Identiteit bij tweelingen: zo ontwikkelen ze hun eigen 'ik'

Tweelingen zijn vanaf dag één samen. In de buik vallen ze al tegen elkaar aan in slaap en later hebben ze altijd een maatje in de buurt. Ook al lijken ze misschien sprekend op elkaar, toch hebben ze elk een eigen identiteit. Met deze tips zorg je ervoor dat ze hun eigen persoonlijkheid verder ontwikkelen.

Hé, dat ben ik! Vanaf een jaar of twee beginnen  peuters zichzelf  te herkennen in de spiegel. Dat is het moment waarop kinderen beginnen te beseffen dat ze zelf iemand zijn, dat er een onderscheid is tussen henzelf en de omgeving. Bij tweelingen rijst dan de vraag: ben ik ‘ik’ of ben ik ‘wij’?

Altijd samen

Al in de buik voelen tweelingen elkaars aanwezigheid. Volgens ontwikkelingspsychologe en tweelingdeskundige Coks Feenstra strelen ze elkaar, vallen ze tegen elkaar aan in slaap, sabbelen ze op elkaars duim, vechten ze om de beste plek en troosten ze elkaar.

Ook na de geboorte blijven tweelingen de eerste jaren voortdurend in elkaars leven. Dat versterkt hun ‘wij-gevoel’ en het ‘ik-besef’ komt daarom bij tweelingen vaak iets later. Dat merk je bijvoorbeeld aan het noemen van hun eigen naam. Je ziet vaak dat tweelingen elkaar noemen met de naam van één van de twee (meestal de meest makkelijke naam om uit te spreken).

Het vinden van een eigen identiteit is bij een jongen- of meisjestweeling het makkelijkst. Ze hebben door het verschil van geslacht niet alleen andere interesses, mensen vergelijken ze ook minder snel. Bij eeneiige tweelingen die qua uiterlijk en karakter als twee druppels water op elkaar lijken, gebeurt dat veel sneller. In het algemeen hebben eeneiige tweelingen ook een sterkere band met elkaar dan twee-eiige tweelingen (uitzonderingen daargelaten).

Eigen identiteit stimuleren

Tweelingen ontwikkelen hun eigen identiteit door bijvoorbeeld bezitterig gedrag te vertonen. Bij peuters is alles ‘van mij’. Speelgoed helpt ze bij het vinden van hun eigen ‘ik’. Het heeft dus een reden waarom ze per se al hun speelgoed zelf willen vasthouden. Ook ruzie maken is nuttig. Vechten, slaan en bijten, het hoort er allemaal bij. Ze verdedigen hiermee als het ware hun eigen territorium. Verder zie je vaak dat tweelingen elkaar nadoen. Ook weer een manier om hun eigen identiteit te vinden. Op deze manier leren ze wat ze wel en niet leuk vinden.

Tips ontwikkelen eigen ‘ik’

Als ouders kun je de tweeling ook helpen bij het ontwikkelen van hun eigen ‘ik’.  Tien handige tips:

  1. Geef ze namen die niet teveel op elkaar lijken en die niet met dezelfde letter beginnen. Dat is ook niet handig voor de post.
  2. Als je over je kinderen praat, gebruik dan hun namen in plaats van dat je het altijd over ‘de tweeling’ hebt.
  3. Doe eens iets exclusief met één van je kinderen. Dus neem ze niet altijd allebei op sleeptouw, maar pik er om en om eentje uit om iets leuks mee te doen.
  4. Een tweeling kan qua ontwikkeling een tijdje gelijk opgaan, maar honderd procent hetzelfde zijn ze natuurlijk niet. Beschouw ze als individuen en ontdek waar ze allebei behoefte aan hebben. En als bijvoorbeeld de één altijd antwoord geeft voor de ander, zorg er dan voor dat je het stillere kind ook uitdaagt om zich te laten horen.
  5. Tweelingouders zijn al snel geneigd tot vergelijken, omdat de kinderen even oud zijn.  Maar druk geen stempel op je kinderen. Dit geldt natuurlijk voor alle kinderen, maar bij een tweeling is de kans groter dat je zegt: ‘Jip is driftiger dan Joost’. Soms komen ze maar moeilijk van dit etiket af.
  6. De omgeving heeft er bij eeneiige tweelingen vaak een handje van om eindeloos naar de tien verschillen te zoeken. Handig om eens met de familie en/of vrienden te bespreken dat ze daar rekening mee moeten houden.
  7. Voor een kind (en speciaal voor een tweelingkind) is het belangrijk dat hij ontdekt waar zijn talent ligt. Benadruk waar ze afzonderlijk goed in zijn. Dus niet vergelijken, maar geef ze allebei complimenten.
  8. Vergeet de andere kinderen in het gezin niet! Een tweeling krijgt altijd veel aandacht. Omdat ze zo vaak met z’n tweeën zijn, kunnen andere gezinsleden zich buitengesloten voelen. Neem dus eens één van de tweeling mee met je andere kind.
  9. Geef ieder kind zijn eigen speelgoed, met een eigen opbergplek. Het grote speelgoed zoals fietsen en auto’s markeer je met een sticker.

Welke relatie heeft jouw tweeling?

Pat Preedy, psycholoog aan de Universiteit van Perth, Australië, onderscheidt drie verschillende relaties tussen tweelingen. Vaak zie je dat deze relaties per leeftijdsfase wisselen.

  • Closely Coupled (vrijwel onafscheidelijk)
    De tweeling gedraagt zich als een koppel. Iets wat je met name bij heel jonge tweelingen ziet die hun eigen identiteit nog niet volledig ontwikkelt hebben. Het heeft geen zin om de tweeling in deze fase uit elkaar te halen en ze bijvoorbeeld allebei in een aparte peutergroep te zetten. Zolang er namelijk nog geen duidelijk ‘ik-besef is, zijn ze er ook nog niet aan toe om uit elkaar gehaald te worden. Dit maakt ze alleen maar onzeker.
  • Mature dependents (kunnen goed met- en zonder elkaar)
    De kinderen stellen de aanwezigheid van de andere tweelinghelft op prijs, maar kunnen ook zonder elkaar functioneren. Deze relatie is het meest voorkomend.
  • Extreme individuals (zetten zich sterk tegen elkaar af)
    Ze vinden het eigenlijk helemaal niet leuk om een tweeling te zijn, ruziën veel en zetten zich af tegen de ander om hun eigen identiteit te veroveren. Vaak ze je dat tweelingen in de pubertijd deze relatie met elkaar ontwikkelen, de fase waarin ze juist zoeken naar het anders zijn. De ‘extreme individuals’ relatie zie je ook wel eens bij tweelingen die qua karakter enorm verschillen.

Bron: coksfeenstra.nl, nvom.nl