vruchtbaarheidsonderzoek

Vruchtbaarheidsonderzoek, wat houdt het in?

Als zwanger worden via de natuurlijke weg niet lukt, kun je verschillende tests ondergaan. Zo kun je ontdekken of er iets aan de hand is.

Vruchtbaarheidsonderzoek bij de vrouw

Het Oriënterend Fertiliteitsonderzoek (vruchtbaarheidsonderzoek) bij de vrouw bestaat uit verschillende onderzoeken. De gynaecoloog bepaalt welke onderzoeken zinvol zijn. Niet iedere vrouw met vruchtbaarheidsproblemen hoeft alle onderzoeken te ondergaan.

  1. Basale temperatuurcurve (BTC)

    Als je regelmatig menstrueert, word je gevraagd om een basale temperatuurcurve (BTC) bij te houden. Iedere ochtend als je wakker wordt, meet je rectaal je lichaamstemperatuur. De temperatuur noteer je in een curve.

    Je lichaamstemperatuur hangt samen met je menstruatiecyclus. Na de eisprong stijgt de lichaamstemperatuur met 0,3 tot 0,5 graden. Aan de BTC is dus af te lezen of je überhaupt een eisprong hebt en wanneer die dan is. Is er geen verhoging in de lichaamstemperatuur, dan kan dat een aanwijzing zijn dat er geen eisprong is.

  2. Hormoonscreening en bloedonderzoek

    Een onregelmatige menstruatiecyclus komt meestal door problemen met de eisprong. Dat kan worden veroorzaakt door stoornissen in de hormoonhuishouding. Om die stoornissen op te sporen wordt er bloed afgenomen. De hormonen die worden onderzocht hebben te maken met de functie en de productie van hormonen van de eierstokken en met de functie van de schildklier.

    Ook wordt het bloed onderzocht op een chlamydia-infectie. Door deze soa kunnen afwijkingen aan de eileiders ontstaan. Deze infectie kan ongemerkt via de baarmoedermond naar de eileiders gaan zodat daar verklevingen en littekens ontstaan, waardoor de zaadcellen er niet meer door kunnen.

  3. Vaginale echoscopie

    Met een vaginale echoscopie worden de eierstokken en baarmoeder in beeld gebracht. Afwijkingen aan deze organen zijn vaak op een echofoto te zien.

  4. Samenlevingstest

    De samenlevingstest wordt gedaan om uit te zoeken hoe de beweeglijkheid van de zaadcellen in het baarmoederslijmvlies is. Voordat deze test gedaan wordt, moet de kwaliteit van het sperma bekend zijn. Bij verminderde kwaliteit van het sperma, is deze test niet zinvol. Vlak voor een eisprong produceert de baarmoeder helder en vloeibaar slijm. Dit slijm is een ‘fijne omgeving’ voor de zaadcellen om zo naar de eileiders te zwemmen. Een afspraak voor deze test wordt gepland aan de hand van de basale temperatuurcurve om zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen wanneer je je eisprong hebt.

    De avond voor de test hebben jij en je partner geslachtsgemeenschap. Tijdens het onderzoek wordt er wat slijm van de baarmoederhals gehaald. Dit slijm wordt onder een microscoop bekeken. De test is positief als er goed bewegende zaadcellen in het baarmoederslijm te zien zijn. De test is negatief als er weinig slijm te zien is en er geen of slecht bewegende zaadcellen te zien zijn.

  5. Verstopte eileiders

    Om zwanger te kunnen worden, moeten de eileiders open zijn. Bij verstopte eileiders kunnen de eicel en de zaadcel elkaar niet ‘ontmoeten’. Om te kijken of de eileiders open zijn, wordt er een röntgenfoto gemaakt.

  6. Verklevingen rond eileiders of eierstokken

    Bij een kijkoperatie onderzoekt de arts met een instrument de buikholte om te zien of er verklevingen rond de eileiders of eierstokken zijn. Ook wordt de doorgankelijkheid van de eileiders bekeken. Deze operatie wordt uitgevoerd onder volledige narcose.

Vruchtbaarheidsonderzoek bij de man

Bij het Oriënterend Fertiliteitsonderzoek (vruchtbaarheidsonderzoek) bij de man wordt eerst het sperma onderzocht. De semenanalyse is een onderzoek naar de kwaliteit van het sperma. Dit onderzoek wordt in eerste instantie gedaan bij stellen met vruchtbaarheidsproblemen.

Bij deze analyse worden het aantal spermacellen, de beweeglijkheid en de vorm van de spermacellen in kaart gebracht. Om het sperma te onderzoeken, moet de man sperma opvangen in een potje.

Sperma van verminderde kwaliteit

Als uit dit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het sperma in orde is, dan wordt er vaak geen verder onderzoek bij de man gedaan. Als het sperma van verminderde kwaliteit is, dan wordt er verder onderzoek gedaan. Bijvoorbeeld urine- en bloedonderzoek, lichamelijk onderzoek (onderzoek van zaadballen en zaadleiders), een echo van de bijballen en genetisch onderzoek.