taalontwikkeling
door

Zo voorkom je dat je kind een taalachterstand krijgt

Een kwart van alle kinderen loopt achter op het gebied van taalontwikkeling, zeggen onderzoekers. En dat geldt voor kinderen in alle lagen van de bevolking. Ouders die meer werken, het overmatig gebruik van smartphones zijn een paar van de oorzaken. Wat kun je doen om te zorgen dat de taalontwikkeling van je kind wél on point is?

Driejarigen die niet veel meer zeggen dan ‘ja’ en ‘nee’, en ‘papa’ en ‘mama’. Kleuters die zichzelf ‘mij’ blijven noemen in plaats van ‘ik’, geen volzinnen kunnen maken of geen werkwoordvervoegingen gebruiken. Jente Timmer, logopedist bij Meertaalpraktijk en Ouders van Nu-taalexpert, ziet ze dagelijks. Ze behandelt kinderen met een taalachterstand en hoewel ze geen harde cijfers heeft, ziet ze in haar praktijk de laatste tijd steeds meer jonge kinderen die minder goed uit hun woorden komen dan ze gezien hun leeftijd eigenlijk zouden moeten kunnen. ‘Ik krijg veel kinderen in de praktijk die er bij het tweejaarconsult van het consultatiebureau uitgepikt zijn.’ Het Nederlands Centrum voor jeugdgezondheid omschrijft het zo: ‘Een taalachterstand kan worden veroorzaakt door een stoornis bij het kind of door onvoldoende taalaanbod uit de omgeving. Men spreekt dan respectievelijk van een taalontwikkelingsstoornis (TOS, zie kader) of een taalontwikkelingsachterstand (TOA). Ook een combinatie is mogelijk.’

Advertentie

Te weinig woorden

Kinderen met een taalontwikkelingsachterstand herken je aan het feit dat hun taalontwikkeling langzamer gaat dan gemiddeld bij leeftijdsgenoten. Ze leren onder andere langzamer praten, hebben meer moeite met het begrijpen van andere mensen en hun woordenschat is kleiner. Ook komt het voor dat ze woorden systematisch verkeerd uitspreken of moeilijk werkwoorden kunnen vervoegen. Vaak zijn deze kinderen ook bozer dan andere kinderen, omdat ze niet goed begrepen worden en hun frustratie daarover niet in woorden kunnen overbrengen.

Volgens onderzoek van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid loopt maar liefst een kwart van alle kinderen in ons land achter op het gebied van taalontwikkeling. Vijf procent daarvan is jonger dan vijf jaar. Hoogleraar taalontwikkeling Elma Blom stelde in januari 2019, tijdens haar oratie aan Universiteit Utrecht, dat van de tweejarigen in Nederland dertien tot twintig procent een taalachterstand heeft, ook wel ‘vertraagde expressieve taalontwikkeling’ genoemd. De achterstand komt niet doordat deze kinderen minder intelligent zijn of een tragere cognitieve ontwikkeling hebben, maar vooral doordat ze te weinig taal aangeboden hebben gekregen: er wordt eenvoudigweg te weinig met ze gepraat.

Lees ook: Zo verloopt de ontwikkeling van de woordenschat

Taalontwikkeling stimuleren

‘Het is een hardnekkig misverstand dat kinderen vanzelf leren praten en taalvaardig worden en dat je daar als ouders niks bijzonders voor hoeft te doen,’ zegt Margriet Sitskoorn. Ze is hoogleraar klinische neuropsychologie aan Tilburg University en onderzoekt de relatie tussen hersenen en gedrag. Daarbij kijkt ze onder andere naar de manier waarop kinderen taal leren. ‘Het tegendeel is waar: het ontwikkelen van taalvaardigheid staat of valt met de interactie tussen ouder en kind: je moet met je kind communiceren, met hem praten en naar hem luisteren, voorlezen en liedjes zingen. Pas dan gaan jonge kinderen de essentie van taal begrijpen en op de juiste manier toepassen. Hun hersenen staan weliswaar helemaal ingesteld op het aanleren van taal, maar die moeten daartoe wel echt gestimuleerd worden.’

Je zou denken dat dit toch automatisch gaat, want praat niet elke ouder de hele dag door tegen zijn kind? Toch ziet logopedist Jente Timmer dat ouders beduidend minder zijn gaan communiceren met hun kinderen. Dat zorgt voor taalachterstanden bij jonge kinderen in alle lagen van de bevolking, maar vooral bij peuters en kleuters uit de hogere sociale milieus. Die hebben in principe een behoorlijke voorsprong op kinderen uit de onderklasse: volgens bekend onderzoek van de Amerikaanse onderzoekers Betty Hart en Todd Risley hoorden kinderen uit de sociale bovenklasse in de jaren negentig gemiddeld 2100 woorden per uur van hun ouders, tegen zeshonderd voor kinderen uit de lagere sociale milieus. Kinderen uit beter gesitueerde gezinnen hadden op driejarige leeftijd dus dertig miljoen woorden meer gehoord dan kinderen uit de onderklasse en daardoor groeide de woordenschat van die laatste groep beduidend langzamer. Dat grote verschil bestaat nog altijd, maar is minder vanzelfsprekend geworden, omdat nu ook hogeropgeleide ouders minder met hun jonge kinderen praten.

