‘We dachten al na over namen voordat we het geslacht van onze baby wisten. Over een meisjesnaam waren we het snel eens, maar een jongensnaam vonden we veel moeilijker.
Uiteindelijk kwamen we uit bij Theo. Allebei onze opa’s, met wie we een goede band hadden, heetten zo. Vanaf het moment dat we hoorden dat we een jongen kregen, was hij voor ons baby Theo.’
Voelde me niet fijn
De zwangerschap was voor Jeske meer dan welkom, alleen duurde zwanger worden langer dan ze had verwacht. ‘Ik dacht altijd: binnen drie maanden ben ik vast zwanger. Achteraf vind ik dat heel naïef van mezelf. Zeven maanden lang had ik iedere maand een negatieve test in handen. Dat vond ik mentaal echt zwaar. Ik hoopte elke maand weer dat het raak zou zijn, en iedere maand was er weer die teleurstelling.
Toen ik in augustus eindelijk een positieve test had, was ik zó blij. Eindelijk was ik zwanger. Tegelijkertijd vond ik het zwanger zijn zelf veel moeilijker dan ik had verwacht. Ik voelde me niet fijn in mijn eigen lichaam en vond mezelf dik, terwijl ik andere zwangere vrouwen juist prachtig vond.
Lees ook: Gewichtstoename tijdens zwangerschap, wat is gezond?
Rick begreep niet helemaal dat het zo’n impact had op mijn lichaam en dacht dat ik me een beetje aanstelde, maar hielp me wel door altijd eten voor mij te halen, fruit voor mij klaar te maken en extra te stofzuigen. Hij zou me nu wel beter begrijpen. Dit was mijn eerste zwangerschap en die voelde voor ons allebei heel surrealistisch, en als ik nu opnieuw zwanger zou worden, hebben we allebei een beter beeld van wat het daadwerkelijk inhoudt.’
Echoscopist ineens stil
Op haar werk zijn op dat moment meerdere collega’s zwanger. Terwijl zij zich druk maken om de 20 wekenecho, voelt Jeske die spanning niet. ‘Zelfs toen ik in de stoel lag tijdens de 20 wekenecho maakte ik me geen zorgen, maar Rick merkte dat de echoscopist ineens stil werd. Door een cyste bij Theo’s hoofd konden ze niet goed zien of alles daar klopte. We moesten naar het ziekenhuis voor vervolgonderzoek.
In het ziekenhuis kregen we na een echo te horen dat Theo geen hersenbalk had. De hersenbalk verbindt de twee hersenhelften met elkaar. Wat dat precies zou betekenen, was nog niet duidelijk. Het kon zijn dat hij sociaal en motorisch achter zou lopen, maar het kon ook betekenen dat hij een zware beperking zou hebben. We moesten met 22 weken terugkomen voor een MRI-scan.
Lees ook: 20 wekenecho: wat wordt er precies onderzocht?
Misschien valt het mee
De eerste dagen na het ziekenhuisbezoek huilde ik veel, toch probeerde ik hoop te houden. Ik dacht: we weten nog niet zeker wat er aan de hand is. Misschien valt het mee. Tegelijkertijd vond ik het lastig om mijn buik nog te laten zien of om met mensen te praten over mijn zwangerschap. Wat moet je zeggen als je niet zeker bent over de toekomst van je kind?
Al voor de zwangerschap hebben Rick en ik met elkaar besproken wat we zouden doen als ons kind een zware beperking zou hebben. Wij hadden altijd gezegd dat we de zwangerschap dan zouden afbreken. We willen graag dat onze kinderen later zelfstandig kunnen wonen, een baan kunnen hebben en niet bij alles zorg nodig hebben. Toch verwacht je niet dat je ooit echt voor die keuze komt te staan.
Het klinkt misschien raar, maar het voelde voor ons als een egoïstische keuze om de baby wel te houden. De zorg kost de samenleving ontzettend veel geld en het kind wordt niet begrepen door een groot deel van de wereld, dat leven gunnen wij ons kind, onszelf en de maatschappij niet.’
Huilen aan het kerstdiner
Na de MRI-scan krijgen Jeske en Rick het nieuws waar ze bang voor waren. Theo heeft een zware hersenafwijking. ‘Een van zijn hersenhelften was mooi ontwikkeld, maar de andere kant leek wel met een pen getekend. De neuroloog vertelde dat het leven dat wij voor hem wilden, nooit zou lukken. We hebben toen meteen een afspraak gemaakt om de zwangerschap af te breken.
