borstvoedingshoudingen

Borstvoedingshoudingen: welke past bij jou en je baby?

Borstvoeding geven lijkt misschien makkelijk, maar vooral in het begin kan het wel eens worstelen zijn met o.a. de verschillende borstvoedingshoudingen. Hoe houd je je baby goed vast en wat vind je zelf comfortabel? Gelukkig zijn er verschillende borstvoedingshoudingen om uit te proberen.

Je kunt je baby op veel verschillende manieren voeden. Liggend, (half) rechtop zittend en zelfs lopend. Het is belangrijk dat je een manier vindt die voor je baby én voor jou ontspannen is. Probeer de eerste weken gerust verschillende borstvoedingshoudingen uit en kijk wat je het fijnst vindt. Je kunt ook halverwege het voeden wisselen van houding als dat comfortabeler is. Hieronder een aantal verschillende borstvoedingshoudingen.

Advertentie

borstvoedingshoudingen

Illustratie van verschillende borstvoedingshoudingen

Lees meer: Alles wat je moet weten over borstvoeding in de eerste week

  1. Madonnahouding
    Deze zittende variant is een van de populairste borstvoedingshoudingen. Je hebt hierbij goed zicht of je baby aanhapt. Ook is het een handige houding als je in het openbaar borstvoeding geeft, omdat je baby met zijn hoofd je borst grotendeels bedekt. Ga lekker rechtop zitten en gebruik eventueel wat kussens of een voedingskussen als steun in je rug en onder je arm. Ontspan je schouders, trek ze niet op. Neem je baby in je arm en laat zijn hoofdje rusten op je onderarm en hand. De billetjes rusten op jouw schoot en met je onderarm geef je steun in zijn rug. Hierdoor ontstaat er een open houding en kan je baby zijn hoofdje wat naar achteren kantelen.Dat zorgt ervoor dat hij een grote hap kan maken. Zorg dat zijn neus recht voor je tepel is en dat je baby ter hoogte van je borsten ligt, met zijn buik naar die van jou toe gedraaid. Het is handig om een (voedings)kussen op je schoot te leggen, zodat je baby daarop kan liggen.
  2. Doorgeschoven houding
    Deze houding, die niet op de illustratie staat, lijkt op de madonnahouding, maar hierbij heb je iets meer controle over je baby en je borst. Als je met je rechterborst voedt, ondersteun je je baby met je linkerarm en houd je met je rechterhand je borst vast in de C-greep: schuif je hand aan de zijkant over je borst, maak met je duim en vingers de letter C en knijp zacht in je borst. De borst is iets afgeplat en in lijn met de lippen van je baby (hamburger-hap). Hierbij is de buik van je baby naar die van jou gedraaid. Let op dat je hand niet het hoofd van je baby vasthoudt, maar vooral ondersteuning geeft bij zijn schouders en nek.
  3. Baker- of rugbyhouding
    Een fijne borstvoedingshouding als je baby te vroeg is geboren, als je zware borsten hebt, bij een tweeling of na een keizersnede. Ga rechtop zitten en leg kussens naast je en op je schoot. Leg je baby op de kussens met zijn hoofd voor je borst, zijn buik tegen je zij en zijn benen schuin naar achteren. Je baby ligt zoals een rugbyspeler zijn rugbybal meeneemt, vandaar de naam. Zijn hoofd ondersteun je met je hand en zijn rug met je onderarm. Let op dat de rug en nek in één lijn liggen. Neem je borst in je vrije hand en breng zijn hoofd, dat op je hand rust, naar je borst toe. Houd zijn mond recht voor je tepel en laat hem happen.
  4. Liggend op je zij
    Dit kan een fijne houding zijn net na de bevalling, als je erg moe bent of tijdens nachtvoedingen. Je baby en jij liggen allebei op de zij, naar elkaar toe. Leg je baby zo neer dat je tepel recht voor zijn mond is. Je kunt je onderste arm als steun onder je hoofd vouwen. Zo zie je ook goed of het aanleggen goed gaat. Leg eventueel een (voedings)kussen in je rug. Je kunt ook een kussen of opgerolde hydrofieldoek achter je baby leggen om hem te ondersteunen. Dan heb jij je hand vrij om aan te leggen. Als je wilt wisselen van borst, houd je je baby eerst even rechtop om een boertje te laten. Daarna rol je via je rug naar je andere zij, waarna je je baby in dezelfde houding kunt aanleggen. In plaats van om te rollen kun je ook half op je buik gaan liggen en wat naar voren leunen, zodat je baby bij de andere borst kan.
  5. Half-liggend op rug (of Biological Nurturing)
    In deze houding (ook wel de Australische houding genoemd) leun je achterover en zit je lekker onderuitgezakt. Het kan handig zijn om zo te voeden als je een sterke toeschietreflex hebt. In deze houding kan je baby zich minder snel verslikken. Soms helpt deze houding ook als je baby weinig interesse heeft in de borst. Steun met je hoofd of schouders tegen een kussen en zak wat onderuit. Leg je baby op zijn buik op jouw buik. Hij ligt dus eigenlijk rechtop, met zijn benen naar beneden. Aan de zijkant leunt je baby tegen jouw arm, zodat hij niet van je af rolt. Bij kleine baby’s is het belangrijk het nekje nog wat te ondersteunen. Een nadeel van de half-liggende houding is dat je niet altijd goed kunt zien of het aanleggen goed gaat. Zakt je baby met zijn neus in je borst? Trek dan zijn billen iets meer naar je toe, zodat zijn hoofd een beetje naar achteren gaat. Als dit niet werkt, kun je met een vlakke hand zijn voorhoofd ondersteunen.
  6. Rechtop vasthouden
    Als je baby wat groter is en goed kan zitten, kun je hem rechtop op schoot laten drinken. Ga rechtop zitten op de bank, op bed of in een stoel en laat je baby op je schoot zitten tegen je buik en borst aan. Let bij deze houding wel altijd goed op of het ook voor je baby comfortabel is en of hij goed kan drinken. Dit kan ook een fijne houding zijn als je baby last heeft van reflux. Omdat hij rechtop zit, komt de voeding minder gemakkelijk omhoog.

