‘Ik was aan het kramen bij een gezin dat vlak bij mij woonde. De kraamvrouw had een bijzondere voornaam, die je niet vaak hoort. Ze wilde graag thuis bevallen – dat ging eerst goed, maar daarna moest ze alsnog naar het ziekenhuis. Zodra de baby geboren was, ben ik teruggekomen om daar te gaan kramen.
Ergens halverwege die week kwam haar moeder de tuin inlopen. Ze kwam me bekend voor, maar ik wist niet waarvan. ‘Is dat je moeder?’, vroeg ik. ‘Ja’, zei ze. ‘Die ken ik!’, zei ik.
Lees ook: Kraamwerk: ‘Aan het einde van de dag deed ik mijn uniform uit en was ik weer oma’
‘Wat doe jij hier?’
Toen de moeder binnenkwam, zei ze: ‘Mirjam, wat doe jíj hier?’ Wat bleek: ik heb ook bij haar gekraamd, bij de geboorte en de kraamweek van het jongste zusje van de kraamvrouw. Dat was 27 jaar geleden. Toen wist ik ook ineens waar ik die voornaam eerder had gehoord.
Ik bleek ook de kraamvrouw – de dochter dus – en haar oudere broer naar school te hebben gebracht in die week. In die tijd gingen vaders al snel aan het werk, dus het was aan mij om de kinderen naar school te brengen.
Babyfoon als communicatiemiddel
Die ouders sliepen toen op de tweede verdieping. Voor mij was het best een ding om steeds die trappen op te gaan en dan twee jonge kinderen beneden te laten. Dus gebruikten we de babyfoon om te communiceren.
Als ik beneden was en de kraamvrouw iets nodig had of thee met wat lekkers wilde, gaf ze dat door via de babyfoon. Toen had je nog helemaal geen mobiele telefoons.
Lees ook: Kraamwerk: ‘Ik ben bijna 80 jaar, maar ik ga nog als een speer’
Babyboek met oude foto’s
De moeder is nog wel langs geweest in die kraamweek, maar niet zoveel. Dit gezin – van de dochter dus – was gesteld op hun privacy en wilde veel rust. Maar de moeder had wel het babyboek van het zusje erbij gehaald, waar ook nog foto’s van mij in stonden. Die kreeg ik mee toen ik hier afscheid nam.’