De bevalling werd gepland op 27 december, ik wilde tijdens kerst nog graag samen zijn met Theo. Op eerste kerstdag moest ik de eerste pil nemen die mijn baarmoeder zou voorbereiden op de bevalling. Ik wilde die snel tijdens het kerstdiner innemen, maar iedereen had het door. Het werd stil aan tafel, iedereen moest huilen. We hebben er even bij stilgestaan.
Lees ook: Zwangerschap afbreken: dit houdt het in
Als ik pers, is het klaar
Daarna is het nog een heel fijne avond geweest. Deze avond heb ik voor de eerste keer een foto gemaakt van mijn buik. Omdat ik mezelf niet mooi vond tijdens de zwangerschap, had ik dat daarvoor niet gedaan. Die foto is de enige die ik heb met mijn zwangere buik. Dat vind ik jammer en wil ik bij een volgende zwangerschap graag anders doen.
Ik wist niet goed wat ik van de bevalling moest verwachten. Ik had geen cursus of iets dergelijks gehad. Ze zeiden dat het zou voelen als zware menstruatiepijn, maar het waren gewoon weeën. Dat vond ik achteraf heel vervelend. Alsof het werd onderschat. Ik vond het lastig om te beginnen met persen, want ik wist: als ik pers, is het klaar. Tegelijkertijd had ik ook zin om hem te ontmoeten. Ik was zo benieuwd hoe hij eruit zou zien.
Meteen moederliefde
Het was zó bijzonder en mooi. Rick en ik moesten allebei huilen, van verdriet maar meer nog omdat het zo mooi was. Ik dacht dat dit de ergste dag van mijn leven zou worden. Maar toen hij op mijn borst lag, voelde ik meteen moederliefde. Dat gevoel was er gewoon. Ik dacht eerst: ik ga dit nooit meer doen. Maar op dat moment dacht ik ook: ik wil nog tien kinderen. Ik zou die hele dag opnieuw doen als ik hem nog één keer vast mocht houden.’
Na de bevalling kiezen Jeske en Rick voor de watermethode. Daarbij wordt een overleden baby in een speciale bak met koud water gelegd. Het water zorgt ervoor dat de huid een huidskleur behoudt en dat de baby in een foetushouding komt te liggen.
Lees ook: De watermethode: een liefdevol afscheid na een miskraam
Samen op de bank
‘Theo is drie dagen thuis geweest. Die dagen zijn er veel mensen langsgekomen om hem te zien. Ik was zo trots op hem. Hij had mijn oren en Ricks neus, dikke wangetjes en dikke kuiten. Echt een mooi kind. Ook ’s avonds haalde ik hem vaak uit de bak en lag hij met ons op de bank. Ik vind het heel jammer dat hij maar zo kort bij ons is geweest.
We hebben Theo op 30 december gecremeerd. Tot en met de crematie voelde ik me best sterk. Ik dacht: we hoeven niet alleen maar te huilen, want we hebben een heel mooi kind gekregen. Na de crematie kwam voor mij de klap pas echt. Voor het eerst was Theo niet meer bij me.
Confronterende data
Bepaalde momenten waarop ik eigenlijk nog zwanger had moeten zijn, zijn voor mij erg confronterend. In maart zou mijn verlof beginnen, in april zou Theo geboren worden. Het weekend dat ik uitgerekend was, zijn we samen naar Brugge gegaan. Dat was de beste keuze. We hebben veel aan hem gedacht, maar we waren ook even samen weg.
Ik ben blij dat ik zwanger ben geweest en dat ik heb gevoeld hoe het is om moederliefde te hebben. Tegelijkertijd staan we anderhalf jaar later nog steeds met lege handen. Dat maakt het soms moeilijk om blij te zijn voor anderen die zwanger raken.
Lees ook: Miskraam of zwangerschapsverlies verwerken: dit kan helpen
In mijn hart
Ik weet ook niet goed wat ik moet zeggen als mensen straks vragen of ik kinderen heb. Als ik ja zeg, verwachten mensen dat ik over een levend kind praat. Als ik nee zeg, voelt dat alsof Theo er niet is geweest. Ik denk dat ik dan zou zeggen dat ik een kind in mijn hart heb.
Soms denk ik na over hoe het leven eruit had gezien als ik de zwangerschap niet had afgebroken. Maar je weet niet hoe hij was geworden, en hoeveel zorgen er dan misschien waren geweest. Ik probeer het niet te veel te overanalyseren. Theo is er geweest, en dat blijft zo.’