Meer lezen: Een tweeling borstvoeding geven, zo gaat dat

De eerste keer borstvoeding

Het is het beste om je baby binnen een uur na de bevalling voor het eerst bij je te laten drinken. Je baby heeft dan namelijk een sterke behoefte om de borst te zoeken (zoekreflex) en een sterke zuigreflex. Zijn handjes smaken en ruiken hetzelfde als jouw tepels. Zo weet je baby de weg naar je borst te vinden. Door zijn zuigkracht komt jouw melkproductie op gang. Bovendien maak je oxytocine en prolactine aan en deze hormonen regelen het hechtingsproces.

De aanmaak van oxytocine kan in het begin van de borstvoeding zorgen voor naweeën tijdens het aanleggen. Dit komt doordat je baarmoederspier samentrekt en dat kan behoorlijk pijn doen. Die naweeën zijn wél zinvol: het samentrekken van je baarmoeder drukt gescheurde bloedvaatjes dicht op de plek waar de placenta heeft gezeten. Je baby aanleggen is niet alleen een intiem, mooi moment, het beperkt ook jouw bloedverlies en vloeien na de bevalling.

Lees hier meer over het voorkomen van pijnlijke tepels bij borstvoeding.

Goed aanleggen

Tepelklovenborstontsteking en andere borstvoedingskwaaltjes zijn (deels) te voorkomen door goed aan te leggen. Vaak gaat het niet gelijk vanzelf en moeten jij en je baby dit samen oefenen. Dat heeft voor jullie allebei tijd nodig. Let er altijd goed op dat je baby een goede hap aan de borst maakt. Dit betekent dat hij eerst zijn mond wijd open moet doen voordat hij aanhapt. Heeft hij goed aangehapt, dan zijn z’n lippen mooi naar buiten gekruld. De wangen mogen niet ingetrokken zijn en je hoort bij het zuigen geen klakgeluiden. Vind je dat zijn neus te veel in je borst zit, dan kun je zijn billen naar je toe trekken, waardoor zijn hoofd meer naar achteren gaat.

Voorlichting

Voor de bevalling kun je naar een borstvoedingscursus of voorlichtingsavond gaan om meer te leren over goed aanleggen. Je kunt ook een lactatiekundige om hulp en tips vragen. Zij kan je bijvoorbeeld helpen met het zoeken naar een fijne borstvoedingshouding en helpen bij het aanleggen. Ook kan ze je tips geven als je bijvoorbeeld een sterke toeschietreflex hebt of denkt dat je te weinig melk aanmaakt.

Kortom: de lactatiekundige luistert naar je, analyseert jouw situatie, observeert hoe jij borstvoeding geeft en geeft op basis daarvan een deskundig advies. Hoe sneller je problemen met borstvoeding met de juiste adviezen aanpakt, hoe eerder en langer je er samen met je baby van kunt genieten.

Tip: Volg dit 3-stappenplan voor het aanleggen van je baby

Bronnen: Lalecheleague

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Christine Bulsing

Lactatiekundige

Christine Bulsing is lactatiekundige en jeugdverpleegkundige bij de jeugdgezondheidszorg. Vanuit haar praktijk Zoete Melk begeleidt ze moeders bij de borstvoeding. Daarnaast geeft ze ook voorlichtingsavonden over borstvoeding voor aanstaande ouders.

Contact
Website
Facebook
Instagram