afleren duim speen

Mijn kind en zijn speen (die binnenkort uit elkaar gaan) (echt)

Ik hoor het mezelf nog denken tijdens de zwangerschap: 'Mijn kind hoeft straks geen speen, hoor! Dat is toch helemaal niet nodig?’ Tot ik een baby met verborgen reflux bleek te hebben, die het uren per dag uitgilde van de pijn.

Daarbij sliep hij ook maar zeven tot acht uur per etmaal, waardoor ik al snel van gedachten veranderde.

Advertentie

Redder in nood

De speen bleek de redding voor mijn kleine, lieve Otis. Hij heeft zo vaak de hele buurt bij elkaar gegild (dag en nacht ja, waarvoor nogmaals mijn excuses), maar zijn tuttie bleek echt een grote troost te zijn op de momenten dat hij het nodig had. Het voelt als een zwak excuus, maar ik deed alles om mijn baby gerust te stellen.

Inmiddels is het kleine monster geen baby meer, maar een grote jongen van drie jaar en vier maanden oud. Er is in de tussentijd veel veranderd. Hij kletst de oren van mijn kop, zegt netjes wanneer hij moet plassen (meestal dan) en eet zelfs af en toe per ongeluk iets groens. Wat nog wel hetzelfde is, is zijn grote vriend Tuttie. Ik schrijf Tuttie met een hoofdletter, omdat de speen voor hem geen object meer is. Het is bijna een persoon, een echte vriend, voor wie hij door het vuur gaat.

Drop the Tuttie

Sinds hij logopedie krijgt, heb ik steeds meer een stok achter de deur om van The Tuttie af te komen. Eerst ging het overdag erg goed en had hij hem vaak alleen nog ’s nachts. Helaas is het er stiekem weer een beetje ingeslopen dat hij zijn speen overdag soms ook krijgt. Vooral als hij hysterisch overstuur is en ik het geduld niet meer kan opbrengen om hem zelf te kalmeren.

Soms geef ik hem zijn geliefde Tuttie om hem binnen een paar minuten, soort van onopvallend, weer te ontfutselen. Tuttie krijgt van Otis vaak een onthaal waar menig zwangere vrouw een traantje bij zou wegpinken. ‘Tuuuuttttiiiiieeeeee!!!’ En dan wordt het harde plastic ding nog net niet doodgeknuffeld.

Tuttie moet weg

Ik weet het, het is mijn probleem en ik zou moeten doorzetten, bla bla bla. Tuttie moet weg. Alleen krijg ik al buikpijn van het idee. Diverse tactieken spoken door mijn hoofd.

Ik hoor verhalen over betalen met Tutties bij de speelgoedwinkel voor een door meneer uitgezocht cadeau. Mijn kind is alleen niet gek en laat nog liever zijn linkerarm afhakken dan dat hij gaat betalen met zijn Tutties.

Bij boekjes over spenen heeft hij het vol trots over de ene grote jongen die nog wél met zijn Tuttie loopt en negeert hij de baby’s met spenen en speenloze karakters. Uiteraard is de underdog interessant, de slimmerik!

Als ik opper dat de nieuwe baby van vrienden een Tuttie nodig heeft, dan moeten ze die maar in de winkel halen. Bij het voorstel om zijn exemplaar op te sturen naar arme kindjes trekt hij spontaan wit weg en zet het vervolgens op een brullen alsof hij door alles en iedereen wordt achtergelaten.

Cold turkey

Cold turkey, zal dat dan de enige manier zijn? Ik heb het geluk (of juist niet) dat mijn kind erg volhardend is. Een eigenschap om trots op te zijn, maar in deze fase maakt dat het niet gemakkelijker. Waar ik anderen hoor over drie dagen doorbijten, zal het bij mijn kind eerder drie weken zijn. Van het idee alleen al word ik bloednerveus.

Ik moet gewoon hard zijn en mezelf in het diepe gooien. Dan bedenk ik me opeens dat ik zelf ook bijna tot mijn vierde een speen had. En dat was toen ook een drama, zegt mijn moeder. Van wie zou Otis het toch hebben?

Claudia Sloot

Claudia Sloot is moeder van Otis en schrijft over haar leven met een temperamentvolle peuter, die vindt dat slapen en eten voor mietjes is. Ook runt ze haar blog Oh yeah baby, heeft een kledinglijn You and Mini én werkt in de online marketing.