Wat is trombose?
Trombose is een aandoening waarbij er een bloedstolsel ontstaat in een bloedvat, waardoor het bloedvat geheel of gedeeltelijk wordt afgesloten en het bloed niet goed kan doorstromen.
Bloedstolling is normaal gesproken heel nuttig. Het zorgt ervoor dat een wondje dichtgaat en je niet te veel bloed verliest. Soms stolt het bloed echter zonder dat er een wondje is. Volgens de Trombosestichting krijgen elk uur elf mensen in Nederland hiermee te maken. Artsen maken onderscheid tussen twee soorten trombose:
1. Arteriële trombose (in slagader)
Dit is een bloedstolsel in een slagader. Een slagader loopt vanaf het hart naar de organen en vervoert zuurstofrijk bloed.
Infarct: het weefsel achter de trombose krijgt geen zuurstof meer en sterft af.
Hartinfarct: de trombose sluit één of meer bloedvaten af rondom het hart. Een stuk hartspier sterft af.
Herseninfarct: de trombose sluit de toevoer af van bloed naar de hersenen. Hierdoor kunnen allerlei verschijnselen ontstaan, zoals bewusteloosheid, verlammingen en/of spraakstoornissen.
2. Veneuze trombose (in ader)
Een bloedstolsel in een ader. Een ader vervoert zuurstofarm bloed terug naar het hart.
Trombosebeen: een ader in het been wordt afgesloten door trombose. Dit is pijnlijk, je been kan dik en rood worden. Als je niet goed wordt behandeld, kun je hier de rest van je leven last van hebben. Je benen blijven gezwollen en vermoeid aanvoelen.
Longembolie: soms laat een stuk bloedstolsel los van een trombose in een been of buik en stroomt dan naar je long. Het stolsel sluit daar een bloedvat af. Daardoor werkt een deel van je long minder goed. Dit heet een longembolie.
Waarom heb je meer kans op trombose als je zwanger bent?
Tijdens je zwangerschap heb je een verhoogde kans op trombose door hormonale veranderingen, een veranderde bloedsamenstelling en de druk van je groeiende baarmoeder op je bloedvaten.
Zwangere vrouwen en vrouwen die net zijn bevallen, lopen een groter risico. Je lichaam maakt zich klaar voor de bevalling door extra stollingsfactoren aan te maken, zodat je straks niet te veel bloed verliest. Daarbij neemt de hoeveelheid natuurlijke stollingsremmers juist af. Verloskundige Eef van Soest benadrukt dat deze factoren, gecombineerd met het feit dat je minder beweegt en de baarmoeder druk uitoefent op je bekken, de doorstroming van het bloed in je benen kunnen vertragen.
Naast je zwangerschap zijn er nog andere factoren die het risico op trombose vergroten:
Aderverkalking: Vernauwde of stijve bloedvaten belemmeren de doorstroming van het bloed.
Roken: Roken beschadigt de vaatwanden en beïnvloedt de bloedstolling nadelig.
Een te hoog cholesterol: Te veel cholesterol kan bloedvaten vernauwen.
Hoge bloeddruk: De hoge druk kan de binnenkant van aderen beschadigen.
Diabetes: Een hoge bloedsuikerspiegel verstoort de normale bloedstolling.
Erfelijke aanleg: Sommige vrouwen hebben genetisch een verhoogde stollingsneiging.
Wat zijn de symptomen van trombose tijdens de zwangerschap?
De meest voorkomende symptomen van een trombosebeen zijn een plotselinge pijn in je onderbeen, een kuit die dik wordt en glanst, en een been dat lokaal rood en warm aanvoelt.
Omdat je lichaam tijdens de zwangerschap extra vocht vasthoudt, is het soms lastig om normale zwangerschapskwalen te onderscheiden van medische problemen. Vrouwen die voor hun zwangerschap nog geen trombose hadden, kunnen nu toch plotseling klachten krijgen. Let specifiek op de volgende signalen in je been:
Je kuit zwelt op, wordt dik en de huid gaat glanzen.
Je ervaart een zwaar, pijnlijk gevoel in je onderbeen.
De huid van je been voelt warm aan en ziet er rood uit.
Deze klachten ontstaan vaak vrij plotseling of bouwen zich binnen een paar dagen op.
Vermoed je dat je een trombosebeen hebt? Neem dan direct contact op met je huisarts of verloskundige. Een snelle behandeling is essentieel om complicaties te voorkomen en langdurige klachten, zoals blijvend gezwollen en vermoeide benen, te beperken. (Lees ook: Zo hou je minder vocht vast tijdens je zwangerschap)
Hoe kun je trombose behandelen en voorkomen?
Trombose wordt behandeld met antistollingsmedicijnen die voorkomen dat het stolsel groter wordt, waarna je lichaam het stolsel vanzelf opruimt. Bepaalde stollingsremmers zijn volkomen veilig te gebruiken tijdens de zwangerschap.
Het is cruciaal dat de behandelend arts weet dat je in verwachting bent. Sommige medicijnen kunnen namelijk schadelijk zijn voor je ongeboren baby en de kans op aangeboren afwijkingen vergroten. Dit risico is het grootst tijdens de eerste drie maanden van je zwangerschap. Je specialist schrijft een veilig alternatief voor. Om trombose te helpen voorkomen, is het aan te raden om voldoende te blijven bewegen en eventueel steunkousen te dragen als je erg veel vocht vasthoudt.
Mag je vliegen als je zwanger bent en kans hebt op trombose?
Ja, je mag vliegen als je zwanger bent, maar de kans op trombose is in het vliegtuig iets groter doordat je lang stilzit. Je kunt dit risico verkleinen door regelmatig te bewegen en compressiekousen te dragen.
Ga je nog op vakantie met het vliegtuig? Kies bij voorkeur voor een zitplaats aan het gangpad. Zo heb je iets meer beenruimte en kun je makkelijk opstaan. Wandel af en toe een stukje door het vliegtuig om je bloedsomloop te stimuleren. Steunkousen helpen uitstekend tegen gezwollen voeten en verminderen direct het risico op trombosevorming.
Lees ook: Zwanger en vliegen, tot wanneer is dat veilig?
Wat als je trombose hebt en zwanger wilt worden?
Als je trombose hebt (gehad) of momenteel antistollingsmedicijnen slikt en een kinderwens hebt, is het verstandig om eerst in overleg te gaan met je huisarts of behandelend specialist.
Slik je tijdelijk antistollingsmedicijnen? Dan is het vaak verstandig om een zwangerschap nog even uit te stellen tot de kuur is afgerond. Zorg in die periode voor een betrouwbare anticonceptie. Wanneer je klaar bent om te proberen zwanger te worden, bespreek je dit met je arts. Jullie bekijken dan samen wat het beste moment is en of je tijdens een toekomstige zwangerschap extra medische begeleiding nodig hebt.
Bron: Trombosestichting Nederland