Onze smartphone speelt hierbij een rol. Timmer ziet het ding als een bedreiging voor de taalvaardigheid: ‘Ouders die de hele dag op hun telefoon kijken: het leidt er eenvoudigweg toe dat ze minder aandacht hebben voor hun kind. En minder aandacht is minder interactie, dus minder in gesprek zijn, wat juist zo belangrijk is om je goed te leren uitdrukken.’ Recent onderzoek van de Hema Foundation, die de inclusiviteit in onze samenleving wil vergroten en zich daarom tot 2022 inzet voor het verminderen van taalvaardigheidsproblemen, onderstreept dit. Van de duizend ondervraagde ouders vindt ruim tachtig procent namelijk dat ze de tijd die ze besteden aan hun telefoon, eigenlijk aan hun kinderen zouden moeten geven. Sterker nog: zestig procent wil meer oprechte en kwalitatieve aandacht voor hun kind, maar laat zich toch steeds weer afleiden door zijn mobiel.

Lees ookZo voer je een gesprek met je baby

Minder aandacht

Wat ook meespeelt: ouders zijn steeds drukker met hun werk. Vaak werken beide ouders en zijn de kinderen naar de opvang. En het werk gaat regelmatig thuis ook nog door, naast allerlei sociale contacten en andere vrijetijdsbestedingen. Het aantal intensieve contactmomenten binnen een gezin neemt daardoor de laatste jaren af, zegt Margriet Sitskoorn: ‘Het schema van een gezin met kleine kinderen is moordend. Het wordt daardoor bijvoorbeeld minder vanzelfsprekend om minimaal een keer per dag met z’n allen aan tafel te zitten. Om rustig te eten of zonder schermen de dag door te nemen. Terwijl dat uitgelezen momenten zijn om de taal te leren, omdat je kind rustig kan luisteren naar hoe jouw dag was en zelf de tijd heeft om te vertellen hoe hij aan die bult komt. Of hij dat nou feilloos kan zeggen of niet.’

Natuurlijk wordt er op kinderdagverblijven ook met kinderen gecommuniceerd, maar dat gaat vaak vluchtiger en met minder aandacht dan nodig is. Dat geldt ook voor de televisie of de iPad: kinderen leren door filmpjes kijken weliswaar veel nieuwe woorden en zinnen, maar uiteindelijk gaat dat het best door intensieve interactie met hun ouders of opvoeders. ‘Kinderen hebben het nodig dat je naar ze kijkt en echt contact maakt als je met ze in gesprek gaat,’ zegt logopedist Timmer. ‘Soms kunnen ze met woorden nog niet veel zeggen, maar proberen ze je iets duidelijk te maken met gebaren of door hun lichaamshouding. Het is heel belangrijk dat je daarop inspeelt, en je kind de woorden geeft die hij probeert te zeggen. En dat lukt niet goed als je op je telefoon kijkt of met iets anders bezig bent.’

Telefoon uit en voorlezen

Ook het feit dat peuters steeds minder getuige zijn van de ellenlange telefoongesprekken van hun moeder met haar vriendin aan de vaste lijn – je kunt ze je vast nog herinneren van vroeger – en dat in veel gezinnen de ouderwetse wekelijkse bezoekjes aan oma, waar dan de hele familie bijeen kwam, zijn geschrapt wegens tijdgebrek, kunnen er volgens hoogleraar Sitskoorn toe leiden dat kinderen tegenwoordig minder woorden horen dan vroeger. Een zorgelijke ontwikkeling, vindt ze, want de ontwikkeling van taalvaardigheid gaat niet alleen om puur en alleen woordjes leren. ‘Taal is ook heel belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Het is van groot belang dat je je kunt uiten en je emoties onder woorden leert brengen. Maar ook ‘hogere’ vaardigheden als moraliteit en verantwoordelijkheid zijn gerelateerd aan taalvaardigheid. Heb je die niet voldoende, dan heb je een kleinere kans op een kansrijk en succesvol leven, in alle opzichten.’ Dat blijkt ook uit recent Brits onderzoek: meer dan 74 procent van de jongeren in Engelse jeugdgevangenissen heeft communicatieve problemen; 60 procent kent daarnaast ook taal- en spraakproblemen. Hoogleraar taalvaardigheid Elma Blom verwacht deze cijfers binnenkort ook in Nederland te zien.

