Uitscheuren tijdens de bevalling

Uitscheuren tijdens de bevalling

Uitscheuren tijdens de bevalling: je moet er vast niet aan denken. Des temeer reden om te weten wat het precies is en vooral hoe je het kunt voorkomen. En mocht het toch gebeuren: zo verloopt het herstel als je bent ingescheurd.

Wat is uitscheuren?

Wees gerust, uitscheuren is niet zo eng als het klinkt. Bij een natuurlijke bevalling passeert de baby het bekken, de vagina en de spieren en huid van de bekkenbodem. Zodra je moet persen rekken de spieren en de huid van de bekkenbodem steeds meer uit, zodat je baby voldoende ruimte krijgt om geboren te worden. Tijdens dit proces kunnen er scheurtjes ontstaan. Zo’n scheurtje wordt ook wel een ruptuur genoemd.

Perineumruptuur

De meest voorkomende ruptuur is de perineumruptuur. Bij deze ruptuur ontstaat er een scheurtje in het perineum (het gebied tussen de vagina en de anus). De scheurtjes (rupturen) worden naar grootte en diepte ingedeeld. Er zijn verschillende gradaties van een perineumruptuur:

Eerstegraads ruptuur

  • Alleen de huid en het slijmvlies van het perineum (het gebied tussen de vulva en de anus) is ingescheurd.
  • De scheur doet weinig pijn en hoeft niet altijd gehecht te worden.
  • Het komt voor bij ongeveer één op de drie tot vier vrouwen.

Tweedegraads ruptuur

  • De huid, het slijmvlies, het onderliggende bind- en spierweefsel is ingescheurd. De kringspier van de anus scheurt bij een tweedegraads ruptuur niet in.
  • De scheur moet altijd in- en uitwendig gehecht worden.
  • Het komt voor bij ongeveer één op de tien vrouwen.

Derdegraads ruptuur (totaalruptuur)

  • Zoals een tweedegraads ruptuur, alleen nu is ook de kringspier van de anus (gedeeltelijk of helemaal) uitgescheurd. In het ergste geval loopt de scheur door tot in de darm.
  • Een totaalruptuur moet altijd worden gehecht. Dit gebeurt meestal in de operatiekamer onder algehele verdoving of met een ruggenprik.
  • Het komt voor bij ongeveer twee op de honderd vrouwen

Daarnaast kun je ook een vaginaruptuur, labiaruptuur, clitorisruptuur of cervixruptuur oplopen tijdens de bevalling. Een korte uitleg:

De vaginaruptuur

Deze ruptuur zit aan de binnenkant van je vagina en is aan de buitenkant niet te zien. Ook vaginarupturen komen in verschillende gradaties voor. Of de scheur gehecht moet worden hangt af van de grootte en diepte. In de meeste gevallen krijg je oplosbare hechtingen. Fijn, zo hoeven ze straks niet verwijderd te worden door de arts.

De labiaruptuur

De labiaruptuur is een klein scheurtje aan de binnenkant en soms ook de buitenkant van de kleine schaamlippen. Deze rupturen hoeven niet altijd gehecht te worden. Soms is een hechting prettig om een branderig gevoel tijdens het plassen tegen te gaan. Het geneest gelukkig snel: na drie tot vier dagen heb je er als het goed is geen last meer van.

De clitorisruptuur

Gelukkig kom de clitorisruptuur zelden voor. De ruptuur moet altijd gehecht worden en kan flink bloeden en pijnlijk zijn. Het kan voorkomen dat ook de urinebuis inscheurt. Deze moet heel nauwkeurig gehecht worden om urine-incontinentie te voorkomen.

De cervixruptuur

Bij een cervixruptuur is de baarmoedermond ingescheurd. Dit is een zeldzame, maar ernstige complicatie. Het grote gevaar is een scheur in de bloedvaten. Oorzaken van deze ruptuur kunnen zijn: hevig persen terwijl er nog geen volledige ontsluiting is, of een kunstverlossing met een verlostang of vacuümpomp. Hechten is altijd noodzakelijk bij een cervixruptuur.

Oorzaken van een ruptuur

Bij bijna elke vrouw ontstaat er tijdens de eerste bevalling wel een scheurtje. Dat is niet zo gek, het weefsel in het gebied van de vagina en het perineum is nog behoorlijk stug is. Bij een volgende bevalling zijn de huid en de spieren al opgerekt, waardoor de kans op inscheuren kleiner is.

