij niet meer de oude, hij is nog steeds mijn man”

Kelly: ‘Als ik de afgelopen jaren op een rij zet, kan ik bijna niet geloven wat ik allemaal heb doorstaan. Nog voor die bruiloft in juni 2019 was het al een roerig jaar geweest. Mijn schoonvader overleed, mijn moeder kreeg een hartaanval en mijn zus onderging meerdere operaties aan haar schedel door een bloedvatmisvorming in haar hoofd. Ondertussen probeerde ik zwanger te worden, en runde ik een eigen kapsalon.

Maar het tij leek eindelijk te keren: mijn zus werd beter, we kochten een huis en ik werd na anderhalf jaar eindelijk zwanger. Er was weer lucht en licht in mijn leven. Maar toen kwam dus die nacht van 22 juni.

Dubbele tong

Ik dacht dat Tjalling dronken was. Hij praatte met dubbele tong. Maar hij zei dat hij maar twee biertjes had gedronken, en ik geloofde hem. Ik was die ochtend al heel vroeg uit bed. Ik vertrouwde het niet. Vanuit de woonkamer hoorde ik Tjalling ineens schreeuwen: “Mijn arm! Mijn arm!” Ik bleef heel rustig. Dat ben ik altijd in dat soort situaties.

Handelen, niet voelen

Ik zag dat zijn linkerkant verlamd was en hij had een hevige epileptische aanval. Ik heb hem, vierenhalve maand zwanger, uit bed getild. Hij stopte met ademhalen, maar ik onderdrukte de paniek. Ik moest handelen, niet voelen. Ik legde een kussen onder zijn schouderbladen. Het volgende moment waren er twee ambulances en een traumaheli. “Het ziet er niet goed uit,” zeiden ze.

Boos

Vanaf het moment dat Tjalling in het ziekenhuis lag, ben ik vaak boos geworden op de artsen. Ik vond dat ze veel te weinig voor hem deden terwijl ik hem achteruit zag gaan. Ik eiste meer onderzoeken, meer hulp, en uiteindelijk een andere neuroloog. Terecht, zo bleek.

Zwangerschap parkeren

Die boosheid was mijn overlevingsstrategie. Als jullie hem niet helpen, ben ik straks alleen met een baby, dacht ik. Het was wel míjn man die daar lag! Ik zat dag en nacht aan zijn bed. Mijn zwangerschap had ik even geparkeerd. Weg­gedrukt. Ik kon het er gewoonweg niet bij hebben. Daar voel ik me tot op de dag van vandaag diep schuldig over. Ik heb Ferron zo vreselijk veel stress bezorgd in de buik. Natuurlijk, daar kon ik niets aan doen, maar toch voel ik me verantwoordelijk. Want het was míjn stress.

Mijn anker

Tjalling was bij de twintigwekenecho, maar hij kon maar tien minuten rechtop zitten in zijn rolstoel. De rest van de zwangerschap deed ik de controle-afspraken met mijn moeder. Mijn ouders waren, en zijn, mijn anker. En ook later had ik ze hard nodig.

Bel mama!

Ik was vierendertig weken zwanger toen ik een grote bloeding kreeg. “Rustig blijven,” zei ik tegen Tjalling. “Bel mama.” Ik was bang dat hij een insult zou krijgen. Ik moest een week in het ziekenhuis blijven, tot het bloeden was gestopt. Ze dachten dat de placenta zou loslaten. Wat er precies bloedde, is nog steeds een raadsel. De bevalling werd ingeleid, twee weken van tevoren. Maar de weeën kwamen niet op gang, en de vliezen braken ook niet.

Een vechter, net als wij

Toen stapelde de ellende zich op. Ik kreeg een verschrikkelijke weeënstorm, en de ruggenprik werkte maar aan een kant. Intussen draaide Ferron in mijn buik en werd een sterrenkijker. Zijn hartslag viel weg en mijn weeën ook. Met een vacuümpomp kwam hij ter wereld. Piepklein en blauw lag hij aan de beademing. Hij bleek gelukkig een vechter. Net als wij allemaal.

Gulle donateurs

Ook na de geboorte ging het allemaal niet vanzelf. De borstvoeding kwam niet op gang en mijn bloeddruk was torenhoog. En ­Tjalling kreeg vlak na Ferrons geboorte bijna elke week een epileptisch insult.

Pas toen Ferron acht maanden was, kon ik eindelijk een beetje ademhalen: ons huis was klaar. Helemaal verbouwd, alles gelijkvloers en rolstoelvriendelijk. Allemaal dankzij de donateurs. Ik vond het heel moeilijk om zo veel geld te ontvangen van vreemden. Ik geef zelf liever. Maar ik ben iedereen ongelooflijk dankbaar.

Moe gestreden

We zijn nu twee jaar verder, en ik merk nu pas hoe moe ik ben. Ik heb alleen maar overleefd. Alleen maar gestreden. Ik kom nu, met behulp van een psycholoog, pas langzaam aan verwerken toe. Aan het verdriet. Ik zit er middenin, alles voelt nog rauw. Voor mijn salon heb ik faillissement moeten aanvragen. De coronacrisis was de nekslag. Die beslissing gaf me rust, maar ik heb er ook verdriet van. Die zaak was mijn kindje. Ik mis het.

Traumatische start

Maar ik heb Ferron, mijn andere kindje. Het moederschap voelt fijn. Mijn zoon geeft zoveel liefde. Ik heb wel veel moeite om hem eens weg te brengen, merk ik. En hij ook: Ferron blijft maar huilen als ik wegga. Het zal allemaal met onze traumatische start te maken hebben.

En het is ook logisch dat hij zo aan me hangt. Ferron weet dat hij bij mij moet zijn. Tjalling kan nu eenmaal geen luiers verschonen, zijn linkerkant is niet meer sterk genoeg.

Een goede vader

Maar gelukkig héb ik mijn man nog. Ook al is hij niet meer de oude, hij is nog steeds mijn man. En hij is een heel goede vader. Hij doet zo z’n best, en hij doet wat hij kan. We praten niet zo veel over de afgelopen jaren. Het is nog te vers, denk ik. We moeten allemaal nog wennen aan hoe we veranderd zijn.

En nu rust

Sowieso verandert je relatie je door het ouderschap. Laat staan als je meemaakt wat wij hebben meegemaakt. Het enige wat ik nu nog wil, is rust. En dat Tjalling bij ons blijft. Dat dit nooit meer gebeurt. Als dat betekent dat ik altijd meer zorg op me moet nemen, dan neem ik dat graag voor lief.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Interview: Fleur Meijer. Fotografie: Brenda van Leeuwen.

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.