Gelukkig kun je zelf veel doen om je dreumes of peuter voor een taalachterstand te behoeden. Door veel samen te praten én voor te lezen. ‘Iedere ouder heeft voldoende woordenschat en liefde in zich om een kind een goede taalbasis te geven,’ zegt Margriet Sitskoorn. ‘Door bijvoorbeeld op een dag steeds te benoemen wat je aan het doen bent, kom je al een heel eind. Ga eens met je kind naar de markt en vertel wat je allemaal ziet. Schenk aandacht aan wat er om je heen gebeurt en bespreek dat. “Kijk, het regent, wat worden we nat hè! Ik pak snel een paraplu,” dat soort dingen. Moeilijke woorden gebruiken hoeft helemaal niet, het gaat om de hoeveelheid woorden die je kind hoort.’

Voorlezen helpt ook enorm om je kind taalvaardig te maken. Uit onderzoek van Boekstart, het bibliotheek-programma dat ouders stimuleert hun baby’s voor te lezen, blijkt dat baby’s die regelmatig worden voorgelezen, later hoger scoren op taal. Ze hebben onder andere een grotere woordenschat. Maar vlak ook samen zingen niet uit. ‘Door het ritme en de rijm in de liedjes leren kinderen over zinsopbouw en kunnen ze veel makkelijker woordjes onthouden,’ zegt logopedist Timmer. ‘Niet voor niets wordt er op kinderdagverblijven veel gezongen bij terugkerende activiteiten als eten en opruimen. Er wordt dan onmiddellijk een heel netwerk aan bijbehorende woorden geactiveerd in het brein van de peuters dat hun taalvaardigheid ten goede komt.’

Hup, in een taalbad

Heb je het idee dat je kind misschien al een taalontwikkelingsachterstand heeft, dan hoef je niet meteen bezorgd te zijn. Een achterstand is vrij makkelijk in te halen door je kind onder te dompelen in een ‘taalbad’, zoals Timmer dat noemt. Voorwaarde is wel dat de hele omgeving erbij wordt betrokken. En dan is het vooral een kwestie van veel praten en je kind veel nieuwe woorden laten horen. ‘Maar het belangrijkste is dat je op ooghoogte met elkaar communiceert, zodat je echt contact maakt en de uitdrukking op elkaars gezicht kunt zien,’ zegt Timmer. ‘Dan kun je veel primairder inhaken op wat je kind zegt en daarop verder gaan. Dus praten over het vliegtuig in de lucht als hij daarnaar kijkt, in plaats van het te hebben over de poes op de stoep die jij eigenlijk leuker vindt.’ Probeer te vermijden dat je je kind voortdurend vragen gaat stellen als: ‘Wat voor kleur heeft de brievenbus?’ of ‘Hoeveel stukjes brood heb je op je bord?’, want kinderen die het gevoel hebben dat ze móéten presteren, doen dat over het algemeen minder. ‘Het gaat er echt om dat je een gelijkwaardig gesprek voert,’ zegt Timmer. ‘Waarbij je op een relaxte manier interesse toont in wat je peuter zegt en daar ook op doorgaat.’

Als het aan Margriet Sitskoorn ligt, zorgen we ervoor dat alle Nederlandse kinderen op hun vierde op een voldoende taalniveau aan de basisschool beginnen. Daarom is ze samen met Stichting Lezen & Schrijven en prinses Laurentien van Number 5 Foundation ‘Taalschatten’ begonnen. Hiermee starten ze projecten om samen met ouders, de kinderopvang, consultatie-bureaus en alle andere mensen die bij de ontwikkeling van een kind betrokken zijn, handvatten te ontwikkelen om kinderen te kunnen helpen. ‘Zodat alle kinderen bij hun start op de basisschool goed kunnen luisteren, de leerkracht begrijpen en woorden kennen om hun ongenoegen en blijdschap duidelijk te maken. En dat is belangrijk, want door taalvaardigheid krijg je vrienden, kansen en een gelukkiger leven.En dat gunnen we alle kinderen.’

TOS

Een taalontwikkelingsachterstand (TOA) is te verhelpen door je kind actief te stimuleren. Dat geldt niet voor kinderen die last hebben van een taalontwikkelingsstoornis (TOS), gemiddeld zo’n vijf tot twaalf procent van de kinderen onder de zeven jaar. Een kind met TOS heeft ondanks zijn gewone intelligentie en goede gehoor grote moeite met praten of het begrijpen van taal. Dat komt doordat een TOS een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis is, een aanlegstoornis in de hersenen. De hersenen kunnen taal niet optimaal verwerken. Een TOS kan niet zo makkelijk worden verholpen als een taalachterstand; een kind moet er echt voor behandeld worden en zal er altijd enigszins last van blijven houden. Een TOS is bij kinderen onder de vier niet makkelijk vast te stellen. Wel wordt, onder anderen door studenten logopedie, geprobeerd een TOS zo vroeg mogelijk te herkennen, want dat kan veel problemen en frustratie op latere leeftijd voorkomen. kentalis.nl/wat-is-tos

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Neeltje Huirne, beeld: istock

Ook lezenWerkt die hoge toon wel voor je baby?

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.