Het ontstaan van een ruptuur hangt af van een aantal factoren:

  • De huid en onderliggende lagen.
    Als de huid stug is omdat het de eerste bevalling is, is het risico op uitscheuren iets groter dan bij een volgende bevalling als alles al is opgerekt.
  • De grootte van de baby.
    Als je kind behoorlijk groot is, zal de huid en het weefsel meer moeten oprekken om je kind geboren te laten worden. De kans om in te scheuren is hierdoor groter.
  • De ligging van de baby.
    Als je kind met zijn hoofd in een afwijkende ligging wordt geboren, is de kans op uitscheuren groter.
  • Een kunstverlossing, zoals een vacuüm- of tangverlossing.
    Een totaalruptuur komt wat vaker voor bij een kunstverlossing en een knip kan dit niet altijd voorkomen.
  • De snelheid van de bevalling.
    Verloopt de bevalling snel, dan krijgt de huid minder kans om rustig mee te rekken en heb je meer kans om in te scheuren.

Uitscheuren voorkomen

Je kan er zelf weinig aan doen om een ruptuur tijdens de bevalling te voorkomen. Zeker als een bevalling super snel gaat, is de kans op een ruptuur of zelfs totaalruptuur aanwezig. Eigenlijk geldt: hoe meer tijd de weefsels hebben om op te rekken, hoe kleiner de kans op een ruptuur. Een verloskundige of gynaecoloog kan daarom tijdens de bevalling vragen om niet te persen tijdens een wee, maar te zuchten of te puffen. Dit is nodig als de druk op je vagina te groot is. Door even te wachten is de kans kleiner dat je uitscheurt. Goed naar de aanwijzingen van de verloskundige of gynaecoloog luisteren tijdens de bevalling dus!

Hechtingen na uitscheuren

Als je een ruptuur hebt, hoef je niet altijd gehecht te worden. Na de bevalling zal de verloskundige of gynaecoloog de schaamlippen en vagina onderzoeken op scheurtjes en bepalen of deze gehecht moeten worden. Een totaalruptuur wordt altijd gehecht. Dit gebeurt meestal in de operatiekamer onder algehele verdoving of met een ruggenprik. Een tweedegraads scheurtje kan door de verloskundige of huisarts gehecht worden. De huid wordt eerst verdoofd met pijnstillende injecties of een spray. Hoe lang het hechten duurt hangt af van de hoeveelheid hechtingen. Vaak duurt het hechten tussen de paar minuten en een half uur.

In de meeste gevallen krijg je oplosbare hechtingen. Dat is fijn, want deze hoeven niet verwijderd te worden. Het duurt ongeveer tien dagen voor de hechtingen helemaal zijn opgelost. Heb je last van de hechtingen, dan kan de verloskundige deze eventueel weghalen na zeven dagen.

Plassen na uitscheuren

Plassen na een ruptuur kan een branderig gevoel geven. Dit komt omdat er naast de wond die gehecht is, ook kleine scheurtjes in de huid zijn ontstaan die niet gehecht hoeven te worden. Als hier urine langskomt, kan dit prikken. Het helpt om na elke plasbeurt de onderkant te spoelen met lauw water, zodat de urine wordt verdund en minder prikt op de wond. Na ongeveer drie dagen is de pijn bij het plassen vaak weg.

Om infecties te voorkomen is het goed om de wond tijdens het douchen met de douchekop zachtjes te spoelen. Het vaak verwisselen van het kraamverband en de wond af en toe laten luchten als je bijvoorbeeld even op bed ligt, helpt ook bij een goed herstel.

Ontlasting na uitscheuren

Zo’n eerste keer ontlasting na een ruptuur vinden veel vrouwen best eng. Wees niet bang dat de wond weer kapot gaat of hechtingen losraken. Wel is het belangrijk dat de ontlasting zacht blijft. Drink daarom genoeg water en eet vezelrijke voeding, zoals fruit en brood.

Seks na uitscheuren bevalling

Het is heel persoonlijk wanneer je klaar bent voor seks na de bevalling. De verloskundige of huisarts geven als advies om minimaal zes weken te wachten met seks. Het belangrijkste is dat het vloeien gestopt is, om infecties te voorkomen. Bovendien moet de wond hersteld zijn en de hechtingen verwijderd of opgelost.